donderdag 9 augustus 2018

Achtendertig jaar op een ligmat

Ik zie ik zie wat jij niet zie...
Wie weet het verder?
Dominee kijkt vragend de kerkzaal in. Ik zie, Ik zie...
Zo is Jezus! Hij ziet wat niemand ziet. Hij ziet JOU!

De preek gaat over de man in Bethesda. Al 38 jaar ligt hij ziek te zijn zonder uitzicht op genezing want: 'Ik heb geen mens'. En dan is Jezus daar. En vraagt of hij gezond wil worden.
Ik vond dat altijd een beetje een rare vraag. Duh-uh. Tuurlijk wil hij dat, vulde ik dan in.
Maar moet je eens indenken wat dat voor deze man heeft betekent. Na achtendertig jaar weer de maatschappij in. Op zoek naar een woonplek, een baan. Op zoek naar vrienden. Die hem waarschijnlijk niet meer herkennen. Die hem niet trouw hebben bezocht. Nieuwe vrienden maken dus maar. Na achtendertig jaar meedoen met de rest alsof je nooit anders hebt gedaan. Alsof je niet een groot deel van je leven op een matje hebt doorgebracht. Niet heel onwaarschijnlijk dat die man dat niet meer zag zitten en liever zijn matje sleet in de jaren die nog zouden volgen.

Los van het feit dat deze man wél wilde genezen, los van het feit dat Jezus hem zag en hem genas, blijf ik toch verwonderd over de opdracht: neem je ligmat op.
Waarom zou dat nu gemoeten hebben? Dat matje hè, daar moet je niet al te veel over na denken maar hoe zal dat er uit hebben gezien. Na zoveel jaren gediend te hebben als matras, maar misschien ook als eettafel en toilet... Sorry maar.. de man is niet in staat om op tijd naar het genezende water te gaan en zal dus ook niet veel energie gehad hebben voor een uitgebreide douche...

En echt, het is een detail, maar de vraag blijft een beetje in mijn hoofd. Zegt Paulus niet in de Bijbel dat je dat wat achter je ligt los moet laten en je uit moet strekken naar wat voor je is? Dat je al je zonden mag wegdoen als je belijdt dat Jezus je Verlosser is? Ik zou m'n matje lekker achter me gelaten hebben, het is voorbij dus niet meer aan denken!
De man wordt genezen en en Jezus zegt hem: 'Ga heen en zondig niet meer, zodat je niet wat ergers overkomt.' Is dat vieze vuile matje misschien  een herinnering aan wat geweest is en aan wat Jezus voor hem deed? Zodat hij als hij in verleiding komt, niet weer een misstap maakt maar juist wél denkt aan wat er is gebeurd en hoe genezen hij is? En hij klein van zichzelf  en groot van Jezus leert denken?
Of had het te maken met het vervolg? Is het een test? Want er staat: en het was sabbat... Daar zit nog een verhaal aan vast, want op sabbat mocht er van de leiders van het volk niets gedragen worden. Zelfs geen vies aangekoekt half verteerd matje.

Dominee liet het matje liggen.Maar de man pakte het op en deed gehoorzaam wat Jezus hem vroeg. Ik weet niet het waarom van deze kleine opdracht. Ik weet wel dat hij het gewoon deed.
God de Vader zei aan het begin en aan het einde van Jezus' bediening op aarde: 'Dit is Mijn geliefde Zoon in wie ik vreugde vind. Luister naar Hem'. En nog voor de genezen man wist Wie Jezus eigenlijk echt is, de Redder, Dé Verlosser, deed hij het goede. Omdat hem goed gedaan werd. Omdat hij gezien werd. Jezus zag hem. Om Hem gaat het. Laat dat matje maar liggen, dat is van minder belang. Het gaat om Jezus. Hij ziet, Hij ziet wat ik niet zie. Jezus ziet jou. Zeker weten!

Je vindt dit verhaal in de Bijbel, Johannes 5:1-8 of 1-18




dinsdag 31 juli 2018

Stress on the mountains (2)

-Gutentag. Ich ben... euh, overnieuw.
Rob is in zijn element. Samen met ons doet hij boodschappen bij de 'supermarket om de hoek' in Duitsland. We laten de jongens niet samen als we een poos weg zijn (thuis doen we dat ook niet), maar dat is geen straf voor Rob. Hij houdt van winkelen. En glom toen ik hem zei dat hij de supermarket vast in mocht, terwijl wij eerst naar een andere winkel gingen.
Dus eenmaal bij de kassa zei hij tegen ons: ik praat wel. Dus, even overnieuw:
-Gutentag, ich bin Henk. (rust) En ik heb ADHD (???!!!)
Stomverbaasd staar ik hem een kleine seconde aan en barst in lachen uit. De anderen met mij. Hoe hij daar ook staat: manshoog, mansbreed, stralend hoofd, dichtgeknepen oogjes. Het moment van de dag is deze. Samen met de andere klanten lachen we spontaan om zijn grap, hijzelf nog het hardst.

Rob is een compleet andere jongen dan Geert. Doet zijn uiterste best om het mensen naar hun zin te maken, ook wel pleasen genoemd. Kan daarbij zelfs over zichzelf heen walsen. In combinatie met een leven onder één dak met Geert voel je het al: het leven is spannend! Ook thuis. En al helemaal in het vakantiehuisje.

De eerste dagen gingen nog wel redelijk, al kostte het hem moeite om aan het gevraagde van Gerco toe te geven of om nee te zeggen, iets wat wij erg stimuleren. Ook Rob mag zijn eigen keuzes maken.
Maar ik zie hem inkakken. En vanaf donderdag is hij zó moe -we waren maandag gekomen-, dat hij verlangend vraagt of we niet naar huis kunnen. Die nacht slaapt hij haast niet. Zijn eczeem begint weer op te spelen, hij heeft een vol hoofd en  het is, uiteraard, warm. Maar een simpele diagnose is al snel gesteld: beginnend last van heimwee. Via de app vragen we aan de zussen wat foto's van zijn konijn en zijn moestuintje. Dat doet hem zichtbaar goed!


Robs kledingkast op vakantie
Dapper voetbalt hij regelmatig met ons mee en we geven hem complimenten: ook hij gaat goed vooruit! We tellen de nachtjes, de dagen en bespreken hoe en wat de plannen zijn: jij mag lekker schilderen en knutselen, verder doen we gewoon niets of alleen wat je fijn vindt om te doen. Zoiets als 'niets moet, alles mag'. Is trouwens een erg goed boekje, wat ik momenteel niet aan het lezen ben :)
Zo ging Rob zaterdagavond met papa naar de Bingo. En bijna, ja echt bijna, won hij een mega grote knuffel van My Little Pony. Bíjna! Papa blij! (Dat past echt niet meer in de auto.) Rob wat teleurgesteld. Tot hij mij ziet. En de oplossing weet.
-Jij bent My Little Pony. En hij kwijlt verliefd knipperend met zijn smalle oogjes naar zijn eigen Little Pony...

Twee zoons. Zo verschillend. Zo onze kinderen. Zo dankbaar voor wie ze zijn. Maar ook vaak zo'n grote uitdaging en zo vermoeiend!
Voor allebei was het heel erg spannend, zo'n vakantie met vier. De één wil 'de baas' zijn. De ander gaat pleasen. Over één ding waren ze het eens: ze wilden snel weer naar huis. En over nog iets zijn ze het eens: ze willen nooit, maar dan ook nooit meer op vakantie.
-Jullie gaan maar samen! roepen ze gezamenlijk.
Mee eens!




maandag 23 juli 2018

Stress on the mountains (1)

-Euh... ja-ah. Volgens de Tomtom moet je er hierin.
Maar mijn stem klinkt wat aarzelend. Het is wel heel smal hier... En het lijkt loodrecht omhoog te lopen. Brrr... Bedachtzaam zet mijn man de richtingaanwijzer naar rechts. Zoals de Tomtom zegt.

Cochem gaat het worden dit jaar. Een week geleden geboekt voor een leuke prijs terwijl de faciliteiten en activiteiten op het park en de bungalow zelf natuurlijk hetzelfde blijven. Wat willen we nog meer??
Nou... ik zou willen dat ik me er wat beter bij voelde. Ik voel zoveel spanning. Gewoon omdat we gaan met onze twee jongens, die niet heel goed met elkaar kunnen. Geert is Rob duidelijk de baas in heel veel dingen en Rob is te zacht van karakter om daar tegen op te kunnen. Wat hem veel onrust geeft en verstopte boosheid. En dan vooral niet vergeten dat Geert meestal zo'n dag of vier nodig heeft om te wennen en de boel wat meer over te laten aan hoe het komt in plaats van aan zijn eigen controle. Dus ja, ik heb reuze veel zin in deze week, maar de combi maakt me gestrest.

Langzaam stuurt manlief onze auto het steegje in. Om even later een beklimming te beginnen waar je 'U' tegen zegt. Sorry hoor Tomtom, dit lijkt een beetje Domdom! De stijging is zo'n spannend gebeuren voor ons simpele en onervaren Nederlanders en de haarspeldbochten zijn werkelijk haarspeldachtig. Eenmaal boven (en bij het vakantieoord!) staat het zweet me in de handen en geef ik manlief een groot compliment. Respect! Pff!!!

En ik bedenk me dat mijn moeder het al zei:
-Oh, Cochem, ja, als je dan op de Moezel gaat varen zie je boven op de berg dat park liggen. Leuk!!! Leuk??
En ik zag het voor me: een piramide-achtige berg met bovenop een huisje. Wat haast omvalt als je te snel omdraait in je bed... Wat schudt op het fundament als je de bal er niet tegen aan rolt, maar er tegen aan schopt...
Niets van dat alles is waar. De top is niet zo puntig als een piramide. Het huisje staat er niet alleen en als je de rit er naar toe even vergeet, vergeet je tegelijk ook dat je op een berg zit. Wat ik overigens jammer vind. Ik zie graag bergen in plaats van dat ik er op zit :)

Inmiddels zijn we weer thuis. Hebben we de afdaling een aantal keer gedaan en zijn we ook weer een paar keer terug gegaan. Alles went.
Behalve dan de vakantie zelf. Het was bikkelen. Geert was door de dolle heen. En dan bedoel ik dat niet heel positief. Geert wilde samen op vakantie, omdat we dan 'eindelijk weer eens wat samen zouden gaan doen'. Zijn 'samen dingen doen' was vooral voetbal, voetbal en voetbal. Nee! Niet alleen met mama. Ook met papa en Rob! Vaak gaven we toe om de lieve vrede. Maar dat boottochtje op de Moezel liet ik al snel los. Een dagje Cochem was binnen twee uur klaar en samen een wandeling of een spelletje konden we op onze buik schrijven. Samen zwemmen? Nee, Geert houdt niet van nat worden. Samen wandelen? Duh-uh... dat doe je toch niet?

De televisie heeft ons gered. Die hebben we thuis niet, maar samen kijken was echt leuk. De wifi
redde ons ook. Soms. Als tie het deed. Want die hebben we thuis beter. En de bal. De voetbal. Echt, ik kan bijna in het dameselftal, zo goed ben ik geworden. Al was het compliment van mijn mannen duidelijk wat minder groot, ik vind dat het zo is.
Vooral gebed heeft ons gered. Wat heb ik gebeden! Bijna dag en nacht. Elke keer weer als er een klapper was, dagelijks een keer of vijf, zes bad ik om Gods Geest van vrede, liefde en geduld. En vertelde ik satan dat we niet van hem zijn maar van Jezus en dat hij dus lekker mocht opduvelen. (Ik las het boekje' Vurig' over gebed en dat kwam precies op het goede moment). En elke keer weer kreeg ik rust en tact om de ruzie te beslechten, de jongens rustig te maken of gewoon om simpel weg te voetballen. Prijs God voor zoveel genade voor ons gezin!

De enige actie van het park zelf was, inderdaad, een voetbalwedstrijd, waar Geert hoopvol naar uit keek. De rest van wat op de site stond, bestond niet denk ik. Maar die voetbalwedstrijd, dat ging gebeuren.
Die ochtend voetbalt Geert een kleine twintig minuten met een groepje jongens tussen de 6 en 11 jaar. Daarna wordt de wedstrijd, nog voor het echt begon, afgelast in verband met een valpartij. Boos en teleurgesteld, maar manmoedig verdraagt Geert dit grote verlies. Nu weet hij het zeker: deze vakantie is geen klap aan! En zoals elke dag zegt hij het weer: Ik wil naar huis! Broer beaamt dat ruimhartig. Wij ook.


Geert is een jongen van grote, grote verwachtingen. We kunnen dat niet waar maken, wat we ook doen. De allergrootste verwachting was de hele week: maandag gaan we naar huis. En dát ging lukken!  Heerlijk, weer ons eigen huis, onze eigen spullen, onze eigen Rob, onze eigen Geert. Die overigens even moet afreageren. Er dringt heel veel kabaal van zijn slaapkamer tot hier beneden door. Maar daarna is hij er weer. En hoe!

- Mam, kunnen we voetballen???


donderdag 12 juli 2018

Zooi ruimen bij Groot Nieuws Radio

Gerelateerde afbeeldingEigenlijk luister ik het nooit, Groot Nieuws Radio. Vaak alleen als ik in de auto zit. Ook deze middag, als ik Rob van zijn laatste schooldag af gaan halen. Een interview met de NBG, Nederlands Bijbelgenootschap. Over groen en milieubewust en zooi opruimen. Nadat de Groene Bijbel uiteindelijk niet in de verkoop mocht, hebben ze nu iets anders bedacht, nl: maak je Bijbel groen.
Gelijk een beetje vakgebied voor mij, dus luisteren maar.

Ruim je de troep op van de ander? Niet van je kind of man, maar van de medemens die zijn troep neergooit op straat? De stelling bij Groot Nieuws is duidelijk. De uitkomst beter dan ik had verwacht: 55% wel, 45% niet. Ik hoor bij die 45%. Ik zie de troep wel liggen, maar ik denk er überhaupt niet aan om het op te pakken en weg te gooien. Dom? Ondoordacht denk ik.
Afbeeldingsresultaat voor blikvangerDat zegt de geïnterviewde ook. Mensen die hun zooi achter laten op straat, vaak op een paar stappen van de prullenbak vandaan, zijn Onwetend, Onopgevoed en Ongeïnteresseerd. Mensen die het laten liggen ook? Misschien ja.


Maar dan zegt die man zoiets moois. Luister, hij zegt: Waarom zou je de troep van de ander opruimen? Doe als Jezus. Hij kwam naar de wereld om onze troep op te ruimen. Onze zooi, ons vuil. Hij raapte het op, nam het mee en maakte daardoor Zichzelf tot afval. Jesaja zegt het zo: Gestalte of glorie had Hij niet, als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben. (Jesaja 53: 2) Alleen daarom al zouden wij de troep van de ander vanuit Gods liefde voor de schepping op moeten willen ruimen. Moeten willen ja. Als opdracht en uit liefde.

Als ik die avond met Rob een rondje surfvijver loop, zie ik ze: blikje hier, zakje daar. Op zich valt het mee, maar toch. Er ligt zeker wel wat. Omdat ik niets bij me heb en geen prullenbak zie, laat ik het liggen. Maar wie weet neem ik de volgende keer een zak mee. Als ik er aan denk. Want ik weet nu. Ik ben zeker wel opgevoed en wil daarin ook een voorbeeld zijn voor mijn kinderen. En stiekem raakte ik best een beetje geïnteresseerd en geprikkeld door wat deze man op de radio zei. Want ik wil doen zoals Jezus deed. Daar hoort puin ruimen dus ook bij.... Trouwens. Geen zooi laten slingeren ook. Dat is voor iedereen een eerste begin. Zowel letterlijk als geestelijk.
Tjonge, wat een les. Zomaar, onderweg naar school. In de auto. Op de radio.


donderdag 5 juli 2018

Kom, ga je mee??

Hé Aline, ga je ook mee?
Verbaasd spring ik op. Een stel buurvrouwen staan voor het open raam, lees: gat in de muur, enthousiast te roepen dat ik mee moet gaan. Snel schuif ik in mijn slippers, hijs mijn lange kleding op gepaste maar ook praktische hoogte en ren naar de deur. In de gauwigheid pak ik snel nog even mijn hoofddoek en al lopend bevestig ik hem over mijn dikke bos haren.

Het is warm buiten, hier in de woestijn, maar dat deert ons niet. We zijn niet anders gewend. Haastig loop ik de buurvrouwen achter na en als ik hen ingehaald heb stotter ik wat onverstaanbare woorden. Even diep ademhalen en dan: - Wat is er aan de hand, waar gaan we heen?

Al snel wordt het me duidelijk, maar ook weer niet. Er komt hoop in mijn hart en heel veel verwachting. Zou het? Eindelijk weer eens? Direct stop ik die verwachting weer ver weg. Immers, het is al jaren doodstil en er is geen enkel leven meer geweest van Boven sinds een jaar of 400 geleden de laatste profeet ons vertelde over de Messias die zou gaan komen. En nu zeggen mijn buren dat er weer een profeet is die vertelt over God, onze JHWH?
Twijfel en verwachting wisselen elkaar in hoog tempo af, terwijl we door lopen naar het water, de ontmoetingsplek van ons Galileers.

Zou het zo gegaan zijn? De hoop en verwachting van veel mensen in Israël, die uitkeken naar de beloofde Messias en naar een teken van leven van hun God, die zich 'Ik ben' laat noemen?
Tijdens een stil moment vandaag las ik in de Bijbel Mattheus 3. En ik bedacht me hoe anders het nu zou gaan. Zouden mijn buurvrouwen nu voor de deur staan om me mee te vragen? Of, zou ik de buren uitnodigen mee te gaan? Ik verwacht dat ik op z'n minst eerst even mijn werk wil afmaken, mijn blog wil afschrijven. Veel mensen zouden zeggen: joh, doe eens rustig, zo'n haast heeft dat nu niet. Weet je ik app het wel even in mijn buurtapp, gezinsapp, familie-app, werkapp en vriendenapp. Dan komen ze vanzelf.
Of niet.
En we laten elkaar met 'rust', blijven elk ons eigen ding doen en vergeten dat het Koninkrijk van God dichtbij gekomen is, vlakbij, 'gewoon' in ons midden.

En ik denk bij me zelf: ben ik niet veel te tolerant? Veel te makkelijk? Veel te onbewogen met het lot van mijn omgeving, omdat ik ze nog nooit heb uitgenodigd om Jezus te laten zien? In Hem is het Koninkrijk van God bij ons gekomen en door Zijn Geest werkt Hij in ons verder.
Het heeft te maken met luisteren naar Zijn stem en met lef. Vol Liefde, Eerlijk en Fijngevoelig op iemand afstappen en haar gewoon eens vragen of ze meedoet, zodat het Koninkrijk van God gezien mag worden, beleefd mag worden en helemaal door zal breken in haar hart. En in de mijne. En we zo liefde en vreugde uit mogen stralen naar de mensen die God op ons pad brengt.
O God, Dank voor Uw Koninkrijk hier. Vul mijn hart met meer lef en gehoorzaamheid!



dinsdag 12 juni 2018

Lopen op het water

Terwijl ik in slaap probeer te vallen worden mijn gedachten opeens geprikkeld tot nadenken over wat ik die dag heb gelezen.
Ik ben bezig in het boek van Martin Koornstra getiteld 'Wonderen van het Koninkrijk' en deze dag heb ik gelezen over het wonder van Petrus.
Het wonder van Petrus? Ja, zo noem ik het vaak. Je weet wel, Petrus, die zo enthousiast was en altijd op de voorgrond staat. Petrus intrigeert me enorm, omdat ik zijn enthousiasme herken en zijn 'doen zonder denken'. Het hoofd stoten omdat hij weer voor zijn beurt sprak of te impulsief handelde. Maar dat ene verhaal, waar hij op het water loopt, dat is toch wel helemaal gaaf!
De auteur beschrijft het niet als 'Het wonder van Petrus', dat moet ik er wel even bij zeggen tuurlijk. Maar zeg je dit in de volksmond, dan weet iedere christen direct dat het gaat over 'Lopen op het water'.
Petrus liep op het water naar Jezus toe. Waarom? Omdat, zo zegt Martin, hij wil doen wat Jezus doet. Hij wil zijn wie Jezus is en hij wil lijken op Jezus.
Precies zoals het de bedoeling is, denk ik. Een verlangen wat ons allemaal helemaal mag helpen uitstrekken naar Jezus, om zo Zijn liefde te ontvangen en door te geven aan de mensen om ons heen.

Maar... denk ik al starend in het donker, leggen wij niet veel te veel de nadruk op Petrus? Dat hij vraagt of hij komen mag. Dat hij gaat. Dat hij zinkt en dus niet voldoende vertrouwt en we leren hieruit de les: zo moet het niet! Vertrouw op Jezus, ook als je op het water loopt. Ook al was dat je eigen keus, je eigen vraag aan Jezus en wilde je zelf die eerste stap zetten.

Ik wil voor mezelf deze geschiedenis anders gaan zien. Dankzij wat ik las kom ik tot dit inzicht denk ik.
Niet Petrus deed hier heel dapper en goed. Het was Jezus die het wonder deed. Hij liep op het water en komt naar ons toe. Hij weet het als ik in nood ben en laat mij nooit alleen. Sterker nog, Hij ziet me. Al is het pikdonker en zwabber ik rond in het duister in mijn levensbootje in de storm, Hij ziet me. Hij kent me. Hij weet wat ik doormaak. Hij is bij me! Hij houdt me in de gaten en blijft voor me zorgen, zelfs als het stormt! Wat er dan verder gebeurt is niet zo belangrijk meer. Of ik blijf zitten en wacht tot Jezus bij me is, in een innige omhelzing om me te troosten en de storm te stillen. Of dat ik niet wachten kan om bij Hem te komen en Hem vraag of ik alstublieft ook mag kunnen wat Hij doet: uitstappen en over het water lopen, het maakt niet uit. Wetend dat Hij mij op het oog heeft, kan ik elke storm aan. Dus staar ik op mijn levensbootje in de storm het donker in, wetend dat Jezus daar is en Hij mij al ziet voor ik Hem zie. Wetend dat ik alleen van Hem hulp kan verwachten en dat Hij de storm tot rust zal brengen, mij veilig naar de overkant zal leiden. Niets zal mij kunnen overkomen omdat Hij bij me is. Ook als ik het niet zie omdat het donker is. Ook als het stormt weet ik: Mijn Jezus is altijd bij. Ik houdt mijn oog op Hem gericht omdat Hij mij als eerste zag! Wat een wonder!


Maar euh.. ik ben dol op zee en ik zou dus eigenlijk best wel eens willen doen wat Jezus deed. En dan niet alleen lopen over het water! :)




woensdag 6 juni 2018

Wonderlijke zondag

-Echt Rob, ik vind dat gewoon niet fijn!
-Nou, dan ga ik niet meer naar Wonderlijke zondag*.
En daarmee lijkt de kous af.

Het is zondagavond, kwart over zeven. Geert is naar een jeugdclub en Willeke is goed beroerd van het kiezen van haar verstandskies. Rob en ik zitten op de bank en manlief op een stoel er vlak bij.
En ik probeer Rob te zeggen dat ik het niet fijn vind om zijn rug te aaien tijdens de dienst van Wonderlijke zondag. Het staat zo stom! Moet je indenken: hij is ruim 1.80 meter lang en dus een kop groter dan ik ben. Ook dubbel zo breed. Maar in hem huist een kind van een jaar of acht, wat in drukte en lawaai vooral rust vindt door aangeraakt te worden. 'Rugje (!) aaien' noemt hij dat. Nou, dat rugje is inmiddels een meter lang en een halve breed, dus je snapt misschien wel dat ik er moeite mee heb.
Maar... niet naar Wonderlijke zondag? Dat is het laatste waar hij nog heen wil! Dat is de plek waar hij voor zichzelf (en zijn ontstoken tenen) laat bidden en waar hij veel zegen ontvangt. Alleen al door er te zijn komt hij tot rust. Al voordat ik zijn rug aai zelfs.

Een uurtje later gaan we toch op weg. Ik heb beloofd dat als we alleen zitten, ik wel zijn rug kan aaien als dat nodig is, maar niet de hele tijd. Dat doet mijn lichaam pijn en ik wil gewoon lekker mee kunnen zingen en zo. Er is een heel gesprekje over geweest. Want met dat ik vertelde dat dat aaien niet doorging, kwam er een heleboel negativiteit. Dat God zijn tenen nog steeds niet had genezen. Al zes jaar loopt hij op ontstoken tenen en het gaat maar niet over. Hij begint over het feit dat hij te dik en te zwaar is en dat anderen hem daarom uitlachen en uitschelden.
Ik begin over God, die hem wonderlijk mooi gemaakt heeft. Die van Hem houdt en een plan met hem heeft. Hij is hier immers niet voor niets? Dat God hem in Jezus goedkeurt en aanvaardt zoals hij is en Hij ook wil en kan genezen. Dat God Zijn Vader is. Nou, dat laatste was echt niet waar hè. Rob keek me verontwaardigd aan. Zijn vader zit hier tegenover hem en die zorgt voor hem en verder niet. Ach, dat autisme ook hè. Soms lijkt het een groot struikelblok. Maar ook daar kan God doorheen werken, weet ik!

Als we binnen komen is de preek al afgelopen (dat doen we expres) en zijn ze al bezig met het bidden voor mensen. Haast iedereen staat in de rij. Rob loopt automatisch naar de 'tribune' en hij heeft geluk: er is haast niemand. Ik vraag aan degene die er wel is waarvoor ze aan het bidden zijn. Dat vind ik wel belangrijk om te weten. Stel je gaat in de rij staan en ze bidden voor een uitzending in Afrika. Haha, dat lijkt me niet echt wat. Als de rij haast weg is, gaan ook wij er bij staan. Ze hebben een rij van twee keer vijf mensen staan, waar je tussen door kunt lopen en die elk om de beurt voor je bidden en je zegenen. Je hoeft geen gebedspunten door te geven, je hoeft alleen maar langs hen te lopen.

Rob gaat eerst. De man zegent hem en spreekt hem toe: 'God houdt van jou! Hij zorgt voor jou en Hij heeft jou wonderlijk mooi gemaakt! Je bent geliefd bij Hem!' Nou moe, deze man zegt exact hetzelfde als dat ik een uur eerder tegen Rob zei. Ik krijg het er warm van! Hoe mooi is dit. ook anderen zegenen hem met goede woorden van God, maar omdat ikzelf aan de beurt ben, hoor ik dat niet meer. Dankbaar lopen we daarna terug naar boven. Rob voelt zich erg ontspannen en loom, geniet van het 'Oh Happy day!' en daarna is het al weer afgelopen.

's Avonds bij het naar bed brengen bid ik (alweer) indringend voor zijn tenen. Dinsdagochtend zie ik dat de zwelling in zijn grote teen opeens gehalveerd is. Dankbaar dat we nu eindelijk verbetering zien blijf ik bidden voor volledig herstel. Want volgens Rob gaat hij pas geloven in God als Hij de tenen geneest. En hij heeft er haast het geduld niet meer voor. Maar o ja, wat las ik net: 'Als wij willen stoppen, ziet Jezus een kans'**. Nou dat hè, dat is zo.Volhouden dus!Bidden en ach, soms even rugje aaien.

* https://www.royalmission.nl/activiteiten/wonderlijke-zondag
** Wonderen van het Koninkrijk, M. Koornstra, pag.121



maandag 28 mei 2018

Jezus is De Rots

Eén! Twee! Drie! Knal!! Het water uit de rots stroomt naar het volk en de mensen drinken gulzig van deze frisse drank. Hun dorst verlept hun bewondering voor wat er gebeurt. Dat is immers niet zo belangrijk? Water moeten ze in deze droge woestijn. Water! Anders hadden ze toch veel beter in Egypte kunnen blijven?
Mozes wist werkelijk niet wat hij met al die boze mensen van het volk Israël aan moest. Hij deed het enige wat hij doen kon en vroeg God om hulp. "Sla op de rots en Ik zal water geven." En zo gebeurde het. (Exodus 17:1-7)

Het is een poos later, nadat het volk de wet kreeg als Mozes aan God, Zijn trouwe Leider, vraagt om vergeving voor de zonden die het volk weer had gedaan. En daarbij vraagt hij: "Toon mij Uw heerlijkheid!" Maar nee, niemand kan God zien en leven. Toch heeft God een oplossing. Een idee. Hij vraagt Mozes naar de rots te komen. "Dan zal Ik u in de kloof van de rots zetten en u voorbijgaan. Zodat u Mijn achterzijde kunt zien. Hoe bijzonder! Mozes gaat de rots op. Zelfstandig! God pakt  hem op en zet hem in de kloof van die rots, beschermt met Zijn hand Mozes en gaat dan aan Hem voorbij. (Exodus 33:12-23)

Nog weer later herhaalt de geschiedenis zich. Het volk heeft geen water en moppert weer omdat ze kijken naar wat ze niet hebben. Zo herkenbaar. Mozes gaat weer tot God en Hij geeft Mozes de opdracht: "Spreek tot de rots en er zal water komen." Maar Mozes is zo boos! Hij slaat met zijn staf op de rots. Twee keer. Net als eerder. Toen werkte dat, nu vast ook, zo lijkt hij te denken. En ja! Er komt water. Heel bijzonder is dat. Dat God ondanks ongehoorzaamheid toch wil geven wat het volk nodig heeft. Dat is genade: Krijgen wat je niet verdient. (Numeri 20:2-13)

En dan eeuwen later. Jezus komt. En Zijn leven is lijden. Hij wordt geslagen aan het kruis en sterft voor onze verkeerde dingen en tekortkomingen. Maar Hij staat op en leeft! Waardoor ik bij Hem mag schuilen en zo God kan ontmoeten. Hij is de kloof in de rots waar ik veilig ben. Hij is Degene die tussen mij en God instaat. Mijn Borg, Bevrijder, Rots en Houvast. Ik in Hem zoals Mozes in de kloof van de rots. En dan ook Hij in mij. Altijd is Hij er, want Hij woont in mij. Kun je dat zelf? Nee. Ben ik daar dan helemaal voor van God afhankelijk? Nee! Het is een samenwerking. God zet in werking, Hij begint, maar jij moet gaan. Zoals Mozes de rots zelf op ging op bevel van God, waarna God Hem in de kloof zette.
Geloof je dat? Geloof je dat Hij de Enige is waarop je vaste grond onder de voeten hebt? De Enige waarbij je kunt schuilen? De Enige die je redt van de eeuwige dood?

Mozes dacht dat weer een keer slaan wel zou
helpen. En het hielp. Maar het was niet Gods bedoeling. Hij had moeten praten! Raar? Misschien. Maar ook dat wijst heen naar Jezus. Jezus hoefde niet twee keer te worden geslagen. Eén keer was genoeg om de hele mensheid te redden. Je mag rusten bij Hem en alles tegen Hem vertellen wat in je gedachten is, wat je bezig houdt, wat je geheim ook is. Alles mag je zeggen. En Hij wil helpen. Hij biedt bescherming en kracht. Hij is onwankelbaar en trouw. Altijd dezelfde. Toen en nu en altijd. Ga maar naar Hem toe en wordt gered. Vindt vrede en troost. En leef! Voor altijd met Hem!


Naar aanleiding van de preek van David de Vos, tweede Pinksterdag 2018, Opwekking

dinsdag 22 mei 2018

Het Kruis op de Berg en het Napalmmeisje

Het is een moeilijke keuze: doorlezen in het boek waar ik mee bezig ben? Of toch naar de herdenking op 'de berg'? Dat trekt me ook wel. Een vriend van ons heeft dat helemaal opgezet en daar zelfs een boek over geschreven (jawel: Het Kruis op de berg ) Mét het Napalmmeisje. Je hebt het misschien wel gehoord. Dat meisje dat in Vietnam op de vlucht moest. Haar kleren verbrand. Niets om 't lijf. En klik, zei de fotograaf. Best schokkend lijkt me dat. En ik ben benieuwd hoe dat een leven tekent.
Dus klap ik mijn boek dicht en spring op de fiets.

Het is een bijzonder moment. Ik ben vaak langs deze weg gereden, maar nog nooit had ik het kruis zien staan. De scholieren die namens hun school aanwezig zijn omdat zij dat kruis hebben geadopteerd zijn muisstil. Veel hebben er een taak, als bloemen leggen, trompet spelen, opnames maken. Ze doen dat met meer respect dan de fotografen moet ik eerlijk zeggen. Waarbij ik nu dus ook een beetje mijn frustratie daarover uit.

De toespraak van onze vriend Constant van den Heuvel, helemaal in het Engels, maakt al veel indruk. Zijn liefde voor de mensen die daar doodgeschoten zijn om voor de vrijheid van ons te vechten is aanraakbaar. Hij heeft zich helemaal verdiept in hun levens en hen een plek gegeven van erkenning, respect en herdenken. Het kruis op de berg.
De toespraak van Kim Phuc, het Napalmmeisje, is erg ontroerend. Stralend staat ze daar. Sprekend over dankbaar zijn en vergeven. Over liefde van God en liefde voor de medemens, ook voor vijanden.

Las ik net niet in mijn boek dat we door te vergeven de onvoorwaardelijke liefde en aanvaarding van God uitdragen naar de mensen om ons heen? (Op weg naar verzoening, NT Anderson)
De net gelezen woorden worden hier in de praktijk gebracht. Blij dat ik mijn boek dicht heb geslagen om even iets van die blijdschap van vergeven in andermans ogen te zien. Bijzonder hoe de dingen dan bij elkaar komen. Bijzonder hoe een Vietnam-meisje matcht met de oorlogslachtoffers van 74 jaar geleden. Bijzonder hoe God nog steeds werkt door mensen heen. Dwars door het duister en donker werkt Hij met Zijn licht en geeft Liefde door aan een ieder die dat aan wil nemen. En ja, de volle blijdschap ervaar je als je vergeeft. Dank je wel Constant. Dank je wel Kim Phuc. Dank U God, voor zoveel vergevende Liefde. Amazing Grace!




maandag 30 april 2018

God geeft meer dan je vraagt

-En, ga je meedoen zaterdag met volleybal?
Teleurgesteld schud ik mijn hoofd.
-Kan niet. Manlief doet al mee en dus moet ik bij Rob zijn. En, erger nog, ik weet niet eens of ik kan komen kijken, want meneer zegt niet mee te willen. En ja, dan ben ik ook thuis.
-Dusss, vraag ik hem opeens wat enthousiaster,  Als je niets te bidden hebt deze week, heb je hier een puntje. En dat gaat-ie doen, deze broeder in geloof.

-Kom ma, het is echt tijd!
Vol ongeduld staat Rob te wachten op me. In zijn hand een spandoek (lees: A4-papiertje) als aanmoediging voor het team van zijn broertje. Per slot van rekening redt papa zich heus wel.
We komen net op tijd binnen. De teams staan al startklaar. Broertje tegen papa, daar moeten we bij zijn. Vooral omdat papa zich wel redt.
Rob kiest positie aan de kant van broertje. Neemt zijn A4-tje in handen en begint aan te moedigen. Het is genieten zoals hij daar staat. Hij staat daar zoals iedereen zou willen, maar niemand durft. Hij staat daar 100% voor het jongste team wat faliekant gaat verliezen. maar Rob houdt vol. Wedstrijd na wedstrijd moedigt hij aan, en ook als ze het potje lijken te verliezen gaat hij door. Broertje verliest alles, maar het team waardeert Robs aanmoedigingen erg en blijven zich daardoor volledig geven.

En dan is daar opeens de broeder in geloof. Hij knikt van mij naar Rob en zijn ogen spreken duidelijke taal. Hij is er hè! Een big smile.
Ik denk even na. Dan opeens weet ik het weer. O ja!
-Heb je gebeden?
Zeker!
Beschaamd moet ik zeggen dat ik het ben vergeten. Er was zoveel meer deze week.
-Mooi is dat, zeg ik dus, als je het zelf vergeet gaan anderen ermee door! En je ziet het hè. We krijgen niet alleen maar dat Rob mee gaat. We krijgen zoveel meer! Rob is dolenthousiast en is de grootste aanmoediger van de hele zaal. Inclusief spandoek staat hij te juichen en te schreeuwen en te springen voor zijn broertje. God geeft meer dan we ooit hadden verwacht. Hij verhoort gebeden en vervult wensen. Zelfs, of juist ook zoiets simpels als een volleybalwedstrijd.

-En, houd je het nog een beetje vol? vraagt dominee aan Rob.
--Nou, zegt Rob, ik kak helemaal in!

Broertje 's laatste wedstrijd laat hem opeens koud.
-Ik wil naar huis, moedertje. En hij gaapt eens flink. Ik kak helemaal in.

De finale die manlief spelen moet, zien we dus niet. Maar het maakt niet uit. Het was een topavond. Echt gebedsverhoring. Mede dank zij aan een broertje in geloof hoefde ik alleen maar ontvangen.