woensdag 30 juni 2021

Hou me vast, gedachten over dementie


Als ik verdwaal in mijn hoofd, zoekend naar woorden

Als ik verdwaal in mijn wijk, zoekend naar mijn huis

Als ik verdwaal in mijn woning, zoekend naar ouders

Als ik verdwaal, waar ben ik dan nog thuis?

Als ik verdwaal in gedachten, mijn zus niet meer vind, 

mijn vriendin, mijn buurvrouw, mijn man en mijn kind...

Als ik zelfs verdwaal in mijn lichaam, 

niet meer weet hoe eten smaakt, hoe ik slikken moet

O alsjeblieft, als ik alles vergeet en weer vergeet

hou me dan vast en laat me voelen dat ik leef

woensdag 19 mei 2021

Groot genoeg




Elke keer raakt het me weer. Bovenstaande afbeelding, die ik gisteren weer zag in de Gebedstuin bij de Zusters. (Elim in Amerongen) Ik was er voor de vijfde keer, voor de tweede keer alleen. De vorige keer regende het dat het goot, maar een echte Hollandse meid als ik ben geeft daar natuurlijk niet om. Toch was ik dankbaar voor het prachtige weer van deze dinsdagmiddag. 

Ik loop de tuin in op de volgorde zoals aangegeven, het boekje in mijn hand. Ik lees de bordjes, maar ook de tekst uit het boekje, terwijl ik voorzichtig neerzak op het boomkrukje. Op het natte boomkrukje. Maar de zon schijnt op mijn gezicht en hoewel ik voor me uitgebeeld zie de breuk tussen God en mensen, ervaar ik Gods genade bovenmate door de warmte van Zijn liefde. 

De zon verdwijnt stilletjes achter een wolk, teken voor mij om verder te gaan, het pad verder te lopen naar nummer twee. Het kruis, de verbindingsschakel tussen God en mensen, waarvan Jezus het middelpunt is. Hij verbindt, herstelt, geneest en bevrijdt. En weer komt de zon. En  weer zak ik op het natte bankje voor de uitbeelding. En weer word ik ontroerd door Gods liefde zo heel dicht bij. 

En elke keer 

als de zon verdwijnt 

en ik verder loop, 

is de zon daar weer, 

nog voor ik bij het volgende punt ben!

Nummer drie, een open graf, Jezus leeft! Nummer vier, de Heilige Geest leidt. Een beeld van Jannie Slingerland staat hier afgebeeld. Ik wil dit graag met jullie delen, daarom heb ik hem er even bij gezocht. Zo mooi is dit. De Heilige Geest is gekomen (Pinksteren) en dat mogen we vieren. Waarom? Omdat we er niet alleen voor staan. Hij leidt. Kijk maar hoe de beeldhouwer dit heeft ontworpen, zo treffend. De Geest leidt niet door dwingend de weg te gaan, dan had hij me wel bij m'n heupen gepakt, zodat ik alleen maar lopen kon waar Hij zou willen. Nee, de Geest staat achter me, staat boven me en leidt. Losjes liggen mijn handen in de Zijne. Zijn handen om de mijne heen. Vlakbij loopt Hij, net achter me, maar Hij is groot genoeg om het overzicht te zien. En als het moet is Hij bij machte me van voren en van achteren te beschermen met Zijn aanwezigheid. En nou ja, ik zeg het maar eerlijk, dat is wel erg fijn ja. Vanuit mezelf gebeurt er niet veel goeds, Zijn leiding en aanwezigheid heb ik zo hard nodig, elk moment van de dag weer!

Dit beeld troost mij enorm. En  het deed me diep van binnen neerknielen bij het beeld van nummer vijf, waar gezegd wordt dat alleen aanbidding overblijft als je op je in laat werken Wie onze God wil zijn. 

En terwijl ik verder ga, afwisselend zittend en lopend, biddend en kijkend, luisterend en lezend kom ik in deze met zonnestralen overgoten gebedstuin bij de Jordaan. In het boekje staat bij deze uitleg het lied van Hans Maat, Sela, Ik zal er zijn. En ik zing het zachtjes voor me uit:

 Ik ben die Ik ben is Uw eeuwige Naam, 

onnoembaar aanwezig kent U mijn bestaan. 

Hoe adembenemend ontroerend dichtbij. 

Uw Naam is Ik ben en Ik zal er zijn. 

En terwijl ik dit vasthoud, loop ik van 10 naar 1, pak mijn fiets en dank God voor Zijn grote genade en liefde. Zichtbaar voel ik het op mijn gezicht, Zijn Zon, Zijn warmte. En terwijl ik alleen maar gebeden had of het droog mocht blijven denk ik er nu over na of ik niet mijn jas uit moet doen, de zon is zo warm. 

God geeft altijd meer dan je vraagt. 

Zo is Hij.

Groot genoeg.



donderdag 29 april 2021

Maatje worden? Hier lees je hoe het niet moet.

 

Dag maatje,

Je hebt geen idee van wat je  Rob hebt aangedaan hè. Ik weet nog hoe je bij ons kwam, de eerste keer dolenthousiast en nee, je ging dit jaren volhouden. Werk was niet het probleem, hier ging je gewoon tijd voor vrij maken. En wat waren we blij. Rob knapte er van op als je kwam en geweest was. Eerst was het spannend, maar al snel was het leuk voor hem en hij ging je zelfs al een beetje vertrouwen. En dan opeens dat appje.

Hoezo een appje?!! Was het niet veel logischer en socialer geweest als je simpelweg weer een afspraak had gemaakt en daarin vertelde, face to face, dat je het niet meer wilde doen? Was je bang voor Robs teleurgestelde blik, was je bang voor zijn verdriet, was je te laf om nog één keer te komen om fatsoenlijk iets af te sluiten en afscheid te nemen?? Ik snap dat niet. Ook niet van de stichting waarvoor je werkt. Je geeft aan dat je het in overleg met hen zo deed. Maar hoe dan? Hoezo zou je een leerling SW adviseren door middel van een app het contact te verbreken? Hoezo geef je haar niet het advies om op z’n minst fysiek afscheid te gaan nemen, omdat dat voor het maatje misschien, maar voor Rob sowieso, zo veel beter is?

Ik ben zeer teleurgesteld in de manier van werken die de stichting door jou heen handhaaft. En dat maakt me vooral het meest boos. Het was prima geweest als tijdens een bezoekje gezegd werd dat je niet meer kon komen. Als je jouw motivatie daarover had ge-uit en gevraagd had aan Rob wat hij er van vindt. Hij had het geaccepteerd hoor, maar hij had ook zijn vragen kunnen stellen. Maar dit? Dit kan ik niet anders zien als laf en mega a-sociaal.

Ik begrijp dat omgaan met Rob en avond aan avond schilderen niet is wat je voor ogen had. Maar er is verschillende keren tegen je gezegd dat je zelf ook een activiteit kon aandragen. Dat Rob dat zelfs nodig heeft en fijn vindt.  Dat was te moeilijk voor je denk ik? Teveel gedoe, teveel bedenken? Tuurlijk is corona een ding. Winkels dicht, restaurantjes dicht, bioscopen en theaters dicht. Erg lastig allemaal. Maar er waren wel alternatieven. Je zag ze niet of je wilde ze niet bedenken. Je was je motivatie volgens mij al erg snel kwijt, had het toch gezegd!

De opmerking van Rob die hij zei toen hij doorkreeg dat je niet meer zou komen was deze: Nu ik weet hoe leuk het is een vriend te hebben, ben ik nu nog meer alleen. Ofwel: was ik er maar nooit aan begonnen. Heb je door wat je kapot hebt gemaakt op deze manier? Heb je door hoeveel schade het berokkent heeft? Nee hè, je leeft lekker je eigen leven en het kan je verder geen barst schelen. Of misschien toch wel? Zit je nu te wachten op een reactie van Rob waarin hij je hartelijk bedankt voor de avonden dat je er wel was? Het was fijn geweest als we dat hadden kunnen doen, dat zeker. Zit je te wachten op een reactie van meeleven voor jezelf over hoe naar het voor je is dat je zo druk bent dat je er niet meer kunt zijn voor de ander? Zit je te wachten op waarderende woorden? We hadden ze je kunnen geven. Maar helaas, je gaf ons de kans niet. Niet face to face en sorry, via de app doe ik dat niet en hoeft Rob dat ook niet te doen.

Ik zie nu de pijn bij Rob. Niet zozeer omdat jij niet meer komt, maar omdat hij geen maatje meer heeft. Ik voel zijn eenzaamheid, merk het aan alles. De glans is uit zijn ogen en hij is nukkig, laat zich leiden (of is het lijden) door moedeloosheid en weet niet wat anders te doen dan dat. Lijkt te denken: beter geen vriend, dan zo één. Zijn verlangen naar iemand die écht om hem geeft en met hem mee wil lopen dit moeilijke leven door is ergens compleet in stukken, maar tegelijk zo enorm groot. Ik zie hem wegkwijnen, hoor hem stil zijn, lees in zijn ogen het verdriet en voel hem terugtrekken. En dat doet mijn moederhart zo’n pijn, ik heb er geen woorden voor.

En toch gaan we door. Zonder jou. We zullen wel moeten en het zal ook weer gaan.

Dankjewel, je hebt me veel geleerd. Vooral dat we uit moeten kijken naar meerdere mensen om Rob heen. Een kring van mensen. Eén maatje is niet genoeg. Die kan zomaar weg zijn. Dat heb ik geleerd. Dank je wel.

Ik hoop dat jij leert, dat beloftes geen loze woorden zijn. Zeker niet voor iemand als onze zoon. Ik hoop dat jij leert dat, hoe het dan ook voor je is, een normaal afscheid en gesprek op z’n plaats zijn. Ik hoop dat je hebt geleerd hoe het niet moet en je later, als je werkt, zulke steken niet meer laat vallen.

En dan de stichting, ik hoop dat jullie leren je vrijwilligers zo te begeleiden dat deze manier van werken niet eens in hun opkomt. Dat ze met respect en liefde voor hun medemens hun maatje tegemoet treden en hen gelijkwaardig of in elk geval menswaardig behandelen. Dat hoop ik echt. Vooral voor mensen als Rob.

Dank je wel voor het lezen. Haal er je winst uit, dan is het nog een beetje tot nut geweest. 


(Na een oproep aan onze kerkelijke gemeente is er weer een maatje gevonden. Maar, één is niet genoeg, dat is gebleken. Reageer gerust even als jij iemand weet die ook wat voor onze Rob zou kunnen betekenen.)

zondag 18 april 2021

U leert me lopen op het water? Nou, liever niet...

Soms kun je het idee hebben dat alles je bij de handen afbreekt. Ken je dat gevoel? Dat je allerlei mensen om je heen ziet omvallen, dat je dingen waarvan je houdt kapot ziet gaan, mensen ziet worstelen met van alles en nog wat, collectief of persoonlijk en dat je dan naar jezelf kijkt en denkt: is dit het nou? 

Is dít het nou? Leven, vreugde, overvloed? Is dit het nou zoals ik zou willen? Is dit het nou zoals God bedoeld heeft? Ken je die vragen ook? Ik wel. En ik heb er al eens eerder over geblogd. Hoe het verleden vat op me krijgt. Wat is er allemaal niet gebeurd in mijn leven wat me heeft veranderd! Wat me heeft gebracht op de plek waar ik nu ben maar ook wat me heeft bezorgd aan gevoel van verdriet, gemis, pijn en verlies? 

Het is op een avond na zo'n dag vol vragen dat er een lied in me op komt. Ik zing het zacht in gedachten en ik voel me enorm getriggerd. Dit is zo'n irritant lied! Waarom komt dat nu op? Waarom lig ik dat nu te zingen terwijl ik wil slapen. 

U leert me lopen op het water  - Nee! dat wil ik niet, ik ben echt heel bang voor water!
De oceaan is weids en diep  - Daarom ja, wegzinken en nooit meer terugkomen, dat is wat er dan gebeurd

En als de golven overslaan  - Ik voel het en ik huiver, de golven over me heen, dat betekent mijn dood
Dan blijf ik hopen op uw Naam  - Nou ja, dat hoop ik dan maar hè
Mijn ziel vindt rust  - Rust? Op het water??
Want in de storm bent U dichtbij   - Rust hè, geen storm dan toch, dat gaat toch niet samen op?
Ik ben van U en U van mij  - Gelukkig maar, dat dan weer wel

Zo beleef ik dat lied. En ik kan er niets aan doen, maar ik kan me zo ergeren aan mensen die dit meezingen en vol overgave hun handen opheffen en zich aan God overgeven. Ik weet, ik ben veilig bij Hem, maar ik ga niet verlangen naar leren lopen op het water. Petrus vroeg erom en Jezus gaf toe, maar het was niet Jezus' eigen keuze om Petrus uit de boot te laten stappen. De rest van de discipelen mocht gewoon blijven zitten. Dan was al heftig genoeg, terwijl de storm en wind hen heen en weer joeg en ze in de pikdonkere nacht alleen maar een zwart diep gat onder zich zagen.  En terwijl ik zeker weet dat God voor me zorgt, dank ik Hem dat ik in mijn bootje mag blijven zitten en Hij naar mij toe komt, me in dat bootje omhelst en vast houdt. Voor mij is dat genoeg. Voor Hem ook.

De zinnen die hierboven ontbreken (voor wie het lied kent) blijven als een enorm refrein in mijn hoofd naschallen, daar, liggend in mijn bed. En uiteindelijk resoneren ze in mijn hart. En ga ik het een beetje begrijpen:

U vraagt me alles los te laten
Daar vind ik U en ik twijfel niet

U leert me alles los te laten... Alles. Loslaten. U leert me dat. En opeens weet ik het. De pijn van het verleden, de angst voor de toekomst. Alles mag ik loslaten. De mensen om me heen waar ik me zorgen over maak. De dingen die gebeuren in mijn kleine en in de grote wereld en de onrust die dat alles teweeg brengt. U leert me alles los te laten. Zo los te laten dat ik weet en niet twijfel dat Hij me vast zal houden. En dan dat zeker weten vasthouden, me vastklampen aan Zijn Woord en aan Mijn Redder. Dan twijfel ik niet. Misschien wel aan deze wereld en mezelf, maar niet aan Hem die deze wereld vasthoudt. 

De diepste zee is vol genade
Uw sterke hand, die houdt mij vast
En als mijn voeten zouden falen
Dan faalt U niet, want Uw trouw houdt stand

Zingend word ik, na een goede nacht, wakker. De zinnen resoneren opnieuw in mijn hart. En ik zing door:

Geest van God, leer mij te gaan over de golven
In vertrouwen U te volgen
Te gaan waar U mij heen leidt
Leid me verder dan mijn voeten kunnen dragen
Ik vertrouw op Uw genade
Want ik ben in Uw nabijheid

Eng? Zeker wel als je kijkt naar de zwarte nacht en het donkere water. Maar ik ben in Zijn nabijheid en vooral andersom: Hij is in mijn nabijheid. Hij zoekt me altijd weer op. En houdt me vast. Dus toch maar zingen, dit lied. Zing je mee? 




dinsdag 30 maart 2021

Schending van de AVGwetgeving

Je kunt zeggen wat je wilt, maar ík vind het gewoon verschrikkelijk. Het is echt nooit mijn bedoeling geweest dat al deze namen nu zomaar op straat liggen. Of in de vijver ernaast. Hoe kan ik nu zo stom zijn! En, erger, het is me al eens eerder overkomen. Maar toen kon ik alles nog rechtzetten. Nu is dat volkomen mislukt. De hele middag lopen zoeken, maar helaas. En dan maar dat deuntje in mijn hoofd hè, van 'Een ezel stoot zich in het gemeen... ja je kent het wel. Blijkt dus maar weer dat ik nog minder nadenk als dat een ezel doen kan. En dat terwijl ik de hersenen er wel voor heb, maar gewoon wat makkelijker ben uitgevallen dan de zojuist genoemde ezel 😉

De dominee heeft nog geluk. Die heeft het gehaald. Ligt niet met naam en al in de vijver. Ik heb net nog even met hem staan praten op de markt, bij onze favoriete kaasboer. Niet gezegd natuurlijk dat ik onderweg ben met een stel Paaskaarten, waar er ook één voor hem en zijn gezin bij zit. Net daarvoor bij al mijn geliefde adresjes langs geweest. -Heb je niets ontvangen, dan ben je evengoed geliefd, maar sta je niet in het geliefde Paaskaartenbestand dit jaar. Vat het vooral niet persoonlijk op!-  Na de markt nog één adresje in de wijk en toen weer wat meer richting huis. Bij de dominee voor stap ik van mijn fiets en kijk verbaasd achterom. M'n hele achterrekje leeg! Sta ik dan met m'n goeie gedrag, voor de deur zonder kaart. Maar hè, wacht. Daar hangt nog iets. En ja hoor, het is de kaart voor ons domineesgezin. Opgelucht gooi ik de kaart in de brievenbus om dan peinzend en zoekend mijn weg in omgekeerde volgorde terug te rijden. Maar wat ik ook vind - wat een hoop zooi ligt er langs de weg hè- ik vind niet de kaarten die ik zoek. Zes zouden er ergens moeten zijn. Ik hoop maar dat iemand ze heeft opgeraapt en bewaard. Ergens een link vindt met de namen er op. Namen ja. Alleen namen. Wat ben ik daar blij om. Niets geen overtreder van de privacywetgeving, niets geen schending van persoonlijke gegevens. Nee, als er adressen op hadden gestaan was ik met de auto gegaan natuurlijk. Dat is veiliger. Voor de kaarten dan, niet voor de auto nu al onze gegevens ergens open  en bloot liggen. 😕

Rest mij nu nieuwe kaarten te gaan kopen en die op een ander moment te gaan bezorgen. Tja, zegt mijn moeder altijd, wie zijn hoofd niet gebruikt moet zijn benen gebruiken... Altijd hebben moeders gelijk! 

Hoewel, de combi moeder en leeg achterrekje is een wat minder leuke herinnering.

Ooit fietste mijn moeder vrolijk, ik hoor haar nog zingen, met mij achterop, dat dacht ze, door de straat, vanuit school naar huis. Ik heb heel hard geroepen, maar ze hoorde het niet. Het achterrekje was volkomen leeg, het zitje waar ik in zat schuurde over het asfalt 😂

Misschien is er toen al een steekje bij me los gegaan. Waardoor ik keer op keer doe waarvan ik best wel weet dat het niet werkt. Een paar losse Paaskaarten onder de snelbinders bijvoorbeeld.

Stel je leest dit, maar je vindt geen mooie kaart van ons door de bus -afzender bekend-  dan hoop ik dat deze blog wat goed maakt. Of, heb jij de kaarten gevonden? Dan weet je me nu te vinden 🙊

Ik wens je fijne en mooie Paasdagen. Niet vergeten: de dood is verslagen, Jezus leeft. 😇




donderdag 25 maart 2021

Dat Hij míjn voeten wilt wassen!

Oorverdovende stilte

Verbaasde gezichten

Onrust en geschuifel

Ik voel mezelf op slot schieten. Irritatie en ergernis strijden om voorrang. Woede komt in me op, ongeloof en ontkenning. Nee! Nee, dit niet! En dan, dwars door al die gevoelens heen een vleugje liefde, Voor die Man daar. Doodse stilte, de spanning is voelbaar tot in het diepst van mijn ziel. Wat is dit? Stomverbaasd kijk ik toe. Niemand zegt wat. Iedereen is met stomheid geslagen. Ik doe mijn ogen dicht. Dit wil ik niet zien. Dit wil ik niet meemaken.

Maar dan is Hij daar. Bij mij. Ik voel het. Nu ben ik aan de beurt. Liefdevol gaan Zijn handen naar mijn voeten. Maar in een fractie, ik trek ze terug. Nee Heere! Dit wil ik echt niet. 

Liefdevol houden Zijn ogen mijn betraande gezicht vast. In Zijn blik zie ik de intensiteit van iemand die van mij houdt. Van iemand die mij door en door kent en tóch van mij houdt. 

Zijn stem klinkt geduldig, zalvend, als balsem op mijn verslagen ziel. 

- Aline, Mijn kind, als Ik je voeten niet mag wassen, heb jij geen deel aan Mij.

De tranen biggelen over mijn wangen als ik aarzelend mijn voeten naar Hem uitsteek. Want bij Hem wil ik horen, dat is wat ik zeker weet. Enigszins terughoudend ben ik nog, weet Hij het wel zeker? Mag ik echt bij Hem horen? Wil Hij überhaupt bij mij horen? Zijn zachte, natte handen nemen mijn voeten. Ik staar er naar. Zijn handen. Mijn voeten. Mijn voeten in Zijn handen. Verbaasd en vertwijfeld schud ik mijn hoofd. Wat ís dit? Zacht wrijft Hij mijn voeten schoon en langzaam ontspannen ze in Zijn handen. Het wrijven wordt stevig, begint op schrobben te lijken. Ik glimlach door mijn tranen heen, wat kent Hij me goed. Dit is precies zoals bij mij past. 

De droge doek neemt langzaam maar zeker alle natte druppels in zich op, mijn voeten stralen als nooit te voren. En terwijl Zijn blik van mijn voeten naar mijn ogen gaat, zie ik een onmetelijke liefde voor mij glinsteren, zijn ogen stralen me als de zon tegemoet. Hij moet het gezien hebben, die blos op mijn wangen, mijn verlegenheid omdat ik werkelijk niet weet waar ik kijken moet. Zacht nodigt Hij me uit Hem aan te kijken. En dan zegt Hij de zoveel omvattende woorden, woorden die ik de rest van mijn leven met me mee zal dragen:

- Aline, ik houd van jou. Ik geef je alles. Ik kies voor jou. Dat is Ja voor jou, Nee tegen Mezelf. Dat doe Ik. Omdat Ik van je houd. Vertrouw maar op Mij.

En terwijl Jezus verder gaat met het wassen van de voeten van mijn vrienden, bekijk ik de mijne eens goed. Ze glimmen, zijn als een nieuwe huid. Geen eeltplekjes, geen likdoorns, geen kalknagels. En zelfs.. stiekem ruik ik even. Het is enkel liefde wat ik ruik. Alles is blinkend schoon. En ik weet hoe dat komt: Zijn handen raakten mijn voeten, Zijn liefde waste ze schoon, Zijn reinheid ontsmette mij. Alles, ja alles aan Hem is rein, is goed, is liefde. 

Geïnspireerd door de Bijbelstudie op pag. 82-84van het boekje Kijken en luisteren naar Jezus, red. Jos Douma


donderdag 18 maart 2021

Over afleiding en focus, een keuze

 Het zijn de laatste pagina's van mijn boekje. Best jammer en ik kijk uit naar het derde deeltje. Ook goed om even alles te laten bezinken en hierin wat rust te nemen.

Zoals vaak zo pakt een bepaalde zin me ook nu weer:

Zeg je JA tegen jezelf, dan zeg je NEE tegen de ander. 

Zeg je JA tegen de ander, dan zeg je NEE tegen jezelf. 

Klinkt logisch denk je misschien. Inderdaad. Maar hoe lastig is het ook. Hoe vaak kiezen we voor onszelf zonder door te hebben dat we dan de ander laten? Hoe vaak andersom? Hoe vaak ga je door en door voor Jan en alleman zonder te luisteren naar wat je zelf nodig hebt? Hoe vaak lig je lui achter je mobieltje terwijl iemand je hulp of aandacht goed kan gebruiken? 

Bovenstaande zin is geschreven in het hoofdstuk 'Omgaan met afleidingen'. Dingen die je afleiden van waar je eigenlijk mee bezig was of waar je mee bezig wilde gaan. O! Ik herken dat zo! Jij dan? 

Dan wil ik even een appje sturen, ja een heel belangrijke hoor en dan zie ik al die andere appjes die binnen zijn gekomen. Leg ik mijn mobiel weer neer, na een kwartier of zo en bedenk me dan opeens pas dat ik een appje zou sturen die best wel heel belangrijk is. Herkenbaar?

Of, erger, ik app gewoon door terwijl mijn zoon tegen me praat en dan doe ik ook nog of ik luister. Terwijl ik niet de volle aandacht en focus op hem gericht heb, maar misschien maar zo'n 25% 😵 Waarmee ik hem heel duidelijk laat merken dat niet hij maar mijn mobiel, of, zo je wilt, mijn contacten op de mobiel belangrijker zijn. Een schokkende constatering, zowel voor hem als nu ook voor mezelf.

De auteur van dit boekje heeft het over volle focus, volledig geconcentreerd, absolute aandacht en één ding tegelijk. Dat is beter voor je geest, beter voor je relaties en beter voor je prestaties.

Ik merk dat ik er echt weer even op moet oefenen. Zowel op dat leven zonder me af te laten leiden als om elke keer de keuze te maken: Wat wil ik? Kies ik voor verleiding, dan heb ik geen tijd om naar mijn zoon te luisteren. Kies ik voor een poosje swipen op mijn mobiel, dan heb ik minder tijd voor Bijbelstudie. Dus leer ik, wat ik niet met volle aandacht doet gaat ten koste aan mijn werk en relaties, zowel de relatie met mijzelf, als die met de mensen om me heen en als die met God. 

Alles in het leven is een keuze. Kies je voor JA tegen jezelf (en dat mag echt!) dan kun je op dat moment niet voor de ander gaan. En andersom. Het maakt niet uit wat je kiest. Als je het maar kiest met je hart, zó dat je er zelf achter staat en je je voor 100% kunt geven aan de door jouw gekozen focus op dat moment. 

In de Bijbel in Gewone Taal staat, 2 Korinthe 8:13  'Het is niet de bedoeling dat jullie zelf in moeilijkheden komen, door anderen te helpen.' En, in hoofdstuk 9: 'Je moet van harte geven, niet omdat het verplicht is. Want God houdt van mensen die met vreugde geven.' (vers 7) Nuchtere waarheid. Geef je meer dan jezelf aan kunt, dan geef je evengoed niet met de juiste focus en de juiste houding. 

Wat een wijsheid hè. Nu de uitdaging aangaan. Dat is nog ff een ... 

TING... Oeps een appje, wacht even hoor, ik ben zo terug! 😏  


Inspiratie uit het boekje van Tineke Wuister, getiteld Zicht 

woensdag 3 maart 2021

Mondkapjesplicht

 -Goedemiddag!

Ik groet de dame vriendelijke. Ze komt wat afhalen. Is het halve centrum al langs geweest, want haar tassen zijn vol en haar handen ook. In de ene hand een mondkapje, die ze probeert om te doen. In haar andere hand allerlei andere dingen.

-U mag het mondkapje wel afhouden hoor, u bent momenteel niet in een publieke ruimte.

Geen reactie. Mevrouw gaat door met haar onmogelijke opdracht het elastiekje goed om dat rechteroor te wikkelen, zodat ze door kan naar haar linkeroor. 

Ik probeer het nog eens. Mevrouw lacht naar me en zegt: -Even wachten hoor. Ze prutst verder aan het kapje en reageert weer met Even wachten hoor als ik haar nog eens vertel dat dat mondkapje hier niet hoeft. 

Hèhè, met een zucht zet ze het kapje over haar neus. Het is gelukt. 

-Wat zei u nu eigenlijk? 

Opgelucht schuift mevrouw het mondkapje van haar neus. Ik zie haar ogen groot worden, verwarring, verbazing, enthousiasme winnen het om de beurt op haar gezicht terwijl ze luistert naar wat ik zeg. 

- Je hebt gelijk! zegt ze verrast. Het stoffe gevalletje schuift van haar mond, hangt onder haar kin en, veel sneller dan op, doet ze het af. Ik geef haar de spullen die ze op komt halen en kijk haar na. 

Ik ben verbaasd. Waarom zijn mensen zo ongelooflijk mak. We kregen een mondkapjesplicht voor drie maanden. Van 1 december tot 1 maart, toch? En 1 maart is de dag dat ik mevrouw zag worstelen met dat doekje voor haar neus. Een doekje vol bacteriën en zweet, stofjes van ons zelf die niet goed voor ons zijn, maar we wel steeds inademen, als je niet bij elke winkel een schone pakt. En zeg nou zelf, wie doet dat nou.

Gelukkig was het een wet voor drie maanden. Met een eventuele verlenging. Ik heb op de laatste persconferentie niet van verlenging gehoord. En dus magtie af. Buiten beschouwing gelaten dat inmiddels wel bewezen is dat het niet helpt. 

Zojuist vertelde ik dit verhaal aan mijn vriendin. Blijkt dat er ergens op het wereldwijde web staat dat de wet met drie maanden is verlengd. Wel handig om dat even te communiceren. Door dat niet te doen, maak je geen slapende massa's wakker en blijft iedereen netjes doen wat jij wilt dat je doet. Mondje dicht en verlengen maar. 

Binnen mijn gezin probeer ik altijd goed te communiceren. Zonder omhaal van woorden, duidelijk en correct. En met de motivatie waarom we iets doen. Dat werkt het beste, weet ik. Is dát misschien iets voor de politiek? 

woensdag 24 februari 2021

Het is nooit to much

 'Al was het maar één kruimel.'

De titel van het dagboekstukje staart me vrolijk aan, de donkeroranje letters doen vóórkomen alsof dit de mooiste woorden uit de Bijbel zijn. En nog voor ik begin te lezen voel ik de ergernis. Zoals altijd als ik dit lees. 

'Al was het maar één kruimel.'

De zin uit de Bijbel is uitgesproken door een vrouw die niet bij het volk van Israël hoorde, maar wel aan Jezus vroeg om genezing. Het gesprek gaat over in een voorbeeld waarin de vrouw uiteindelijk zegt dat de honden die rond de eettafel lopen de kruimeltjes die de kinderen laten vallen, onder die tafel oplikken. 

'Al was het maar één kruimel.'

Heeft de vrouw het hier over zichzelf, dat ze als een hondje de kruimels likt? Zo wordt het wel vaak gebracht. Maar mijns inziens gaat ze gewoon mee in het voorbeeld wat Jezus haar geeft. Hij zegt eerder in het gesprek dat het niet goed is eerst de hondjes iets te geven nog voor de kinderen het brood hebben gehad. En ja, daar kan ik het wel mee eens zijn. En deze vrouw beaamt dat. Ja zegt ze, maar diezelfde hondjes likken wel de kruimels onder tafel op.

'Al was het maar één kruimel.'

Heeft de vrouw genoeg aan een kruimel? Of: Moeten wij God bidden om een kruimel genade, een beetje genezing? Terwijl Zijn enorme liefde voor ons, ons alles wil geven wat we nodig hebben? Mogen we genoegen nemen met alleen maar een kruimel van Zijn heerlijkheid? Lees maar eens goed. De vrouw komt naar Jezus toe om te vragen of Hij de demon uit haar dochter wilt uitwerpen. Niet een beetje demon, niet een kruimeltje demon maar gewoon helemaal. Voor altijd over en uit dat meiske, volledig genezen. Dus als we het voorbeeld van deze niet Joodse vrouw mogen volgen, mogen we bidden om alles, compleet en volledig. Eenvoudig weg omdat Jezus geen half werk doet.

'Al was het maar één kruimel.'

De laatste tijd hoor ik enorm veel bidden in allerlei kerken. Wat bidden we? Of de maatregelen weer minder mogen worden, of corona minder mag worden, of het vaccin wel helpt, en o ja, dank U Heere, voor het vaccin 😳 Laatst hoorde ik een dominee die wel dankte voor het vaccin maar niet bad of God de corona compleet wilde verwijderen, verwoesten, uitwerpen. Als die vrouw die dat bidt voor haar dochtertje. Werp hem uit Heere, die demon en maak alstublieft mijn dochtertje gezond! 

'Al was het maar één kruimel.'

Misschien is het goed. Nee, fout. Het is goed om samen op de knieën te gaan, onze plaats te weten, klein voor onze God te worden, onze schuld te belijden, ook de collectieve schuld van ons land en in Zijn Naam te bidden dat corona compleet verdwijnt. En niet alleen dat virus, maar ook al het lijden wat het met zich mee brengt. Psychisch, sociaal, financieel en maatschappelijk. Niet zodat we door kunnen in deze wereld zoals we gewend zijn of waren, maar tot eer van onze God en Heere, die alle ziekten, alle zonden op zich genomen heeft zodat Hij ons Zijn liefde kon geven.

'Al was het maar één kruimel.'

Nee, Hij gaf zichzelf. Hij gaf alles. En dat wil Hij nog doen. Bid daarom om herstel, vernieuwing,  bekering en gezondheid in Zijn Naam. Hij geeft graag en in overvloed. Vaak is dat meer dan we durven vragen. Dus waarom niet gewoon doen? 

donderdag 11 februari 2021

Mijn opa, dank je wel voor wie je was

 Mijn opa. Hij was van 1906 en 68 toen ik werd geboren. In zijn werkzame leven busschauffeur, maar daar ben ik me nooit echt bewust van geweest. Hij was stapel op me, al vanaf het allereerste begin. Misschien omdat ik vernoemd was naar zijn vrouw, mijn oma? Of omdat ik leek op z’n enige dochter, mijn  moeder? Opa was dol op de tuin, hield kippen, echt een megaschuur vol! En later, toen het teveel werd, fazanten. Hij at graag vis en elke dag een bordje rijstemeel, net als ik nu doe! Hij zat altijd stil te luisteren naar de dominee vanuit het kastje, maar ging, in mijn beleving, nooit mee naar de kerk, waarom weet ik eigenlijk niet, maar oma zat altijd alleen. Ik mocht vaak bij haar zitten, bank 20, daar zat ze op het hoekje. En daar bleef ze zitten, ook na opa’s dood. 

Opa zat graag op zijn eigen stoel, okergeel wastie en het had grote armleuningen. Hij zat dan voor het raam en naast de radiator, dat was toen een hele brede hoge kachel, waar je heerlijke warmte van kreeg en met je hele rug tegenaan kon zitten. Maar ’t liefst zat ik bij opa op schoot. Opa was een erg stille man, maar kon me soms opeens een aai over m’n hoofd geven en zei dan liefdevol: "Mien deerntie". 

Hij was een man van weinig woorden, ging stil zijn weg, deed wat gedaan moest worden en was veilig. Heel erg veilig. Ik wist precies wat ik aan hem had. En wist: bij opa is het goed te zijn. Bijna elke woensdagmiddag en zaterdag was ik bij opa en oma. Ik zong, speelde blokfluit of speelde met mijn nichtjes. Maar nooit ging ik weg zonder even bij opa te hebben gezeten. Hij keek naar buiten en stak zijn hand op naar iedereen die naar binnenkeek. Dat was mijn opa, stil, teruggetrokken maar veilig en vriendelijk. En terwijl de beperkingen hem zwaar vielen, slecht kunnen lopen, weinig meer horen, vergeetachtig worden met de daarbij behorende dingen als afscheid nemen van zijn kippen, zijn auto en van een gezond lijf bleef opa voor mij opa. En ik? Ik bleef zijn deerntie. En voor mij was dat genoeg.

Zijn overlijden overrompelde me enorm. We waren op vakantie en juist die dag zou hij met oma bij ons komen. Wát keek ik daar naar uit. Maar opa kwam niet. Hoe heftig was dat voor me! Maar wat een troost, waarmee ik nu leven kan is dit: mijn opa hield van mij. Hij heeft me geleerd wat het is om je veilig te kunnen voelen bij de ander. Om te kunnen vertrouwen, lief te hebben en te genieten van iemands aanwezigheid. Want hij was mijn opa. En ik zijn deerntie.

Dank je wel opa, voor de mooie jaren die je me gaf. Dank je wel voor wat je me leerde, wat je me in de stille, kostbare momenten liet zien en vertelde. Dank je wel voor de intense verbondenheid die we met elkaar voelden. Dank je wel dat je mijn opa was. En ik jouw deerntie.


Geschreven nav de opdracht van mijn cursus Rouwconsulent. 

Pagina's