donderdag 30 januari 2020

De Hersenstichting



En dan is het weer eind januari. Dat betekent: lopen voor de Hersenstichting. Het is de enige stichting voor wie ik loop, maar dan uiteraard wel voor de volle 100% . Overigens doe ik weinig voor minder ;) 

En geloof me, ik maak leuke dingen mee. Het is altijd mooi om te zien hoe mensen reageren als ik mijn vraag heb gesteld: 
-Goedendag, heeft u wat over voor de Hersenstichting? 
De één kijkt zuinig, de ander zegt direct nee. Maar de meesten beginnen zich hardop af te vragen of ze wel los geld in huis hebben. En dat ze, omdat ze dat niet weten, graag even gaan zoeken. Met veel plezier zoek ik mee, maar dat is over het algemeen niet wat ik zeg. Vaak vinden mensen het zelf wel, terwijl ik wacht. En zo niet, dan is er nog geen man overboord. Op mijn collectebus zit een QRcode! Even scannen en door. Terwijl de vriendelijke man of vrouw zijn geld overmaakt, bel ik alweer aan bij het volgende adres. Gaat echt sneller dan geld zoeken, maar ik heb geen haast. Dus lekker doen wat je zelf wilt. Veel mensen vinden die QRcode maar niets, durven dat niet zo goed. Ook even goede vrienden. Geen QRcode, geen los geld, dan is daar altijd nog de bank, het rekeningnummer. Willen de mensen dat ook niet dan bedank ik vriendelijk voor het opendoen en ga een deurtje verder. 

Meestal gaat het goed, lopen met een bus langs de huizen. Maar deze keer was er één man, zo gefrustreerd bij het zien van mijn bus (daar houd ik het tenminste maar op), hij duwde mijn bus zo aan de kant. En dan wel zo dat ik automatisch met de bus meeliep. Hohoho, dacht ik, zo doen we dat niet. Hoezo doet iemand zo, hoezo zo veroordelend en gefrustreerd? Ik bood nog aan, wilt u erover praten? (niet dus). Hij mopperde luidkeels dat het geld nooit bij de mensen terecht kwam voor wie het is bedoeld. Nou, ik begrijp er iets van, maar ik verwacht toch niet dat dat met deze zo bekende stichting het geval is. En anders is dat nog altijd niet mijn verantwoordelijkheid maar die van het bestuur. Ik doe alleen maar mijn werk. Dus heb ik ook deze man hartelijk bedankt voor het open doen en voor deze keer dacht ik: bij jou bel ik niet meer aan. Ook niet als je iets met je hersenen te maken krijgt en je gaat inzien dat we toch wat goeds doen voor de mensen voor het bedoeld is.

Ik heb vaak ook echt plezier in dit stukje vrijwilligerswerk. En soms moet ik gewoon enorm lachen, uiteraard pas als de deur weer dicht zit. Zoals om die ene man, bij mij uit de straat. 
Ik stel de gebruikelijk vraag en hij reageert met:-
- O ja, daar ben ik geweest. Ze bewaren ze hè, wel meer dan 130 jaar. 
Euh... Ik weet niet zo goed wat deze man bedoelt, maar hij is gelukkig enthousiast. Voorzichtig vraag ik waar hij geweest is dan.
-Nou, bij de Hersenstichting. Daar loop je toch voor?
Hm, dat laatste wel ja.
Ik zeg voorzichtig dat hij dan verder is dan ik. Dat ik er nog nooit geweest ben, ondanks de haast twintig jaar dat ik voor ze loop. En wat bewaren ze dan? Ik stel mijn vraag hardop.
-Hersenen! Wel meer dan 130 jaar! Gekoeld!
Ik moet lachen.
-O, maar daar loop ik niet voor hoor. Ik loop voor de levende, maar zieke hersenen. Alzheimer, Autisme, Hersentumor en zo.
Opeens kijkt de man me wat verlegen aan.
-O sorry, ik bekijk het graag een beetje technisch. Maar wacht, ik ga even geld zoeken hoor. Momentje. 
Gelukkig maar. Om nou hier voor gekoelde hersenen te lopen terwijl de wind om mijn oren giert. Je moet er toch niet aan denken zeg. Honderddertig jaar deze kou en erger. In je hersenen. 

Terwijl ik wegloop spettert er een koude harde regendruppel op mijn door haren bedekte hersenen. Mmm, je weet nooit. Toch maar even mijn muts opgezet.

Heb jij de collectant gemist? Ga naar onderstaande link en doneer in mijn digitale collectebus. Alvast dank je wel!
https://hersenstichting.digicollect.nl/aline-van-den-brink-bos?utm_campaign=hersenstichting&utm_content=new_action&utm_medium=email&utm_source=digicollect&utm_source=sendgrid&utm_medium=email&utm_campaign=website



zaterdag 25 januari 2020

Een andere naam. Over identiteit en pakketjes.

Een beetje met een zucht horen we weer de klopper aan de voordeur gaan. Alweer een pakketje? Iemand hier in huis heeft het onzinnige idee van internetaankopen ontdekt. Zucht.

Ik hoor mijn man praten met de allerleukste postbode van heel het land. Met zijn altijd aangetrokken korte broek maakt hij behoorlijk wat tongen los. Onze overbuurman. Hij heeft een brievenbuspakketje wat niet door de brievenbus past. Oké, dat is dus van die Ali uit China. Rob is echt lekker bezig...

- Of NG hier woont, vroeg de postbode. Met gefronsde wenkbrauwen stapt mijn man de kamer in.
- O, dat is voor Rob, hij werkt met een schuilnaam.
En tegelijk bedenk ik me: daar moeten we toch wat mee.

Rob heeft autisme. En voor hem hoort daarbij het wantrouwen tegenover anderen. In het kader van de AVG wetgeving, die hij heel hoog heeft staan, zo erg dat hij absoluut niet meer op de foto wil en ja, dat noemen ze ook autisme, alles een beetje letterlijk nemen en daarin doorslaan, in dat kader heeft Rob bedacht dat het veel veiliger is om onder schuilnamen dingen uit Verweggistan te bestellen. Dan kunnen ze je nooit vinden! Geen juiste naam, maar het komt wel aan op het juiste adres. Over niet kunnen vinden gesproken, haha.

-Rob, weet je dat je daar een boete voor kunt krijgen?
Rob kijkt stomverbaasd. Een boete?
-Ja, leg ik uit, wat jij doet, een andere naam, hoort bij identiteitsfraude. Fraude betekent dat je bedriegt, oplicht. Zichtbaar geschrokken belooft Rob dit nooit meer te zullen doen.
-Maar ma, er komen nog twee pakketjes.
Op mijn vraag wat hij toch allemaal besteld zegt hij en zijn ogen glimmen van trots:
-IJsblokjesmakers, voor als ik op mezelf woon. Dat moeten wel heel bijzondere zijn. Hoe zeggen ze dat ook alweer? Wat van ver komt is lekker! Juist ja....

De volgende dag is er een brief van de post. Er is een pakketje afgeleverd voor NG bij een winkel in het centrum. Of we dat even willen komen halen.
Rob ziet niet direct het probleem. Maar als ik hem iets uitleg over handtekening, identiteitspas enzo raakt hij toch een beetje in paniek. Wat nu?
- Weet je, het komt wel goed (hoop ik). Ik ken die mensen daar en leg het wel uit als ze hun vragen stellen. Ik haal het wel op.

En zo loop ik de volgende dag de hete kastanjes uit het vuur te halen voor zoonlief. Voor één keer dan hè. Moeiteloos zet ik mijn krabbel, laat m'n ID zien en neem het pakketje aan.
- Alles goed met je? vraagt de medewerker nog. Haar enige vraag.
- Jazeker, alles goed. En dag hoor, tot de volgende keer. Weg ren ik.

Opgelucht haal ik adem. Het voelde toch best wel fout. Al haalde ik alleen maar een pakketje op voor mijn zoon. Met schuilnaam.
Ik beloof je Rob: dit doe ik niet weer. Jij ook niet hè?

dinsdag 7 januari 2020

Eerste prijs!

En dan is de eerste week van 2020 alweer haast voorbij.
Mocht ik je nog niet live gesproken hebben, vanaf deze plaats wens ik je een goed, gezegend en heerlijk volgeschreven jaar.
Zoals je misschien wel weet kijk ik een beetje sceptisch naar komend jaar. En wat angstig. Want een jaar als vorig jaar -wat heerlijk dat ik dat nu zeggen kan, het is geschiedenis- kan ik niet nog eens aan, als ik kijk naar mezelf. Gelukkig weet ik dat ik een Vader in de hemel heb die meeloopt en zelfs draagt, in moeilijke momenten en in momenten van rust ben ik bij Hem aan het goede adres.

Maar het jaar begon goed! Ik won de oliebollenwedstrijd van familie Bos! Hoera! Uiteraard kwam dat omdat mijn moeder niet mee deed. De jury -zus, neef en twee nichtjes-  had het dan ook behoorlijk zwaar, die 31ste december van vorig jaar. De smaken en andere kwaliteiten waar oliebollen volgens hen aan moeten voldoen lagen errug dicht bij elkaar. Gelukkig hadden wij een bijzonder creatieve manier van serveren -schoteltje, oliebol erop, poedersuiker en een mooi feestelijk parapluutje- terwijl de rest van de familie de juryleden gewoon uitnodigde om een oliebol te pakken. Hoe ongastvrij en conservatief!
Het leverde ons die laatste dag van 2019 een bonuspunt op en dus kregen we de eerste dag van 2020 de oliebollentroffee! En omdat Rob de manier van serveren voor zijn rekening nam, gaf ik de troffee aan hem. Resultaat: een stralende Rob die de oliebol de hele avond niet meer los liet.
Voorzichtig stond ik op van mijn stoel tegenover hem en fluister zacht:
-Het is een troffee die volgend jaar weer naar de andere winnaar gaat. Pas als je drie keer wint mag je hem houden.
Waarop Rob antwoord:
-Oké, nog twee keer winnen dus!

Dat wordt nog wat, die oliebollenwedstrijd. Mijn schoonzus had het over een sisser op de oliebol, mijn zus ging ook snel in de creatieve aanslag en inmiddels denk ik ook na over een nog gezelliger beslag. Om zo met elkaar te komen tot de omslag van een heerlijke, creatieve en verrassende oliebol. Bedenk ik nu opeens dat manlief ooit eens zei tegen iemand die vroeg of hij nog een oliebol mee wilde voor onderweg:
- Nee hoor, er zit er één bij me achterop de fiets.
Ja, die goede oude tijd, toen ik nog achterop zat. En hij geen oliebollen lustte...

donderdag 19 december 2019

Afscheid van 2019

Liggend op de bank bedenk ik hoe moe ik ben. Ik heb er de hele ochtend over gedaan om de badkamer schoon te krijgen en tussendoor flink gerust. En toch weer zo moe.
Niet uitzonderlijk, zeggen ze dan, je hebt veel meegemaakt. En dat klopt.
Maar ik zou zo graag nog even door willen gaan: op mijn werk, in ons gezin en bij mijn ouders. Kerst vieren bomvol energie en ik had gehoopt het tot 11 januari vol te houden. Daarna was er tijd om wat in te kakken, maar helaas...
Met dat mijn ouders over zijn gehuisd, is het gebeurd met deze dame. En daar baal ik goed van.

Liggend op de bank bedenk ik wat er allemaal gebeurd is het afgelopen jaar. En misschien is dat niet slim, ik word er over het algemeen in elk geval niet blij van, maar het moet ook verwerkt worden. En al liggend en malend word ik een beetje gek van mezelf en besluit toch maar even een blogje te gaan schrijven.

We begonnen dit jaar redelijk goed, tot op 9 januari de Nashvilleverklaring tot ons kwam. Hoe pijnlijk voor onze dochter en dus ook voor ons! Alle goede bedoelingen ten spijt, het heeft ons enorm geraakt. Blij waren we dat geen van onze predikanten hadden getekend, maar toch... De pijn bleef, vooral omdat het voelde als een aanval vanuit je eigen broers en zussen. Nogmaals, het was vast goed bedoeld, maar dat is wat ons betreft grandioos mislukt. Daar begonnen we het jaar mee en het gafons een heleboel onrust en eiste heel veel denkwerk.

Vrij snel daarna kwam onze dochter weer thuis wonen. Wat had dat een impact. Afscheid nemen van onze schoonzoon, dochter opvangen, zoeken naar een plek voor haar, huisje leeg halen, verhuizen naar elders. En ach dat laatste is niet zo schokkend, maar nu ging ze alleen verder. Dat deed enorm veel pijn. We zijn dankbaar dat ze goed is terecht gekomen, dat wel. Maar het was én blijft best wel een heel groot ding, als je kind gaat scheiden.

Op 1 juli werd Rob geopereerd aan drie tenen van twee voeten. Dat was erg behelpen de week erna. Gelukkig had het wel zin, al komt de ontsteking af en toe terug, hij is ook snel weer weg.
Twee weekjes later nem Rob afscheid van school. Klaar om te gaan werken. Dus namen we weer afscheid, nu van een stel fantastisch goede mensen met hart voor kinderen als onze Rob. Best wel raar eigenlijk.

Ook in juli kreeg onze oudste de sleutel van een  nieuw apartement. Een intensieve verhuizing volgde, waar ik echt doodmoe van was. Maar Willeke geniet enorm van haar mooie plekje. Dus doel bereikt!
Gelukkig startte toen ook onze vakantie, uitrusten kon dus direct beginnen. En drie weken thuis was ook echt wel genoeg.

In mijn vakantie begon ik een andere leefstyle, anders eten vooral Dat bracht me enorm veel energie, waardoor ik de laatste maanden heb kunnen doen wat ik wilde doen voor onze moeders en mijn man en kinderen. Daar ben ik erg dankbaar voor. Nu een beetje aan het worstelen met een balans hierin, maar er staan gelukkig lieve en deskundige mensen om me heen.

In augustus ging Rob aan het werk. Helaas was de door ons zo goed voorbereide busroute even stil gelegd ivm de vakantie en wegwerkzaamheden. We reden Rob dagelijks heen en weer, drie weken lang. Gek dat zoiets als zo intensief kan worden ervaren. Zo op de tijd letten, op tijd opstaan, en 's middags weer. Gelukkig reden daarna de bussen weer gewoon, hèhè...

Ergens toen kochten mijn ouders een kleiner huis. Dus een proces van afscheid nemen van mijn geboortehuis, inpakken, uitzoeken, weggooien en bwaren zou gaan aanbreken. Als ze tenminste hun eigen huis verkochten. En dat deden ze. Dus al vrij snel werd alles definitief.

Ook in augustus, de 20ste, werd bij mijn schoonmoeder kanker geconstateerd. Galwegkanker en uitzaaiingen in de lever. Behandeling werd afgeraden. Na een aantal weken werd ze al opgenomen in de hospice, waar ze na weer een aantal weken is overleden op 31 oktober 2019. Wat was het intensief, maar wat was het ook goed. Om haar heen staan, er voor haar zijn, met haar bijbellezen en bidden, allemaal dingen die goed waren om te doen en mee te maken. De begrafenis volgde en de tijd van huis te koop gaan zetten en leeg halen is aangebroken. Intensieve dingen, alweer afscheid nemen.

Negen dagen nadat mijn schoonmoeder hoorde dat ze kanker had, hoorde mijn moeder hetzelfde. Zo kwam het dat ik regelmatig in het ziekenhuis was, twee gesprekken in twee weken met twee oncologen, het was te gek voor woorden. Een operatie volgde, met aansluitend bestralingen. Samen met verhuizen was dit echt wel wat teveel van het goede. Dus ook dat was een intensief traject. Afgelopen maandag zijn ze overgegaan. En wat genieten ze daarvan. Dat is zo mooi om te zien!

En dan zijn we in het hier en nu. Ik denk nog even aan de intensieve gesprekken met de WMO, het feit dat onze Rob 18 werd waardoor er zoveel wettelijk verandert, juist ook qua zorg. Waar je zijn hele leven voor gevochten heb, is plotseling weg.
Daarnaast is Geert zijn examenjaar begonnen, willen we een school voor hem zoeken en moet hij zelf uiteraard een vervolgstudie bedenken. Dus scholen bezocht, gesprekken gehad. Begeleid waar nodig. En daarnaast willen we de verbinding houden met elkaar als man en vrouw en ouders van onze kids. Ook dat lukt, maar geloof me, er zijn tijden dat je er echt weer even helemaal voor moet gaan. Gewoon omdat je, samen, zo druk  bent met anderen en met het verwerken van wat er gebeurt, ben je zelfs druk met jezelf.

En daarnaast, wat me bezig houdt is: dat ik haast het nieuwe jaar niet indurf. Wat moet dat worden? Zal er nu eindelijk rust komen of blijft het zo gaan? Ik weet wel dat elke dag genoeg heeft aan zichzelf, aan 'zijn eigen kwaad' inderdaad. Maar het kan me zo overvallen: en nieuw jaar, terwijl het jaar van nu  genoeg was voor tien. Dan durf ik bijna niet die grens over. Dan wil ik stoppen bij 31 december en dan die datum aanhouden de rest van mijn leven. Niet dat dat uit gaat maken, dat kon nog wel eens een beroerde datum worden dan. Maar het leven is echt zo spannend en zo ongelooflijk onleefbaar soms.

Maar nu, ik probeer me te focussen op de kleine dingen van geluk en dankbaarheid. De kleine dingen die het leven, die God ons ook biedt. Ik vind dat momenteel erg lastig. Bij deze dagen hoort dat terugkijken toch een beetje, tenminste het past bij mij. Maar dit jaar valt me dat enorm zwaar.

Dus dat. Kijk, nu staat het even op een rijtje, zwart op wit. Kan ik nu misschien wel even op de bank zonder te malen. Dat ga ik dan maar weer even proberen. Wie weet. Welterusten!

vrijdag 6 december 2019

Autisme, regels en WMO

- Bedankt en wie weet tot ziens.
Zo nemen we donderdagmiddag 5 december afscheid van onze contactpersoon. Einde CJG, einde jonge jaren, start volwassenheid. Of in elk geval start van het meederjarig zijn van onze Rob.
En waar ik pas nog heel positief was over de WMO, het wonen -ze hebben beschermd wonen toegekend-, krijg ik nu toch even heel veel twijfel. En ik houd mezelf voor: dit komt echt nooit goed! Tegelijkertijd doe ik een kort gebed, wetend dat God voor ons zorgt en dat Rob op een moooi plekje komt te wonen. En is het plekje niet mooi genoeg, dan blijft hij nog even hier.

Het CJG -Centrum voor jeugd en gezin- kwam vandaag de boel overdragen aan de WMO, Wet Maatschappelijke Ondersteuning. En dat betekent dat als het contract met hen afloopt, over vandaag 9 dagen, alle zorg stopt.

  • De begeleiding van de sport? Nee, dat moeten jullie zelf doen. Ga gewoon een paar keer mee, daarna kan hij het wel alleen. En dat laatste klopt wel. Denk ik. Maar daarvoor moeten we dan wel een abonnement nemen. Want één keer kijken of  het wat voor je is, oké, maar daarna betalen. Logisch, zo werkt dat. 
  • De creatieve therapie? Probeer het via de zorgverzekering. Dat zal wel helpen ja, per slot van rekening heeft Rob een basispakketje, omdat het anders veel te duur is en krijgt hij misschien een handjevol therapiesessies. Maar, aldus de WMO man, je weet nooit, misschien maken ze een uitzondering. In Nederland? Sorry hoor, we staan bol van alles regeltjes en daar mag men gewoon niet van afwijken. Of je nu afwijkend gedrag vertoond of niet. Regel is regel. Overigens is dat ook de standaardregel van onze Rob. Meestal. 
  • Begeleiding thuis voor als wij niet thuis zijn. Ook dat wordt niet meer afgegeven. -Denk je dat degene die dat doet in financiele problemen komt als je haar niet meer kan betalen? Ik weet niet hoor, ik wil het gewoon even gevraagd hebben. Alweer de WMO man. Een zinnig antwoord heb ik niet. Ik kan toch niet in haar portemonnee kijken? En al komt zij misschien niet in financiele problemen, wij hebben er wel een zorg bij. Want de jongens samen thuis is nog steeds not done. Zijn oplossing is: anders wil ze misschien wel vrijwillig komen. Juist ja.
En nog voordat we dit alles bespraken zei de WMO man tegen onze Rob dat hij wat losser van zijn moeder moet komen. Steeds meer zelfstandigheid. Daarom komt er vanaf binnenkort een persoonlijk begeleider, één uur in de week om hem te leren hoe hij zijn kamer moet schoonhouden, zijn financien moet bijhouden, zijn papieren moet regelen en zijn bed moet verschonen. Strijken, wassen en al dat soort zelfredzaamheidzaakjes. 
-Van welke instantie wilt je zo'n begeleider? Euhhh... Rob zegt eerlijk dat hij geen idee heeft.
Ik weet één ding: we willen iemand die hij ook gaat aantreffen als hij straks beschermd gaat wonen. Hoewel, beschermd? De man heeft het steeds maar over beschermd op weg naar zelfstandigheid. Hij heeft helaas de pech dat ik exact weet wat hij bedoeld, omdat onze dochter zo'n, voor haar, prachtig traject heeft gevolgd. Maar dat is niets voor onze Rob. Zeker weten. Dus wachten we nu op de lijst van instanties waar we uit kunnen kiezen voor een persoonlijk begeleider. Van zomaar een instantie. Waar we misschien nooit meer mee te maken krijgen. 
En dan heb je autisme. Wil je alles bij hetzelfde houden, wordt je 18, zijn alle goed opgebouwde fundamenten opeens onder je voeten vandaan geslagen. Au, 't is me wat, zeggen we dan maar. En gaan door. 
Wat een ellende. Geen begeleiders meer, maar wel eentje hier over de vloer, terwijl we nog lang niet weten welke kant we uit moeten denken en deze WMOmeneer de Centrale Toegang van de WMO nogal tegenspreekt wat betreft wonen. Ach, hij kan er niets aan doen. Doet alleen maar wat hij volgens de regels moet doen. Dat heeft regelwetgeving, toch? 
Weet je wat we doen? We parkeren de boel en wachten rustig af. Ergens is een plekje. En tot die tijd vragen we de persoonlijk begeleider voor de zaterdagavond. Kunnen we toch even samen weg. Maar misschien is dat tegen de regels...


maandag 2 december 2019

Advent, Licht en Leven

Het is één van de geweldigste herinneringen aan mijn kinderjaren. Samen het bos in. Als gezin, met elkaar. In weer en on-weer, regen en zonneschijn. We sjouwden van alles mee en waren nooit bang, want papa wist de weg. Het was toch zijn werkterrein, elke dag weer. En waar pa ons de namen van de bomen leerde en ons de schitterende dingen van de schepping liet zien, verwonderde ik me altijd weer over de veelzijdigheid en veelkleurigheid van het bos.
Nu, jaren later verwonder ik me nog steeds. Maar dan vooral over de veelzijdigheid en veelkleurigheid van de Schepper van het bos.

Pa liet ons regelmatig zien welke bomen hij had omgezaagd. Vaak lag de boom nog naast de stronk. Het is altijd passen en meten, oppassen en een precies werkje: de boom moet daar vallen waar pa wilt dat hij valt. Een vak apart. De stronk nodigde uit tot zitten, of tot er samen om heen staan en ringen tellen. Hoe oud was de boom? En dan nu dood.

Het is als de wereld. Mooi gemaakt, bijzonder goed. En in Zijn goedheid en liefde liet God ons mensen de keus. Kies voor Mij, gehoorzaam Mij en Leef! Maar Adam en Eva kozen anders. En de wereld werd van God afgesneden, zoals een boom wordt geveld. Nu alleen nog die stronk. Een wereld die denkt te leven maar enorm dood is. Afgekapt. Einde verhaal. Alleen nog nuttig om verloren te gaan.

Als we weken later weer in het bos zijn en bij die ene stronk komen zien we een klein takje. Felgroene blaadjes worstelen zich naar boven en reiken uit naar het licht. Wat bijzonder! Leven vanuit een dode stronk zoekt zich een weg naar een meer en beter leven.

Zo geeft God uitzicht en redding. Dat ene Takje, dat kun je vergelijken met Jezus. God stuurde Hem naar de aarde, Hij kwam op als een takje uit een dode stronk. Hij, het Leven, kwam redding brengen in een wereld vol dood en verderf. Hij groeit en bloeit, maar het roept geloof en irritatie op, liefde en haat. Het is maar net hoe je er mee omgaat. Zo'n klein takje aan een dode stronk, laag bij de grond, makkelijk kapot te trappen, om te worden als de stronk: dood. En dat deden we dan ook.
Jezus kwam vanuit de hemel laag bij de grond, werd getrapt, geslagen, mishandeld en verbrijzeld. Dood. Verloren. Het enige Leven wat er was, was voorbij.

Maar wat een liefde, wat een kracht! Onze God, de Almachtige, riep Jezus terug uit de dood. Dat kan omdat Hij alles kan. Dat kan omdat Jezus de Zoon van God Zelf is. En Jezus leeft! Voor eeuwig. Opgestaan! En daardoor mogen wij met Hem Leven. Kunnen wij opstaan in Zijn Naam en de goede boodschap in deze donkere wereld brengen. De boodschap van Liefde, Licht en Leven.
Deze wereld is als een stronk, maar in de stronk zit Leven. Leven vanuit God, onze Schepper. Leven vanuit Zijn overwinning op de dood. Leven, hier en nu en voor altijd.

Misschien ben je sceptisch en wil je er niet aan. Geloof je me niet en haak je al haast af. Wat een onzin! Toch zou ik je willen vragen: probeer het eens met deze Jezus. Er is niets te verliezen en je zult zien, leven met Hem is zoveel rijker en zoveel waardevoller dan het leven zonder Hem. Ik zeg niet dat het makkelijker wordt. Het lijkt wat op dat kleine takje, wat vertrapt kan worden en soms niet de kracht heeft blaadjes te laten groeien. Maar op het moment dat je dat beseft, is daar Gods Geest, die water en groei geeft en je helpt je blik te richten op Het Licht. Juist als het donker is, is Jezus daar. Het Licht voor jou en in jou, zodat je Lichtdrager mag zijn voor de mensen om je heen. Hij zegt je: Sta op en Schitter in Mijn Naam. Deel uit van Mijn Liefde en Licht. Dan wordt het een advent van Licht en Leven. Voor jou en de mensen om je heen.



maandag 25 november 2019

Waarom verhuizen?

-Zullen we een spelltje gaan doen, opa?
De stralende ogen van mijn oudste zoon laten zien dat hij er zin in heeft.
En zoals elke zondag wil opa wel.
Rob gaat vast het voorbereidende werk doen. De tafel wordt leeg gemaakt, het dienblad vult de leegte, pen en papier voor de stand van zaken en natuurlijk de dobbelstenen.
Rob heeft lang geleden een eigen dobbelspel verzonnen, zeer tot tevredenheid van opa. En nu hij de spelregels op een rijtje heeft, wint hij nog vaak ook. Waar Rob prima tegen kan gelukkig.

Er klapt een kastdeur dicht. Rob komt aangelopen.
-Oma, waar zijn de dobbelstenen?
Grappig altijd hoe exact hij weet bij wie hij voor wat moet zijn. Opa doet het spelletje, maar oma is van het interieur.
Ik hoor de vraag. Ik zie oma schrikken. En ik denk: O nee hè, dat had ik moeten zeggen!!! Boos op mezelf gaan we alle dozen langs. Stapels dozen, boven, op een al 'ingepakte' kamer. De dobbelstenen zijn al ingepakt, net als alle spelletjes. En ik wist het. IK WIST HET! En zei nog tegen manlief:
-Zondag moet Rob zijn eigen dobbelstenen meenemen naar pa en ma. Domdomdom.
Alle dozen, echt alle dozen bekijken we. Gelukkig zitten er stickers op met wat er in zit. Dozen vol boeken, vol kleding, vol dit, vol dat, maar nergens vinden we de doos vol spelletjes.

Verdrietig pakt Rob z'n boeltje bij elkaar.
-Nou, dan ga ik maar.
We bieden aan naar huis te fietsen, ik bel mijn zus, misschien weet zij de doos, maar ze neemt niet op. Ik bied aan naar een vriend een paar huizen verderop te lopen, we bellen Geert, misschien komt hij zo nog naar opa en oma, dan kan hij ze meenemen, maar nee. Rob is behoorlijk duidelijk: ik ga naar huis. Het klinkt als: wat doe ik hier nog als ik geen spelletje met opa kan doen? Wát heeft mijn bezoek dan nog van waarde??
We zoeken verder. Er staan nog dozen in de blokhut, in de schuur. Met zijn jas aan zoekt Rob nog even mee. Om een kwartier later binnen te komen met de mededeling dat het knap is dat we hem nog een kwartiertje langer hebben gehouden, maar dat hij nu echt gaat. En hij vraagt zich hardop af waarom oude mensen het in hun hoofd halen te gaan verhuizen! Dat is toch zeker het domste wat je doen kan, want dan kun je niets meer vinden. Chaos!

Opeens staat pa op, loopt naar de hal. Daar onder de kapstok: nog meer dozen. Intussen staat Rob al bij zijn fiets. Ik roep hem terug. Prima hoor, dat je gaat, maar wel even netjes gedag zeggen. Hij doet wat ik vraag, geeft oma een hand en loopt dan naar de schuur in de veronderstelling dat opa daar is. Dan een kreet vanuit de hal. Opa heeft ze gevonden! De dobbelstenen! Ik weer naar Rob (sporten is deze zondag opeens een serieuze bezigheid) en roep:
-Rob wat zoek je?
-Ik zoek opa, moppert hij.
- Opa is hier in huis enne... geheimzinnig kijk ik hem aan, hij heeft wat gevonden!

Waar wij allemaal blij zijn -jawel, hoe dankbaar kun je zijn met wat dobbelstenen-, weet Rob niet meer hoe hij het heeft. Nu heeft hij zijn jas al aan, alles opgeruimd, afscheid van oma genomen en nu heeft opa opeens toch de dobbelstenen! Hij weet, zoals altijd, direct een oplossing.

-Komt u vanmiddag bij mij een spelltje doen opa? Maar nee, daar hebben we allemaal geen zin in. Pa en ma zijn vanmiddag toe aan rust. Ik leg dat Rob uit.

-Oké, dan morgenavond? Nee, morgenavond gaat opa naar zang. Maar hier blijven, nu? En een spelletje doen terwijl hij in gedachten al haast thuis is? Ik zie hem denken, aarzelen, puzzelen. Dan zegt opa:
-Kom vriend, jij doet gewoon even je jas uit en wij gaan nu een spelltje doen. Doen we heel veel potjes. Rob aarzelt, Rob puzzelt, Rob gaat in gedachten terug naar opa en oma en... doet zijn jas uit.
-Oké dan! Het verlossende woord.

En een uur (!)  nadat hij wilde gaan beginnen, begint hij overnieuw. Weer maakt hij de tafel leeg, pakt het dienblad, pen en papier én de dobbelstenen. Wat een heerlijk kabaal. Word jij ook zo blij van rollende dobbelstenen op een houten dienblad? Ik normaal gesproken niet zo, maar deze zondag wel! Dankbaar luister ik naar dit heerlijke geluid!

vrijdag 15 november 2019

Midlife

Het is in het midden van mijn leven, zoals ze dat noemen, vrij vertaald, omdat ik niet van Engels hou en ik verlang vurig terug naar de tijd van toen. Dus stap ik op de fiets, elektrisch, dat wel, en koop een fluitketel. Zeer tot ongenoegen van mijn mannen. En terwijl ik ze oproep tot luisteren zodra die schitterende nieuwe aanwinst begint te zingen, kijken zij mij aan alsof ik gestoord ben. En roepen iets met oud, midlife en crisis...

Inmiddels is de zanglijster vervangen door een beeldschone maar o zo stille waterdispencer. Dan hoeven we niet zo lang te wachten tot het water eindelijk kookt, zo was het mannenargument. En ach, modern als ik ben geniet ik daar ook wel weer van.

En zo ook deze morgen. Vrijdag 15 november. Ik zet de waterdispencer aan en binnen de korste keren hoor ik het hete water het denkbeeldige theeglas indruppelen. Lief en zacht en zonder gezang. Niet helder, niet vals, gewoon niet. Op  deze stille ochtend geen gefluit...
En toch... iets klopt er niet. Voor ik het weet en doorheb, staat het opvangbakje vol met water en als ik niet snel handel zal binnen de kortste keren de twee liter  gekookt en wel over het aanrecht druppelen. Genoeg om te dweilen, waar ik nu nog even niet aan moet denken. Snel trek ik een theeglas uit de kast en zet hem er onder. Boel weer gered... Maar o, wat een goed begin van de dag. Hoe dom kun je zijn!

En zo gaat er wel meer mis momenteel.
Het overlijden van mijn schoonmoeder, alle dingen doorspreken, het condoleren en de begrafenis hakte er behoorlijk in. Ondertussen meedenken met Geert die juist toen toetsweek had. En hoe bleef het allemaal te doen voor hem, voor Rob, voor ons? Redden de meisjes zich en laat ik ook mezelf niet vergeten. Een week vol denken, doen, verdriet en herinneringen, organiseren en reageren, iedereen een stapje voor zijn en zo alles houdbaar houden voor allen, ligt achter me.

En dan deze week. Een week vol voorbereidingen in verband met het feest van mijn ouders. Gisteren waren ze vijfitg jaar getrouwd en ik was vooral bezig met een leuke powerpoint van foto's uit deze vijftig jaar. Ja leuk, dat istie wel geworden. Maar het was ook vreemd om er aan te werken, terwijl we ook spullen opruimden uit het huis van mijn schoonouders, dingen regelden voor de verhuizing van mijn ouders, vierden dat ma woensdag de laatste bestraling had. Het voelde wat dubbel. Na de begrafenis gewoon door. Op naar het volgende. En vanmorgen zuchte ik: nu alleen nog maar verhuizen (mijn ouders dan hè). En o ja, een schoolkeuze maken met Geert. En voorbereidingen treffen voor ons 25 jarig huwelijksfeest in januari, bij leven en welzijn. Zucht.

Wat allemaal zo leuk, gezellig en mooi had kunnen zijn heeft nu toch een zwart randje.
En wat verdrietig staar ik naar mijn waterdispencer. Het theekopje is al vol. En ik heb hem gewoon op tijd uit gezet. Op de automatische piloot. Dat dan weer wel. En ik denk opeens aan dat woord wat ik gisteren las in een gebedsboekje: blijmoedig volharden. Dankbaar voor wat wel is.

Het feest, een waterdispencer en drie mannen in huis. Genoeg reden om dankbaar te zijn. Genoeg om van blijdschap te overstromen! Dus zelf maar fluiten dan.

donderdag 31 oktober 2019

Altijd bij Hem


Het gedicht wat ik enkele weken geleden 
-of is het dagen?- 
voorlas aan mijn schoonmoeder in het hospice. 
Hij vordert alles, 
maar in de goede zin van het woord. 
Hij nam haar in Zijn armen 
en nu leeft zij voor eeuwig bij Hem. 
Wat een wonder van genade. 
Altijd bij Hem 


Laat nu in angst en pijn
Meester, mij niet alleen
Wien heb ik buiten U?
Immers, niet één?

’t Liefste dat jeugd gewon
Naamt Ge mij, liefde en eer.
‘k Zweeg. Dat de  dienaar niet
Twist’ met den Heer’.

Vordert Gij alles nu?
‘k Zwijg. Want ook dit is recht.
Zijt Gij de Meester niet
En ik Uw knecht?

Maar blijf bij mij, blijf bij mij
Blijf bij mij, o mijn God!
Maak niet Uw Woord te schand.
Maak niet Uw trouw ten spot.

Hoort… om mijn eenzaamheid
Hoont U ’t gemeen.
Laat mij, in angst en pijn
Meester, niet gans alleen!

Geerten Gossaert

dinsdag 29 oktober 2019

Autisme en rouw

Een appje van mijn man. Ik lees het in mijn pauze. Rob is boos, loopt buiten heen en weer te mopperen. Wat nu? Later weer een appje. Opgelost. Gedoe met Geert en hij wil weten wanneer oma overlijdt. Tja...
Ik begrijp zijn gevoel.

Oma ligt nu al geruime tijd in het hospice en we gingen er van uit dat ze daar niet lang zou zijn. Ik twijfelde zelfs of ze de ambulancerit zou overleven daar naar toe. Maar oma krabbelde wat overeind, ging weer eten, kreeg fysio en liep met rollator naar de keuken van het hospice om daar te genieten van de maaltijd. Ze knapte helemaal op. En dat gunde ik haar. Maar het was heel lastig in mijn hoofd. Want daarvoor ging ze niet naar het hospice, toch. Dus ik begrijp Rob wel.
En ik app mijn man: 'Misschien moet je afspreken dat hij morgen toch nog eens meegaat, dan kan hij het proces van overlijden zien.

Die zondag gaan we naar het hospice. Rob en ik. De vragen die hij me afvuurt zijn wel vier verschillende geopende mappen in zijn hoofd. En ik besluit die eerst maar eens compleet te maken, voor zover mogelijk.
Het is veel hè. Opa en oma gaan verhuizen, dus je moet afscheid nemen van hun huis. Oma gaat sterven, dus je moet ook afscheid nemen van dat huis. En van oma.

Raak!

Ik geef toe aan mijn impuls en we rijden een blokje om, naar het nieuwe huis van opa en oma. Dat heeft Rob nog helemaal niet gezien. Terwijl zien en dus weten voor hem zo belangrijk is. Hij ziet het huis, ik zie hem het mapje sluiten. Volgende mapje...

Oma. Rob ziet haar maar vindt het heel spannend om naar haar te kijken. Hij wil ook niet aanraken. Oma ligt te slapen lijkt het, maar ze luistert alles mee en reageert met knikken en schudden. Gesloten vragen stellen dus. Ze is erg blij Rob te zien.
We praten met een vrijwilliger over zijn schilderij, wat hij oma heeft gegeven. Hij snapt niet dat het nog niet verkocht is. Maar begrijpt dat een hospice geen plek is om je schilderijen te verkopen. Je hebt hem toch aan oma gegeven?
-Ja maar, redeneert Rob, dan geef ik oma gelijk weer een ander. Voor deze vijftig nieuwe, zo denkt hij. En bijna heeft hij de vrijwiligger zover dat ze het koopt. Maar waar Rob het normaal lijkt te vinden, vindt zij het een beetje lastig: het schilderij wat oma kreeg kopen. En ik met haar.
Als we weer gaan zwaaien ze. Oma en Rob. Mapje 2 gesloten. Wat volgt?

Tijdens het vervolg van de rit rijden we langs het huis van oma. Rob staart er verbaasd naar.
-Het is nog precies hetzelfde!
Uiteraard. De tuin is niet meer zo netjes en o kijk, de gordijnen zijn verder dicht, maar verder staat het huis er nog, zie je dat? Tevreden knikt Rob.
-Ik dacht dat het weg was.  En hij oppert dat hij daar wel kan wonen. Tot ik hem uitleg dat het huis van oma is, dus dat hij oma dan moet betalen. Oké, laat maar dan, zo lijkt hij te denken. En ontspant. Mapje drie klaar!

Weet je, ik denk dat oma op 16 november wel is gestorven. Daar kun je wel van uitgaan. De precieze datum weten we nog niet, maar zeker dan is het klaar.
Cru? Nee, duidelijk. En dat blijkt.
-Ooooh! Dus dan is ze er met de Kerst niet en maakt ze ook niets mee van 2020.
Ik zie mapje vier sluiten. Rust en ontspanning in zijn hoofd en lijf. Vuisten zijn weg, handen liggen open, en ontspannen zit hij naast me in de auto.
-Oké, zullen we dan nu naar de verjaardag gaan?
Prima kerel. Ik rij.

Het is een richtlijn, die datum. En het was eng om te zeggen. Maar nu we gisteren bij ma sedatie hebben toegepast, om zo haar lijden te verzachten en de pijn weg te nemen, sta ik er nog meer achter. En denk ik dat ik de datum had kunnen vervroegen. Maar je weet natuurlijk nooit. Hoewel, natuurlijk? Sterven is nooit natuurlijk. Het blijft een tegenstrijdig proces van de strijd tussen goed en kwaad. En het is sereen. Haast heilig. De stille kamer. Een slapende oma. Klaar voor haar ontmoeting met God. Dankzij Jezus haar Middelaar. Dag ma. En bedankt dat je nog even zwaaide naar Rob. En hem zo hielp afscheid te nemen.

Pagina's