Posts tonen met het label gezondheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezondheid. Alle posts tonen

woensdag 24 februari 2021

Het is nooit to much

 'Al was het maar één kruimel.'

De titel van het dagboekstukje staart me vrolijk aan, de donkeroranje letters doen vóórkomen alsof dit de mooiste woorden uit de Bijbel zijn. En nog voor ik begin te lezen voel ik de ergernis. Zoals altijd als ik dit lees. 

'Al was het maar één kruimel.'

De zin uit de Bijbel is uitgesproken door een vrouw die niet bij het volk van Israël hoorde, maar wel aan Jezus vroeg om genezing. Het gesprek gaat over in een voorbeeld waarin de vrouw uiteindelijk zegt dat de honden die rond de eettafel lopen de kruimeltjes die de kinderen laten vallen, onder die tafel oplikken. 

'Al was het maar één kruimel.'

Heeft de vrouw het hier over zichzelf, dat ze als een hondje de kruimels likt? Zo wordt het wel vaak gebracht. Maar mijns inziens gaat ze gewoon mee in het voorbeeld wat Jezus haar geeft. Hij zegt eerder in het gesprek dat het niet goed is eerst de hondjes iets te geven nog voor de kinderen het brood hebben gehad. En ja, daar kan ik het wel mee eens zijn. En deze vrouw beaamt dat. Ja zegt ze, maar diezelfde hondjes likken wel de kruimels onder tafel op.

'Al was het maar één kruimel.'

Heeft de vrouw genoeg aan een kruimel? Of: Moeten wij God bidden om een kruimel genade, een beetje genezing? Terwijl Zijn enorme liefde voor ons, ons alles wil geven wat we nodig hebben? Mogen we genoegen nemen met alleen maar een kruimel van Zijn heerlijkheid? Lees maar eens goed. De vrouw komt naar Jezus toe om te vragen of Hij de demon uit haar dochter wilt uitwerpen. Niet een beetje demon, niet een kruimeltje demon maar gewoon helemaal. Voor altijd over en uit dat meiske, volledig genezen. Dus als we het voorbeeld van deze niet Joodse vrouw mogen volgen, mogen we bidden om alles, compleet en volledig. Eenvoudig weg omdat Jezus geen half werk doet.

'Al was het maar één kruimel.'

De laatste tijd hoor ik enorm veel bidden in allerlei kerken. Wat bidden we? Of de maatregelen weer minder mogen worden, of corona minder mag worden, of het vaccin wel helpt, en o ja, dank U Heere, voor het vaccin 😳 Laatst hoorde ik een dominee die wel dankte voor het vaccin maar niet bad of God de corona compleet wilde verwijderen, verwoesten, uitwerpen. Als die vrouw die dat bidt voor haar dochtertje. Werp hem uit Heere, die demon en maak alstublieft mijn dochtertje gezond! 

'Al was het maar één kruimel.'

Misschien is het goed. Nee, fout. Het is goed om samen op de knieën te gaan, onze plaats te weten, klein voor onze God te worden, onze schuld te belijden, ook de collectieve schuld van ons land en in Zijn Naam te bidden dat corona compleet verdwijnt. En niet alleen dat virus, maar ook al het lijden wat het met zich mee brengt. Psychisch, sociaal, financieel en maatschappelijk. Niet zodat we door kunnen in deze wereld zoals we gewend zijn of waren, maar tot eer van onze God en Heere, die alle ziekten, alle zonden op zich genomen heeft zodat Hij ons Zijn liefde kon geven.

'Al was het maar één kruimel.'

Nee, Hij gaf zichzelf. Hij gaf alles. En dat wil Hij nog doen. Bid daarom om herstel, vernieuwing,  bekering en gezondheid in Zijn Naam. Hij geeft graag en in overvloed. Vaak is dat meer dan we durven vragen. Dus waarom niet gewoon doen? 

donderdag 14 januari 2021

Jezus regeert

'Nog een dag, dan is het huis weer voor onszelf, heb ik af en toe het huis weer alleen en kunnen we weer wonen op de plek die daarvoor is bedoeld.'

Hiermee eindigde ik mijn vorige blog van o zo 2020. Want dat is wat ik dacht dat er ging gebeuren. Maar niets is wat het lijkt. Diezelfde dag kwam manlief thuis met wat klachten als hoesten en moe. Logisch, na zo'n verbouwing klap je toch een beetje in, niet waar? Maar de klachten bleven en verergerden en vanaf toen zaten we zomaar opeens in quarantaine. Dolblij waren we dat het niet wat eerder gebeurde! Dan had zoveel niet door kunnen gaan! Nu konden we volop genieten van onze nieuwe keuken, de houtkachel en ons oude maar o zo vertrouwde bankstel. Maar het voelde wat vreemd. Niet thuis. En het was natuurlijk een verplicht nummertje, dat thuisblijven. Niets aan dus. Al het werk wat ons wachtte probeerde ik nog netjes te doen, maar vermoeidheid nam de overhand en de spierpijn die bij mij kwam opzetten was verre van normaal. Met totaal andere klachten, was de diagnose hetzelfde. Corona. Ook de jongens deden goed mee. En zo duurde het twee weken voor we weer naar buiten zijn gegaan. We brachten, net als vele anderen Kerst in afzondering door. Reikhalzend keek ik uit naar de dag dat ik weer klachtenvrij zou zijn en naar buiten mocht. Maar o help, zo simpel ging dat niet. Ergens was een blokkade ontstaan die me toefluisterde dat het buiten eng was. Er kwam een enorme onrust in mijn lijf die zich uitte in paniekaanvallen 's nachts. Als het donker dreigde, de straat in dikke duisternis was gehuld, mijn slaapkamer aanvoelde als een gevangenis en heel mijn lijf en geest protesteerden bij elk rustmoment die ik nam. Rust? Niets ervan. Actie! Bewegen! De manier om de onrust uit mijn lijf te krijgen. Maar ondertussen zag ik er enorm tegenop naar de super te gaan, te moeten gaan werken, helemaal in m'n uppie, zelfs zonder klanten! en weer bij al die andere mensen te zijn. Dit was echt heel raar. Ik herkende mezelf niet meer. Alles was anders geworden na twee weken binnen zitten. Mijn huis was anders, mooi maar best wennen en dat gaf een soort van vakantiegevoel. Mijn lijf deed gek, na de rust en het ziek zijn van twee weken, alsof ik op vakantie was in eigen huis. Dus dan zal buiten in deze grote donkere wereld ook wel alles anders zijn.

Ik ben als eerste naar de Ekoplaza gegaan. Gewoon omdat ik het daar niet druk verwachtte. Dat zou ik toch wel aan kunnen? En ja hoor, dat ging prima. Die ene klant achter me, dat was vooral gezellig. En langzaam maar zeker kwam ik tot de ontdekking dat de wereld niet zo heel gek anders was geworden in de afgelopen weken. Niet anders. Wel wat gekker. De mensen zijn niet meer zo vriendelijk, de meesten kijken me angstvallig aan, houden fikse afstand, of, onherkenbaar als ze zijn met zo'n mondkapje, ze komen te dichtbij zonder vriendelijk te doen. Het sfeertje van ik-voor-mezelf-en-jij-zoekt-het-maar-uit heeft absoluut de overhand gekregen. Angst lijkt te regeren en de onrust in mijn lijf doet daar lekker aan mee. 

Maar ho, wacht even, spreek ik mezelf toe. Wat nou angst regeert! Daar is toch zeker helemaal niets van waar? God regeert. Ik hoef niet bang te zijn, want Hij staat voor mij, achter mij, boven mij en onder mij. Hij is om mij heen en vooral ook in mij. Zijn Vrede en Licht regeren in mij en door mij heen. Ervaar ik dat steeds, leef ik steeds zo? Nee, de onrust neemt nog regelmatig de overhand. Want wat kan ik anders zeggen dan dat deze, door Zijn hand geschapen, wereld knettergek lijkt te zijn geworden? Maar toch weet ik: ik -en jij-, wij hoeven niet bang te zijn. Bij Hem zijn we veilig, wat er ook gebeurt. En ik moedig mezelf aan dát te blijven geloven, Hem te blijven zoeken en vinden, de relatie open te houden, het lijntje kort te houden en in Zijn aanwezigheid te schuilen. Hij is mijn enige houvast. Hij is  mijn Koning. Niet corona regeert, niet de angst regeert maar Jezus regeert. Zelfs dwars door onrust en duisternis heen regeert Hij met Zijn vrede en Licht in mij. Duizendmaal Dank o Heer!

dinsdag 12 mei 2020

Verborgen verstilling

Het is stil. Stil in mij. Alsof alles stil zou moeten zijn. Alsof alles stil zou moeten staan. Alsof de waas in mijn hoofd me belet verder te denken dan vandaag. De waas van witte wolle watten, fladders mist, vlokken, ijskoude dikke wintervlokken in mijn hoofd die me beletten me te bekommeren over het één en het ander. De ander ook.

Nee, ik ben niet als een gek boodschappen gaan doen voor de oude buurvrouw, liedjes gaan zingen, teksten gaan schrijven, mensen gaan opzoeken via de babbelbox, honderden kaarten gaan schrijven en noem nog maar wat van die honderd-en-een goede dingen die de wereld doet om elkaar door deze crisis heen te helpen op. Waar bij menigeen de adrenaline toesloeg en er enorm veel activiteiten kwamen keek ik toe. En ik dacht: mooi. Mooi dat anderen dit doen, want ik doe het niet. Ik kan het nu gewoon even niet. In mijn hoofd is dichte mist en dat is even heel erg jammer voor jullie.
Ik voel me er niet schuldig over. Eerder wat onverschillig. Boeiend wat de ander hiervan vindt, als ze al wat vinden, maar ik doe het nu even zo. Ik heb genoeg aan mezelf. Egoïstisch? Zelfzorg, zo zou ik het eerder willen noemen. Want als iets niet gaat maar je het per sé toch doet, krijgen anderen en jezelf dat razendsnel terug. Geloof me maar of geloof me niet, het is zoals ik het heb ervaren.

Dus trek ik me wat terug. Zorg voor mezelf. Vergeet anderen. Neem de tijd om te verwerken en te overdenken. Wát gebeurt er nu eigenlijk allemaal in deze wereld? Als iemand me dat nu eens gewoon kon uitleggen.... Het rondsluipende virus, de politieke onrust die dat wereldwijd teweeg brengt of gaat brengen, het Samen-Sterk, wat we niet zo heel lang meer gaan volhouden. Extra psychische problematiek, opstand tegen overheid, kwetsbaren die worden uitgebuit, de discussie van een zoveelste G in het netwerk, de vele doden, de niet te verwerken rouwprocessen. En alle verbanden die je hiertussen kunt leggen... Is er überhaupt iemand die dit nog kan -of wil- begrijpen?? Ik niet.

Lig ik dan nu urenlang ellendig te zijn in mijn kamertje, stil in de foetushouding op mijn bed te huilen en te peinzen? Nee hoor, daar hoef je niet bang voor te zijn. Gelukkig past dat totaal niet bij mij, al zou het me zomaar kunnen overkomen. Ik doe gewoon mijn ding hier in huis, ik doe mijn werk en geniet van de mooie dingen die ik zie gebeuren. Ik geniet van Gods schepping, van het contact met klanten, van mijn gezinsleden en vriendinnen. Maar toch... Het lijkt alsof dat genieten onder een laag stof ligt. In een mist of wattendeken. En soms komt het even voluit naar buiten, maar het zakt enorm snel weer terug naar waar het vandaan kwam. Dus ligt het meestal wat verborgen in de stilte van mijn ziel. Verborgen, omdat zoveel niet kan zoals ik gewend was en graag zou willen. Dat ik mijn vriendin niet begroeten kan zoals we gewend waren. Dat ik vandaag niet naar mijn jarige moeder ga, hoe graag ik ook zou willen. Wij gaan morgen en omdat we als kinderen om de beurt gaan, zie ik mijn broers en zussen en hun kinderen deze keer niet. En als ik ze spreek, op gepaste afstand, is er daarna altijd het knagende gevoel van missen. Omdat het niet zo spontaan is, omdat het niet zo dichtbij is, omdat het, nou ja, niet zo is als ik zou willen. Klink ik nu als een zeurend klein kind? Ik voel me eerder een gevoelig sociaal persoontje die er voluit voor de ander wil zijn. En dat niet kan.

En echt ik snap dat iedereen daar mee te kampen heeft. En iedereen gaat er anders mee om, het is allemaal oké. Maar mag ik het dan alsjeblieft lastig vinden? Mag ik gewoon niet willen wennen aan het nieuwe normaal? Oei wat een irritatie roepen die twee woorden bij mij op. Het nieuwe normaal, het zou wat zeg. Echt ik wil daar gewoon niet aan wennen, ik wil dat nooit normaal gaan vinden. Alles in mij spreekt dat enorm tegen!

Inmiddels wordt de waas elke dag wat minder zwaar. Alsof ik langzaam maar zeker door een soort van rouwproces heen kom om wat was en niet of voorlopig niet meer terug komt. Schrijf ik af en toe een kaartje of ik bel iemand omdat ik wil weten hoe het met hem of haar gaat. Kom ik langzaam weer terug bij mezelf en maak ik wat richtlijnen met mijn hart die ik wel kan doen, die nergens tegenin gaan maar toch fijn zijn om mee te maken. En zo ga ik mijn weg. Waar anderen inmiddels de adrenaline voelen verdwijnen en ze zich langzaam maar zeker af gaan vragen: Hoe lang nog?, ben ik op het punt van: hallo daar, ik ben er weer. Ik ben weer terug bij mezelf. Ik ben weer terug bij jullie. Maar let op hè, ik zeg: op het punt van. Dus geef me gewoon af en toe ook nog een beetje tijd voor de watjes, de vlokjes en de flarden mist. Het is goed zoals het gaat. Want zo gaat het.

maandag 13 april 2020

Jezus en de Anderhalve meter samenleving

- Lieverdjes, kunnen we het alsjeblieft ergens anders over hebben?
Hoe vaak ik die vraag niet gesteld heb gisteren tijdens onze gezinsbbq terwijl we genoten van de zon, het eten en elkaar. En gek, ik deed er zelf aan mee, elke keer kwamen we er toch weer op terug. En dan vroeg ik weer:
- Lieverdjes, kunnen we het alsjeblieft ergens anders over hebben?
En ja hoor, dan deden we weer ons best. Begonnen we over Pasen, of over lekker eten. Kwamen we daarvandaan op kerkdiensten en restaurants en ja hoor! Zucht...

Onze Rob wordt er erg onrustig van. En de rest ook. Ik ook. Het is niet niets wat er gebeurd en de onzekerheid van hoe lang nog is een grote vraag waarop geen antwoord te krijgen is. Dus zo af en toe erover praten is prima te doen, maar soms wordt het ons allemaal te veel. Desondanks gaan we er gewoon over door.

Corona. Een allesplatleggend virus. Een compleet ontregelde samenleving. Een anderhalve meter samenleving. En de klant die zaterdag beweerde dat dát laatste altijd zo zou gaan blijven, kreeg behoorlijk ongezouten mij mening terug, want het steigert met alles wat in me is. Ik ben een mensenmens en houd van leuke gesprekken en mooie contacten, van dichtbij en openheid. Van knuffels, een hand op de schouder, een arm om iemand heen. En dus kost het me enorm veel moeite die anderhalve meter te handhaven, maar ik doe, al zeg ik het zelf, het keurig. En gelukkig went het ook een beetje. Gelukkig in die zin dat als ik anderhalve meter afstand neem als ik een wandelaar tegenkom, dat die persoon me niet meer argwanend aankijk en afstand meet, maar tegenwoordig weer gewoon groet. Iets menselijks is weer terug, zij het op gepaste afstand.

Bij mij komt de vraag weer boven: wat zou Jezus doen in de situatie als de onze? En ik heb daar wat over na zitten denken. Ik weet dat Hij boven ziekte stond en juist een besmet iemand rein maakte, terwijl Hijzelf rein bleef. Hij genas melaatsten en hield zich daarbij niet aan de anderhalve meter. Terwijl die mensen apart moesten wonen, een lock down in eigen park zeg maar, en áls ze ook maar het lef hadden in de bewoonde wereld te komen, moesten ze mensen waarschuwen door heel hard "Melaats" te roepen. Met andere woorden: aan de kant, ik ben besmettelijk en als je in de buurt komt, brengt jouw dat misschien in levensgevaar. Komt je bekend voor? Niets nieuws onder de zon, toch? (Behalve dan misschien een komende app in plaats van je eigen zwakke stemgeluid...)

Jezus komt dichtbij. Hij stond met meeleven en veel liefde naast de zieke en genas. Zonder zich te bekommeren om zijn eigen gezondheid raakte Hij de melaatse aan en nam Zijn ziekten op zich. Wetend dat Hij daarin deed waarvoor Hij kwam en tegelijk genezing bood aan lichaam en geest. Hoe vaak was het niet dat niet alleen de ziekte weg was maar Jezus ook zei dat de zonden vergeven waren?

Pasen 2020 is weer voorbij. Jezus leeft! Ondanks alle ziekten en zonden die Hij op zich nam aan het kruis. Ondanks dat Hij de volledige straf heeft gedragen voor iedereen die gelooft. Ondanks alle geselslagen en spot die Hij meemaakte. Ondanks het verlaten zijn door Zijn Vader tijdens de drie uur durende duisternis. Ondanks dat leeft Hij. Stond Hij op uit de dood en zei Hij tegen de mensen om Hem heen en nu ook tegen ons: Ik ben het. Wees niet bang.

Wat Jezus zou doen in de tijd van Corona? Hij zou meeleven waar Hij kon, Hij zou helpen en er zijn. Hij zou genezen en herstellen, kracht geven, liefde en moed. Troosten waar nodig. Hij zou zijn verantwoordelijkheid dragen en zich niet laten leiden of lijden door angst.
Laten we net als Jezus doen, zoveel als we kunnen. Er zijn voor de ander, bid om genezing, herstel, kracht en troost en zorg ervoor dat je er bent. Zodat de ander in jou iets van Jezus ziet. Zijn liefde, Zijn kracht en troost geeft hoop in deze tijd van afstand en ellende. En wat kunnen we anders dan staan in Zijn kracht en uitdelen zoals Hij deed? Houd moed, Hij is er bij! En Hij is Liefde!

Luister en kijk voor hoopvolle woorden deze Paasdienst, klik hier.


donderdag 13 februari 2020

Over grenzen gaan

Al ruim een uur zitten we in de auto. Op weg naar het land over de grens. We wijzen elkaar enthousiast op die ene vreemde stad op het blauwe bord:
- Kijk, we gaan de goede kant op! Vol verwachting kijken we vooruit, op weg naar de grens. En dan opeens is het zover. Het wegdek verandert wat, maar verder lijkt alles nog hetzelfde. En toch, we zijn de grens over gegaan. We hebben er niet zo heel veel van gemerkt, maar het is zo want opeens staat alles in een andere taal. Wilkommen in diesem Land.

Hoe makkelijk lukt dat, de grens over. Ik heb het zelf ook gemerkt. Al rijdend in de truck van mijn leven trok ik van plek naar plaats. Ik hield de voorraad benzine goed op peil, ik  hield de ruiten glanzend schoon en zorgde voor voldoende lucht in de banden. Genoeg. Niet te veel, niet te weinig. En ik deed wat ik kon, zwaaide naar de fietser die ik inhaalde, belde met mijn werkgever, bracht bestellingen bij mensen die dat nodig hadden en hielp die verdrietige jongen die zijn hond kwijt was. Vrolijk ging ik door, anderen helpen maakt me blij. Net als werken en bezig zijn. Bij iemand een lach op het gezicht toveren, dat vind ik één van de mooiste dingen. Tot ik bij de grens aankwam en lekker doorreed. Over de grens. Ik was opeens in een ander land, sprak de taal niet, kon niemand helpen en langzaam zakte het lucht uit mijn banden, besloegen de ruiten en liep de benzinemeter razendsnel terug naar rood. Gevaar! Stop! Ga niet verder! Maar helaas, ik was al over de grens. En zie nu maar weer eens terug te komen. Dat gaat veel langzamer en minder soepel dan gedacht en gehoopt. 

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik kan dat. Heel makkelijk mijn grens over gaan zonder dat echt te merken. Zonder de signalen op te pikken en daar wat mee te doen. Zonder naar mezelf te luisteren en te voelen waar ik stoppen moet. Heel fijn op het moment dat er veel moet gebeuren. Heel lastig als het zover is en je op je blote knieën op zoek moet naar de grens. 

Wie ben ik, waar ben ik en hoe vind ik mezelf weer terug in deze chaos van leven? En trouwens, wat doe ik hier eigenlijk, in dit vreemde land waar geen mens me verstaat en ik met een lege tank m'n truck niet meer voor- of achteruit krijg? Hoezo ben ik hier verzeild geraakt, hoezo ben ik mijn grens overgegaan? Ik dacht dat het een vrije grens was, maar ik moet er nu behoorlijk voor betalen.

Heb ik het fout gedaan? Teveel voor anderen gezorgd? Ik denk van niet. Ik heb de afgelopen maanden echt erg op mezelf gelet, maar wilde er ook zijn voor de mensen die het nodig hadden. Wetend dat dát nog maar even zou kunnen (schoonmoeder) of dat er een eind zou komen aan het intensieve helpen bij de verhuizing (ouders). Maar toch, al het andere, wat zomaar opeens ook even op mijn pad kwam, als daar zijn de WMO, het gezinsleven op zich, het werken aan mijn huwelijk, het er zijn voor de kinderen, de tijd nemen voor mezelf en mijn werk (spannend, blijft dat of houdt ook dat op?), het zijn van die zaken waar geen eind aan lijkt te komen en voor veel van deze zaken is dat fijn. Maar dat neemt niet weg dat het soms te veel is en ik beter moet zoeken naar mijn grens. 
Dan maar iedereen afwijzen? Nee, zeker niet. Maar wel luisteren naar mezelf. Wat kan ik, wat moet ik, wat is nodig?  En vooral: God, mijn Schepper die exact weet hoe ik ben en wat ik aankan geeft niet meer dan lukken gaat. Dus, als Hij dat precies weet, als Hij mijn grens precies weet, waarom zou ik dan niet alles in zijn handen leggen en Hem zeggen dat ik het momenteel even niet zelf kan, maar dat ik weet dat al die personen bij Hem in goede Handen zijn? En dan daar laten? Zien dat het zonder mij ook doorgaat? En voor mezelf de kachel aansteken, koffie zetten en met een goed boek op de bank ploffen omdat dát even is wat ik nu nodig heb? Of een blogje schrijven, wandelen, sporten, wat ik maar wil. Niet vanuit egoïsme, maar om op te laden voor wie weer een beroep op me doet. En dan weer kiezen: wat kan ik, wat wil ik, wat is nodig en -niet in de laatste plaats- Vader, wat wilt U dat ik doe? 

Langzaam stuur ik mijn truck terug. Ik rijd de parkeerplaats af en haal dankbaar adem als ik weer bekende taal zie, een mooi wegdek en Hollands groen. Ik ben geholpen door een lieve vrouw. Ze leidde me door een aantal lessen heen waardoor mijn banden weer lucht kregen, mijn benzinepeil weer in groen stond en de ramen niet meer beslagen waren. Dankbaar dat ik weer aan de goede kant van mijn grens ben, zing ik mee met de radio. En kijk, daar loopt het jochie die ik geholpen heb zijn hond te vinden. Hij zwaait, de hond blaft, ik toeter. 
Wat een dag, wat een dag zal dat zijn. Alle grenzen voorbij, want Hij maakt vrij. 


donderdag 3 oktober 2019

Altijd beschikbaar

Het is net na half één als ik het hospice binnen loop. De vrijwilligers, -fantastische mensen!- schenken me een glas water en dan loop ik door naar mijn schoonmoeder. Doel: het gesprek met de huisarts bijwonen. Zij komt tussen nu en 14 uur, dus wie weet zit ik nog wel even. Kan ik eventueel één en ander aan praktische zaken doorspreken met ma.

Ma ligt met haar ogen dicht. Even opent ze ze, glimlacht naar me en dat was het dan. Moe? Ja, net gegeten (ja, ze eet weer!) en Buurtzorg was geweest. Uitputtingsslag nummer 1.
-Gaat u maar lekker slapen dan, zeg ik. Zometeen komt de huisarts ook nog. Ik hou wel even mijn mond.
En dan is het stil.

Ik zit. Ik wacht. Ik ben beschikbaar. Als ze vraagt om drinken, spring ik op -zachtjes- en geef haar dat. Maar vooralsnog blijft ze stil.
Ik geniet er eigenlijk wel van. Zo beschikbaar zijn, in alle rust. Luisterend naar de stilte, terwijl auto's hun weg vervolgen, regen op het dakraam tikt en vogels fluiten zodra de zon weer schijnt. Ik luister graag naar mensen, maar dit is ook zeker niet verkeerd. Luisteren naar de stilte. Dat geeft rust.

En opeens schiet het door me heen. De drukte, rond en soms ook in dit huis, de stilte van de patient. En het beschikbaar zijn.

Zo wacht Mijn Vader ook op mij. Altijd maar beschikbaar. Altijd bereidt tot leiding geven, helpen en luisteren. Altijd bereid te vergeven, mij te voeden, mij te omhelzen, mij lief te hebben. Altijd beschikbaar. Ook als ik daar niet om vraag, is Hij daar. Is Hij naast me, in me en heeft Hij voor mij alle tijd.

Maar ik ben geen patient. Die wacht. Die leeft in de stilte van de gebrokenheid van het leven. Die alle tijd van de wereld heeft, maar enkel nog liggen kan. En wacht. Nee, ik ben vaak druk. Bezig met van alles en nog wat voor wat mijn aandacht nodig heeft. Waardoor ik soms vaak vergeet dat er een God is die beschikbaar is. En Hem voorbij dender, vanuit de aardse tijd en drukte. Zo ben ik. Een mens.

Nu ik hier zo zit, herinner ik me het briefje op de tafel thuis: ik ben even naar oma. Stel dat er iemand thuis komt en me nodig heeft. Dan ben ik dus even niet beschikbaar. Ik kan er maar zijn voor één persoon, in dit geval voor onze moeder. En soms ben ik er alleen voor mezelf. Kan er niemand meer bij. Ja, ben ik. Een mens. Maar zo is God niet. Hij is er altijd. Beschikbaar voor iedereen. Vierentwintigzeven. Dag in dag uit, uur na uur. Altijd.

Het gedicht wat ik een uurtje later voorlees, sluit daar mooi bij aan. Het ligt in het hospice, maar ik houd het jullie te goed. Over pijn, verlies, eenzaamheid. Maar dat Hij er altijd is. Meedraagt of zelfs alles draagt. Jou en mij en mijn moeders, Hij draagt iedereen, Hij leidt en Hij lijdt mee. Hij troost en vergeeft. Niet voor één keer, niet voor zeven keer zeven keer, maar voor altijd. Hij is er. Vierentwintigzeven beschikbaar. Onvoorstelbaar hoe dat troost. Dus als je denkt dat je alleen bent, als je je eenzaam voelt? Ga maar naar Hem. Hij is er. En zal zijn. Nu en later, voor altijd.

dinsdag 24 september 2019

Het tussenstation, de hospice

Het duurt lang deze keer, voor ik een parkeerplekje heb gevonden. En ik ben al wat laat. Stel je nu voor zeg.
Maar als ik door de lange gangen loop, deur na deur voorbij ga en uiteindelijk eindig bij haar kamerdeur, zie ik haar. Ze is er nog. Gelukkig maar.
Want dat moeilijke wat ik vandaag ga doen en waar ik echt tegenop zie, dat is niet moeilijk genoeg om na te laten, dat wil ik meemaken met alles wat in me is. De pijn, het verdriet en de dankbaarheid, omdat dat wat ma wil, kan. Weg uit het ziekenhuis, naar een hospice. Waardig sterven.

- Wil je voorlezen uit het dagboekje?
Ik open de Bijbel bij Lukas 5:27. Bizar is dat toch, dat je zo vaak een woord vanuit de Bijbel krijgt, juist als je dat nodig hebt, passend bij je situatie nu op dit moment. Verwonderd lees ik over de roeping van Levi. Dat Jezus zegt: Volg Mij. En dat hij alles achterlaat en Jezus volgt.
En dat Jezus even later zegt: Wie gezond zijn hebben de medicijnmeester niet nodig, maar wie ziek zijn. Hij is gekomen voor zieken. Geneest ze en deelt uit van Zijn overvloed.

We raken in gesprek, ma en ik. Over alles achterlaten. Precies wat zij nu doet. Daar, liggend in het ziekenhuis bed, spullen die klaar staan om mee te gaan naar het Hospice. Een tussenstation tussen redelijk goed en sterven in: doodziek zijn. Lopend het ziekenhuis in, maar complicatie op complicatie zorgde er voor dat ma nu in de ambulance naar het hospice wordt gebracht. Zo ontzettend achteruitgegaan de laatste dagen. En dan nu alles achterlaten. Jezus volgen. Ja, dat zeker. Hij is in Zijn hemelse heerlijkheid, bij God de Vader, en daar mag zij binnenkort ook zijn. Daar heeft ze van getuigd, daar wijst ze ons op. Maar toch, dat alles achterlaten hè. Niet vrijwillig, zoals Levi, maar noodgedwongen. Het valt haar zwaar.

De ambulancebroeders komen. Ze brengen haar weg, naar het laatste plekje hier op aarde. Maar ze gaan met een omweg. Ze rijden langs haar huis. Zetten de ambu op de oprit. Halen ma uit de wagen en laten haar heel bewust afscheid nemen van wat was en niet meer terug gaat komen. Wat een krachtdadig handelen van deze lieve mensen. Wat een prachtig moment voor mijn schoonmoeder.

Nu is ze daar en wacht op het moment dat Jezus haar roept. Volg Mij, laat alles achter en kom. Kom in, u, gezegende van mijnVader en be-erf. Be-erf Gezondheid, Leven en Overvloed. Voor altijd genezen. Ze zal Volmaakte schepping van Jezus zijn.
Ach, ze krijgt veel meer terug dan ze had. Ze zal haar ogen uitkijken. Wat een heerlijkheid!

dinsdag 9 juli 2019

Op recept

Terwijl Rob me opgelucht aankijkt, liggend op de bank met zijn voeten omhoog, is zijn zus Willeke zich aan het voorbereiden op de meest stressvolle stap  die je kunt nemen, aldus onze statistieken. Zij gaat verhuizen. Het is dus een wat volle week. Enerzijds kan ik geen kant op, nou ja, bijna niet dan, omdat Rob helemaal geen kant op kan. Anderzijds zijn anderen heel druk met schilderen, opknappen, opruimen en inpakken. Enerzijds vind ik dat wel lekker, gewoon een beetje thuis bezig zijn, de dingen doen die de afgelopen tijd zijn blijven liggen. Anderzijds had ik beloofd te helpen met klussen, waar Rob nu een voetje voor steekt.
Wetend dat ik vast nog heel erg veel kan gaan doen in het huis van onze dochter, kan ik ook heerlijk ontspannen in het thuis moeten zijn voor Rob.

Het is maandagmiddag 1 juli, een uur of vier. Oma komt even kijken bij de patiënt, drinkt koffie mee en overhandigt Rob een lekker cadeautje. Nu is onze zoon geen mannetje wat de hele dag kan stil liggen, dus ik had hem een bak vol schroeven gegeven.
-Hier, ga die maar even sorteren.
Per slot van rekening had hij ze zelf bij elkaar op één grote hoop gegooid, dus een koekje van eigen deeg zeg maar. Leerde hij direct dat sorteren minder snel gaat dan bij elkaar gooien ;)

Opeens begint het: Pijn. Oei, de verdoving uitgewerkt, zo denken we. Toch ben ik verbaasd. Rob heeft nog nooit napijn gehad van een behandeling. Het recept met veertig paracetamol en 15 diclofenac heb ik dus gewoon recept gelaten. Een klein beetje voorraad heb ik zelf nog wel.
Omdat de gekregen paracetamol van het ziekenhuis nog werkt geef ik hem nu toch maar zo'n andere, sterkere pil. Hij heeft echt enorm veel pijn!
-Weet je, opper ik, misschien ook even die huissokken uit doen. Dat zit zo warm om al dat verband. Twee prachtige roze voeten komen te voorschijn, met ontsmettingsmiddel doen ze niet zo zuinig. Veel wit verband ontneemt het zicht op de tenen.
-Waar doet het pijn, Rob? Rob wijst naar zijn kleine teen. Verbaasd kijk ik naar zijn voet. Raar. Die teen is helemaal niet geopereerd, ze hebben er niet eens aangezeten. Opeens zie ik het. Voorzichtig wip ik een stukje verband iets omhoog, van de teen af. Een fikse deuk in het teentje laat zien wat ik vermoedde: veel te strak. Helemaal bekneld.

Helaas, de diclofenac uitspugen is geen optie meer, maar of hij ooit de weg naar de pijn heeft kunnen vinden?
In elk geval is Rob degene die helemaal dubbel ligt. Ik moet het de hele week nog horen: Wat heb ik toch een domme mama! Ja duhuh...
Toch maar klussen.

maandag 1 juli 2019

Onder narcose

-Ik kan beter nú doodgaan. Als ik thuis kom ga ik naar de flat en spring ik er af.
Dat doetie niet weet ik, maar de glimlach in mijn binnenste bevriest als hij verder praat.
- Ik kan natuurlijk ook hier uitstappen.
Met Goddelijke kracht lukt het me goed te reageren. Rijdend op de A12 middelste autobaan is zijn optie de absoluut onmogelijke. Nee ik klik de deur niet op slot. Dat zou hem alleen maar enorm triggeren.
-Weet je, zeg ik, ik merk dat je enorm zenuwachtig wordt. De dokter zegt dat jij mag kiezen. Plaatselijke verdoving of narcose. Als je zó gespannen wordt van het idee van plaatselijke verdoving ga je voor narcose. Zeg maar tegen mij en tegen jezelf: ik ga voor narcose.
Braaf zegt Rob me na, er valt een last van hem af en ik zie de spanning wegglijden. Blij komt hij thuis, terwijl ik even naar boven loop om me te laten gaan. Stel je voor: even uitstappen op de A12....

Al zeven jaren lang tobt Rob met ontstoken tenen. Tien keer door de huisarts verholpen, één keer in het ziekenhuis. Altijd onder plaatselijke verdoving. De teen die nu het ergst ontstoken was, was al maanden, zo niet een jaar, ziek, maar naar de huisarts wil Rob niet meer. Want prikken in een zere teen doet dubbelzeer. Voorzichtig opperde ik de narcose. Rob reageerde enthousiast. Dat is nog eens wat. Ga je slapen en wordt je geopereerd en wel wakker. Béter!

De huisarts stemde in, nadat hij wat moeilijk had gekeken en waarschuwde voor de gevaren van de narcose. De arts-assistent in het ziekenhuis legde alles nog eens goed uit. De voor- en nadelen van beide mogelijkheden. Waardoor Rob dacht dat hij niet meer te kiezen had en het alleen onder plaatselijke verdoving kon. Dat is het einde, zo dacht hij... En reageerde met de laatste optie, wat geen optie is.

Vandaag was het zover. Na lang wachten, zowel op de afdeling als op de voorbereidingskamer, ging Rob om half negen de OK in. Huilend reed hij de afdeling op, maar dankzij een pilletje tegen stress, gebed en een mooi lied wat ik voor hem zong - laat mij  nog zingen als de avond valt. Loof de Heer', oh mijn ziel- kwam hij relaxed op de OK, zakte in een heerlijke slaap en sliep daarna nog even lekker uit. Met veel meer dan we kwamen gingen we weer. De crocs waren niet nodig, die pasten niet meer. Het verband om zijn voeten hield alles goed bij elkaar. Twee voeten. Drie tenen. Nu opknappen, bijkomen en relaxen. Dankbaar dat het voorbij is. En wie weet, misschien was dit echt de laatste keer. Dát gaat de tijd leren! In elk geval istie best blij geloof ik, dat hij het er levend afbracht. De risico van de narcose was één, maar de risico van denken en paniek telde dubbel. God zij dank, we kwamen samen thuis!

donderdag 2 mei 2019

Neem de tijd!

-Hoe ist? Vragend kijkt de fysio me aan.
-Ik ben zó moe. Met de daarbij behorende trouwe klachten van hoofd, schouders, nek en rug. Je weet wel.
-Mooi, zegtie.
En bedankt. Ik zucht.
-Ja, legt hij uit, als je zo moe bent betekent het dat het thuis weer wat rustiger is. En dat is mooi toch?

Het is maar hoe je het bekijkt. Zijn kant bevalt me wel. En ik vertel van ons tweedaagse uitje. Naar zee. Hoe we op het strand liepen. Heen ging wel, terug was moeilijker. En dan omhoog, weg van zee, de duinen in.
-Men, we hijgden als Friese peerden. Zó slecht, onze conditie. En eenmaal daarboven zijn we neergeploft en echt alles deed me zeer en voelde zwaar.

Het hoort er bij. Neem de tijd. Een rouwproces, daar moet je doorheen.
En jongste zei: rust heb ik nodig. Iets waar ik alleen kan zijn en kan lopen zonder dat iemand me wat vraagt. En dus gingen we naar zee. En wát viel dat tegen! Er kwam zoveel vermoeidheid uit in die twee dagen dat we daar voorlopig nog niet van af zijn. Het voelt een beetje zoals deze foto, die manlief maakte terwijl ik het niet wist:


Het donkere van de zee, grauw en grijs
De eenzame voeten gaan langzaam door
Het schreeuwt om rust, om een 'laat me gaan'
Alsjeblieft, mag ik even alleen zijn?
Even met niets anders dan de zee?
Geen zorgen, geen vragen, geen pijn en verdriet
Geen vermoeidheid en tranen, gewoon allemaal even niet!

Ik wist, ik was niet alleen, mijn man kwam achter me aan.
Maar kijkend naar mezelf lijkt het zo niet te gaan.
Dan lijkt het zo eenzaam, zo nietig en klein.
Soms is dat goed. Even alleen zijn.

Maar hé, ik zie nu pas: mijn schaduw gaat mee.
Het doet me denken aan Jezus mijn Heere, 
Ook als ik Hem niet zie,weet ik dat Hij er is.
Als een schaduw met me meegaat
Stil, roerloos, haast niet merkbaar.
Maar Hij is! En zal zijn.  



woensdag 4 april 2018

Dikke duim

Afbeeldingsresultaat voor duim in verbandAu! Auauauauw. Verbeten kijk ik naar mijn duim. Hoe kan dat nou toch?
Ik sta in het spinning lokaal van de sportschool. Om in te komen, zo dacht ik, even 10 minuten spinning. Soms doe ik de volle drie kwartier, maar het is zwaar. Vooral als je, zoals ik nu, alleen ben.
Het is rond het middaguur. Normaal ben ik dan allang klaar met sporten, maar een vergadering op het werk ging voor.
Terwijl ik op de sportfiets stap om te beginnen, bekijk ik mijn duim eens nauwkeurig. Zo zeg... die wordt rood. En dik! Ai... Hoe dat nou ging?
Ik wilde het stuur wat lager hebben, draaide aan de hendel, maar toen was het stuur opeens helemaal beneden, bovenop mijn duim. Kennelijk was hij niet al te stevig aangedraaid.
Na een minuut of twee besluit ik toch maar te stoppen en even te gaan koelen. Het weekend van Pasen staat voor de deur: vrijdag en zaterdag de hele dag werken dus. En veel cadeautjes inpakken. Daar kan een dikke duim natuurlijk niets mee.
Het koelen helpt en wat geruster ga ik serieus aan de slag. Ik laat spinning voor wat het is en begin aan de fitnessapparatuur.

Terwijl ik het huis binnenloop, een uurtje later, gaat de telefoon. Het is de huisarts die het één en ander wil weten over zoon. Ik grijp mijn kans en vraag de arts direct maar even hoe ik kan zien of mijn duim gebroken is. Hij geeft wat tips en omdat die voldoende pijn doen, verwacht hij me over drie kwartier in de praktijk.
Het is flink aanpoten. Douchen, aankleden, haar föhnen en o ja, ik heb nog niet gegeten. Pff... Precies op tijd stap ik de praktijk binnen. Om tien minuten te kunnen uitrusten :)
De huisarts concludeert gelukkig alleen maar een kneuzing.
-Even een weekje rust houden, zo adviseert ze. Met de tip: doe er een pleister om, dan zien je huisgenoten en collega's dat je een zere duim hebt.
Ik moet lachen. Een beetje schamper: Jaja...

Die middag wikkel ik een verband om mijn duim. Veel, wit en jawel: het valt op! Toch wel lekker, meer steun. Maar als ik de aardappels schil (au!), de tafel dek, de vaat afdroog en eindelijk op de bank zit weet ik: zelfs dat verbandje hielp niet voor mijn huisgenoten. Volgende keer toch maar gewoon hulp vragen... Gelukkig was dat beetje steun voldoende en kon ik zonder pleister of verband, heerlijk werken het afgelopen weekend. Sterker nog, het werd echt een dikke duimen verkoop!
Afbeeldingsresultaat voor dikke duim

dinsdag 13 maart 2018

Van kinderarts naar fysio

- Wat gaan we daar eigenlijk doen? zo vraagt Geert zich af.
- Eigenlijk weet ik het niet zo goed. Maar ik denk dat de kinderfysio gaat kijken of je goed adem haalt. Misschien doe je dat te hoog, waardoor je minder zuurstof krijgt. 

Vanmorgen was het zover. Na bezoek aan de huisarts omdat Geert steeds flauwvalt zijn we doorgestuurd naar de kinderarts. Zij heeft kunnen aantonen dat er lichamelijk niets mis is met Gerco. Ook zijn hart is oké. Al liet de uitslag van het hartfilmpje wel wat lang op zich wachten... 
De kinderarts adviseert kinderfysio en eventueel  psycholoog, als de fysio niets kan doen.
Dus nu op naar de fysio. Helaas moet dat in het ziekenhuis in Ede. Al is het dichtbij, het scheelt Geert toch weer wat lesuren. 
De fysio oogt vrolijk en jong. Ze legt alles goed uit en stelt slimme vragen.
Ze prijst school omdat Geert, als hij duizelig wordt, in een stilteruimte mag gaan bijkomen, waarna hij weer terug de klas in mag. Dat scheelt hem heel wat uurtjes verzuim! Maar lastig is dat het wel elke dag eens of meerdere keren nodig is!

Het kan komen door overprikkeling. Dat denken we zelf ook. Omdat je in de stresshouding schiet: schouders omhoog en naar voren en hoofd omlaag, gaat er veel minder zuurstof naar de hersenen toe waardoor je duizelig wordt of zelfs flauwvalt. 
Geert krijgt direct wat handzame oefeningen mee. Hij kan ze overal toepassen, maar voor nu is het vooral belangrijk dat hij ze elke dag een paar keer doet. Zodat hij zich bewust wordt van de ademhaling en het te zijner tijd, wanneer nodig, kan toepassen. 

Lekker liggend op een grote fitnessbal in een totaal ontspanning houding vraagt Geert me of we zo'n bal thuis nog hebben. Maar nee, die heeft Jorike meegenomen. Of ik hem dan kopen wil... Tuurlijk! Als dat nodig is! 
Afbeeldingsresultaat voor ontspannen liggen op fitnessbalOp de opmerking van de fysio dat hij ook op die bal kan zitten, bijvoorbeeld achter zijn bureau, vraagt hij ondeugend: kunt u ook een bureau voor me kopen? Maar nee, de keuze voor geen bureau is ooit al eens door deze jongeman gemaakt. En daar blijft het bij. Ach, je kunt niet alles hè! 
Adem in. Adem uit. 


vrijdag 16 februari 2018

Aripiprazol en autisme

Wel eens uitgesproken, de naam in deze titel? Hardop, snel en zonder stotteren? Wij hebben geoefend. Rob was de eerste die het kon. Dat was niet helemaal eerlijk: hij kreeg het dagelijks toegediend van de mensen waar hij toen woonde, bij Karakter. Dus hoorde hij die naam elke dag, terwijl wij alleen in het weekend konden oefenen... Maar haha, inmiddels verslaan we deskundigen!

Met Rob naar de huisarts. Het gaat zo goed met hem. Wij willen de medicatie af gaan bouwen. Al na het opbouwen hiervan slikt Rob 2,5 mg per dag.  Zo'n drie jaar is dat nu. En het is een prima middel voor hem, maar ik hoop dat hij uiteindelijk zonder kan. Of in ieder geval met minder.

De huisarts vindt het prima. Ook gezien Robs gewicht, zou het mooi zijn als alles wat minder kon. Succes en tot over een maand.

Dus waren we afgelopen woensdag weer bij de huisarts. Hoe het gaat? Nou...Ik doe een boekje open.
- Rob is druk, heel erg in de ups en downs en heeft het veel meer over zijn gevoel. Net of hij daar nu veel dichter bij kan komen. En nee, ik wil zeker niet terug naar de 2,5. We houden vol, want het is goed dat gevoelens boven komen en worden verwerkt. Beter nu dan over tig jaar, terwijl hij er dan misschien in zijn uppie mee gaat zitten. In elk geval op grotere afstand van ons dan nu. Dus we gaan door zo. Als het zo blijft houden we het wel vol, maar we moeten zijn lichaam ook de tijd geven te wennen aan minder en daar een balans in op te bouwen. Zodat het over een poos misschien nog minder kan.

Rob wil hier zelf ook nog wat over kwijt.
-Ik heb een trauma opgelopen, dokter. Vroeger, toen ik in groep 8 zat hebben ze me gepest. En ik ben ook erg bang voor honden. Rob praat nog even door en kan bijzonder goed benoemen wat hij ervaart, weer opnieuw meemaakt ook, 's avonds in bed of als hij niets te doen heeft.
Bij mij komen ook beelden boven: de tandpasta in zijn haar, de oranje verf een poosje later, die ongevraagd op z'n koppie was gespoten door een klasgenoot, zittend in het busje wat hem thuis zou brengen. Hoe boos ik was en hoe ik per direct een mail stuurde naar de ouders van dat irritante kind. Hoe school reageerde omdat ik dát via school had moeten regelen. Maar ja... een moederhart denkt ook wel eens niet na. Soms net onbesuisde kinderhartjes.

Dokter luistert aandachtig. Neemt onze vraag heel serieus en bespreekt dan de mogelijkheid tot EMDR. Dat is een goede therapie om trauma's te verwerken en daar gaan geen urenlange gesprekken aan vooraf of voor in de plaats.

Gaan we nu van het één naar het ander? Is een pilletje niet veel makkelijker voor beide partijen? Voor ouder en kind? Ik denk het niet. Ik denk dat onze Rob, net als wij allemaal, soms handvatten en middelen nodig heeft om te verwerken. Dat is wat anders dan wegstoppen en onderdrukken. Dus we zijn alweer een stapje op weg naar de goede richting.
En het mooiste is dat hij gewoon weer bij Karakter terecht kan voor deze therapie. daar is hij bekend. En geliefd :)

- Als ik daar maar niet weer hoef te wonen!
- Nee schat, ik breng je, wacht op je en neem je snel weer mee naar huis. De plek waar je hoort. Waar je heel erg geliefd bent!

En o ja... deze maand een kilo eraf bij Rob. Dankzij meer bewegen én minder Aripiprazol!






donderdag 25 januari 2018

Uitslag onderzoek

Het is tijdens de grote Westerstorm die over ons landje waait, dat ik zit te wachten op het telefoontje van de huisarts. Ook in mijn lijf en hart stormt het, al is het geen windkracht 11. Ik ben zenuwachtig. Of het door de storm is en vanwege allen die onderweg zijn of voor het te verwachten telefoontje?

Het is in ieder geval allang weer rustig buiten als de telefoon gaat.
Met de positieve uitslag dat Geert's bloed helemaal goed is. Geen gekke dingen, allemaal mooie getallen. En hoe het met Geert gaat? Nou, dat houdt nog niet over, vertel ik de huisarts. We besluiten het nog even aan te kijken en anders toch verderop te gaan.

Geert is teleurgesteld. Tuurlijk had hij niet gehoopt op een ernstige uitslag, maar gewoon een laag HB of zo? Wat ijzer er bij en klaar is Geert.
Wat is het nu?, zo vraagt hij zich af. En wij met hem.
Ik geef hem een tip om eens te kijken op het wereld wijde web.

Nog geen tien minuten later is Geert er van overtuigd dat hij weet wat het is. Hij noteert het als volgt:

Autisme → Moeilijke prikkelverwerking → medicatie (Geert slikt 2 mg Aripripazol) → slechte bloedsomloop → flauw vallen → meer prikkels ⟳

Het klinkt heel aannemelijk.En sluit aan bij wat de dokter opperde: overprikkeld. Maar dan moeten we er wel wat aan doen, anders zou Geert door te veel prikkels te veel thuis zitten. Meer medicatie lijkt geen optie, gezien het bovenstaande. Eerder afbouwen! Maar is het momenteel natuurlijk ook niet.

Tijd voor oordopjes dus tegen kabaal. Die liggen nu vooral boven bij zijn bed. Rustmomenten op school. Veel eten, veel drinken en veel slapen. Aan die laatste drie mankeert het nogal, dus ik zou daarmee beginnen, adviseer ik zoonlief.

We zijn nu haast een werkweek verder. Geert ging vanaf dinsdag weer zelf naar school. Maandag tot en met woensdag ging het goed, al ging hij wel regelmatig naar het stiltelokaal. Vandaag, donderdag,  ging het weer helemaal mis, waardoor zelfs een stilteruimte niet hielp en ik hem toch weer op heb gehaald. Maar het gaat in ieder geval beter dan het was. Hopelijk zet dat door. Stapje voor stapje, dan komt-ie er wel!


woensdag 17 januari 2018

Op het nippertje, over bloedprikken op de poli

Het is nauwelijks kwart over acht deze maandagochtend als school belt.
Of ik Geert wil komen halen, hij is gevallen met de fiets, na duizelig te zijn geworden.

Best bezorgd kleed ik me aan, loop naar de auto en race naar school. Geert ziet wit en heeft veel last van arm en hand, na een val over de fiets heen.
- Ik stapte af, zette de fiets neer, werd duizelig en viel.

In de loop van de dag knapt Geert weer op en wil zelfs zijn fiets van school gaan halen.
's Avonds fiets hij vol energie naar muziekles en catechisatie, maar kiest er daarna wel voor op tijd naar bed te gaan.

Dinsdag gaat het weer mis. Tijdens muziekles, als ze een poosje staan te zingen wordt Gert helemaal duizelig, het wordt zwart voor zijn ogen en nu valt hij echt flauw.
De leerkracht verzoekt hem te gaan staan en mee naar de gang te lopen. Daar mag hij met een andere leerling naar de conciërge, die gehaast een map pakt om te kijken wat te doen. Gelukkig komt er juist een medeconciërge aanlopen en weet hij wat eventueel kan helpen...

Weer haal ik Geert op en bel direct voor een afspraak bij de huisarts. Gelukkig zijn de basis dingen als hartslag en temperatuur goed en moeten we door naar het lab voor bloedonderzoek.

Ondanks alles is Geert goed bij de pinken als hij vraagt of we dan zijn IDkaart en zo nodig hebben. Jazeker. En, zie ik, het is 16:43 uur. We hebben nog een kwartier! Zo snel als het gaat tijdens de spits, rijden we naar huis, pakken wat we nodig hebben en springen weer in de auto. Vijf voor vijf komen we aan bij de poli. De 'ponskaart' maken duurt langer dan we dachten, waardoor we precies één voor vijf bij het lab binnen rennen.

De laborante kijkt me verbaasd en vragend aan.
-Kunnen we nog bloed prikken? vraag ik beleefd.
Ze mompelt wat over 'op de valreep' en 'niet handig', maar concludeert dan:
-Eén voor vijf, tja... u bent op tijd.
Gelukkig doet ze tegen Geert allerliefst, maar ze kijkt mij nog eens aan en zegt:
-Dit is niet charmant, mevrouw.
Ik hou me wat van de domme en vraag:
-Wat niet? Bloedprikken of heel laat binnen komen?
-Laat binnen komen, antwoord ze.
En ik weet het. Ik zou het anders nooit doen, maar ter versnelling van de uitslag en ter voorkoming van nog meer spanning bij Geert sta ik in mijn recht. Ik doe dit niet voor mezelf, want ik heb een enorme hekel aan haasten en opschieten. Ik doe dit voor mijn zoon.
En zij... Zij prikt. Voor het zelfde doel.
Dank u wel, mevrouw de Laborante!!

De uitslag volgt...



dinsdag 19 december 2017

Stuppy's, de schoenen van de dokter

En weer maak ik een afspraak met de huisarts voor de tenen van Rob.
Ik maak me erg zorgen. Gelukkig is één voet nu al enkele maanden ontstekingsvrij, maar bij de andere doen niet alleen de grote maar nu ook twee andere tenen mee.
Echt iets om moedeloos van te worden. Uiteindelijk, tellen we, is het al zes jaar aan de gang.

Rob vraagt voor de zekerheid nog even of de dokter niet gaat snijden. Gelukkig kan ik hem gerust stellen, al ben ik bang dat hij wel voorstelt een afspraak te maken om dat te gaan doen...
Al die keren dat dit is gebeurd, hebben gezorgd voor een flinke ballast en angst bij Rob.

Dokter leunt eens achterover in zijn stoel en begint hetzelfde praatje wat we al keer op keer hoorden. Allerlei tips waar we niets mee kunnen:
- Verhuizen naar een warm land
- Op vakantie naar zee
- Veel op blote voeten lopen of nou ja, vooruit, eventueel op slippers
enzovoort...

Dan opeens springt de dokter op.
-Wacht eens, zegt hij. Jij bent ouder geworden hè. En groter. Hij pakt een vel papier, zet Robs voet er op en trekt er een lijntje om heen. Dan pakt hij de schoen en concludeert:
-Zie je wel, je voet is ook groter en breder geworden en deze schoenen zijn weer te smal. (Dus niet: te klein) ☺

Lekker hoor. We kopen toch al de meest brede schoen? Maar nee, dokter rent naar zijn woonhuis, neemt daar zijn oude afgetrapte schoenen -Stuppy's- en geeft ze aan Rob.
Het moet niet gekker worden: ga je naar de huisarts, kom je met schoenen thuis!
Maar zo erg is het niet. Rob moet alleen even passen. Hij aarzelt en zegt:
-Weet u hoe vies dat is, er zitten heel veel bacteriën in.
Ik kijk naar zijn blote voet, opper een pleister voordat hij zijn sok aandoet en dan stapt hij toch voorzichtig in de schoen. Zijn blijde hoofd overtuigt mij direct.

En als ik de volgende dag naar dokters schoenwinkel ben geweest en terug kom met dezelfde schoenen als dokter heeft, is Rob helemaal blij. Als dan een week later de tenen er absoluut beter -helaas alleen maar beter- uit zien, weet ik: soms is een zoveelste bezoekje aan de huisarts zo slecht nog niet!

woensdag 8 november 2017

De Hoofdfysio

-Als je je kiezen op elkaar zet bij pijn, tja, dan gaat het niet goed hè. Volgens mij heb je vier kinderen, dus je weet dat je puffen moet.
Ik probeer niet te lachen, want dat doet vreselijk zeer, maar daar hééft de hoofdfysio wel een punt.
Hij praat dan ook lekker door.
-Ik geef je zo wat oefeningen mee. Neuriën met ontspannen wangen, ploppen en een ademhalingsoefening.
Ik probeer te doen wat hij voor doet. Ploppen, wangen opblazen en leeg 'ploppen', valt niet mee!
-Aha, zegt hij vrolijk, ik zie het al, jij laat moeilijk los. Veel last van stress?
Kort vertel ik iets -10 procent?- over ons gezin en hij vindt het al stressvol genoeg. Na zolang vooral in stress geleefd, is het dus nu tijd voor jezelf, zo concludeert hij.
Zelf heb ik ook tientallen vragen. Ik weet gewoon niet meer wat ontspannen is. Hoe dat voelt, hoe ligt dan mijn tong in mijn mond? Hoe voelen ontspannen wangen aan?? Sorry hoor, maar daar kan ik echt niets meer mee!

Het is na lange tijd van doorverwijzing door de tandarts dat ik eindelijk het initiatief heb genomen om een afspraak te maken bij de kaakfysio. Op dat moment wilde ik natuurlijk direct, maar helaas kon ik pas over twee weken terecht.
Een week voor de afgesproken datum had ik zo'n pijn in mijn kaken en mijn ogen. Mijn oren suisden en mijn hele hoofd voelde zo ontzettend naar aan. Pijnstillers hielpen niet en ik wist werkelijk niet hoe ik deze dagen door moest komen. Alle concentratie ging op aan de hoofdpijn. Normaal nadenken deed al zo zeer dat ik dat het liefst ook niet meer deed. En ik bad of God me helpen wilde en een oplossing wilde geven voor deze intense pijn.

Een uurtje later gaat de telefoon. Het is de hoofdfysio. Of ik een weekje eerder kan komen, lees: vanmiddag, want er is iemand uitgevallen.
Hoe bizar en wonderlijk dat hij dan iemand van een week later uitzoekt om te bellen! Een Wonder. Een Godsgeschenk!!

De pijn die hij me doet neem ik voor lief. Dat ik de rest van de avond knock-out ben ook. Maar als ik de volgende ochtend opsta, voel ik me fantastisch. Geen pijn meer en wat heb ik een energie! Ging dan echt alles op aan die pijn? Natuurlijk was het maar een paar dagen. Dus gelukkig had ik de eerdere afspraak lekker laten staan.
En nu, als ik hoofdpijn voel opkomen, of vermoeide ogen, dan masseer ik op de plekken die de hoofdfysio me adviseerde en tada... de pijn gaat weg. Wat is dit heerlijk! Ik ben zelden zo dankbaar geweest om een telefoontje als die ene woensdagmiddag!

vrijdag 29 juli 2016

Een brief aan de huisarts

Rob heeft al vijf jaren doorlopend een ontstoken teen. Grote teen. Dan de één, dan de andere voet. Na 11 behandelingen (lees traumatische ervaringen) bij huisarts en ziekenhuis, weet de arts het ook niet meer en stuurt ons door. Daarvoor wil ik hem hartelijk bedanken! 


Dag Dokter,
Misschien bent u wel wat nieuwsgierig naar hoe het gaat met Rob en zijn teen.
Zoals afgesproken zijn we naar de dermatoloog geweest.
Voor we daar terecht konden (29 juni), waren al de tenen van de rechtervoet ontstoken.
De dermatoloog  gaf ons allerlei tips, de tips die u ons ook elke keer gaf. Uw tips waren dus prima  J

Uiteindelijk kon ze nog maar één ding bedenken. Als het geen schimmel was (zijn tenen vond ze schimmelvrij) en geen bacterie, want Fucidin helpt niet, dan moet het micro-organismen zijn.
We kregen zeep mee en betadine.
Ik heb diep gezucht. Zo iets simpels kan toch niet helpen?

Maar ik moest denken aan het verhaal van Naäman uit de Bijbel. Hij kreeg een simpele opdracht en werd gezond.
Dat ook uitgelegd aan Rob. Hij vond het nl ook maar niets. Want, zo zei de arts er bij, ga hier gerust 3 maanden tot een jaar mee door…
Ik wees Rob er op dat we lang geleden samen heel bewust voor die teen zijn gaan bidden.
En voor wijsheid als we voor de zoveelste keer naar u of uw collega’s toe gingen.
U kreeg de wijsheid om door te sturen naar de dermatoloog en de avond voordat we naar haar gingen hebben we voor haar gebeden. En voor Rob.
Dat hij niet te veel spanning zou hebben, dat ze hem geen zeer zou doen, dat ze een oplossing had.

Op weg naar school in de auto, na ons bezoekje aan de dermatoloog, heb ik hem daarop gewezen: hij was redelijk rustig, zij was vriendelijk, heeft hem geen pijn gedaan (zelfs de teen niet aangeraakt!) en nu gaf ze alleen maar zeep mee.
Elke avond er op doen, afspoelen, drogen, eventueel met föhn en dan betadine er op. ’s Nachts geen pleister, overdag wel.
Zo simpel is het. En zoiets simpels kan God zegenen, dat geloof ik vast! Rob kreeg hierdoor weer wat meer vertrouwen in dat het goed zou komen.
Hij was eerder behoorlijk wanhopig. Het feit dat hij hierom zat te huilen bij u zegt genoeg, want dat doet hij zelden.

En nu kunnen we al zeggen dat het zo goed als over is. Er is nog één kant van de grote teen ontstoken, al het andere is over. We blijven bidden en hopen op volkomen gezonde tenen. Maar we willen u ook bedanken voor het doorsturen naar de dermatoloog. Dat was een goede actie en heeft ons tot nu toe erg geholpen.
Hartelijke groet, Aline

zaterdag 23 april 2016

Enkelbanden gescheurd

Geschuif met dozen, gepraat van stemmen.
'Hallo daar! Kan het wat zachter! Ik slaap.' Moeizaam draai ik me weer eens om en knipper met mijn ogen. En nog eens. Wát zie ik daar? Mijn man! En mijn dochter. In de hal. Lamp aan. Midden in de nacht. En ik dacht nog wel dat ik droomde!
Verbaasd kijk ik op mijn wekker. De rode cijfers staan op 23.05. Volleybal!!! Als een pijl schiet ik uit mij bed en in mijn pantoffels.
-Wat is er?, vraag ik geschrokken.
Als ik een half uurtje later weer tussen de lakens schuif, nu naast mijn man, probeer ik de slaap weer op te pakken. Maar dat gaat niet zomaar. Honderd gedachten dagen me uit wakker te blijven.
Hoe moet dat deze week? Kamp van Rob? Verjaardag manlief? En naast me mijn man met een dubbeldikke enkel en voet. Gevallen met volleyballen. Geblokt, maar nu niet door de hartblokkers. Het ging alleen wat ongelukkig. Kan gebeuren. Niets aan te doen. Maar wel even lastig...

De volgende morgen maakt de foto op de poli duidelijk dat de voet niet gebroken is. De huisarts constateert wel gescheurde enkelbanden en een stevige kneuzing. Voorlopig even heel rustig aan doen en intapen. En blijven bewegen. Want kans op trombose is bij dit mannetje wat groter dan bij anderen.

De krukken zijn gehaald, de voet ingetapet. extra paracetamollen ingeslagen en de spciale dokterssok gaat aan. Dé sok die Rob altijd aan deed als hij wéér geholpen moest worden aan een ontstoken teen...

Terwijl man zijn verplichte rust houdt - en daarvan baalt- ren ik me tureluurs van winkels naar kamp (Rob wil er echt níet blijven slapen), naar huis, naar sport, naar werk, naar muziekschool, naar winkel, naar huis naar ....
Maar ach, dat is te overzien. Zes tot twaalf weken geeft de huisarts aan. En met hem zeg ik: fijn dat het alleen maar de enkel is. Want die reactie was hartverwarmend!!


zaterdag 30 januari 2016

Wat griep, keelamandelen en jarig zijn met elkaar te maken hebben...

Een volle week ligt achter ons. Daarom ook zo weinig geblogd.
Deze week stond vooral in het teken van mijn werk. Met errug veel zieke collega's thuis, heb ik veel gewerkt. Helemaal niet erg, ik werk met veel plezier en geniet van elk moment. Maar wel jammer voor de collega's die de strijd tegen de griep voor even op moesten geven. Samen met half Nederland. Dat is niet fijn en vooral heel vervelend. Beterschap, mensen!

Tot op heden doen wij hier niet mee. En dat is maar goed ook. Want morgen vieren we de verjaardag van Geert, die maandag 12 jaar hoopt te worden. We wilden de visite wat verspreiden, ivm de drukte voor manlief. Maar iedereen gaf aan zondag te komen. En dat kon, want ik gaf de vrije keus... Zodoende wordt het morgen een drukke avond, maar maandag relaxed. Is bij Geert direct ook heel veel spanning weg. Want hij is zó zenuwachtig! Terwijl hij al weet wat hij krijgt, één groot gezamenlijk cadeau van ons en de families: een Cajon. Wat dat is? Zo'n kist waar je op gaat zitten en dan tegenaan ramt tot je mooie muziek heb. Of wel: een stoel en dumbé in één. Compleet met ingebouwde snaren. Hij heeft zelfs al geoefend, samen met mij (ik op de gitaar), maar het maakt de spanning er niet minder om. Arm kind...

Dinsdag wordt Willeke geopereerd. Keelamandelen. Niet knippen,  maar pellen. Dus nog een rede voor liever geen griep. Na drie maanden keelontsteking is haar weerstand al zover omlaag, net als haar gewicht, dat juist nu een griep de hele planning zou omgooien. Of na die tijd, als ze weer een poosje hier komt logeren. Ik moet er toch niet aan denken dat juist dan de griep hier binnen komt. Buikgriep met zo'n kapotte keel lijkt me verschrikkelijk, maar koorts net zo goed.
Ach, we zien wel. Ook hierin maar vertrouwen op de zorg van onze hemelse Vader. Hij is er bij.

Ik wens jullie allemaal een heel fijne week. Ik bid je gezondheid toe, maar vooral een week met God.

Pagina's