Posts tonen met het label verwerken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verwerken. Alle posts tonen

zondag 18 april 2021

U leert me lopen op het water? Nou, liever niet...

Soms kun je het idee hebben dat alles je bij de handen afbreekt. Ken je dat gevoel? Dat je allerlei mensen om je heen ziet omvallen, dat je dingen waarvan je houdt kapot ziet gaan, mensen ziet worstelen met van alles en nog wat, collectief of persoonlijk en dat je dan naar jezelf kijkt en denkt: is dit het nou? 

Is dít het nou? Leven, vreugde, overvloed? Is dit het nou zoals ik zou willen? Is dit het nou zoals God bedoeld heeft? Ken je die vragen ook? Ik wel. En ik heb er al eens eerder over geblogd. Hoe het verleden vat op me krijgt. Wat is er allemaal niet gebeurd in mijn leven wat me heeft veranderd! Wat me heeft gebracht op de plek waar ik nu ben maar ook wat me heeft bezorgd aan gevoel van verdriet, gemis, pijn en verlies? 

Het is op een avond na zo'n dag vol vragen dat er een lied in me op komt. Ik zing het zacht in gedachten en ik voel me enorm getriggerd. Dit is zo'n irritant lied! Waarom komt dat nu op? Waarom lig ik dat nu te zingen terwijl ik wil slapen. 

U leert me lopen op het water  - Nee! dat wil ik niet, ik ben echt heel bang voor water!
De oceaan is weids en diep  - Daarom ja, wegzinken en nooit meer terugkomen, dat is wat er dan gebeurd

En als de golven overslaan  - Ik voel het en ik huiver, de golven over me heen, dat betekent mijn dood
Dan blijf ik hopen op uw Naam  - Nou ja, dat hoop ik dan maar hè
Mijn ziel vindt rust  - Rust? Op het water??
Want in de storm bent U dichtbij   - Rust hè, geen storm dan toch, dat gaat toch niet samen op?
Ik ben van U en U van mij  - Gelukkig maar, dat dan weer wel

Zo beleef ik dat lied. En ik kan er niets aan doen, maar ik kan me zo ergeren aan mensen die dit meezingen en vol overgave hun handen opheffen en zich aan God overgeven. Ik weet, ik ben veilig bij Hem, maar ik ga niet verlangen naar leren lopen op het water. Petrus vroeg erom en Jezus gaf toe, maar het was niet Jezus' eigen keuze om Petrus uit de boot te laten stappen. De rest van de discipelen mocht gewoon blijven zitten. Dan was al heftig genoeg, terwijl de storm en wind hen heen en weer joeg en ze in de pikdonkere nacht alleen maar een zwart diep gat onder zich zagen.  En terwijl ik zeker weet dat God voor me zorgt, dank ik Hem dat ik in mijn bootje mag blijven zitten en Hij naar mij toe komt, me in dat bootje omhelst en vast houdt. Voor mij is dat genoeg. Voor Hem ook.

De zinnen die hierboven ontbreken (voor wie het lied kent) blijven als een enorm refrein in mijn hoofd naschallen, daar, liggend in mijn bed. En uiteindelijk resoneren ze in mijn hart. En ga ik het een beetje begrijpen:

U vraagt me alles los te laten
Daar vind ik U en ik twijfel niet

U leert me alles los te laten... Alles. Loslaten. U leert me dat. En opeens weet ik het. De pijn van het verleden, de angst voor de toekomst. Alles mag ik loslaten. De mensen om me heen waar ik me zorgen over maak. De dingen die gebeuren in mijn kleine en in de grote wereld en de onrust die dat alles teweeg brengt. U leert me alles los te laten. Zo los te laten dat ik weet en niet twijfel dat Hij me vast zal houden. En dan dat zeker weten vasthouden, me vastklampen aan Zijn Woord en aan Mijn Redder. Dan twijfel ik niet. Misschien wel aan deze wereld en mezelf, maar niet aan Hem die deze wereld vasthoudt. 

De diepste zee is vol genade
Uw sterke hand, die houdt mij vast
En als mijn voeten zouden falen
Dan faalt U niet, want Uw trouw houdt stand

Zingend word ik, na een goede nacht, wakker. De zinnen resoneren opnieuw in mijn hart. En ik zing door:

Geest van God, leer mij te gaan over de golven
In vertrouwen U te volgen
Te gaan waar U mij heen leidt
Leid me verder dan mijn voeten kunnen dragen
Ik vertrouw op Uw genade
Want ik ben in Uw nabijheid

Eng? Zeker wel als je kijkt naar de zwarte nacht en het donkere water. Maar ik ben in Zijn nabijheid en vooral andersom: Hij is in mijn nabijheid. Hij zoekt me altijd weer op. En houdt me vast. Dus toch maar zingen, dit lied. Zing je mee? 




donderdag 11 februari 2021

Mijn opa, dank je wel voor wie je was

 Mijn opa. Hij was van 1906 en 68 toen ik werd geboren. In zijn werkzame leven busschauffeur, maar daar ben ik me nooit echt bewust van geweest. Hij was stapel op me, al vanaf het allereerste begin. Misschien omdat ik vernoemd was naar zijn vrouw, mijn oma? Of omdat ik leek op z’n enige dochter, mijn  moeder? Opa was dol op de tuin, hield kippen, echt een megaschuur vol! En later, toen het teveel werd, fazanten. Hij at graag vis en elke dag een bordje rijstemeel, net als ik nu doe! Hij zat altijd stil te luisteren naar de dominee vanuit het kastje, maar ging, in mijn beleving, nooit mee naar de kerk, waarom weet ik eigenlijk niet, maar oma zat altijd alleen. Ik mocht vaak bij haar zitten, bank 20, daar zat ze op het hoekje. En daar bleef ze zitten, ook na opa’s dood. 

Opa zat graag op zijn eigen stoel, okergeel wastie en het had grote armleuningen. Hij zat dan voor het raam en naast de radiator, dat was toen een hele brede hoge kachel, waar je heerlijke warmte van kreeg en met je hele rug tegenaan kon zitten. Maar ’t liefst zat ik bij opa op schoot. Opa was een erg stille man, maar kon me soms opeens een aai over m’n hoofd geven en zei dan liefdevol: "Mien deerntie". 

Hij was een man van weinig woorden, ging stil zijn weg, deed wat gedaan moest worden en was veilig. Heel erg veilig. Ik wist precies wat ik aan hem had. En wist: bij opa is het goed te zijn. Bijna elke woensdagmiddag en zaterdag was ik bij opa en oma. Ik zong, speelde blokfluit of speelde met mijn nichtjes. Maar nooit ging ik weg zonder even bij opa te hebben gezeten. Hij keek naar buiten en stak zijn hand op naar iedereen die naar binnenkeek. Dat was mijn opa, stil, teruggetrokken maar veilig en vriendelijk. En terwijl de beperkingen hem zwaar vielen, slecht kunnen lopen, weinig meer horen, vergeetachtig worden met de daarbij behorende dingen als afscheid nemen van zijn kippen, zijn auto en van een gezond lijf bleef opa voor mij opa. En ik? Ik bleef zijn deerntie. En voor mij was dat genoeg.

Zijn overlijden overrompelde me enorm. We waren op vakantie en juist die dag zou hij met oma bij ons komen. Wát keek ik daar naar uit. Maar opa kwam niet. Hoe heftig was dat voor me! Maar wat een troost, waarmee ik nu leven kan is dit: mijn opa hield van mij. Hij heeft me geleerd wat het is om je veilig te kunnen voelen bij de ander. Om te kunnen vertrouwen, lief te hebben en te genieten van iemands aanwezigheid. Want hij was mijn opa. En ik zijn deerntie.

Dank je wel opa, voor de mooie jaren die je me gaf. Dank je wel voor wat je me leerde, wat je me in de stille, kostbare momenten liet zien en vertelde. Dank je wel voor de intense verbondenheid die we met elkaar voelden. Dank je wel dat je mijn opa was. En ik jouw deerntie.


Geschreven nav de opdracht van mijn cursus Rouwconsulent. 

donderdag 10 september 2020

Opgesloten

Voorzichtig zet ik de laptop van Geert op het schilderstafeltje van Rob. Dan loop ik naar de schuurdeur. Doe hem heel bewust dicht en draai langzaam en met aandacht de sleutel om. Ik haal de sleutel uit de deur en leg hem naast de laptop op het tafeltje. Zodat ik tijdens dit moment van herbeleven blijf zien wie de regie over de sleutel heeft. Dan leg ik mijn vingers op het toetsenbord en begin: 

"6 augustus 2020

Ik weet niet eens meer waarom het zo kwam, ik geloof dat Rob niet naar school wilde of zo. In elk geval, Geert was naar school, de meiden ook en manlief was aan het werk. Rob wilde niet naar school en was erg boos. Maar we moesten echt gaan. Ik moest nog even wat pakken uit de schuur en terwijl ik daar was draaide Rob heel bewust de schuursleutel om en sloot mij op in de schuur. Ik kon hem zien, ik zag zijn grijns, ik wist: te laat. Opgesloten. Hier kom ik nooit meer uit. Ik raakte volledig in paniek want ik heb geen idee wat Rob nu gaat doen. Hij heeft nu de regie, ik ben hem kwijt. Hij is nu de baas en ik kan niets. Ik heb geen telefoon, ik heb geen sleutel en ik heb geen mens die me helpen kan.

Ik sta daar in de schuur en roep en schreeuw naar mijn zoon die buiten staat. Heel erg boos, heel erg verdrietig en heel erg triomfantelijk omdat hij mij heeft opgesloten. Draai die sleutel om, doe de deur open, schreeuw ik het uit. Ik moet zo huilen, ik ben zo bang. Wát kan ik doen? Ik bid en smeek of God me helpt maar in tegenstelling dat ik daarvan iets merk, roept Rob: ik gooi NU de sleutel weg, dan kom je er nooit meer uit. NEEEEEEEEE schreeuw ik, maar het helpt me niets. Rob gooit de sleutel weg, de tuin in. Haha, lacht hij, nu kun je er nooit meer uit.

Hoe ik me voel? Lamgeslagen, in paniek, alleen en heel eenzaam. Op mezelf aangewezen en in handen van mijn zoon. Geboeid, gevangen, gekooid en voor altijd helemaal verlaten. Zo voel ik me. Machteloos, in de war, wat gebeurt er nu allemaal. Hoezo doetie zo, ik snap helemaal niets van mijn kind en van zijn gedrag. Waardoor ik ook niet weet hoe hij denkt. Dat is heel erg eng. Waarom dit? Honderdduizend dingen schieten door me heen en ondertussen schreeuw ik, blijf ik schreeuwen datie open moet doen. Ik hoop dat de buurvrouw thuis is, ik hoop dat iemand me komt redden maar er is helemaal niemand die me hoort. Helemaal niemand. Moederziel alleen sta ik daar en huil om mijn machteloosheid en de macht van mijn kind. Het is zo enorm pijnlijk dit. Ik voel me zo in paniek, ik weet niet meer wat ik doen moet. Nu, zo’n tien jaar later raak ik haast nog steeds in paniek. In elk geval helemaal overstuur.  En al een paar dagen kan ik niet rustig liggen zonder dit gevoel van machteloosheid en verlatenheid, in de steek gelaten door mijn zoon voor wie ik er altijd ben, kwijt te raken.

Ik weet niet hoelang ik daar heb gestaan. Schreeuwend, huilend, maar opeens opent Rob zijn hand en zegt me met niet te verstane bewoordingen dat ik eruit mag als ik doe wat hij zegt. Op dat moment beloof ik alles. Gods hand heeft me gered. Rob had de sleutel niet weggegooid. Hij had hem in zijn hand. Dat is bijzonder, want een autist van zo’n zware klasse als Rob kan normaal gesproken niet zo denken. Niet doen alsof. Ik twijfelde er daarom ook niet aan, of hij had hem echt weggegooid. Een zegen van God. Daarnaast was Rob in staat om te zien dat hij moest stoppen. Ook een zegen van God. En  daarnaast stond God al die tijd zowel naast mij in de schuur als naast hem buiten de schuur. Al voelde ik daar niets van, ik was niet alleen. Voor nu is dat een troost.

Wat ik had gedaan als het niet zo ver was gekomen, zoals in mijn dromen? Ik bedenk me steeds dat ik dan een voorwerp had moeten zoeken, dat voorwerp door de deur moeten gooien maar dan wel zo dat ik me niet bezeerde en dat Rob niet in paniek raakte of zich bezeerde. Ik bedenk dat ik het beste gereedschap uit de kast kon pakken. Ik weet niet zeker of die sleutels van de kasten binnen handbereik waren, we hadden toen al veel op slot. In elk geval had ik iets scherps gezocht, het raam open gesneden of open gegooid en dan daardoorheen naar buiten. Gelukkig is dat niet nodig geweest, maar ik blijf geneigd te bedenken: wat als hij de sleutel echt had weggegooid? Om daar dan weer extra van in paniek te raken, nu nog.  Dus dit is wel een stuk wat bij het verhaal hoort, al was het gelukkig niet nodig en is het niet gebeurd.

Ik weet nog dat ik honderd schietbedankjes naar boven heb gedaan. Op de fiets ben gegaan en Rob naar school heb gebracht. Het voorval diep weggestopt in mijn hart in de hoop er nooit meer aan te denken en het nooit meer mee te maken. Maar zo werkt het dus niet. Ook had ik een oplossing voor nog eens: vanaf dat moment liep ik met alle sleutels in mijn zak of om m’n nek zodat dit niet meer zou gebeuren. Het is niet meer gebeurd, in het echt, dankzij mijn alertheid maar voor mij is dit het ergste wat me overkomen is met Rob, het geeft de meeste paniek en de meeste onrust terug als ik er weer aan denk. Het was afschuwelijke ervaring, want ik hield al nooit van kleine ruimtes of een opgesloten gevoel. Dit heeft het wel verergerd. Omdat ik er ook nooit met iemand over praatte, loste het niet op maar bleef het sudderen. Ik hoop dat door dit te schrijven, te lezen en te herbeleven, dat het verwerkt wordt en een plekje kan krijgen. Zodat ik er aan terug kan denken zonder de angst en paniek. Maar vooral in dankbaarheid dat het niet nog erger was. Maar zover ben ik nu nog niet."

Nu, enkele weken later en na minstens tien keer alles hardop te hebben voorgelezen aan mezelf, herleefd en meegemaakt op de plek waar het gebeurde, nu ben ik er haast wel zo aan toe dat ik het kan lezen zonder te huilen. In elk geval raak ik niet meer in paniek. En al sinds de dag dat ik dit op papier zette, kan ik weer genieten van mijn dagelijkse momentjes op de bank, met mijn ogen dicht. 

Met dank aan het moment wat ik kreeg, het lenen van de laptop en van het schrijftafeltje, zomaar op een zondagmiddag. En niemand kwam me storen. Want de deur zat op slot 😉

dinsdag 12 mei 2020

Verborgen verstilling

Het is stil. Stil in mij. Alsof alles stil zou moeten zijn. Alsof alles stil zou moeten staan. Alsof de waas in mijn hoofd me belet verder te denken dan vandaag. De waas van witte wolle watten, fladders mist, vlokken, ijskoude dikke wintervlokken in mijn hoofd die me beletten me te bekommeren over het één en het ander. De ander ook.

Nee, ik ben niet als een gek boodschappen gaan doen voor de oude buurvrouw, liedjes gaan zingen, teksten gaan schrijven, mensen gaan opzoeken via de babbelbox, honderden kaarten gaan schrijven en noem nog maar wat van die honderd-en-een goede dingen die de wereld doet om elkaar door deze crisis heen te helpen op. Waar bij menigeen de adrenaline toesloeg en er enorm veel activiteiten kwamen keek ik toe. En ik dacht: mooi. Mooi dat anderen dit doen, want ik doe het niet. Ik kan het nu gewoon even niet. In mijn hoofd is dichte mist en dat is even heel erg jammer voor jullie.
Ik voel me er niet schuldig over. Eerder wat onverschillig. Boeiend wat de ander hiervan vindt, als ze al wat vinden, maar ik doe het nu even zo. Ik heb genoeg aan mezelf. Egoïstisch? Zelfzorg, zo zou ik het eerder willen noemen. Want als iets niet gaat maar je het per sé toch doet, krijgen anderen en jezelf dat razendsnel terug. Geloof me maar of geloof me niet, het is zoals ik het heb ervaren.

Dus trek ik me wat terug. Zorg voor mezelf. Vergeet anderen. Neem de tijd om te verwerken en te overdenken. Wát gebeurt er nu eigenlijk allemaal in deze wereld? Als iemand me dat nu eens gewoon kon uitleggen.... Het rondsluipende virus, de politieke onrust die dat wereldwijd teweeg brengt of gaat brengen, het Samen-Sterk, wat we niet zo heel lang meer gaan volhouden. Extra psychische problematiek, opstand tegen overheid, kwetsbaren die worden uitgebuit, de discussie van een zoveelste G in het netwerk, de vele doden, de niet te verwerken rouwprocessen. En alle verbanden die je hiertussen kunt leggen... Is er überhaupt iemand die dit nog kan -of wil- begrijpen?? Ik niet.

Lig ik dan nu urenlang ellendig te zijn in mijn kamertje, stil in de foetushouding op mijn bed te huilen en te peinzen? Nee hoor, daar hoef je niet bang voor te zijn. Gelukkig past dat totaal niet bij mij, al zou het me zomaar kunnen overkomen. Ik doe gewoon mijn ding hier in huis, ik doe mijn werk en geniet van de mooie dingen die ik zie gebeuren. Ik geniet van Gods schepping, van het contact met klanten, van mijn gezinsleden en vriendinnen. Maar toch... Het lijkt alsof dat genieten onder een laag stof ligt. In een mist of wattendeken. En soms komt het even voluit naar buiten, maar het zakt enorm snel weer terug naar waar het vandaan kwam. Dus ligt het meestal wat verborgen in de stilte van mijn ziel. Verborgen, omdat zoveel niet kan zoals ik gewend was en graag zou willen. Dat ik mijn vriendin niet begroeten kan zoals we gewend waren. Dat ik vandaag niet naar mijn jarige moeder ga, hoe graag ik ook zou willen. Wij gaan morgen en omdat we als kinderen om de beurt gaan, zie ik mijn broers en zussen en hun kinderen deze keer niet. En als ik ze spreek, op gepaste afstand, is er daarna altijd het knagende gevoel van missen. Omdat het niet zo spontaan is, omdat het niet zo dichtbij is, omdat het, nou ja, niet zo is als ik zou willen. Klink ik nu als een zeurend klein kind? Ik voel me eerder een gevoelig sociaal persoontje die er voluit voor de ander wil zijn. En dat niet kan.

En echt ik snap dat iedereen daar mee te kampen heeft. En iedereen gaat er anders mee om, het is allemaal oké. Maar mag ik het dan alsjeblieft lastig vinden? Mag ik gewoon niet willen wennen aan het nieuwe normaal? Oei wat een irritatie roepen die twee woorden bij mij op. Het nieuwe normaal, het zou wat zeg. Echt ik wil daar gewoon niet aan wennen, ik wil dat nooit normaal gaan vinden. Alles in mij spreekt dat enorm tegen!

Inmiddels wordt de waas elke dag wat minder zwaar. Alsof ik langzaam maar zeker door een soort van rouwproces heen kom om wat was en niet of voorlopig niet meer terug komt. Schrijf ik af en toe een kaartje of ik bel iemand omdat ik wil weten hoe het met hem of haar gaat. Kom ik langzaam weer terug bij mezelf en maak ik wat richtlijnen met mijn hart die ik wel kan doen, die nergens tegenin gaan maar toch fijn zijn om mee te maken. En zo ga ik mijn weg. Waar anderen inmiddels de adrenaline voelen verdwijnen en ze zich langzaam maar zeker af gaan vragen: Hoe lang nog?, ben ik op het punt van: hallo daar, ik ben er weer. Ik ben weer terug bij mezelf. Ik ben weer terug bij jullie. Maar let op hè, ik zeg: op het punt van. Dus geef me gewoon af en toe ook nog een beetje tijd voor de watjes, de vlokjes en de flarden mist. Het is goed zoals het gaat. Want zo gaat het.

Pagina's