dinsdag 8 oktober 2019

Alweer regen!

Eigenlijk hè, als ik heel eerlijk ben, heb ik helemaal geen hekel aan regen. Natuurlijk is het niet fijn nat te worden, zeker niet als je ergens heen moet. En zeker als het koud is, zoals afgelopen vrijdag. Zelfs ik mopperde toen zo dat mijn man zich afvroeg of het allemaal nog wel goed ging. Nou, na een warme douche ging het weer prima.

Iedereen weet, na regen komt zonneschijn. Iedereen weet: regen is goed voor het land en de tuin. Waarom dan mopperen? Als je de positieve dingen weet en je leert door de druppels heen te kijken naar het mooie wat daarachter is, what's the matter?

Het is zondagochtend. Zoonlief komt  met zijn altijd in handen zijnde mobiel naar me toe en wijst me op een grote blauwe plek boven Nederland. Ons landje is er in ondergedoken, lijkt het.
-Kijk, dit is elf uur.
Uiteraard verwijs ik hem naar zijn pa, maar die had hem al verwezen naar zijn ma. Jammer weer.
De smekende ogen van mijn zoon doen het nog beter dan zijn overtuigende geklets. En dus gaan we met de auto.

Waardoor hij om elf uur kan zeggen:
-Zie je, anders waren we nu drijfnat geworden.

Dezelfde auto rijdt ons ook naar opa en oma, maar dan ben ik er wel een beetje klaar mee. Terwijl ik een plu leen van mijn ouders (o ja, ligt nog in de auto...Komt snel terug hoor!) loop ik achter de auto aan naar huis.

Het is nare regen. Ik word er drijfnat van, tenzij ik de plu met twee handen vast houdt en meebeweeg met de kant waar de wind vandaan komt. Met als gevolg dat ik niets zie. Alleen de eerste stap.

En dan ben ik waar ik zijn moet. Eén stap vooruit. Meer is niet te zien. Vaak is zelfs die ene stap door donker overmand en weet je werkelijk niet waar je uit gaat komen. Het leven is zo onzeker, zo bomvol bochten, bergen en dalen. Ga je te hard, dan hou je het niet vol. Of je glijd de gladde helling af. Of je loopt rechtdoor, zo het water in, vergat je de bocht te nemen. Eén stap vooruit. Meer is niet mogelijk in het leven. Doe ik dat wel, dan kan het zomaar mis gaan.Eén stap vooruit, het is me vaak te langzaam. Als snelle denker wil ik ook snel vooruit. Maar ergens in het leven heb ik geleerd dat één stap genoeg is. Stap voor stap, hand in hand met Jezus.

Af en toe schuif ik de plu wat omhoog. Gaat de weg echt nog recht, wanneer komt de bocht. Of, erger, komt er iemand aan die net zo loopt als ik? Het leven is soms één grote botsing. met anderen, met mezelf. Dus rustig aan Aline, stap vor stap. Niet verder kijken dan die ene stap, alleen maar Jezus volgen. Hij is eerbiedig gezegd de plu. Waar ik ben is Hij, helpt me door de regen heen. iMijn bescherming. En Hij is ook de Zon. Waardoor ik weet dat er na regen weer zonneschijn komt. Ik op zal warmen in Zijn stralende ontferming. En blij zal zijn met wat ik weet: Hij is de Weg.

donderdag 3 oktober 2019

Altijd beschikbaar

Het is net na half één als ik het hospice binnen loop. De vrijwilligers, -fantastische mensen!- schenken me een glas water en dan loop ik door naar mijn schoonmoeder. Doel: het gesprek met de huisarts bijwonen. Zij komt tussen nu en 14 uur, dus wie weet zit ik nog wel even. Kan ik eventueel één en ander aan praktische zaken doorspreken met ma.

Ma ligt met haar ogen dicht. Even opent ze ze, glimlacht naar me en dat was het dan. Moe? Ja, net gegeten (ja, ze eet weer!) en Buurtzorg was geweest. Uitputtingsslag nummer 1.
-Gaat u maar lekker slapen dan, zeg ik. Zometeen komt de huisarts ook nog. Ik hou wel even mijn mond.
En dan is het stil.

Ik zit. Ik wacht. Ik ben beschikbaar. Als ze vraagt om drinken, spring ik op -zachtjes- en geef haar dat. Maar vooralsnog blijft ze stil.
Ik geniet er eigenlijk wel van. Zo beschikbaar zijn, in alle rust. Luisterend naar de stilte, terwijl auto's hun weg vervolgen, regen op het dakraam tikt en vogels fluiten zodra de zon weer schijnt. Ik luister graag naar mensen, maar dit is ook zeker niet verkeerd. Luisteren naar de stilte. Dat geeft rust.

En opeens schiet het door me heen. De drukte, rond en soms ook in dit huis, de stilte van de patient. En het beschikbaar zijn.

Zo wacht Mijn Vader ook op mij. Altijd maar beschikbaar. Altijd bereidt tot leiding geven, helpen en luisteren. Altijd bereid te vergeven, mij te voeden, mij te omhelzen, mij lief te hebben. Altijd beschikbaar. Ook als ik daar niet om vraag, is Hij daar. Is Hij naast me, in me en heeft Hij voor mij alle tijd.

Maar ik ben geen patient. Die wacht. Die leeft in de stilte van de gebrokenheid van het leven. Die alle tijd van de wereld heeft, maar enkel nog liggen kan. En wacht. Nee, ik ben vaak druk. Bezig met van alles en nog wat voor wat mijn aandacht nodig heeft. Waardoor ik soms vaak vergeet dat er een God is die beschikbaar is. En Hem voorbij dender, vanuit de aardse tijd en drukte. Zo ben ik. Een mens.

Nu ik hier zo zit, herinner ik me het briefje op de tafel thuis: ik ben even naar oma. Stel dat er iemand thuis komt en me nodig heeft. Dan ben ik dus even niet beschikbaar. Ik kan er maar zijn voor één persoon, in dit geval voor onze moeder. En soms ben ik er alleen voor mezelf. Kan er niemand meer bij. Ja, ben ik. Een mens. Maar zo is God niet. Hij is er altijd. Beschikbaar voor iedereen. Vierentwintigzeven. Dag in dag uit, uur na uur. Altijd.

Het gedicht wat ik een uurtje later voorlees, sluit daar mooi bij aan. Het ligt in het hospice, maar ik houd het jullie te goed. Over pijn, verlies, eenzaamheid. Maar dat Hij er altijd is. Meedraagt of zelfs alles draagt. Jou en mij en mijn moeders, Hij draagt iedereen, Hij leidt en Hij lijdt mee. Hij troost en vergeeft. Niet voor één keer, niet voor zeven keer zeven keer, maar voor altijd. Hij is er. Vierentwintigzeven beschikbaar. Onvoorstelbaar hoe dat troost. Dus als je denkt dat je alleen bent, als je je eenzaam voelt? Ga maar naar Hem. Hij is er. En zal zijn. Nu en later, voor altijd.

dinsdag 24 september 2019

Het tussenstation, de hospice

Het duurt lang deze keer, voor ik een parkeerplekje heb gevonden. En ik ben al wat laat. Stel je nu voor zeg.
Maar als ik door de lange gangen loop, deur na deur voorbij ga en uiteindelijk eindig bij haar kamerdeur, zie ik haar. Ze is er nog. Gelukkig maar.
Want dat moeilijke wat ik vandaag ga doen en waar ik echt tegenop zie, dat is niet moeilijk genoeg om na te laten, dat wil ik meemaken met alles wat in me is. De pijn, het verdriet en de dankbaarheid, omdat dat wat ma wil, kan. Weg uit het ziekenhuis, naar een hospice. Waardig sterven.

- Wil je voorlezen uit het dagboekje?
Ik open de Bijbel bij Lukas 5:27. Bizar is dat toch, dat je zo vaak een woord vanuit de Bijbel krijgt, juist als je dat nodig hebt, passend bij je situatie nu op dit moment. Verwonderd lees ik over de roeping van Levi. Dat Jezus zegt: Volg Mij. En dat hij alles achterlaat en Jezus volgt.
En dat Jezus even later zegt: Wie gezond zijn hebben de medicijnmeester niet nodig, maar wie ziek zijn. Hij is gekomen voor zieken. Geneest ze en deelt uit van Zijn overvloed.

We raken in gesprek, ma en ik. Over alles achterlaten. Precies wat zij nu doet. Daar, liggend in het ziekenhuis bed, spullen die klaar staan om mee te gaan naar het Hospice. Een tussenstation tussen redelijk goed en sterven in: doodziek zijn. Lopend het ziekenhuis in, maar complicatie op complicatie zorgde er voor dat ma nu in de ambulance naar het hospice wordt gebracht. Zo ontzettend achteruitgegaan de laatste dagen. En dan nu alles achterlaten. Jezus volgen. Ja, dat zeker. Hij is in Zijn hemelse heerlijkheid, bij God de Vader, en daar mag zij binnenkort ook zijn. Daar heeft ze van getuigd, daar wijst ze ons op. Maar toch, dat alles achterlaten hè. Niet vrijwillig, zoals Levi, maar noodgedwongen. Het valt haar zwaar.

De ambulancebroeders komen. Ze brengen haar weg, naar het laatste plekje hier op aarde. Maar ze gaan met een omweg. Ze rijden langs haar huis. Zetten de ambu op de oprit. Halen ma uit de wagen en laten haar heel bewust afscheid nemen van wat was en niet meer terug gaat komen. Wat een krachtdadig handelen van deze lieve mensen. Wat een prachtig moment voor mijn schoonmoeder.

Nu is ze daar en wacht op het moment dat Jezus haar roept. Volg Mij, laat alles achter en kom. Kom in, u, gezegende van mijnVader en be-erf. Be-erf Gezondheid, Leven en Overvloed. Voor altijd genezen. Ze zal Volmaakte schepping van Jezus zijn.
Ach, ze krijgt veel meer terug dan ze had. Ze zal haar ogen uitkijken. Wat een heerlijkheid!

donderdag 12 september 2019

Daar komt de WMO

Snel, terwijl ik de deur van de voorraadkast nog even een zetje geeft - en hij weer langzaam open gaat- open ik de voordeur. De vrouw buiten staart me nors aan. Haar korte rode haar als stekels op haar hoofd, te kort om te wapperen in de harde wind. Haar zwarte bril maakt haar streng en koele ogen doen me achteruit deinzen.
-Mag ik binnenkomen?
Euh.. - U bent?
Mw de Kater, van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
Oh! Verschrikt sla ik mijn hand voor mijn mond. Oh, u bent veel te vroeg. Mijn Rob is nog aan het douchen, mijn man is nog niet thuis en ik, euh.. ik ben nog aan het opruimen.
Al pratend doe ik een paar stappen naar achteren. Mevrouw wringt zich naar binnen en kijkt verbaasd de kamer rond.
-Maarre.. neemt u plaats.
Snel kijk ik rond. Yes! Eén lege stoel, naast de kattenbak van ons Stinkertje, maar, het is een lege stoel.
-Wilt u wat drinken?
Snel haal ik een koffiemok uit de net gevulde vaatwasser, ik spoel hem om en droog hem af met een doek. Te laat zie ik het, de onderbroek van mijn jongste... Ach, wat niet weet.. ik schenk de koffie in en serveer het netjes DE mevrouw. Terwijl ik terugloop om voor mezelf iets te halen smokkel ik snel wat troep onder de bank, haal de vuile was van het aanrecht en stapel het oud papier netjes op.
Struikelend over mijn eigen leesboek plof ik met een zucht op een volle stoel met haakwerk. En doe net of ik nooit ergens anders op zit. En ik begin direct:

-Nu u er toch al bent, maak ik even van de gelegenheid gebruik.
Weet u wel wat u gezinnen aan doet door elke keer weer, jaar in jaar uit, te komen voor gesprek. Elke keer weer, hoort u wel. Weet u wel wat een grote stressfactor dat is, naast alles wat we al met ons kind meemaken! Mijn stem verheft zich behoorlijk en de dame tegenover me reageert zichtbaar geschrokken.
-Daar schrik je van hè, raar mens met dat stekelhaar! Daar schrik je van want je weet gewoon niet wat wij meemaken. Elk jaar weer, steeds opnieuw mogen we jullie verkondigen wat niet goed gaat. NIET. GOED. GAAT. Hoor je het wel??? Ik schreeuw inmiddels de longen uit mijn lijf. Hoor je het wel?? HOOR. JE. HET. WEL!
Met een zucht haal ik diep adem. En ga door. Over de lange tijden van wachten. De slechte communicatie. De steeds andere regels. Over zorgzwaartepakketten die geen zorgzwaartepakketten meer heten. Over huizen en wonen en begeleiding en bescherming en prikkels en stekels en en en...

De vrouw tegenover me zit naast de wc van ons Stinkertje en kijkt of ik het beest zelf ben.
Dan, net als ze wat wil gaan zeggen, ik zie haar lippen al wat van elkaar verwijderen, dan sla ik mijn handen voor de oren. Een indringend gepiep neemt mijn woorden over, neemt haar woorden mee en verstoord het hele gesprek. Wat een irritant geluid. Wat is dit? Verdwaasd kijk ik haar aan. Doe jij dat, kreng? Dan, naast me, een stem;
-Hé joh, zet je wekker eens uit...
Goedemorgen!

maandag 9 september 2019

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

Zo, alles geregeld. Tevreden sluit ik de computer af. Even een mail gestuurd naar Jeugdzorg, ter controle. Alles in orde, alles verlengd, alles overgezet naar de WMO? Nog tien dagen, dan is Rob jarig. Achttien. En jawel, we zijn er klaar voor, alles is geregeld.
Dacht ik...

Het is een dag later, donderdag 5 september. Telefoon. Jeugdzorg. Direct rijzen me mijn (inmiddels korte) haren ten berge. Als alles oké is, kan dat via de mail toch? Waarom bellen?
Er schijnt een wet veranderd te zijn. Hoorde ze ook net, toen ze WMO checkte of alles voor Rob in orde was. En nu wordt alle hulp stopgezet, zodra iemand achttien wordt.

Uiteraard. Achttien. Volwassen. Niemand meer nodig. Alles oké. Klaar!
Was het maar zo'n feest....

Ik schiet behoorlijk in de stress. Dit, dít is te veel. Naast al het andere. Zijn we niet al zeker 13 jaren lang elke jaar weer bezig geweest alles opnieuw aan te vragen? Met elk jaar de nodige stress, met regelmatig afwijzingen en zelfs een keer een hoorzitting. Bewijst u maar mevrouw, wat gaat er dan allemaal niet goed? Zó leuk, elk jaar weer dat trouwe meleven van eerst Bureau Jeugdzorg en later de gemeente. Enorm genieten. Met fikse hoofdpijn daarna en zo'n total-loss-gevoel. En dan hebben we meestal nog wel een klik met de jeugdzorgmensen. Die na twee jaar weer veranderen van taak, waardoor je elkaar nooit echt leert kennen. Zij Rob in elk geval niet.

We maken een afspraak. Twaalf september komt heel misschien de WMO, daar gaat Jeugdzorg op aandringen. Maar zeker komt Jeugdzorg zelf en Centraal Toegang Amersfoort, van WMO. Zo logisch is dat ook hè. Iemand vanuit Amersfoort gaat voor ons bedenken wat onze zoon nodig heeft en geeft dat door aan de gemeente, die daar naar alle waarschijnlijkheid naar gaat luisteren, terwijl Jeugdzorg advies kan geven, maar ja, meneertje is haast achttien, dus hebben ze samen met ons geen poot meer om op te staan.

Met een beetje hoop in haar stem geeft Jeugdzorg aan dat er misschien gebruik kan worden gemaakt van verlengde jeugdzorg. Ik geef per direct toestemming, maar nee, dat moet de WMO goedkeuren. O ja... want hij is straks achttien.

Na ons gesprek komende donderdag hebben ze dan precies één werkdag om alles voor elkaar te krijgen. Zondag is onze zoon jarig en hij (en wij) gaan het niet trekken zonder begeleiding. Nu niet maar ook en zeker niet als hij ergens anders woont.

Ik wil iedereen vragen voor ons en het gesprek te bidden, want dit is wel weer heel erg spannend. Heel, heel erg spannend. Vooral omdat het in orde was en nu gewoon weggezet is als niet meer geldig, maakt het ook erg frustrerend. En dat wij en ook Jeugdzorg hierover niet even op de hoogte zijn gebracht, enkele maanden terug of zo is ronduit fout.

Tegelijk gaat het gesprek ook over begeleid wonen. En ook dat is spannend. Wie ervaring heeft met de WMO, weet er alles van. Het draait allemaal om geld. Dus bidt alsjeblieft voor meelevende, sociale mensen die de aanvrager zien in plaats van lege zakken waar geld in zat. Zowel voor een voorspoedige doorloop van de begeleiding nu, als voor een mooi plekje voor Rob in de toekomst.

Verder spreek ik mezelf moed in: er zijn zoveel moeilijke momenten op dit gebied geweest en elke keer, echt elke keer, gaf God uitkomst en verhoorde onze gebeden. Want wat WMO niet weet is dat God wel weet wat wij en onze Rob nodig hebben. Nu, als hij achttien is en in de wat verder gelegen toekomst. Hij weet het perfect. Daar vertrouw ik op. Op Zijn aanwezigheid bij het gesprek en in ons leven, bouwend op eerdere ervaringen van van Zijn nabijheid toen.
Hij zegt: "Ik ben en zal zijn". Zeker weten.


maandag 2 september 2019

Als kanker je moeders raakt

Mijn boek is best mooi, maar toch wil ik iedereen even zien die binnenloopt op deze donderdagmorgen. Zittend naast mijn schoonmoeder in de wachtkamer van de Oncologieafdeling van het ziekenhuis, weet ik dat ook mijn ouders hier ergens lopen voor onderzoek. En dat is op z'n minst spannend.

We komen ze tegen. In de hal van het ziekenhuis. Ze moet door voor gesprek. En later een operatie. En nog wat bestralingen. Borstkanker. En ik sta daar in de hal, met mijn moeders en vader en voel me zooo machteloos.

Als ik die avond probeer te gaan slapen spreek ik mijn gedachten uit naar God. Samen hebben we een eerlijk gesprek.
-Waarom God? Kan het nou niet even gewoon allemaal om de beurt of zo? Ik weet best dat ik en wij geen haar beter zijn dan alle anderen. Dat ook ons kanker kan overkomen. Maar waarom nu zo?? Ik wil er voor allebei zijn, in alle stadia van hun ziekte. Hoe kan ik dit in vredesnaam voor elkaar krijgen als het zo gaat zoals nu? Naast het verhuizen van mijn ouders, de feestjes in de familie (resp. 25, 50 en 25 jaar getrouwd, waaronder dus mijn ouders en wijzelf) en dan de voorbereiding die we moeten gaan nemen op het sterven van mijn schoonmoeder. Dat was toch wel genoeg? Zou ik denken hoor.

God reageert en geeft me een beeld. Ik open verwondert mijn eigen handen. Zo klein. Passen twee kopjes koffie in en dan maar hopen dat ik het zonder 'voetbad' verhuisd krijg. En dan zie ik Gods handen. Groot, stevig. 'Jij past er in, je moeder past er in, je schoonmoeder zeker ook. Je hele gezin en heel de familie. Iedereen past er in en toch laat Ik je niet vallen. Breng Ik je veilig daar waar Ik wil dat je bent.'
Mijn gedachten en mijn zicht zijn te klein om te zien hoe groot Gods handen zijn.
-Maar wat God, als ik er over heen kieper en dan toch val? 'Dat gebeurt niet', glimlacht mijn Vader.  'Maar om je gerust te stellen wil Ik er wel een schild over heen leggen, zodat je het nog meer zeker weet.
-O nee, laat maar Vader. Ik ben bang in het donker, weet U nog. Als U er een schild overheen legt, zie ik niet veel meer.
Maar ook hierop geeft God antwoord. 'Mijn lieve kind, vergeet niet dat Ik Licht ben. Er is geen duisternis bij Mij of in Mij, dus ook niet in Mijn handen. Zelfs niet als ik er een schild overheen leg. Weet je nog, Ik ben een veilige schuilplaats, Ik ben een veilige burcht, Ik draag  je en bescherm je. Ik geef moed en kracht want Ik houd vast. Ik houd jou vast, je moeders, je vader, je man en je gezin. Wees niet bang, Ik ben er bij.

Gerustgesteld ga ik wat verliggen. En zing mee met het lied wat in mijn hart komt:

De duisternis licht op door U.
De duivel is door U verslagen.
Dood waar is je macht, waar is je prikkel gebleven?
Jezus leeft

Voor eeuwig is Uw heerschappij.
Uw troon staat onwankelbaar.
Ongeëvenaarde kracht ligt in Uw grote Naam.
Jezus, Overwinnaar!

En ik dank voor blijdschap, bid om volharding en geduld. Dat zullen we zo nodig hebben deze maanden! Maar ik weet: Hij draagt en beschermt. 


dinsdag 27 augustus 2019

Afscheid nemen

- Kom, je moet even kijken hoe netjes het op zolder is. Stralend kijkt mijn moeder me aan.
Zondagochtend. Ik wordt vanuit de heerlijk warme zon meegenomen naar de koele woonkamer en weer wat later naar de hete zolder. Wat een orde.
-Best slim zo af en toe hè, verhuizen. Ik knipoog. Mijn ma heeft er echt zin in. Liever gisteren dan vandaag zeg maar. En in de afgelopen week kregen we een enthousiast appje. ´Wil je wat, dan kom je uitzoeken.´ Ik bleef weg. Dat was geen desinteresse. Maar appje gelezen en geparkeerd, ergens ver in mijn achterhoofd. Pas zondagochtend, toen ze me vroeg mee te lopen, dacht ik: o ja!
Er was niets meer uit te zoeken. Ik ben ook niet van al die spullen die ik hebben moet of wil. Ik heb genoeg aan mijn eigen zooi. Maar soms, je weet nooit hè. Dingen en spulletjes waarbij direct prachtherinneringen naar boven komen laat ik niet staan. Sterker nog: die heb ik allang meegenomen.  Dat ene snoeptrommeltje bijvoorbeeld. Felgeel Tupperware, niet eens mooi. Maar elke dag na schooltijd mochten we er twee dropjes uit. Om te smullen. Want dat was het dan hè. Twee dropjes en wat drinken. Punt. De rest kwam bij het avondeten. Aardappelen, groenten en een klein stukje vlees.

Deze zondag zie ik een schilderijtje in het trapgat hangen. Hiervan moet ik het weten:
-Verhuizen jullie die mee? En de foto van uw grootouders?
De foto van mijn overgrootouders gaat mee, maar mijn naam komt achterop. De andere doe ik voorzichtig in mijn fietstas. Een ingelijst kaartje met de trouwtekst van mijn opa en oma daar op. Hangt al vanaf 1939 in de bloedlijn van de familie.

 "Verblijdt u in de hoop, zijt geduldig in de verdrukking, volhardt in het gebed."

Paste exact bij mijn oma. En wil ik nu graag in ons huis.
Samen met nog wat heel oude Jaap en Gerdientjes geef ik het een mooi plaatsje in onze woning.

Maandagavond. Met elkaar zitten we rond de tafel. Mijn schoonfamilie. Samen luisteren we naar mijn schoonmoeder. Vorige week is bij haar galwegkanker geconstateerd met veel uitzaaiingen in de lever. Conclusie: uitbehandeld. Nog voor behandeling plaatsvond. 
Mijn schoonmoeder is dapper en moedig en denkt erg ver vooruit. Ze wil nu graag alles verdelen en al heel veel opruimen, zodat wij dat niet hoeven te doen. Best een beetje lastig. Soms denk ik, er zijn belangrijkere dingen. Maar dit is voor haar belangrijk en daarom gaan we er in mee. Ik zie het als uiting van liefde voor ons. Wat gedaan is hoeven jullie niet meer te doen. 
In een totaal andere sfeer als zondag zitten we rond ma. We overleggen, verdelen wat belangrijkere dingen en taken en luisteren vooral. Er is geen enthousiasme over wat we meekrijgen, geen blijdschap omdat er opgeruimd wordt, er is pijn, verdriet en onzekerheid over wat komen gaat.

Zo is het leven hè. Onzeker, vaak vol pijn. Omgaan met gemis en afscheid nemen is volgens mij niemands sterke kant, tenzij er iets heel fijns voor in de plaats komt. Zoals bij mijn ouders. Kleiner wonen, minder tuin, minder zooi, ze kijken er naar uit. En het is ze gegund. Maar ook bij hen merk ik dat afscheid nemen van bepaalde dingetjes pijn doet. Je laat ten diepste de herinnering aan een herinnering los. Iets wat was en nooit meer terugkomt. Maar afscheid nemen van iemand die een levenlang met je is meegegaan is zwaar. Sterven hoort bij het leven, zeggen ze, maar zo was het niet bedoelt. Afscheid nemen is een beetje sterven. Zeggen ze ook en daar voel ik in mee. 

Wat ons het komende half jaar te wachten staat? Feit is dat afscheid nemen centraal staat. Van mijn ouderlijk geboortehuis, van iemand die me dicht bij staat. Zwaar genoeg lijkt me. Daarom neem ik vrijwillig afscheid van dingen die me nu even te veel zijn. Sport, vrijwilligerswerk enzo. Nu alleen even wat er toe doet. De rest komt wel weer. Of niet. De tijd gaat het leren.
Eén ding staat boven alles. Eén Iemand bedoel ik. Verandert niet, blijft altijd en heeft alles in Zijn hand. Mijn schoonmoeder, mijn ouders en mij. 

Ik kijk nog eens naar de trouwtekst van mijn opa en oma. En ik weet: Focus je op Hem die hoop, geduld en volharding geeft. En doe wat je hart vindt om te doen. In Zijn Geest leef ik voor Hem en voor de ander. Dat geeft houvast. Nu en bij het naderende afscheid. 

zaterdag 17 augustus 2019

Hoe overleef ik...

Echt waar, ik hou ontzettend veel van mijn werk. Het is zo heerlijk om daar te zijn en alles op alles te zetten voor de klant. De klant is Koning, dat. Maar dan moeten ze wel komen...
Zomervakantie. Zaterdag. Regen. Nog meer ideeën? Waarom is het zo rustig?
Gelukkig heb ik genoeg te doen. Ik maak wat leuke banners voor op onze site en ga verder om ons eigen magazine in elkaar te zetten.

Verheugd kijk ik op: een webshoporder. Toch een klant, al is hij niet zichtbaar.
En yes, het boek hebben we ook nog op voorraad. Geweldig. Direct klaar maken, klant laten weten dat zijn bestelling is afgerond, want wie weet komt er vandaag dan toch iemand :)

Mijn collega haalt het boekje, pakt er een leuk kaartje bij en schrijft wat de klant aangeeft:
'Voor mijn liefste. Hopelijk heb je hier wat aan. Van je drie mannen.'
Genoeg om de slappe lach te krijgen. Niet zozeer om het kaartje zelf als wel om wie ons zo deze opdracht geeft. Ik bedoel, best wel privé toch? En dan de titel van het boek: Hoe overleef ik mezelf?, geschreven door Jorg Berger. Een duidelijke knipoog of steek onder water?

Inpakken? Ja, doe dat maar. Doe maar hartjespapier, gezien de tekst op het kaartje.
Als alles klaar is laat ik de webshop de automatisch gegenereerde mail verzenden: 'Geachte klant, uw bestelling staat klaar.' Niet zo persoonlijk, wel zo makkelijk.

Later op de middag, als ik een klant help (ja, je leest het goed, er kwamen toch nog klanten!) komt de man van de webshoporder. Mijn collega en ik schieten direct allebei weer in de lach. Waarop mijn klant me vragend aankijkt. Ik fluister haar wat het geval is, ze grijnst breed en knipoogt naar de klant. Die inmiddels koffie heeft gepakt en lekker is gaan zitten, het hartjespapier naast hem op onze koffietafel.

Ik maak even een praatje met hem, als er weer niets te doen is. En als de koffie op is, groet hij me.
-Dag schat, groet ik terug. Mijn man grijnst van oor tot oor.
Nu maar afwachten hoe dat gaat, jezelf overleven...

maandag 5 augustus 2019

Het mentorschap regelen bij de Rechtbank

Mijn laatste vakantiedag is aangebroken. Speciaal voor deze dag staat er een uitje gepland met manlief, Rob, Willeke en Jorike. Vandaag gaan we naar stad Utrecht. Vrouwe Justitiaplein. Nummer 1. De Rechtspraak....

Alle spanning die bij Rob aanwezig was, heb ik weg kunnen praten. Maar dat houdt niet in dat ik zelf zonder spanning bent. Je weet immers nooit hè. Hoewel het maar een formaliteit is, kan het mijns inziens alle kanten op.

Weken geleden was ik er plotseling heel intensief mee bezig. We moesten wat dingen aanvragen omdat Rob in september 18 jaar wordt. Een bepaalde mate van volwassenheid wordt dan van je verwacht, wat Rob niet altijd gaat redden. Met Karakter Ede hebben we besproken wat we moeten doen. Mentorschap of Bewindvoering lijkt hun het juiste. Wij gaan voor het mentorschap: meebeslissen en beslissen voor Rob is soms gewoon het enige juiste. En toen ik wat informatie daarover op zocht, las ik dat het voor drie maanden voor de 18e verjaardag bij de rechtbank moest liggen. Oké, snel rekende ik. Ik was al minstens 1 dag te laat. Dus, alle hens aan dek, snel alles voor elkaar gemaakt. De volwassenen zussen er bij voor een officiële handtekening, alle bijlages verzameld en na een pittig dagje kan de enveloppe op de post.

Al snel kwam de uitnodiging. Vijf augustus. Rob's allereerste echte, betaalde (!) werkdag. Niet handig, maar het is nu eenmaal zo. En dus hebben we een uitje. Zussen hoefde niet per sé mee, maar het werd wel op prijs gesteld. En ze vonden het wel interessant ook!

We melden ons en worden doorverwezen naar de 'poortjes'. Alles inleveren graag. Oeps, dat had ik niet verwacht. Ik lever mijn tas in, dat is dan ook direct alles en mag doorlopen.
Pieppieppiep... De man met detector wijst me nors naar een plek waar ik moet gaan staan en ik word helemaal doorgemeten. Goeie dag zeg! Mijn riem piepte. Die ik normaal nooit om heb...
Het gepiep klinkt ook bij Rob, die direct helemaal in de stress raakt. Hij had dan ook niets ingeleverd. Sleutel, mobiel en meer, alles piepte. Gelukkig was het aantoonbaar en werd hij al snel pieploos bevonden. Mocht zijn spullen houden en mopperde nog wat na over 'het lijkt hier wel de kerk', waardoor mijn hersenpan flink begon kraken. Piepen of kraken, 't is allebei niet fijn ;)

Door naar de volgende balie. Een vriendelijke man, hij weet gewoon dat we hem niets meer kunnen doen!, meld ons bij de rechter. En al binnen twee minuten zijn we aan de beurt. In schoolse bankjes nemen we plaats, recht tegenover de rechter en de griffier.

Ze hebben het voorbereidende werk goed gedaan. Alle bijlages zijn goed doorgelezen en de aanvraag is kritisch gelezen. Ze had er zo haar twijfels bij of dit is wat we willen. Ik schrik me een hoedje. Nee hè! Mijn gedachten gaan per direct terug naar dat andere moment, een rechtszitting bij het toenmalige BJZ waar we moesten onderbouwen waarom Rob zorg nodig heeft. Niet weer alsjeblieft, kan het nu nooit eens makkelijk gaan! Zo lastig als anderen beslissen over wat je kind nodig heeft.

De rechter legt uit waarom een mentorschap niet nodig lijkt. Als ouders mag je gewoon altijd mee naar het ziekenhuis, de huisarts, de tandarts en bij mentorschap blijft ook staan dat als zoonlief niet wil, wij niets kunnen bereiken. Daarbij komt dat de verslagen die eens in de zoveel tijd van ons verwacht worden, veel tijd innemen, die we, volgens haar, beter kunnen besteden. Tegelijkertijd vraagt ze zich af waarom wij niet voor bewindvoering gaan. Dat is makkelijk uit te leggen, Rob is een kei in geldbesteding, manlief heeft hem dat fantastisch goed geleerd.

Op advies van de rechter laten we ons verzoek vervallen, krijgen we zwart op wit één en ander toegestuurd waarmee we kunnen bewijzen dat we deze beslissing onder gezaghebbende rechter en griffier hebben genomen voor het geval er toch een probleem bij instanties ontstaat en krijgen we de belofte dat als er iets gewijzigd moet worden, dat via een briefje of telefoontje zo geregeld is.

Gaandeweg het gesprek is de rechter van rechter naar medemens veranderd en ze heeft lol om Rob, die aangeeft dat hij best zelf voor zijn geld kan zorgen, maar absoluut getraumatiseerd is door de tandarts.

Opgelucht en blij besluiten we ons uitje door Rob af te zetten bij zijn werk. Trots op jou zoon! Je deed het geweldig. Neutraal, open en eerlijk en vooral: je was jezelf. Zoals altijd. En nu geld verdienen. En beheren. Dat komt vast goed!


woensdag 31 juli 2019

Van der Valk, Octopus, Reyna Be en het Mondriaanhuis, een 24 uursvakantie

Overnachten bij Van der Valk? Dat had ik nog nooit gedaan. Fletcher wel, dat was niet zo heel prettig. Nu dan maar wat anders. In verband met zijn steengoede ontbijten, hier in Veenendaal, kozen we nu voor Van der Valk, maar wel wat verder weg. Een half uurtje rijden wilde Rob. En hij mocht het zeggen, het is zijn feestje. Hij is geslaagd.

Het werd Leusden-Amersfoort. De simpelste kamer kozen we. Maar omdat het schoonmaken nog niet klaar was, kregen we de iets duurdere. Dat betekent: thee en koffie op de kamer. Enne... over de kamer gesproken, wat een plaatje. Lekker huiselijk,compleet en ruim. We zijn deze dagen niets te kort gekomen.

De controle doorstond de kamer goed. Alles was schoon en fris en zelfs de geur sprak Rob aan.
-Hier kan ik wel slapen denk ik, zo zei hij. Gelukkig maar.

Rob wilde graag zwemmen. Dat kan in Leusden heel goed, bij Octopus. Het koelde lekker af, eventjes, want de auto gaf 47 graden Celcius aan. Dat is niet niks, zeker niet als je daar niet goed tegen kan, zoals onze Rob. Even lekker zwemmen is dan een welkome afleiding. Maar met drie kwartier had Rob het wel gezien. Misschien was het toch een beetje te druk voor hem. In elk geval wilde hij graag terug naar het hotel. Daar lekker relaxen op het bed, spelen met de afstandsbediening en ondertussen kijken wat er allemaal op dat grote breedbeeldscherm gebeurd. Onder het genot van de airco las ik ondertussen lekker mijn boek.

En dan uit eten. We kozen voor Reyna Be, een wereldgerechten/tapasrestaurant wat eerder ook in Veenendaal zat en waar we echt fan van waren met z'n allen. Gelukkig heeft Amersfoort hem nog wel en we genieten voluit van de sfeer, het eten en drinken en de warmte. Weinig airco maakte het voor Rob soms best lastig, maar hij zorgde goed voor zichzelf en at enorm veel. Hij dronk ook goed maar toen ik later samen met hem urenlang wakker lag, bedacht ik dat het misschien niet alleen het nieuwe, andere, de muggen en de warmte was... Volgende keer beter nadenken. Aan het einde van een lange, pittige nacht, hij viel om half vijf in slaap, concludeerden we dat we de volgende keer oordopjes meenemen en het eigen kussen. Dat zou het slapen eventueel wat kunnen vergemakkelijken. En niet meer zo veel icetea drinken graag, zucht ik er achteraan...

Na een stevig ontbijt eindigen we ons uitje bij het Mondriaanhuis in Amersfoort binnenstad. Het is maar een kwartiertje rijden. We parkeren in de Koestraat, overdekt! Dat scheelt een hoop zon op de auto en even later lopen we, gewapend met geopende paraplu, tien minuutjes door deze mooie stad. Het Mondriaanhuis zelf, daar doen we wat langer over. Rob is nog erg moe en sleept zichzelf van kamer naar kamer. Toch geniet hij ook enorm en is best geïnteresseerd. Normaal is een museum het laatste waar ik aan denk met hem, maar omdat hij graag hokjes en vakjes schildert, leek me dit wel wat. En dat klopt.
Als ik hem tenslotte nog vraag of hij zin heeft in koffie, beaamt hij dit vol enthousiasme. Kan ik me wel indenken ja, na zo'n wakkere nacht. Het stuk appeltaart gaat er ook nog wel in en de dame die ons helpt (vrijwilliger van het Mondriaanhuis) verwend hem met lekker veel slagroom.
Geïnteresseerd bekijkt ze de foto's van zijn schilderijen op zijn mobiel. Wat een leuk moment!

Dan opeens zegt Rob:
- Mevrouw, u mag de rest van deze appeltaart wel aan iemand anders geven. Ik zit zo vol, ik kan het echt niet meer op. Niet weggooien hoor, dat is zonde, geef het maar aan de volgende klant.
Ik kijk naar het afgegeten stuk taart en de slagroom die al aan het smelten is. Ik geef de dame een glimlach en laat de rest aan haar over. Ze lost het mooi op - het komt wel goed met dit gebak, laat dat maar aan mij over - en tevreden gaan Rob en ik in de auto richting Veenendaal.

- En, pols ik als we bijna thuis zijn, vond je het leuk? Ja! Rob heeft genoten. Alleen die nacht hè, "dat was echt voor mijn verdriet". 

Pagina's