donderdag 12 juli 2018

Zooi ruimen bij Groot Nieuws Radio

Gerelateerde afbeeldingEigenlijk luister ik het nooit, Groot Nieuws Radio. Vaak alleen als ik in de auto zit. Ook deze middag, als ik Rob van zijn laatste schooldag af gaan halen. Een interview met de NBG, Nederlands Bijbelgenootschap. Over groen en milieubewust en zooi opruimen. Nadat de Groene Bijbel uiteindelijk niet in de verkoop mocht, hebben ze nu iets anders bedacht, nl: maak je Bijbel groen.
Gelijk een beetje vakgebied voor mij, dus luisteren maar.

Ruim je de troep op van de ander? Niet van je kind of man, maar van de medemens die zijn troep neergooit op straat? De stelling bij Groot Nieuws is duidelijk. De uitkomst beter dan ik had verwacht: 55% wel, 45% niet. Ik hoor bij die 45%. Ik zie de troep wel liggen, maar ik denk er überhaupt niet aan om het op te pakken en weg te gooien. Dom? Ondoordacht denk ik.
Afbeeldingsresultaat voor blikvangerDat zegt de geïnterviewde ook. Mensen die hun zooi achter laten op straat, vaak op een paar stappen van de prullenbak vandaan, zijn Onwetend, Onopgevoed en Ongeïnteresseerd. Mensen die het laten liggen ook? Misschien ja.


Maar dan zegt die man zoiets moois. Luister, hij zegt: Waarom zou je de troep van de ander opruimen? Doe als Jezus. Hij kwam naar de wereld om onze troep op te ruimen. Onze zooi, ons vuil. Hij raapte het op, nam het mee en maakte daardoor Zichzelf tot afval. Jesaja zegt het zo: Gestalte of glorie had Hij niet, als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben. (Jesaja 53: 2) Alleen daarom al zouden wij de troep van de ander vanuit Gods liefde voor de schepping op moeten willen ruimen. Moeten willen ja. Als opdracht en uit liefde.

Als ik die avond met Rob een rondje surfvijver loop, zie ik ze: blikje hier, zakje daar. Op zich valt het mee, maar toch. Er ligt zeker wel wat. Omdat ik niets bij me heb en geen prullenbak zie, laat ik het liggen. Maar wie weet neem ik de volgende keer een zak mee. Als ik er aan denk. Want ik weet nu. Ik ben zeker wel opgevoed en wil daarin ook een voorbeeld zijn voor mijn kinderen. En stiekem raakte ik best een beetje geïnteresseerd en geprikkeld door wat deze man op de radio zei. Want ik wil doen zoals Jezus deed. Daar hoort puin ruimen dus ook bij.... Trouwens. Geen zooi laten slingeren ook. Dat is voor iedereen een eerste begin. Zowel letterlijk als geestelijk.
Tjonge, wat een les. Zomaar, onderweg naar school. In de auto. Op de radio.


donderdag 5 juli 2018

Kom, ga je mee??

Hé Aline, ga je ook mee?
Verbaasd spring ik op. Een stel buurvrouwen staan voor het open raam, lees: gat in de muur, enthousiast te roepen dat ik mee moet gaan. Snel schuif ik in mijn slippers, hijs mijn lange kleding op gepaste maar ook praktische hoogte en ren naar de deur. In de gauwigheid pak ik snel nog even mijn hoofddoek en al lopend bevestig ik hem over mijn dikke bos haren.

Het is warm buiten, hier in de woestijn, maar dat deert ons niet. We zijn niet anders gewend. Haastig loop ik de buurvrouwen achter na en als ik hen ingehaald heb stotter ik wat onverstaanbare woorden. Even diep ademhalen en dan: - Wat is er aan de hand, waar gaan we heen?

Al snel wordt het me duidelijk, maar ook weer niet. Er komt hoop in mijn hart en heel veel verwachting. Zou het? Eindelijk weer eens? Direct stop ik die verwachting weer ver weg. Immers, het is al jaren doodstil en er is geen enkel leven meer geweest van Boven sinds een jaar of 400 geleden de laatste profeet ons vertelde over de Messias die zou gaan komen. En nu zeggen mijn buren dat er weer een profeet is die vertelt over God, onze JHWH?
Twijfel en verwachting wisselen elkaar in hoog tempo af, terwijl we door lopen naar het water, de ontmoetingsplek van ons Galileers.

Zou het zo gegaan zijn? De hoop en verwachting van veel mensen in Israël, die uitkeken naar de beloofde Messias en naar een teken van leven van hun God, die zich 'Ik ben' laat noemen?
Tijdens een stil moment vandaag las ik in de Bijbel Mattheus 3. En ik bedacht me hoe anders het nu zou gaan. Zouden mijn buurvrouwen nu voor de deur staan om me mee te vragen? Of, zou ik de buren uitnodigen mee te gaan? Ik verwacht dat ik op z'n minst eerst even mijn werk wil afmaken, mijn blog wil afschrijven. Veel mensen zouden zeggen: joh, doe eens rustig, zo'n haast heeft dat nu niet. Weet je ik app het wel even in mijn buurtapp, gezinsapp, familie-app, werkapp en vriendenapp. Dan komen ze vanzelf.
Of niet.
En we laten elkaar met 'rust', blijven elk ons eigen ding doen en vergeten dat het Koninkrijk van God dichtbij gekomen is, vlakbij, 'gewoon' in ons midden.

En ik denk bij me zelf: ben ik niet veel te tolerant? Veel te makkelijk? Veel te onbewogen met het lot van mijn omgeving, omdat ik ze nog nooit heb uitgenodigd om Jezus te laten zien? In Hem is het Koninkrijk van God bij ons gekomen en door Zijn Geest werkt Hij in ons verder.
Het heeft te maken met luisteren naar Zijn stem en met lef. Vol Liefde, Eerlijk en Fijngevoelig op iemand afstappen en haar gewoon eens vragen of ze meedoet, zodat het Koninkrijk van God gezien mag worden, beleefd mag worden en helemaal door zal breken in haar hart. En in de mijne. En we zo liefde en vreugde uit mogen stralen naar de mensen die God op ons pad brengt.
O God, Dank voor Uw Koninkrijk hier. Vul mijn hart met meer lef en gehoorzaamheid!



dinsdag 12 juni 2018

Lopen op het water

Terwijl ik in slaap probeer te vallen worden mijn gedachten opeens geprikkeld tot nadenken over wat ik die dag heb gelezen.
Ik ben bezig in het boek van Martin Koornstra getiteld 'Wonderen van het Koninkrijk' en deze dag heb ik gelezen over het wonder van Petrus.
Het wonder van Petrus? Ja, zo noem ik het vaak. Je weet wel, Petrus, die zo enthousiast was en altijd op de voorgrond staat. Petrus intrigeert me enorm, omdat ik zijn enthousiasme herken en zijn 'doen zonder denken'. Het hoofd stoten omdat hij weer voor zijn beurt sprak of te impulsief handelde. Maar dat ene verhaal, waar hij op het water loopt, dat is toch wel helemaal gaaf!
De auteur beschrijft het niet als 'Het wonder van Petrus', dat moet ik er wel even bij zeggen tuurlijk. Maar zeg je dit in de volksmond, dan weet iedere christen direct dat het gaat over 'Lopen op het water'.
Petrus liep op het water naar Jezus toe. Waarom? Omdat, zo zegt Martin, hij wil doen wat Jezus doet. Hij wil zijn wie Jezus is en hij wil lijken op Jezus.
Precies zoals het de bedoeling is, denk ik. Een verlangen wat ons allemaal helemaal mag helpen uitstrekken naar Jezus, om zo Zijn liefde te ontvangen en door te geven aan de mensen om ons heen.

Maar... denk ik al starend in het donker, leggen wij niet veel te veel de nadruk op Petrus? Dat hij vraagt of hij komen mag. Dat hij gaat. Dat hij zinkt en dus niet voldoende vertrouwt en we leren hieruit de les: zo moet het niet! Vertrouw op Jezus, ook als je op het water loopt. Ook al was dat je eigen keus, je eigen vraag aan Jezus en wilde je zelf die eerste stap zetten.

Ik wil voor mezelf deze geschiedenis anders gaan zien. Dankzij wat ik las kom ik tot dit inzicht denk ik.
Niet Petrus deed hier heel dapper en goed. Het was Jezus die het wonder deed. Hij liep op het water en komt naar ons toe. Hij weet het als ik in nood ben en laat mij nooit alleen. Sterker nog, Hij ziet me. Al is het pikdonker en zwabber ik rond in het duister in mijn levensbootje in de storm, Hij ziet me. Hij kent me. Hij weet wat ik doormaak. Hij is bij me! Hij houdt me in de gaten en blijft voor me zorgen, zelfs als het stormt! Wat er dan verder gebeurt is niet zo belangrijk meer. Of ik blijf zitten en wacht tot Jezus bij me is, in een innige omhelzing om me te troosten en de storm te stillen. Of dat ik niet wachten kan om bij Hem te komen en Hem vraag of ik alstublieft ook mag kunnen wat Hij doet: uitstappen en over het water lopen, het maakt niet uit. Wetend dat Hij mij op het oog heeft, kan ik elke storm aan. Dus staar ik op mijn levensbootje in de storm het donker in, wetend dat Jezus daar is en Hij mij al ziet voor ik Hem zie. Wetend dat ik alleen van Hem hulp kan verwachten en dat Hij de storm tot rust zal brengen, mij veilig naar de overkant zal leiden. Niets zal mij kunnen overkomen omdat Hij bij me is. Ook als ik het niet zie omdat het donker is. Ook als het stormt weet ik: Mijn Jezus is altijd bij. Ik houdt mijn oog op Hem gericht omdat Hij mij als eerste zag! Wat een wonder!


Maar euh.. ik ben dol op zee en ik zou dus eigenlijk best wel eens willen doen wat Jezus deed. En dan niet alleen lopen over het water! :)




woensdag 6 juni 2018

Wonderlijke zondag

-Echt Rob, ik vind dat gewoon niet fijn!
-Nou, dan ga ik niet meer naar Wonderlijke zondag*.
En daarmee lijkt de kous af.

Het is zondagavond, kwart over zeven. Geert is naar een jeugdclub en Willeke is goed beroerd van het kiezen van haar verstandskies. Rob en ik zitten op de bank en manlief op een stoel er vlak bij.
En ik probeer Rob te zeggen dat ik het niet fijn vind om zijn rug te aaien tijdens de dienst van Wonderlijke zondag. Het staat zo stom! Moet je indenken: hij is ruim 1.80 meter lang en dus een kop groter dan ik ben. Ook dubbel zo breed. Maar in hem huist een kind van een jaar of acht, wat in drukte en lawaai vooral rust vindt door aangeraakt te worden. 'Rugje (!) aaien' noemt hij dat. Nou, dat rugje is inmiddels een meter lang en een halve breed, dus je snapt misschien wel dat ik er moeite mee heb.
Maar... niet naar Wonderlijke zondag? Dat is het laatste waar hij nog heen wil! Dat is de plek waar hij voor zichzelf (en zijn ontstoken tenen) laat bidden en waar hij veel zegen ontvangt. Alleen al door er te zijn komt hij tot rust. Al voordat ik zijn rug aai zelfs.

Een uurtje later gaan we toch op weg. Ik heb beloofd dat als we alleen zitten, ik wel zijn rug kan aaien als dat nodig is, maar niet de hele tijd. Dat doet mijn lichaam pijn en ik wil gewoon lekker mee kunnen zingen en zo. Er is een heel gesprekje over geweest. Want met dat ik vertelde dat dat aaien niet doorging, kwam er een heleboel negativiteit. Dat God zijn tenen nog steeds niet had genezen. Al zes jaar loopt hij op ontstoken tenen en het gaat maar niet over. Hij begint over het feit dat hij te dik en te zwaar is en dat anderen hem daarom uitlachen en uitschelden.
Ik begin over God, die hem wonderlijk mooi gemaakt heeft. Die van Hem houdt en een plan met hem heeft. Hij is hier immers niet voor niets? Dat God hem in Jezus goedkeurt en aanvaardt zoals hij is en Hij ook wil en kan genezen. Dat God Zijn Vader is. Nou, dat laatste was echt niet waar hè. Rob keek me verontwaardigd aan. Zijn vader zit hier tegenover hem en die zorgt voor hem en verder niet. Ach, dat autisme ook hè. Soms lijkt het een groot struikelblok. Maar ook daar kan God doorheen werken, weet ik!

Als we binnen komen is de preek al afgelopen (dat doen we expres) en zijn ze al bezig met het bidden voor mensen. Haast iedereen staat in de rij. Rob loopt automatisch naar de 'tribune' en hij heeft geluk: er is haast niemand. Ik vraag aan degene die er wel is waarvoor ze aan het bidden zijn. Dat vind ik wel belangrijk om te weten. Stel je gaat in de rij staan en ze bidden voor een uitzending in Afrika. Haha, dat lijkt me niet echt wat. Als de rij haast weg is, gaan ook wij er bij staan. Ze hebben een rij van twee keer vijf mensen staan, waar je tussen door kunt lopen en die elk om de beurt voor je bidden en je zegenen. Je hoeft geen gebedspunten door te geven, je hoeft alleen maar langs hen te lopen.

Rob gaat eerst. De man zegent hem en spreekt hem toe: 'God houdt van jou! Hij zorgt voor jou en Hij heeft jou wonderlijk mooi gemaakt! Je bent geliefd bij Hem!' Nou moe, deze man zegt exact hetzelfde als dat ik een uur eerder tegen Rob zei. Ik krijg het er warm van! Hoe mooi is dit. ook anderen zegenen hem met goede woorden van God, maar omdat ikzelf aan de beurt ben, hoor ik dat niet meer. Dankbaar lopen we daarna terug naar boven. Rob voelt zich erg ontspannen en loom, geniet van het 'Oh Happy day!' en daarna is het al weer afgelopen.

's Avonds bij het naar bed brengen bid ik (alweer) indringend voor zijn tenen. Dinsdagochtend zie ik dat de zwelling in zijn grote teen opeens gehalveerd is. Dankbaar dat we nu eindelijk verbetering zien blijf ik bidden voor volledig herstel. Want volgens Rob gaat hij pas geloven in God als Hij de tenen geneest. En hij heeft er haast het geduld niet meer voor. Maar o ja, wat las ik net: 'Als wij willen stoppen, ziet Jezus een kans'**. Nou dat hè, dat is zo.Volhouden dus!Bidden en ach, soms even rugje aaien.

* https://www.royalmission.nl/activiteiten/wonderlijke-zondag
** Wonderen van het Koninkrijk, M. Koornstra, pag.121



maandag 28 mei 2018

Jezus is De Rots

Eén! Twee! Drie! Knal!! Het water uit de rots stroomt naar het volk en de mensen drinken gulzig van deze frisse drank. Hun dorst verlept hun bewondering voor wat er gebeurt. Dat is immers niet zo belangrijk? Water moeten ze in deze droge woestijn. Water! Anders hadden ze toch veel beter in Egypte kunnen blijven?
Mozes wist werkelijk niet wat hij met al die boze mensen van het volk Israël aan moest. Hij deed het enige wat hij doen kon en vroeg God om hulp. "Sla op de rots en Ik zal water geven." En zo gebeurde het. (Exodus 17:1-7)

Het is een poos later, nadat het volk de wet kreeg als Mozes aan God, Zijn trouwe Leider, vraagt om vergeving voor de zonden die het volk weer had gedaan. En daarbij vraagt hij: "Toon mij Uw heerlijkheid!" Maar nee, niemand kan God zien en leven. Toch heeft God een oplossing. Een idee. Hij vraagt Mozes naar de rots te komen. "Dan zal Ik u in de kloof van de rots zetten en u voorbijgaan. Zodat u Mijn achterzijde kunt zien. Hoe bijzonder! Mozes gaat de rots op. Zelfstandig! God pakt  hem op en zet hem in de kloof van die rots, beschermt met Zijn hand Mozes en gaat dan aan Hem voorbij. (Exodus 33:12-23)

Nog weer later herhaalt de geschiedenis zich. Het volk heeft geen water en moppert weer omdat ze kijken naar wat ze niet hebben. Zo herkenbaar. Mozes gaat weer tot God en Hij geeft Mozes de opdracht: "Spreek tot de rots en er zal water komen." Maar Mozes is zo boos! Hij slaat met zijn staf op de rots. Twee keer. Net als eerder. Toen werkte dat, nu vast ook, zo lijkt hij te denken. En ja! Er komt water. Heel bijzonder is dat. Dat God ondanks ongehoorzaamheid toch wil geven wat het volk nodig heeft. Dat is genade: Krijgen wat je niet verdient. (Numeri 20:2-13)

En dan eeuwen later. Jezus komt. En Zijn leven is lijden. Hij wordt geslagen aan het kruis en sterft voor onze verkeerde dingen en tekortkomingen. Maar Hij staat op en leeft! Waardoor ik bij Hem mag schuilen en zo God kan ontmoeten. Hij is de kloof in de rots waar ik veilig ben. Hij is Degene die tussen mij en God instaat. Mijn Borg, Bevrijder, Rots en Houvast. Ik in Hem zoals Mozes in de kloof van de rots. En dan ook Hij in mij. Altijd is Hij er, want Hij woont in mij. Kun je dat zelf? Nee. Ben ik daar dan helemaal voor van God afhankelijk? Nee! Het is een samenwerking. God zet in werking, Hij begint, maar jij moet gaan. Zoals Mozes de rots zelf op ging op bevel van God, waarna God Hem in de kloof zette.
Geloof je dat? Geloof je dat Hij de Enige is waarop je vaste grond onder de voeten hebt? De Enige waarbij je kunt schuilen? De Enige die je redt van de eeuwige dood?

Mozes dacht dat weer een keer slaan wel zou
helpen. En het hielp. Maar het was niet Gods bedoeling. Hij had moeten praten! Raar? Misschien. Maar ook dat wijst heen naar Jezus. Jezus hoefde niet twee keer te worden geslagen. Eén keer was genoeg om de hele mensheid te redden. Je mag rusten bij Hem en alles tegen Hem vertellen wat in je gedachten is, wat je bezig houdt, wat je geheim ook is. Alles mag je zeggen. En Hij wil helpen. Hij biedt bescherming en kracht. Hij is onwankelbaar en trouw. Altijd dezelfde. Toen en nu en altijd. Ga maar naar Hem toe en wordt gered. Vindt vrede en troost. En leef! Voor altijd met Hem!


Naar aanleiding van de preek van David de Vos, tweede Pinksterdag 2018, Opwekking

dinsdag 22 mei 2018

Het Kruis op de Berg en het Napalmmeisje

Het is een moeilijke keuze: doorlezen in het boek waar ik mee bezig ben? Of toch naar de herdenking op 'de berg'? Dat trekt me ook wel. Een vriend van ons heeft dat helemaal opgezet en daar zelfs een boek over geschreven (jawel: Het Kruis op de berg ) Mét het Napalmmeisje. Je hebt het misschien wel gehoord. Dat meisje dat in Vietnam op de vlucht moest. Haar kleren verbrand. Niets om 't lijf. En klik, zei de fotograaf. Best schokkend lijkt me dat. En ik ben benieuwd hoe dat een leven tekent.
Dus klap ik mijn boek dicht en spring op de fiets.

Het is een bijzonder moment. Ik ben vaak langs deze weg gereden, maar nog nooit had ik het kruis zien staan. De scholieren die namens hun school aanwezig zijn omdat zij dat kruis hebben geadopteerd zijn muisstil. Veel hebben er een taak, als bloemen leggen, trompet spelen, opnames maken. Ze doen dat met meer respect dan de fotografen moet ik eerlijk zeggen. Waarbij ik nu dus ook een beetje mijn frustratie daarover uit.

De toespraak van onze vriend Constant van den Heuvel, helemaal in het Engels, maakt al veel indruk. Zijn liefde voor de mensen die daar doodgeschoten zijn om voor de vrijheid van ons te vechten is aanraakbaar. Hij heeft zich helemaal verdiept in hun levens en hen een plek gegeven van erkenning, respect en herdenken. Het kruis op de berg.
De toespraak van Kim Phuc, het Napalmmeisje, is erg ontroerend. Stralend staat ze daar. Sprekend over dankbaar zijn en vergeven. Over liefde van God en liefde voor de medemens, ook voor vijanden.

Las ik net niet in mijn boek dat we door te vergeven de onvoorwaardelijke liefde en aanvaarding van God uitdragen naar de mensen om ons heen? (Op weg naar verzoening, NT Anderson)
De net gelezen woorden worden hier in de praktijk gebracht. Blij dat ik mijn boek dicht heb geslagen om even iets van die blijdschap van vergeven in andermans ogen te zien. Bijzonder hoe de dingen dan bij elkaar komen. Bijzonder hoe een Vietnam-meisje matcht met de oorlogslachtoffers van 74 jaar geleden. Bijzonder hoe God nog steeds werkt door mensen heen. Dwars door het duister en donker werkt Hij met Zijn licht en geeft Liefde door aan een ieder die dat aan wil nemen. En ja, de volle blijdschap ervaar je als je vergeeft. Dank je wel Constant. Dank je wel Kim Phuc. Dank U God, voor zoveel vergevende Liefde. Amazing Grace!




maandag 30 april 2018

God geeft meer dan je vraagt

-En, ga je meedoen zaterdag met volleybal?
Teleurgesteld schud ik mijn hoofd.
-Kan niet. Manlief doet al mee en dus moet ik bij Rob zijn. En, erger nog, ik weet niet eens of ik kan komen kijken, want meneer zegt niet mee te willen. En ja, dan ben ik ook thuis.
-Dusss, vraag ik hem opeens wat enthousiaster,  Als je niets te bidden hebt deze week, heb je hier een puntje. En dat gaat-ie doen, deze broeder in geloof.

-Kom ma, het is echt tijd!
Vol ongeduld staat Rob te wachten op me. In zijn hand een spandoek (lees: A4-papiertje) als aanmoediging voor het team van zijn broertje. Per slot van rekening redt papa zich heus wel.
We komen net op tijd binnen. De teams staan al startklaar. Broertje tegen papa, daar moeten we bij zijn. Vooral omdat papa zich wel redt.
Rob kiest positie aan de kant van broertje. Neemt zijn A4-tje in handen en begint aan te moedigen. Het is genieten zoals hij daar staat. Hij staat daar zoals iedereen zou willen, maar niemand durft. Hij staat daar 100% voor het jongste team wat faliekant gaat verliezen. maar Rob houdt vol. Wedstrijd na wedstrijd moedigt hij aan, en ook als ze het potje lijken te verliezen gaat hij door. Broertje verliest alles, maar het team waardeert Robs aanmoedigingen erg en blijven zich daardoor volledig geven.

En dan is daar opeens de broeder in geloof. Hij knikt van mij naar Rob en zijn ogen spreken duidelijke taal. Hij is er hè! Een big smile.
Ik denk even na. Dan opeens weet ik het weer. O ja!
-Heb je gebeden?
Zeker!
Beschaamd moet ik zeggen dat ik het ben vergeten. Er was zoveel meer deze week.
-Mooi is dat, zeg ik dus, als je het zelf vergeet gaan anderen ermee door! En je ziet het hè. We krijgen niet alleen maar dat Rob mee gaat. We krijgen zoveel meer! Rob is dolenthousiast en is de grootste aanmoediger van de hele zaal. Inclusief spandoek staat hij te juichen en te schreeuwen en te springen voor zijn broertje. God geeft meer dan we ooit hadden verwacht. Hij verhoort gebeden en vervult wensen. Zelfs, of juist ook zoiets simpels als een volleybalwedstrijd.

-En, houd je het nog een beetje vol? vraagt dominee aan Rob.
--Nou, zegt Rob, ik kak helemaal in!

Broertje 's laatste wedstrijd laat hem opeens koud.
-Ik wil naar huis, moedertje. En hij gaapt eens flink. Ik kak helemaal in.

De finale die manlief spelen moet, zien we dus niet. Maar het maakt niet uit. Het was een topavond. Echt gebedsverhoring. Mede dank zij aan een broertje in geloof hoefde ik alleen maar ontvangen.






dinsdag 10 april 2018

Op de vissteiger

Daar komen ze, twee fietsers. Vanuit het stadspark gaan ze het bruggetje over richting de weg waarop ik loop. Vader en zoon. Zo te zien net klaar met vissen. Hun koffertjes op de fiets en hengels in de hand bewijzen genoeg. Ik loop rustig door, wetend dat ik hen niet in de weg loop. Als ze bovenop het bruggetje zijn loop ik het kruisinkje net voorbij. En dan, omdat ze sneller gaan, fietsen ze mij voorbij.
Vader, kalend, groot en dik. Zoon net zo groot, en (gelukkig) minder dik. En nog niet kalend :) Gewoon een jongere uitvoering van de vader. Sprekend. Hij een jaar of vijftig, zoon een jaar of 16. Net als onze Rob.
En dan, opeens ontroerd het me enorm, dan legt vader al fietsend zijn hand op de rug van zoon en duwt hem vooruit. Het doet me denken aan onze Rob. Zou het zo'n type jongen zijn? En heeft vader dan met hem uren lang gezeten op het visplekje in het park? Als gezamenlijke hobby of misschien alleen maar omdat zoon dat erg leuk vindt? Ik weet het niet.

Maar wat ik wel weet is dat ik ook zo'n Vader heb. En in gedachten zie ik ons zitten op de houten vissteiger, daar in het stadspark. Nee, we vissen niet. Vader weet wel dat ik dat niet zo interessant vind. We zitten stil bij elkaar, laten onze voeten bungelen in het water. We genieten van elkaars aanwezigheid. Praten? Niet teveel. We houden van rust. Als we praten is het zacht en leert Hij me Zijn plan. Vertel ik Hem hoe bijzonder ik het vind dat Hij naast mij wil zitten. Naast mij! Notabene! En ik weet het wel: dat is niet van mij. Dat kan alleen door Jezus, mijn Redder en Broer. Af en toe kijken we elkaar aan en zien we de liefde in elkaars ogen. Ik in die van Hem vooral. En als het tijd is om te gaan (wat is tijd!) dan helpt Hij me omhoog en legt Zijn hand op mijn rug. Kom, zegt Hij zacht. We gaan verder. Ik ben bij je. Ik help je. Ik zal met je mee gaan. En juist bij sterke tegenwind geef ik je een extra duwtje in de rug. Want ik ben je Vader. Ik ben HEERE. Ik ben JHWH. Ik Ben.

Al lopend kijk ik omhoog. De zon schittert fel en heel de omgeving ademt lente uit. Wat is dat heerlijk! En dan weten dat je daar niet alleen loopt. Weten dat Vader naast je is. Stap voor stap. Omdat ik geen enkele stap zonder Hem kan zetten. Hij is Degene die ik altijd nodig heb. Ook als ik struikel, is Hij er bij. Hij is mijn Bewaarder. Altijd bij mij. Nooit ben ik alleen.
En vol verwondering loop ik verder in de richting van de Zon.

woensdag 4 april 2018

Dikke duim

Afbeeldingsresultaat voor duim in verbandAu! Auauauauw. Verbeten kijk ik naar mijn duim. Hoe kan dat nou toch?
Ik sta in het spinning lokaal van de sportschool. Om in te komen, zo dacht ik, even 10 minuten spinning. Soms doe ik de volle drie kwartier, maar het is zwaar. Vooral als je, zoals ik nu, alleen ben.
Het is rond het middaguur. Normaal ben ik dan allang klaar met sporten, maar een vergadering op het werk ging voor.
Terwijl ik op de sportfiets stap om te beginnen, bekijk ik mijn duim eens nauwkeurig. Zo zeg... die wordt rood. En dik! Ai... Hoe dat nou ging?
Ik wilde het stuur wat lager hebben, draaide aan de hendel, maar toen was het stuur opeens helemaal beneden, bovenop mijn duim. Kennelijk was hij niet al te stevig aangedraaid.
Na een minuut of twee besluit ik toch maar te stoppen en even te gaan koelen. Het weekend van Pasen staat voor de deur: vrijdag en zaterdag de hele dag werken dus. En veel cadeautjes inpakken. Daar kan een dikke duim natuurlijk niets mee.
Het koelen helpt en wat geruster ga ik serieus aan de slag. Ik laat spinning voor wat het is en begin aan de fitnessapparatuur.

Terwijl ik het huis binnenloop, een uurtje later, gaat de telefoon. Het is de huisarts die het één en ander wil weten over zoon. Ik grijp mijn kans en vraag de arts direct maar even hoe ik kan zien of mijn duim gebroken is. Hij geeft wat tips en omdat die voldoende pijn doen, verwacht hij me over drie kwartier in de praktijk.
Het is flink aanpoten. Douchen, aankleden, haar föhnen en o ja, ik heb nog niet gegeten. Pff... Precies op tijd stap ik de praktijk binnen. Om tien minuten te kunnen uitrusten :)
De huisarts concludeert gelukkig alleen maar een kneuzing.
-Even een weekje rust houden, zo adviseert ze. Met de tip: doe er een pleister om, dan zien je huisgenoten en collega's dat je een zere duim hebt.
Ik moet lachen. Een beetje schamper: Jaja...

Die middag wikkel ik een verband om mijn duim. Veel, wit en jawel: het valt op! Toch wel lekker, meer steun. Maar als ik de aardappels schil (au!), de tafel dek, de vaat afdroog en eindelijk op de bank zit weet ik: zelfs dat verbandje hielp niet voor mijn huisgenoten. Volgende keer toch maar gewoon hulp vragen... Gelukkig was dat beetje steun voldoende en kon ik zonder pleister of verband, heerlijk werken het afgelopen weekend. Sterker nog, het werd echt een dikke duimen verkoop!
Afbeeldingsresultaat voor dikke duim

donderdag 22 maart 2018

Martha, Maria en Jezus

Dat moment dat hij de laatste adem uitblies
Ze de begrafenis voorbereiden
Hun broer naar het graf brachten
En alleen thuis kwamen
Dat moment...

Dat moment dat ze hun Vriend er bij riepen
Hun hoop op Hem stelden
Ze teleurgesteld raakten
Hij te laat kwam
Dat moment...

Het heeft Martha en Maria altijd veel gedaan om bij Jezus in de buurt te zijn. De één uitte haar liefde door stil naar Hem te luisteren, de ander vond haar liefdestaal in het zorgen voor Hem.
Soms zelfs tot over haar eigen grens heen ging ze door in het zorgen voor.
Er wordt altijd wat negatief gedaan over Martha die Jezus aanspreekt op het gedrag van haar zusje Maria. 'Zij zit stil aan Zijn voeten, terwijl ik me de benen uit het lijf loop'. En ik zie haar staan. Boos, gestrest en misschien wel heel jaloers. Zij mag toch ook wel luisteren naar Hem? Maar zo lukt dat nooit! 'Laat alstublieft Maria even helpen!' (Lucas 10:38-42) Mijn beeld van deze zussen was: Maria de goeie, Martha de zondige. Even heel zwart wit.

Tot ik deze week Johannes 11 las. Het stuk waarin broer Lazarus overleed. Ze hebben Jezus erbij geroepen, maar Hij komt te laat en Lazarus is al vier dagen geleden begraven voor Jezus er eindelijk is. Mijn oog valt op vers 27, waar Martha zegt: 'Ja Heere, ik geloof dat U de Christus bent, de Zoon van God, Die in de wereld komen zou.' (HSV)

Wat een geweldige belijdenis uit het hart van deze diepbedroefde vrouw. Ze zegt dit niet in een vrolijke bui, terwijl alles nog beter gaat dan ze had gehoopt. Ze zegt dit in haar intense verdriet en weet: wat er ook gebeurt en waarom het zo ook heeft moeten gaan, toch geloof ik dat U de Christus bent! De Gezalfde!

Vlak bij hen in de buurt ligt haar broer in het graf. Waarschijnlijk gezalfd en in doeken gewikkeld. Maar Martha weet dat vóór haar Gods Gezalfde staat. Eén Die zoveel machtiger is dan wie ook. Haar hoop op genezing is voorbij. Haar teleurstelling zal er op zekere momenten echt nog wel zijn, maar ze klemt zich vast aan God Zelf die beloofd heeft dat de Christus komen zou!
Heel anders dan Maria, die niet verder komt dan het verwijt: 'Heere, als U hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn.'

In mijn leven loopt het door elkaar heen. Nee, ik kan niet zeggen dat ik een Martha ben, sterker nog, ik heb weinig met zorgen in praktische zin. Maar ik zit ook niet altijd aan Jezus voeten, helaas. Was het maar zo'n feest  Het leven is een mix van Martha en Maria. Luisteren en doen, geloven, belijden en vragen: 'O Heere waar was U?' En mopperen: En zij dan??
Maar de zekerheid blijft dat Jezus Christus is, mijn Verlosser en Zaligmaker, de Redder van de wereld, gezonden door God. Ik sluit me aan bij Martha. En bij Maria. Luisterend aan Zijn voeten Hem belijden en doen wat Hij me vraagt. Dat is Leven. Dwars door zonde, teleurstelling, verdriet en dood heen.

Dat moment dat Hij naar het graf wil
De steen weg gerold wordt op Zijn verzoek
'Vader, Ik dank U dat U Mij verhoort hebt!'
En dat Hij riep: 'Lazarus, kom naar buiten!'
Dat moment...
was Zijn tijd

Prijs Hem!