donderdag 21 januari 2021

Dubbele focus

Vandaag ben ik te gast bij Willeke in huis. Sterker nog, naast gast ben ik tegelijk ook gastvrouw. Gelukkig belde ze gisteren nog even ter herinnering.

-Als je er morgen tussen half negen en half tien bent is dat goed. En terwijl ze doorratelde over wat er ging gebeuren en wat ik moest weten, kraakten mijn hersenen aan alle kanten. Wát vergeet ik hier? Dus vraag ik of ze me helpen kan. En ja hoor, ik had beloofd de hele dag in haar appartement te zijn om de mannen op te vangen die een nieuwe ketel zouden plaatsen. Oh ja! Het begint me te dagen. De agenda is zó leeg, dat ik gewoon vergeet te kijken of er wat in staat. Maar dit staat er inderdaad: 'de hele dag bij Willeke'. 

Gisterenavond alvast mijn tas gepakt. De donderdag is mijn dag, dus wat mee moest was niet moeilijk. Mijn laptop, mijn ik-werk-aan-mezelf-boekje, de Schrijfbijbel, stilletijd boekje, wat eten. Eten? Oh help, geen eten in huis. Geen groente voor een salade of zo. En brood eet ik niet echt, dus daar moet ik nog even wat op verzinnen. 

Met een veel te zware fietstas verplaatste ik me vanmorgen in alle vroegte een aantal kilometers verder. Ik hijs mijn grote, zware tas uit de rechterkant en haal uit de andere kant mijn laptop. Ik klauter de trappen op en nog voor ik goed en wel voor de voordeur sta, word ik al aangesproken. Of ik de bewoner ben. Vandaag wel, grijns ik en doe de deur open. Ze hoeven niet alles te weten hè, die werklui. Ze stomen achter me aan de gang in en gaan direct keihard in overleg. Ik sluit de deur van de woonkamer en laat mijn tassen zachtjes op de bank vallen. Mijn taak zit er feitelijk al op, ik heb de deur voor ze open gedaan. Maar het wachten tot ze klaar zijn, is minder snel geregeld. Ik kom er achter dat ze eerst alle appartementen langs gaan, overleggen, dan overal de nieuwe ketel plaatsen en dan nog een nieuwe afzuiger. Regelmatig, als alles heel stil is in de gang, sluip ik de kamer uit, spiek om het hoekje en ren naar het toilet. Geen haar op mijn hoofd, of, geen man in de gang die mij zal horen plassen! 😆 Ik werk in stilte heerlijk aan mezelf, doe Bijbelstudie en maak deze blog. Wat een rust, wat een weldaad. Niemand heeft me hier nodig, niemand is er die me stoort. 

Mijn Ik-werk-aan-mezelf-boekje getiteld Zicht gaat vandaag over focus. Activiteiten plannen, doelen uitschrijven en je focus houden bij dat wat belangrijk is. Dat vind ik zó lastig! Ik ben zo gewend overal op in te springen bij wat er gebeurt, wie me nodig heeft en daarmee alles wat voor mezelf belangrijk is aan de kant te zetten. En toch, al lezend merk ik dat het misschien wel goed is, dat plannen en doelen stellen. Maar jaar- en kwartaaldoelen, nee hoor, dat kan ik niet. Stel je voor, ik leef al jaren met de dag en zou deze dag een jaardoel moeten omschrijven? Maar dan opeens is het er toch. En opeens is er nog een. Twee doelen binnen een halve minuut. Ik  verras mezelf. Wat rust niet al met je creatieve brein doet hè 🙊

Dit jaar wil ik dolgraag een PostHBO opleiding gaan doen, schriftelijk, in eigen tijd en ruimte, maar ook dit jaar graag afronden. Ik verdiep me er nog eens goed in en weet dan, ja dit wil ik! En ja, dit ga ik ook doen! Vanavond nog even goed thuis doorspreken en dan inschrijven maar. Doel twee is een mooie woning vinden voor onze Rob. Beschermd wonen, maar met zijn grenzen van privacy en zelfstandigheid. Wordt nog een hele klus, maar de indicatie voor 24/7 is binnen en vanuit het niets krijgen we een clientondersteuner en een consulente zodat ik niet veel zelf hoef te doen en al helemaal niet het wiel hoef uit te vinden. Hoop ik... 

Tevreden zit ik een uurtje later aan de koffie, bezorgt door LEF smoothie en lunch in Veenendaal. Ook de salade hebben ze bezorgd en een stevige proteinesmoothie. Wat een verwennerij! Wat een heerlijke dag. Hier krijg ik echt weer wat energie van. 

De Bijbelstudie is van Focus en gaat vandaag over Jezus aan de oever van de zee. Hij spreekt de discipelen aan, geeft ze een tip en belooft dat het goed komt. Hij nodigt ze uit om samen te eten, zowel van dat eten dat al op het vuurtje ligt, als van de vissen die de discipelen dankzij Hem hadden gevangen. Jezus als liefdevolle, zorgzame Vriend, die alles voor me heeft maar toch ook dat wat ik meeneem gebruiken wil. 

Het komt mooi samen vandaag. De Focus is wel duidelijk: 'Wees gehoorzaam aan de opdracht van Jezus en doe in het dagelijks leven ook wat bij je hoort en bij je past.' Grote kans dat het op elkaar aansluit. En zo kom ik vandaag, in alle rust, tot mijn doel. De focus is Jezus, ook in de alledaagse dingen, maar ook in jaardoelen. Wat Hij allang overziet trouwens. Gelukkig maar, want ik leef met de dag. Ook een advies van Jezus 😇



donderdag 14 januari 2021

Jezus regeert

'Nog een dag, dan is het huis weer voor onszelf, heb ik af en toe het huis weer alleen en kunnen we weer wonen op de plek die daarvoor is bedoeld.'

Hiermee eindigde ik mijn vorige blog van o zo 2020. Want dat is wat ik dacht dat er ging gebeuren. Maar niets is wat het lijkt. Diezelfde dag kwam manlief thuis met wat klachten als hoesten en moe. Logisch, na zo'n verbouwing klap je toch een beetje in, niet waar? Maar de klachten bleven en verergerden en vanaf toen zaten we zomaar opeens in quarantaine. Dolblij waren we dat het niet wat eerder gebeurde! Dan had zoveel niet door kunnen gaan! Nu konden we volop genieten van onze nieuwe keuken, de houtkachel en ons oude maar o zo vertrouwde bankstel. Maar het voelde wat vreemd. Niet thuis. En het was natuurlijk een verplicht nummertje, dat thuisblijven. Niets aan dus. Al het werk wat ons wachtte probeerde ik nog netjes te doen, maar vermoeidheid nam de overhand en de spierpijn die bij mij kwam opzetten was verre van normaal. Met totaal andere klachten, was de diagnose hetzelfde. Corona. Ook de jongens deden goed mee. En zo duurde het twee weken voor we weer naar buiten zijn gegaan. We brachten, net als vele anderen Kerst in afzondering door. Reikhalzend keek ik uit naar de dag dat ik weer klachtenvrij zou zijn en naar buiten mocht. Maar o help, zo simpel ging dat niet. Ergens was een blokkade ontstaan die me toefluisterde dat het buiten eng was. Er kwam een enorme onrust in mijn lijf die zich uitte in paniekaanvallen 's nachts. Als het donker dreigde, de straat in dikke duisternis was gehuld, mijn slaapkamer aanvoelde als een gevangenis en heel mijn lijf en geest protesteerden bij elk rustmoment die ik nam. Rust? Niets ervan. Actie! Bewegen! De manier om de onrust uit mijn lijf te krijgen. Maar ondertussen zag ik er enorm tegenop naar de super te gaan, te moeten gaan werken, helemaal in m'n uppie, zelfs zonder klanten! en weer bij al die andere mensen te zijn. Dit was echt heel raar. Ik herkende mezelf niet meer. Alles was anders geworden na twee weken binnen zitten. Mijn huis was anders, mooi maar best wennen en dat gaf een soort van vakantiegevoel. Mijn lijf deed gek, na de rust en het ziek zijn van twee weken, alsof ik op vakantie was in eigen huis. Dus dan zal buiten in deze grote donkere wereld ook wel alles anders zijn.

Ik ben als eerste naar de Ekoplaza gegaan. Gewoon omdat ik het daar niet druk verwachtte. Dat zou ik toch wel aan kunnen? En ja hoor, dat ging prima. Die ene klant achter me, dat was vooral gezellig. En langzaam maar zeker kwam ik tot de ontdekking dat de wereld niet zo heel gek anders was geworden in de afgelopen weken. Niet anders. Wel wat gekker. De mensen zijn niet meer zo vriendelijk, de meesten kijken me angstvallig aan, houden fikse afstand, of, onherkenbaar als ze zijn met zo'n mondkapje, ze komen te dichtbij zonder vriendelijk te doen. Het sfeertje van ik-voor-mezelf-en-jij-zoekt-het-maar-uit heeft absoluut de overhand gekregen. Angst lijkt te regeren en de onrust in mijn lijf doet daar lekker aan mee. 

Maar ho, wacht even, spreek ik mezelf toe. Wat nou angst regeert! Daar is toch zeker helemaal niets van waar? God regeert. Ik hoef niet bang te zijn, want Hij staat voor mij, achter mij, boven mij en onder mij. Hij is om mij heen en vooral ook in mij. Zijn Vrede en Licht regeren in mij en door mij heen. Ervaar ik dat steeds, leef ik steeds zo? Nee, de onrust neemt nog regelmatig de overhand. Want wat kan ik anders zeggen dan dat deze, door Zijn hand geschapen, wereld knettergek lijkt te zijn geworden? Maar toch weet ik: ik -en jij-, wij hoeven niet bang te zijn. Bij Hem zijn we veilig, wat er ook gebeurt. En ik moedig mezelf aan dát te blijven geloven, Hem te blijven zoeken en vinden, de relatie open te houden, het lijntje kort te houden en in Zijn aanwezigheid te schuilen. Hij is mijn enige houvast. Hij is  mijn Koning. Niet corona regeert, niet de angst regeert maar Jezus regeert. Zelfs dwars door onrust en duisternis heen regeert Hij met Zijn vrede en Licht in mij. Duizendmaal Dank o Heer!

donderdag 10 december 2020

Handen uit de mouwen! Verbouwing afgerond, week 5

Gelukkig had mijn val op de nieuwe plavuizen geen consequenties. Voor de plavuizen dan. Ze hebben keurig stil gelegen en zijn geen duimbreed geweken. Wat een opluchting! 

Inmiddels zijn we weer een week verder. De laatste dag is aangebroken van een intens vermoeiende verbouwing. Maar we hebben het gered! 

De plavuizen zijn gelegd en gevoegd. Best een hele klus, als je rekent dat de plavuizen het formaat van 120 bij 60 cm hebben. Had de aannemer dat geweten, dan had hij er een mannetje bij geregeld. Nu is hij een dagje langer bezig. Op zich niet erg, want de muren, het stucwerk, droogde niet zo snel als we zouden willen. En, zo legt de beste man uit, op nat stucwerk kun je niet sauzen. Maar het betekend wel dat zijn nieuwe klus vertraagd wordt.  

Op maandagmorgen maakte de aannemer zich klaar om alle muren en het plafond te gaan sauzen. Afplakken is daarbij de grootste klus. Als ik 's avonds na het werken thuiskom, is iedereen een beetje in de mineur. Wat blijkt nu? De spuitmachine van de aannemer deed het niet. De hele middag is hij en later samen met mijn man bezig geweest dat ding aan de praat te krijgen, maar helaas, het had geen resultaat. Ergens verbaast het me niet. Ik had al zo'n voorgevoel. En ach, hoe erg is het? Jammer van de tijd, maar morgen is er weer een nieuwe dag. Dat hoofd van mij blijft ondanks deze verbouwing behoorlijk vrouwelijk. Want zo heel makkelijk is het natuurlijk niet hè. Uiteraard kan er dinsdag gesaust worden, maar woensdag komen ze de keuken plaatsen. Handig is het dat de saus dan droog is! En met een beetje pech moet alles met de hand gerold worden, tenzij de aannemer een spuitmachine kan lenen. En daarnaast, door deze tegenvaller wordt de volgende klus van de aannemer weer een dag uitgesteld. Best sneu voor die mensen... 

Maar toch krijg ik gelijk: uiteindelijk komt het goed. Spuitmachine geleend, dinsdagmiddag klaar, de saus was goed droog en de keukenboer werkt keihard. Ik moet zeggen dat ik het niet meer zo zag, de weken hiervoor. Ik kon niet zo goed meer door de bende heen kijken en werd er behoorlijk moedeloos van. Het moment dat de rest het dan ook niet meer ziet zitten komt de positiviteit bij mij weer bovendrijven en kan ik weer denken dat het wel goed komt. (eventjes). Oh, die rare kronkelhersenen van mij! 

Maar wat ik al zei: uiteindelijk komt het goed. De keuken staat, de houtkachel ook -oh heerlijke warmte!- de gordijnen worden op dit moment opgehangen. Nu aan het werk. Na vijf weken werken met het hoofd is het goed de handen uit de mouwen te steken en weer normaal te gaan doen. Nog een dag, dan is het huis weer voor onszelf, heb ik af en toe het huis weer alleen en kunnen we weer wonen op de plek die daarvoor is bedoeld. Wat een zegen! 



donderdag 3 december 2020

Over sociale eenzaamheid, mondkapjes en verbouwen. Week 4

En weer zijn we een week verder. Nog acht dagen te gaan! Het einde komt in zicht, maar ik zie het nog niet zo. Het lukt me niet om te denken aan het feit dat de keuken er straks staat, wij weer in de woonkamer en keuken kunnen zijn en ons warmen aan de vloerverwarming en, eerst vooral, onze houtkachel.

Dat lukt me nu nog niet, nu ik boven zit op de oude kamer van Jorike, naast de kachel, met ijskoude handen en de tocht langs mijn tenen en benen omhoog voel kruipen. Het lukt me nog niet als ik de schuur bekijk, vol met boodschappen en keukengerei, borden, pannen en wat al niet nodig is voor vijf weken kamperen in eigen schuur.  

Meest van tijd lukt het me wel. Kan ik positief denken en weten dat het goed komt. Maar dat is momenteel een beetje weg. Weggewaaid in een zucht van de wind, zo opeens, foetsie. En ik vraag me verbaasd af, is dat nu alleen om die verbouwing? Ik bedoel, we zijn toch aan het opbouwen? De muren zijn klaar, de vloerverwarming ligt en de plavuizen zijn al een heel eind betegeld. De aannemer doet super zijn best, mijn mannen ook. En toch voelt alles zo mat, zo koud, zo niet thuis. Je zou zeggen: het zien van zo'n prachtige vloer moet voldoende boost geven om energie van te krijgen. Maar helaas, zo werkt het momenteel niet. Zelfs de opbeurende woorden van mensen om me heen die me beloven dat alles goed komt, helpen niet. 

Nee, het is niet alleen de verbouwing. Het is ook het donkere van het jaar, de korte dagen, de corona en al die regels die ons opgelegd worden. Ik ervaar een enorm stuk sociale eenzaamheid, terwijl ik me er ook niet toe kan zetten met iemand contact te zoeken. Heel raar. En het is de mondkapjesplicht, waardoor ik haast nergens meer heen kan zonder beslagen bril. Ik voel me dan enorm onnozel en gehandicapt, want zonder bril zie ik ook niets met een sterkte van bijna -10. Dat moment dat je probeert een muntje in het karretje te doen waarop iemand dan roept dat de karretjes los staan... Of wanneer ik mijn stronken broccoli (hopelijk zijn ze inderdaad zo groen als lijkt) tegen het spatscherm aanduw, in plaats van erdoor heen. Het meest onlogische en maffe gebod ooit, een mondkapje op waardoor je klachten als hoofdpijn krijgt en zuurstof tekort, je eigen troep inademt en frisse lucht te kort komt. En dus met bril niets meer ziet. Zo is ook boodschappen doen een heel erg energie rovend gedoe.

Om bij thuiskomst ook weer stevig te moeten nadenken over wat wel en niet kan. Zo kunnen we momenteel niet door de achterkant, terwijl dat eerst moest. Zo mochten we gisterenavond de net gelegde plavuizen niet belasten en sprongen we weer via het toilet de trap op. Net als vorige week. En maar nadenken, nadenken, nadenken... Oplossingen bedenken. Dingen voorzijn. Denk aan Rob, die echt geen mondkapje op kan doen en behoorlijk agressieve taal naar me uitslaat, dreigend dat ook te doen tegen zijn meerderen buitenshuis. Gelukkig dacht de huisarts goed mee en heeft hij nu een brief op zak met toestemming voor een faceshield. Wat was hij, wat waren wij blij en dankbaar! 

Gisterenavond besloten we boven te eten. Het was te koud in de schuur omdat we niet bij de thermostaat konden, we mochten niet op de plavuizen lopen hè... Gewapend met tas met eetgereedschap neem ik de grote stap het toilet in. Dan vanuit dat kamertje de trap op. Met dat ik de leuning vastgrijp om mezelf omhoog te helpen, glijdt mijn voet van de trap, schiet mijn hand van de leuning en knal ik neer op, jawel, de net gelegde plavuizen. Ik weet me geen raad! Alle pijn negerend, raap ik alles bij elkaar, gooi het terug in mijn tas en stap zo snel mogelijk van die tegels af! Hoe het kon gebeuren? Ik weet het nog steeds niet. Wat ik wel weet is, dat ik geen mondkapje op had en mijn bril volslagen helder was. Dát was toen even niet het probleem... 


donderdag 26 november 2020

Komt dit echt nog goed? Verbouwen week 3

 Met een zucht kijk ik om me heen. Werkelijk, wat een chaos. De kapotte vloer onder mijn tenen kraakt en zonder dat ik het wil neem ik wat stukjes mee naar boven. Mijn inmiddels witte pantoffels schop ik uit en ik zak op mijn bed. Hier is tenminste alles nog een beetje normaal. Bekend terrein. Verder voel ik me een vreemde in eigen huis.

Het was een week van veel overleg. Vragen over de nieuw te leggen leidingen, vragen over de vloer, de vloerverwarming en de opdracht binnen te blijven. Met de aannemer onder de vloer is veiligheid het eerste wat voorop staat. Dus thuiszijn en alert zijn is de opdracht. 

Maar inmiddels ligt ook deze week achter ons. Als ik nu naar beneden loop stap ik op een mooie dikke laag egaline. Perfect glad, schitterend kleurtje (betonlook) en klaar voor de vloerverwarming. De witgepleisterde muren zijn geweldig mooi gestuct en alles ziet er mooi en stralend uit. 

- Grappig woord eigenlijk, stucen. Ik heb het zojuist even opgezocht op ons www. De stukadoor stuct. Vandaar dat ik in mijn vorige blogje de mogelijkheden open liet. Is het nu stucen, stuken of stucken. Inmiddels weet ik het dus: het is stucen. Door de stukadoor. Met een k. Dit even terzijde, het is maar dat je het weet -

Met een geegaliseerde vloer - met egaline wordt er dus geëgaliseerd en niet geëgalineerd 😅 - en witte muren zijn we er nog lang niet, maar... we gaan weer aan het opbouwen. En dat is echt een heel erg prettig idee. 

-Kijk zo. Voorzichtig neem ik een grote stap, de toiletruimte in. -En dan nog één, je kunt je dan aan de leuning omhoog hijsen. Rob kijkt ingespannen hoe ik dat doe. Dan gaat hij. Een grote stap, een voet in het kleinste kamertje, een voet op de traptrede, leuning vastgrijpen en ja hoor! Opgelucht zucht hij. Dus zo moet het vanavond? Oefening geslaagd!

Het is de dinsdag, de dag van de egaline. De aller-aller-allergrootste prutsdag tijdens dit alles. Poeh, wat vind ik dit spannend. En Rob dus ook. De hele dag brengen Geert en ik door in het huis van Willeke, waarvoor dank schat! Man en Rob komen na hun werk ook en samen eten we daar en hangen wat voor de TV. Kamp Koningsbrugge, echt zó interessant om te kijken! Net voor acht uur vertrekken we weer. Want van de aannemer mogen we om acht uur weer in ons eigen huis. En dan komt het. In de schuur pakken we alles wat nodig is voor boven. En als we er allemaal klaar voor zijn gaan we, in een rijtje. Door de voordeur. Stukje lopen tot de egalinelijn, grote stap in het kamertje, grote stap op de trap. Eerst, Geert. Dan Rob. Dan ik. Het gaat goed! Wij kunnen dit. Top gedaan boys!, roep ik opgelucht.

Niet doorvertellen hoor, maar stiekem had ik vannacht ook al geoefend. Het was donker. Niemand zag het. Maar daarna sliep ik lekkerder. 😏 

donderdag 19 november 2020

Aftellen, nog 22 dagen verbouwen. Week 2

- En zie, het was morgen geweest en het was avond geweest, de veertiende dag. Met een zucht schuif ik in mijn bed en kijk mijn man aan. - Nog 22 dagen te gaan. Maar hij schudt zijn hoofd. Tien dagen geweest, nog 15 te gaan. Telt hij de weekenden niet mee! Maar, juist die dagen zitten we toch veel in de schuur en boven? Dus ik blijf er maar bij: nog 22 dagen te gaan. 

We tellen af ja. Nu al. Steeds al. Het klinkt fijn dat we al bijna de tientallen in gaan in plaats van de twintigtallen. Het klinkt goed dat de dagen die geweest zijn steeds hoger worden. Zijn we ongeduldig? Nee hoor, we weten de planning. Maar het helpt om te zien dat er een einde aan komt.

Inmiddels is de aannemer de plafond en muren aan het stucken of stuken of zelfs stucen. Ziet er lekker strak uit, ook al is het nog lang niet klaar. Wat is dat veel werk zeg. Ondertussen zijn wij druk in overleg met de mensen van de vloerverwarming (VTE, Verwarmingstechniek Ede). Want de vloer is niet zo heel geschikt voor verwarming. Dun laagje egaline, verder beton, ook een dun laagje en daaronder vooral gruis. Dus aansmeren die boel. Wisten we al maar dat minsten 18 mm daarvoor nodig is, is een heel ander verhaal. Qua kostenplaatje en tijd. En praktisch! Hoe komen we volgende week ooit op onze slaapkamers? De aannemer oppert een ladder. Direct zie ik groen en paars. Ik ben namelijk nogal gevoelig op grote hoogtes. (Dat klinkt beter dan dat ik zeg dat ik hoogtevrees heb. Het is vergelijkbaar 😒) Boven de tien centimeter begin ik al aardig  te wieberen... Nou ja, nog een week om een oplossing te bedenken. 

Wat nu belangrijk is, is de rust bewaren. Voor onszelf, voor Geert, maar vooral voor Rob. Gisteren kwam hij naar me toe en mopperde over de bende daar. Toen ik doorvroeg bleek hij de woonkamer te bedoelen. Hij wist het al zolang maar opeens kwam de troep van de kapotte vloer enorm op hem af. 
Weet je, zei ik, probeer het dan in elk geval daar netjes te houden waar we leven. In de schuur en op je slaapkamer. Samen zijn we de administratie van hem gaan doen, zodat alle losse papieren in een map verdwenen. Zijn schoenen, normaal staan die beneden, hebben we wat uit het zicht gezet. Dat is handiger dan voor de kleerkast. Samen doen we in de schuur een vijftal potjes Yathzee, gewijzigd naar Rob's wijze inzichten. En langzaam zie ik weer ruimte ontstaan in zijn hoofd. - Nog even rugje aaien mama, vraagt hij lief. Een wondermiddel: de rust keert terug. 

We moeten nog even volhouden. Ik merk dat ik vooral Rob's gedrag begrijp maar ook erg vermoeiend vind. Nog 22 dagen, nog 22 avonden. Rugje aaien, spelletjes doen, zorgen voor. Gemoederen gezellig houden en rust brengen. Mijn taak in dit alles, naast dit alles. Best pittig. Daarom, ja eigenlijk alleen daarom, tel ik af. Inclusief de weekenden. Zaterdags werk ik, maar de zondag kan ik wel driedubbel tellen. Maar dat klinkt zo enorm... Dus én realistisch én mezelf helpend, tel ik. Dag na dag. Nacht na nacht. Eén voor één. Op naar 10 december. Als de planning klopt. En ik goed tel. 

donderdag 12 november 2020

Autisme en verbouwen, week 1

 Ja! wij zijn aan het verbouwen. En dat gaat eigenlijk best wel goed. Meestal... Maar o, wat is het ook een gedoe. 

Het is woensdagavond als we er helemaal klaar voor zijn. We wachten op jongste, we hopen dat hij energie heeft om de eettafel naar de schuur te helpen dragen. Dat is het allerlaatste, dan zijn we echt verhuisd. Met z'n allen de schuur in.

Jongste is het niet eens met onze ideeën over eten in de schuur, wonen in de schuur en hangen in de schuur. Normaal vinden jongeren dat echt te gek, of nou ja, misschien was dat vroeger 😳 Hij gaat dan ook niet met dit stomme xxxidee meewerken, zo uit hij zich en loopt boos weer terug naar waar hij vandaan kwam: zijn eigen vertrouwde kamer. Terwijl Rob ook met een niet te verstane uitdrukking op zijn hoofd naar zijn bed is gegaan, sloffen ook wij vermoeid naar onze slaapkamer. Hoezo zijn we hieraan begonnen!!! 

Dat is ook Robs vraag de volgende dag. Met zijn jas aan zit hij klaar om naar zijn werk te gaan. De hele tijd die hij beneden heen en weer loopt, zoekend naar alle spullen, is de donderwolk niet van zijn hoofd af te krijgen. Nog drie minuten, dan moet hij gaan. -Ma, rug aaien, snauwt hij. Een nog altijd dagelijks ritueel. Doe ik gewoon echt al 19 jaar. Zijn manier om rustig te worden. Ik vertel hem hoe lastig ik het vind dat alles nu leeg is in de woonkamer. En voel Rob ontdooien. -Dit is jullie plan hè. Jullie hebben dit bedacht. En ik zie hem denken: stelletje sukkels! Hoe krijg je het verzonnen. Inderdaad... Hoe. Hebben. We. Dit. Verzonnen. 

Maar, nu we geen keuze meer hebben, worden er knoppen omgezet en langzaam haal ik weer wat dieper adem. De aannemers zetten de tafel voor me in de schuur. De kast met plastic zeil houdt alles heel overzichtelijk. De gesprekjes met de aannemer worden vooral door Geert erg gewaardeerd en geven hem voldoende energie om ook ons en onze situatie aan te kunnen 😏 Wanneer de aannemer zegt dat hij net zo zou hebben gedaan als wij nu doen, dus eten, koken en hangen in de schuur, gaat ook eindelijk bij Geert de knop om. En ja, dan kan ik dinsdags wel zeggen dat we het behoorlijk goed doen. Dat ik trots ben op mijn mannen, blij ben met de aannemer, hij levert prima werk en is ook nog eens lekker sociaal, en tevreden ben over mezelf en hoe alles is geregeld. 

Ondertussen leert Geert zich een slag in de rondte en maakt zijn toetsen met een glansrijk resultaat. Hoe knap is dat! Rob is zich door alles weer heel erg aan mij vast gaan klampen. Ik ben nu zijn enige houvast en steun. Waar ik ben is hij. En dat kun je bijna letterlijk nemen. Het liefst wil hij dat ik, zodra hij thuis is, zijn rug aai. Maar daar geef ik uiteraard niet aan toe. Ik heb geleerd grenzen aan te geven dit laatste jaar. Evengoed valt me dit tegen. Ik had gewoon niet verwacht dat hij weer zo aan mij zou gaan hangen. Want ja, de verbouwing is tijdelijk, maar zijn gedrag is zo weer een regel. Dus ik moet echt duidelijk zijn en mijn eigen grenzen bewaken wil ik niet enorm worden geclaimd. 

Daarom zit ik nu boven. De hele dag al. Energie op te doen. Want de donderdag is de dag voor mezelf. Alle mannen aan het werk en dus het huis uit. Behalve de aannemer dan. Die heb ik maar even ondergronds aan het werk gezet. Wel zo rustig. 


woensdag 4 november 2020

Help! We gaan verbouwen, week 0

 -We gaan verbouwen. -Wat?!  -Ja echt. Vreselijk hè. 

Ja, ik weet wel, het wordt mooi. Zeker weten. Maar voor die tijd hè. Tegen de tijd dat de nieuwe keuken wordt geplaatst zit Sint al een dag of wat in quarantaine omdat hij uiteraard gewoon naar het rode Nederland is geweest. Om niet te spreken van Piet, die halverwege onze schoorsteenpijp gewoon bleef hangen omdat ze de kachel weg hebben gehaald. En de pijp hebben afgedopt. Als je even rekent... vijf weken , ruim vijf weken, geen keuken. Eten in de schuur. Wonen in de slaapkamers. En dan maar hopen en bidden dat niemand ziek wordt. Geen virus onze aannemer lamlegt, of ons allemaal. Dan wordt het nog veel langer geen keuken.

Het was gewoon niet helemaal het plan zo. We hadden onze Rob beloofd geen verbouwing meer te doen voor hij uit huis is. Maar dat duurt allemaal langer dan verwacht, dus voorzichtig Rob gepolst wat hij van een vaatwasser zou vinden. Dat idee staat hem reusachtig goed aan. Mooi. De toestemming voor de keuken hebben we. We gaan hem verplaatsen, in de achterkamer zetten, dus het wordt een makkelijke verbouwing. Je plaatst de nieuwe keuken, haalt daarna de oude weg en tada! zonder gezeur verbouwing klaar. Denkt deze simpele vrouwenziel.

Was het maar zo'n feest....

Manlief oppert openslaande deuren. Dat staat mooi met het kookeiland enzo. Maar waar dan de centrale verwarming? -Vloerverwarming! Rob juicht het plan van Geert toe. De aannemer knikt instemmend en manlief beslist binnen een minuut dat we dat dan gaan doen. Ik stop vol onvermogen mijn handen in mijn haar, ware het niet dat ze grandioos ter berge rezen. Vl...vloerverwarming? stotter ik. Weet je wat dat betekent? We wisten het nog niet half. 

De vloer onder ons vinyltje blijkt parket. Geegalineerd en wel. Daar past geen vloerverwarming in. Dan maar niet, is mijn idee. Maar de plavuizen zijn al besteld. Het idee van koude voeten staat me niet echt aan, dus bikken we samen al het parket onder ons vinyl uit. Leggen daarna het vinyl op zijn plaats en leven verder. We zoeken de mooiste keuken uit die je kunt bedenken, halen een inductiekookplaatje om tijdens de verbouwing alvast te oefenen in de schuur. Kopen een compleet nieuw pannenset, dat moet nu eenmaal als je van gas naar inductie over gaat en halen onze woonkamer en keuken zoveel als al mogelijk is leeg. 

Ik ben niet zo van het bewaren, al helemaal niet nadat we vorig jaar twee huizen leeg moesten halen. Begin virustijd heb ik alles waarvan ik dacht dat onze kinderen het weg zouden gooien alvast weggedaan. De woonkamer is dus niet heel moeilijk, de keuken is een ander verhaal. Wat gaan we de komende weken gebruiken in de schuur? Wat kan naar boven in dozen? Wat moet blijven? Wat kan weg? Voorzichtig klim ik op een krukje. De kopjes staan hoog boven me. Ik reik, pak en voel glijden. Ah nee hè, zucht ik, niet die ene alsjeblieft. Het is die ene wel. Voorzichtig zijg ik tussen de scherven in en veeg wat bij elkaar. Het oortje is nog heel. Dus fluister ik zacht, zodat verder niemand het hoort: bedankt voor je jarenlange trouwe dienst. Bedankt dat je me koffie gaf, het bij elkaar hield zodat ik het lekker op kon drinken. Voor nu is het genoeg geweest. Maar je was een prettig kopje in onze woning. Ik pak de scherven op, één voor één en gooi ze in het tweelingkopje. Weet je, als je dan gaan wil, ga dan maar samen.  Ik laat ze zachtjes in de kliko vallen. Eerlijk gezegd ruimt het lekker op. Al jarenlang niet gebruikt dat kopje. Maar ik vond het te leuk om weg te doen. Tot hij er zelf voor koos. Eigen schuld! Maar dat zeg ik hem maar niet. 

Inmiddels zijn we er klaar voor. Wekenlange voorbereiding drijft ons naar het hoogtepunt. Van stress vooral. En van uitzien naar. De nieuw achterpui staat inmiddels voor aan de weg. Te wachten op jarenlange trouwe dienst. De aannemer begint morgen met het echte werk. Start van de verbouwing. Het voelt als verhuizen, maar dan op dezelfde plek. Het voelt als vakantie, kamperen in eigen huis. Het voelt als een enorme berg, als een diep dal. Dat moment dat je er klaar voor bent, niets meer kunt doen en de boel aan de beste aannemer van de stad geeft. Het voelt als heel veel lege tijd, maar het kabaal zal oorverdovend zijn. Om gillend bij weg te rennen. M'n handen in m'n haar. Maar gelukkig: het uitzicht op iets nieuws, iets moois, geeft energie. 

Verbouwen? Dat is als het leven. Leven voor iets moois, dwars over bergen en door dalen. Maar met uitzicht op een heerlijke heerlijkheid. Voor altijd. 

woensdag 21 oktober 2020

Leven op afstand

 "Ze schudt nooit iemand de hand. Ze geeft niemand ooit een zoen. Omhelst nooit iemand. Wordt door iedereen op afstand gehouden. Hoe vaak zal ze zich al hebben afgevraagd of ze niet beter dood kan zijn?"

Wat verbaasd kijk ik op uit mijn boek. Dit komt, gelukkig deels, wel heel erg bekend voor. Wat staat daar nou! Ik lees het nog eens. "Ze schudt nooit iemand de hand. Ze geeft nooit iemand een zoen. Omhelst nooit iemand. Wordt door iedereen op afstand gehouden." Tjonge, denk ik, ze draagt nog net geen mondkapje. Hoewel, je weet natuurlijk nooit hoe het toen was. Misschien was er wel een complete hoofdkap, waar alleen nog ogen zichtbaar door waren. Dát is pas erg. Ik hap naar lucht, poeh, ik krijg het er gewoon nu al benauwd van. Wat hebben wij het goed hier dan, met alleen een mondkapje, geen zoen, geen hand, geen omhelzing, wel afstand.  

Ik lees verder. Twaalf jaar. Wát! Twaalf jaar al zo leven? Zonder zoen, zonder hand, zonder een fikse knuffel. Met fors mondkapje en op afstand. Twaalf jaar lang. Je man zien maar hem niet aan mogen raken. Je kinderen op zien groeien tot mooie volwassen individuen, maar door hen niet aangekeken worden. Je buren horen fluisteren, jezelf buitengesloten voelen en altijd, ja echt altijd eenzaam en alleen. 

Vorig jaar dacht ik nog, ja zo ging dat vroeger. Dan werd je ziek en of je daar nu wat aan kon doen of niet, je werd buitengesloten, want je was onrein. En al gaf je al je geld, al deed je je uiterste best, als je niet te helpen was en je niet beter werd, had je vast iets heel ergs fout gedaan.

Gelukkig is het nu anders, al had ik nooit verwacht dat ik me toch zou kunnen gaan herkennen in deze vrouw, zij het maar een klein beetje. We weten hier nu ook wat het is: geen handschudden, geen geknuffel, geen zoen. Afstand houden en mondkapje voor. Niet dat dat verplicht is, maar wel zeer aanbevolen. Een vergeten? (Ja, dat overkomt mij soms zomaar...) O help, dan word je aangestaard als een gevaarlijk persoon. Iemand die heel misschien, nee, haast wel zeker, de boel komt aansteken, dus nu graag iets meer dan de anderhalve meter. Ik had nooit verwacht dat wij beschaafde mensen ooit zó bang zouden worden voor een virus die niet zichtbaar, maar o zo voelbaar aanwezig kan zijn. Soms, heel soms zelfs draag je hem ongemerkt met je mee. Dus uitkijken allemaal, en vergeet je mondkapje niet! 

Zelf sta ik hier meestal wat nuchter in. Ik eet gezond, zorg voor voldoende rust, neem wat extra groentes of vitamientjes en houd me aan de regels. Kortom, ik neem mijn verantwoordelijkheid. En gelukkig kan ik thuis behoorlijk wat knuffelen, zoenen, handenschudden en dichtbij komen. Veel zwaarder is dit alles voor zieken of alleengaanden, die niet bij een huishouden horen en dus echt alleen, op afstand van iedereen door het leven gaan. 

Zo ook deze vrouw. Twaalf lange jaren ploetert ze in haar uppie. Maar o wonder, ze heeft nu een medicijn. Een redmiddel. Eindelijk zal het goed met haar gaan. Verlangend kijkt ze uit naar de aanraking met Jezus. Euh, wacht even, aanraking? Met Jezus? Terwijl ze onrein is en afstand moet houden? Is dat niet een beetje onzinnig en levensgevaarlijk?! Moet ze niet haar verantwoordelijkheid nemen voor zichtzelf én al die mensen om Jezus heen? En wat te denken van Jezus zelf? Maar ze gaat. Is het hoop of wanhoop? Ze raakt zijn kleren aan, zoekt bescherming bij Hem en voelt dat ze geneest. Snel wegglippen is er niet bij. Bedekt in haar kapjes wordt ze toch herkent. Dochter noemt Jezus haar. Hij adopteert haar direct als kind van Zijn Vader, heet haar welkom in de familie en geneest, herstelt wat gebroken is. Hij werd van deze onreine niet onrein, maar maakte met Zijn reinheid deze vrouw rein. 

Zo'n gebeurtenis maakt me ten opzichte van de tijd van nu nuchter. Ik weet me een kind van mijn Vader. Ik weet me veilig bij Hem. Hij beschermt, misschien inderdaad wel dwars door de dood heen. Maar dan nog. Ik zoek het gevaar niet op, maar ik ga ook niet als een angsthaasje de supermarkt in, ontlopend wie geen kapje heeft. Ik zie vooral achter zo'n mondkapje een angstige maatschappij die niet weet waar ze haar houvast en bescherming moet zoeken. Tegen jou wil ik zeggen: Laat de angst voor ziekte en dood niet overheersen terwijl je leeft! Er is Eén iemand die de kroon (corona) van eeuwigheid draagt. Ook voor jou. Hij is Mijn Koning en Hij regeert over leven en dood. Waakt over mij en jou. Of je nu met of zonder mondkapje loopt, Hij ziet je hart. Dus neem ik mijn verantwoordelijkheid en schuil bij Hem. Hij omhelst, Hij geeft liefde, Hij komt heel dichtbij. Hij is er. En zal zijn. Nu en altijd.


Geïnspireerd door: Laat je bevrijden, Charles Martin


woensdag 30 september 2020

Maatje gezocht

Het was me wat, dat dagje Utrecht. Wat heeft Rob genoten en wat was hij moe. Een pretpark is er niets bij! 

In gedachten ga ik nog even terug naar dat plekje daar bij het water op Hoog Catharijne. We zaten bij een bekend en heel goed koffietentje, aan de rand van hun terras. Vlak naast ons strand een groepje jongeren. Met veel gelach en gebazel gaan ze zitten aan de rand van het watertje. Ze hebben in de tent naast ons wat kouds gehaald, een sorbet, een milkshake of een gewoon ijsje. Ze genieten enorm van het samenzijn en van elkaar. Zelfs die ene jongen, die niet mee doet met selfies, zich niet bemoeit met de rest en wat apart zit, geniet. Waarvan? Misschien wel gewoon van het feit dat, hoewel hij niet meedoet en niet meepraat, er wel bij hoort. Hij zit daar tevreden, gefocust op zijn ijsje, vriend te zijn.

Op het moment dat ik dat zie en denk wordt het zwaar in mij. Heel erg zwaar. Ik zit hier met mijn zoon. Hij is ook tevreden met zijn koffie en zijn moeder. Hij is gefocust op het lekkers maar vooral op zichzelf en zijn vermoeidheid. Hij weet dat er straks iemand is die hem meeneemt naar het juiste perron, naast hem komt zitten, hem zegt wanneer hij uit de trein moet stappen en er voor zorgt dat hij straks thuis komt en uit kan rusten. Dus is hij ontspannen en maakt zich absoluut geen zorgen. Hij geniet. Maar met zijn moeder en zichzelf.

Dat hè, dat voelt opeens zo zwaar! Ik gun hem zo een vriendengroepje, al zijn het er maar twee of drie. Ik gun hem zo iemand speciaal voor hem, iemand die hem kent en accepteert en dan ook niets meer van hem verwacht. Zoals die jongeren daar, aan de rand van het water, hun vriend gewoon laten zitten maar hem blijven laten weten: je bent goed zoals je bent, je bent er één van ons. Want ik zie het gebeuren, ze staan op, gooien hun afval keurig weg, geven elkaar een boks of knuffel en gaan dan ieder hun eigen weg. Blij, tevreden, zich er niet van bewust dat ze enorm boffen met elkaar, maar evengoed enorm blij met elkaar. 

Ik slaak een diepe zucht. We zijn aan het proberen een maatje voor Rob te vinden, samen met Veens en Netwerk voor jou. Maar het wil niet echt lukken. Is onze wens te groot, één vriend voor onze Rob, of twee? Zijn we te kritisch? Ja, we willen iemand van zijn leeftijd, zodat het echt een vriend kan zijn. Nee, geen man van 30+ dus. Nee, ook geen meisje, dat kan zoveel gedoe op gaan leveren met die hormonen en zo. En ja, graag een positief iemand die mee kan bewegen met onze Rob die dat door zijn autisme niet zo goed kan. En echt hoor, deze mensen zijn er, dat weet ik. Maar waarom vinden we ze niet? 

- Zullen we gaan, ma? We pakken onze tassen bij elkaar en lopen langs het water terug naar de stationshal. - Ik zou nog een oliebol krijgen! O ja, toink, ik zucht. -Daarvoor moeten we wel helemaal naar buiten weer Rob. Wil je dat? Zeker wil hij dat! Maar dan zegtie opeens: -Kijk, ijs, ik kan ook een ijsje nemen, dan heb ik die nu, hoef ik niet naar buiten en zijn we eerder bij de trein. Strak plan boy.

 Soms, heel soms, beweegtie -onbewust- mee met mij. Die kleine, gouden verrassinkjes, die maken mijn leven mooi. Maar toch, die vrienden hè, ik kan toch niet altijd zo'n mama zijn? Wie is er om er voor te zorgen dat mijn zoon steeds weer op het juiste perron uit komt? 

Pagina's