donderdag 19 november 2020

Aftellen, nog 22 dagen verbouwen. Week 2

- En zie, het was morgen geweest en het was avond geweest, de veertiende dag. Met een zucht schuif ik in mijn bed en kijk mijn man aan. - Nog 22 dagen te gaan. Maar hij schudt zijn hoofd. Tien dagen geweest, nog 15 te gaan. Telt hij de weekenden niet mee! Maar, juist die dagen zitten we toch veel in de schuur en boven? Dus ik blijf er maar bij: nog 22 dagen te gaan. 

We tellen af ja. Nu al. Steeds al. Het klinkt fijn dat we al bijna de tientallen in gaan in plaats van de twintigtallen. Het klinkt goed dat de dagen die geweest zijn steeds hoger worden. Zijn we ongeduldig? Nee hoor, we weten de planning. Maar het helpt om te zien dat er een einde aan komt.

Inmiddels is de aannemer de plafond en muren aan het stucken of stuken of zelfs stucen. Ziet er lekker strak uit, ook al is het nog lang niet klaar. Wat is dat veel werk zeg. Ondertussen zijn wij druk in overleg met de mensen van de vloerverwarming (VTE, Verwarmingstechniek Ede). Want de vloer is niet zo heel geschikt voor verwarming. Dun laagje egaline, verder beton, ook een dun laagje en daaronder vooral gruis. Dus aansmeren die boel. Wisten we al maar dat minsten 18 mm daarvoor nodig is, is een heel ander verhaal. Qua kostenplaatje en tijd. En praktisch! Hoe komen we volgende week ooit op onze slaapkamers? De aannemer oppert een ladder. Direct zie ik groen en paars. Ik ben namelijk nogal gevoelig op grote hoogtes. (Dat klinkt beter dan dat ik zeg dat ik hoogtevrees heb. Het is vergelijkbaar 😒) Boven de tien centimeter begin ik al aardig  te wieberen... Nou ja, nog een week om een oplossing te bedenken. 

Wat nu belangrijk is, is de rust bewaren. Voor onszelf, voor Geert, maar vooral voor Rob. Gisteren kwam hij naar me toe en mopperde over de bende daar. Toen ik doorvroeg bleek hij de woonkamer te bedoelen. Hij wist het al zolang maar opeens kwam de troep van de kapotte vloer enorm op hem af. 
Weet je, zei ik, probeer het dan in elk geval daar netjes te houden waar we leven. In de schuur en op je slaapkamer. Samen zijn we de administratie van hem gaan doen, zodat alle losse papieren in een map verdwenen. Zijn schoenen, normaal staan die beneden, hebben we wat uit het zicht gezet. Dat is handiger dan voor de kleerkast. Samen doen we in de schuur een vijftal potjes Yathzee, gewijzigd naar Rob's wijze inzichten. En langzaam zie ik weer ruimte ontstaan in zijn hoofd. - Nog even rugje aaien mama, vraagt hij lief. Een wondermiddel: de rust keert terug. 

We moeten nog even volhouden. Ik merk dat ik vooral Rob's gedrag begrijp maar ook erg vermoeiend vind. Nog 22 dagen, nog 22 avonden. Rugje aaien, spelletjes doen, zorgen voor. Gemoederen gezellig houden en rust brengen. Mijn taak in dit alles, naast dit alles. Best pittig. Daarom, ja eigenlijk alleen daarom, tel ik af. Inclusief de weekenden. Zaterdags werk ik, maar de zondag kan ik wel driedubbel tellen. Maar dat klinkt zo enorm... Dus én realistisch én mezelf helpend, tel ik. Dag na dag. Nacht na nacht. Eén voor één. Op naar 10 december. Als de planning klopt. En ik goed tel. 

donderdag 12 november 2020

Autisme en verbouwen, week 1

 Ja! wij zijn aan het verbouwen. En dat gaat eigenlijk best wel goed. Meestal... Maar o, wat is het ook een gedoe. 

Het is woensdagavond als we er helemaal klaar voor zijn. We wachten op jongste, we hopen dat hij energie heeft om de eettafel naar de schuur te helpen dragen. Dat is het allerlaatste, dan zijn we echt verhuisd. Met z'n allen de schuur in.

Jongste is het niet eens met onze ideeën over eten in de schuur, wonen in de schuur en hangen in de schuur. Normaal vinden jongeren dat echt te gek, of nou ja, misschien was dat vroeger 😳 Hij gaat dan ook niet met dit stomme xxxidee meewerken, zo uit hij zich en loopt boos weer terug naar waar hij vandaan kwam: zijn eigen vertrouwde kamer. Terwijl Rob ook met een niet te verstane uitdrukking op zijn hoofd naar zijn bed is gegaan, sloffen ook wij vermoeid naar onze slaapkamer. Hoezo zijn we hieraan begonnen!!! 

Dat is ook Robs vraag de volgende dag. Met zijn jas aan zit hij klaar om naar zijn werk te gaan. De hele tijd die hij beneden heen en weer loopt, zoekend naar alle spullen, is de donderwolk niet van zijn hoofd af te krijgen. Nog drie minuten, dan moet hij gaan. -Ma, rug aaien, snauwt hij. Een nog altijd dagelijks ritueel. Doe ik gewoon echt al 19 jaar. Zijn manier om rustig te worden. Ik vertel hem hoe lastig ik het vind dat alles nu leeg is in de woonkamer. En voel Rob ontdooien. -Dit is jullie plan hè. Jullie hebben dit bedacht. En ik zie hem denken: stelletje sukkels! Hoe krijg je het verzonnen. Inderdaad... Hoe. Hebben. We. Dit. Verzonnen. 

Maar, nu we geen keuze meer hebben, worden er knoppen omgezet en langzaam haal ik weer wat dieper adem. De aannemers zetten de tafel voor me in de schuur. De kast met plastic zeil houdt alles heel overzichtelijk. De gesprekjes met de aannemer worden vooral door Geert erg gewaardeerd en geven hem voldoende energie om ook ons en onze situatie aan te kunnen 😏 Wanneer de aannemer zegt dat hij net zo zou hebben gedaan als wij nu doen, dus eten, koken en hangen in de schuur, gaat ook eindelijk bij Geert de knop om. En ja, dan kan ik dinsdags wel zeggen dat we het behoorlijk goed doen. Dat ik trots ben op mijn mannen, blij ben met de aannemer, hij levert prima werk en is ook nog eens lekker sociaal, en tevreden ben over mezelf en hoe alles is geregeld. 

Ondertussen leert Geert zich een slag in de rondte en maakt zijn toetsen met een glansrijk resultaat. Hoe knap is dat! Rob is zich door alles weer heel erg aan mij vast gaan klampen. Ik ben nu zijn enige houvast en steun. Waar ik ben is hij. En dat kun je bijna letterlijk nemen. Het liefst wil hij dat ik, zodra hij thuis is, zijn rug aai. Maar daar geef ik uiteraard niet aan toe. Ik heb geleerd grenzen aan te geven dit laatste jaar. Evengoed valt me dit tegen. Ik had gewoon niet verwacht dat hij weer zo aan mij zou gaan hangen. Want ja, de verbouwing is tijdelijk, maar zijn gedrag is zo weer een regel. Dus ik moet echt duidelijk zijn en mijn eigen grenzen bewaken wil ik niet enorm worden geclaimd. 

Daarom zit ik nu boven. De hele dag al. Energie op te doen. Want de donderdag is de dag voor mezelf. Alle mannen aan het werk en dus het huis uit. Behalve de aannemer dan. Die heb ik maar even ondergronds aan het werk gezet. Wel zo rustig. 


woensdag 4 november 2020

Help! We gaan verbouwen, week 0

 -We gaan verbouwen. -Wat?!  -Ja echt. Vreselijk hè. 

Ja, ik weet wel, het wordt mooi. Zeker weten. Maar voor die tijd hè. Tegen de tijd dat de nieuwe keuken wordt geplaatst zit Sint al een dag of wat in quarantaine omdat hij uiteraard gewoon naar het rode Nederland is geweest. Om niet te spreken van Piet, die halverwege onze schoorsteenpijp gewoon bleef hangen omdat ze de kachel weg hebben gehaald. En de pijp hebben afgedopt. Als je even rekent... vijf weken , ruim vijf weken, geen keuken. Eten in de schuur. Wonen in de slaapkamers. En dan maar hopen en bidden dat niemand ziek wordt. Geen virus onze aannemer lamlegt, of ons allemaal. Dan wordt het nog veel langer geen keuken.

Het was gewoon niet helemaal het plan zo. We hadden onze Rob beloofd geen verbouwing meer te doen voor hij uit huis is. Maar dat duurt allemaal langer dan verwacht, dus voorzichtig Rob gepolst wat hij van een vaatwasser zou vinden. Dat idee staat hem reusachtig goed aan. Mooi. De toestemming voor de keuken hebben we. We gaan hem verplaatsen, in de achterkamer zetten, dus het wordt een makkelijke verbouwing. Je plaatst de nieuwe keuken, haalt daarna de oude weg en tada! zonder gezeur verbouwing klaar. Denkt deze simpele vrouwenziel.

Was het maar zo'n feest....

Manlief oppert openslaande deuren. Dat staat mooi met het kookeiland enzo. Maar waar dan de centrale verwarming? -Vloerverwarming! Rob juicht het plan van Geert toe. De aannemer knikt instemmend en manlief beslist binnen een minuut dat we dat dan gaan doen. Ik stop vol onvermogen mijn handen in mijn haar, ware het niet dat ze grandioos ter berge rezen. Vl...vloerverwarming? stotter ik. Weet je wat dat betekent? We wisten het nog niet half. 

De vloer onder ons vinyltje blijkt parket. Geegalineerd en wel. Daar past geen vloerverwarming in. Dan maar niet, is mijn idee. Maar de plavuizen zijn al besteld. Het idee van koude voeten staat me niet echt aan, dus bikken we samen al het parket onder ons vinyl uit. Leggen daarna het vinyl op zijn plaats en leven verder. We zoeken de mooiste keuken uit die je kunt bedenken, halen een inductiekookplaatje om tijdens de verbouwing alvast te oefenen in de schuur. Kopen een compleet nieuw pannenset, dat moet nu eenmaal als je van gas naar inductie over gaat en halen onze woonkamer en keuken zoveel als al mogelijk is leeg. 

Ik ben niet zo van het bewaren, al helemaal niet nadat we vorig jaar twee huizen leeg moesten halen. Begin virustijd heb ik alles waarvan ik dacht dat onze kinderen het weg zouden gooien alvast weggedaan. De woonkamer is dus niet heel moeilijk, de keuken is een ander verhaal. Wat gaan we de komende weken gebruiken in de schuur? Wat kan naar boven in dozen? Wat moet blijven? Wat kan weg? Voorzichtig klim ik op een krukje. De kopjes staan hoog boven me. Ik reik, pak en voel glijden. Ah nee hè, zucht ik, niet die ene alsjeblieft. Het is die ene wel. Voorzichtig zijg ik tussen de scherven in en veeg wat bij elkaar. Het oortje is nog heel. Dus fluister ik zacht, zodat verder niemand het hoort: bedankt voor je jarenlange trouwe dienst. Bedankt dat je me koffie gaf, het bij elkaar hield zodat ik het lekker op kon drinken. Voor nu is het genoeg geweest. Maar je was een prettig kopje in onze woning. Ik pak de scherven op, één voor één en gooi ze in het tweelingkopje. Weet je, als je dan gaan wil, ga dan maar samen.  Ik laat ze zachtjes in de kliko vallen. Eerlijk gezegd ruimt het lekker op. Al jarenlang niet gebruikt dat kopje. Maar ik vond het te leuk om weg te doen. Tot hij er zelf voor koos. Eigen schuld! Maar dat zeg ik hem maar niet. 

Inmiddels zijn we er klaar voor. Wekenlange voorbereiding drijft ons naar het hoogtepunt. Van stress vooral. En van uitzien naar. De nieuw achterpui staat inmiddels voor aan de weg. Te wachten op jarenlange trouwe dienst. De aannemer begint morgen met het echte werk. Start van de verbouwing. Het voelt als verhuizen, maar dan op dezelfde plek. Het voelt als vakantie, kamperen in eigen huis. Het voelt als een enorme berg, als een diep dal. Dat moment dat je er klaar voor bent, niets meer kunt doen en de boel aan de beste aannemer van de stad geeft. Het voelt als heel veel lege tijd, maar het kabaal zal oorverdovend zijn. Om gillend bij weg te rennen. M'n handen in m'n haar. Maar gelukkig: het uitzicht op iets nieuws, iets moois, geeft energie. 

Verbouwen? Dat is als het leven. Leven voor iets moois, dwars over bergen en door dalen. Maar met uitzicht op een heerlijke heerlijkheid. Voor altijd. 

woensdag 21 oktober 2020

Leven op afstand

 "Ze schudt nooit iemand de hand. Ze geeft niemand ooit een zoen. Omhelst nooit iemand. Wordt door iedereen op afstand gehouden. Hoe vaak zal ze zich al hebben afgevraagd of ze niet beter dood kan zijn?"

Wat verbaasd kijk ik op uit mijn boek. Dit komt, gelukkig deels, wel heel erg bekend voor. Wat staat daar nou! Ik lees het nog eens. "Ze schudt nooit iemand de hand. Ze geeft nooit iemand een zoen. Omhelst nooit iemand. Wordt door iedereen op afstand gehouden." Tjonge, denk ik, ze draagt nog net geen mondkapje. Hoewel, je weet natuurlijk nooit hoe het toen was. Misschien was er wel een complete hoofdkap, waar alleen nog ogen zichtbaar door waren. Dát is pas erg. Ik hap naar lucht, poeh, ik krijg het er gewoon nu al benauwd van. Wat hebben wij het goed hier dan, met alleen een mondkapje, geen zoen, geen hand, geen omhelzing, wel afstand.  

Ik lees verder. Twaalf jaar. Wát! Twaalf jaar al zo leven? Zonder zoen, zonder hand, zonder een fikse knuffel. Met fors mondkapje en op afstand. Twaalf jaar lang. Je man zien maar hem niet aan mogen raken. Je kinderen op zien groeien tot mooie volwassen individuen, maar door hen niet aangekeken worden. Je buren horen fluisteren, jezelf buitengesloten voelen en altijd, ja echt altijd eenzaam en alleen. 

Vorig jaar dacht ik nog, ja zo ging dat vroeger. Dan werd je ziek en of je daar nu wat aan kon doen of niet, je werd buitengesloten, want je was onrein. En al gaf je al je geld, al deed je je uiterste best, als je niet te helpen was en je niet beter werd, had je vast iets heel ergs fout gedaan.

Gelukkig is het nu anders, al had ik nooit verwacht dat ik me toch zou kunnen gaan herkennen in deze vrouw, zij het maar een klein beetje. We weten hier nu ook wat het is: geen handschudden, geen geknuffel, geen zoen. Afstand houden en mondkapje voor. Niet dat dat verplicht is, maar wel zeer aanbevolen. Een vergeten? (Ja, dat overkomt mij soms zomaar...) O help, dan word je aangestaard als een gevaarlijk persoon. Iemand die heel misschien, nee, haast wel zeker, de boel komt aansteken, dus nu graag iets meer dan de anderhalve meter. Ik had nooit verwacht dat wij beschaafde mensen ooit zó bang zouden worden voor een virus die niet zichtbaar, maar o zo voelbaar aanwezig kan zijn. Soms, heel soms zelfs draag je hem ongemerkt met je mee. Dus uitkijken allemaal, en vergeet je mondkapje niet! 

Zelf sta ik hier meestal wat nuchter in. Ik eet gezond, zorg voor voldoende rust, neem wat extra groentes of vitamientjes en houd me aan de regels. Kortom, ik neem mijn verantwoordelijkheid. En gelukkig kan ik thuis behoorlijk wat knuffelen, zoenen, handenschudden en dichtbij komen. Veel zwaarder is dit alles voor zieken of alleengaanden, die niet bij een huishouden horen en dus echt alleen, op afstand van iedereen door het leven gaan. 

Zo ook deze vrouw. Twaalf lange jaren ploetert ze in haar uppie. Maar o wonder, ze heeft nu een medicijn. Een redmiddel. Eindelijk zal het goed met haar gaan. Verlangend kijkt ze uit naar de aanraking met Jezus. Euh, wacht even, aanraking? Met Jezus? Terwijl ze onrein is en afstand moet houden? Is dat niet een beetje onzinnig en levensgevaarlijk?! Moet ze niet haar verantwoordelijkheid nemen voor zichtzelf én al die mensen om Jezus heen? En wat te denken van Jezus zelf? Maar ze gaat. Is het hoop of wanhoop? Ze raakt zijn kleren aan, zoekt bescherming bij Hem en voelt dat ze geneest. Snel wegglippen is er niet bij. Bedekt in haar kapjes wordt ze toch herkent. Dochter noemt Jezus haar. Hij adopteert haar direct als kind van Zijn Vader, heet haar welkom in de familie en geneest, herstelt wat gebroken is. Hij werd van deze onreine niet onrein, maar maakte met Zijn reinheid deze vrouw rein. 

Zo'n gebeurtenis maakt me ten opzichte van de tijd van nu nuchter. Ik weet me een kind van mijn Vader. Ik weet me veilig bij Hem. Hij beschermt, misschien inderdaad wel dwars door de dood heen. Maar dan nog. Ik zoek het gevaar niet op, maar ik ga ook niet als een angsthaasje de supermarkt in, ontlopend wie geen kapje heeft. Ik zie vooral achter zo'n mondkapje een angstige maatschappij die niet weet waar ze haar houvast en bescherming moet zoeken. Tegen jou wil ik zeggen: Laat de angst voor ziekte en dood niet overheersen terwijl je leeft! Er is Eén iemand die de kroon (corona) van eeuwigheid draagt. Ook voor jou. Hij is Mijn Koning en Hij regeert over leven en dood. Waakt over mij en jou. Of je nu met of zonder mondkapje loopt, Hij ziet je hart. Dus neem ik mijn verantwoordelijkheid en schuil bij Hem. Hij omhelst, Hij geeft liefde, Hij komt heel dichtbij. Hij is er. En zal zijn. Nu en altijd.


Geïnspireerd door: Laat je bevrijden, Charles Martin


woensdag 30 september 2020

Maatje gezocht

Het was me wat, dat dagje Utrecht. Wat heeft Rob genoten en wat was hij moe. Een pretpark is er niets bij! 

In gedachten ga ik nog even terug naar dat plekje daar bij het water op Hoog Catharijne. We zaten bij een bekend en heel goed koffietentje, aan de rand van hun terras. Vlak naast ons strand een groepje jongeren. Met veel gelach en gebazel gaan ze zitten aan de rand van het watertje. Ze hebben in de tent naast ons wat kouds gehaald, een sorbet, een milkshake of een gewoon ijsje. Ze genieten enorm van het samenzijn en van elkaar. Zelfs die ene jongen, die niet mee doet met selfies, zich niet bemoeit met de rest en wat apart zit, geniet. Waarvan? Misschien wel gewoon van het feit dat, hoewel hij niet meedoet en niet meepraat, er wel bij hoort. Hij zit daar tevreden, gefocust op zijn ijsje, vriend te zijn.

Op het moment dat ik dat zie en denk wordt het zwaar in mij. Heel erg zwaar. Ik zit hier met mijn zoon. Hij is ook tevreden met zijn koffie en zijn moeder. Hij is gefocust op het lekkers maar vooral op zichzelf en zijn vermoeidheid. Hij weet dat er straks iemand is die hem meeneemt naar het juiste perron, naast hem komt zitten, hem zegt wanneer hij uit de trein moet stappen en er voor zorgt dat hij straks thuis komt en uit kan rusten. Dus is hij ontspannen en maakt zich absoluut geen zorgen. Hij geniet. Maar met zijn moeder en zichzelf.

Dat hè, dat voelt opeens zo zwaar! Ik gun hem zo een vriendengroepje, al zijn het er maar twee of drie. Ik gun hem zo iemand speciaal voor hem, iemand die hem kent en accepteert en dan ook niets meer van hem verwacht. Zoals die jongeren daar, aan de rand van het water, hun vriend gewoon laten zitten maar hem blijven laten weten: je bent goed zoals je bent, je bent er één van ons. Want ik zie het gebeuren, ze staan op, gooien hun afval keurig weg, geven elkaar een boks of knuffel en gaan dan ieder hun eigen weg. Blij, tevreden, zich er niet van bewust dat ze enorm boffen met elkaar, maar evengoed enorm blij met elkaar. 

Ik slaak een diepe zucht. We zijn aan het proberen een maatje voor Rob te vinden, samen met Veens en Netwerk voor jou. Maar het wil niet echt lukken. Is onze wens te groot, één vriend voor onze Rob, of twee? Zijn we te kritisch? Ja, we willen iemand van zijn leeftijd, zodat het echt een vriend kan zijn. Nee, geen man van 30+ dus. Nee, ook geen meisje, dat kan zoveel gedoe op gaan leveren met die hormonen en zo. En ja, graag een positief iemand die mee kan bewegen met onze Rob die dat door zijn autisme niet zo goed kan. En echt hoor, deze mensen zijn er, dat weet ik. Maar waarom vinden we ze niet? 

- Zullen we gaan, ma? We pakken onze tassen bij elkaar en lopen langs het water terug naar de stationshal. - Ik zou nog een oliebol krijgen! O ja, toink, ik zucht. -Daarvoor moeten we wel helemaal naar buiten weer Rob. Wil je dat? Zeker wil hij dat! Maar dan zegtie opeens: -Kijk, ijs, ik kan ook een ijsje nemen, dan heb ik die nu, hoef ik niet naar buiten en zijn we eerder bij de trein. Strak plan boy.

 Soms, heel soms, beweegtie -onbewust- mee met mij. Die kleine, gouden verrassinkjes, die maken mijn leven mooi. Maar toch, die vrienden hè, ik kan toch niet altijd zo'n mama zijn? Wie is er om er voor te zorgen dat mijn zoon steeds weer op het juiste perron uit komt? 

donderdag 24 september 2020

Winkelen in Utrecht

Hij keek er de hele week al naar uit. Ik daarentegen zag er de hele week al tegenop. Vandaag was het zover, wat een feest: samen met Rob winkelen in Utrecht. En om het feest compleet te maken: we pakten de trein. Hij dacht aan een mondkapje, ik vergat hem. Maar ook dat is goed gekomen.

Ik had het goed voorbereid, zoals ik gewend ben te doen, vooral als het om Rob gaat. We hadden van een bepaalde sportwinkel cadeaubonnen gekregen en moesten daarvoor onze eigen stad uit. Rob koos voor Utrecht, dus zocht ik de avond van te voren op waar we moesten zijn. Ook zorgde ik voor voldoende saldo op beide OVkaarten en had ik de mondkapjes paraat.

Ik zag allerhande scenario's voorbij komen in mijn dagdromen. Wat als ik naar het toilet moet en hij loopt weg? Wat als ik hem niet meer kan vinden omdat hij uit het zicht is? Wat als hij boos wordt en niet meer bij te sturen is? Wat als de treinen er mee stoppen, de winkeldeuren niet meer open willen of iemand tegen hem lijkt te zijn? Wat als??? 

Eenmaal bij de trein zorgde creatief denken voor een mooi mondsjaaltje, normaal voor om m'n. nek, nu voor om m'n neus. Werkte prima trouwens, want mijn bril besloeg hier ook van 😉  

Stiekem observeer ik Rob, inmiddels al weer ruim een week 19 jaar!, vanaf mijn zitplaats. Hij is gespannen zie ik. Controleert voortdurend of hij z'n OV bij de hand heeft voor controle, hoe laat het is en zet zijn mondkapje voor de zoveelste goed. Terwijl ik zie datie best goed zit. 

Eenmaal in de stad, we zijn de trein uitgestapt, de trap op, de stationshal door, uitgelogd en noemen onszelf nu toeristen, kijkt Rob beduusd om zich heen. Je moet weten: ik ga nooit met hem winkelen. Hij vindt dat helemaal niets. Ik koop de meeste dingen voor hem, wetend dat wat niet goed is retour mag. Alleen de supermarkt en winkels waar je eten kunt kopen, alleen daar gaatie zelf naar toe. In geen tijden was ik naar een winkel geweest met hem, behalve dan de schoenwinkel omdat dat gewoon niet anders kan, vind ik. En dat was eigenlijk al voldoende uitdaging voor een hele week. En dan nu dus Utrecht. Daar staan we dan. 

Na een kop koffie, ja Rob dat hoort er bij, op naar de sportzaak. Vol verwondering loopt Rob de winkel door. Heren- kinderen- en damesafdeling, niets slaatie over. Ik mag niets zeggen, dus van samen winkelen is geen sprake. Als hij de hele winkel heeft gezien loopt hij doelbewust naar de herenafdeling terug en pakt watie een half uur geleden al had bedacht. En na vijf kwartier staan we weer buiten. Geslaagd! Hij deed het fantastisch! 

Ik verleid Rob tot een rondje winkelstraat en, o ja, even onder de Dom door hoort erbij als je hier nu toch bent. We zoeken een lekkere eetgelegenheid en smullen van een echte Amerikaanse Burger in ons Utrecht. Daarna weer wat slenteren. Rob pakt me bij mijn arm en vraagt me of ik zijn rugtas wil vasthouden. Hij krijgt last van zijn nek. Ik kijk eens naar hem. Tjoh, hij is volgens mij echt bekaf. 

Ik vraag hoe hij zich voelt en ja hoor moeders ogen bedriegen nooit. Hij zucht eens die en zegt dan: -Nog vijf kwartier. Hier moet ik even over nadenken. -Maar hé Rob, hoor eens, zeg ik dan, we kunnen ook een trein eerder nemen hoor. Ik wil vier uur thuis zijn, maar dat mag ook best half vier zijn! 

Rob is zichtbaar blij met deze gedachte. We nemen nog een bakje koffie, zo'n echte weet je wel en ik loop dan direct even naar het toilet. Bang dat Rob wegloopt ben ik nog wel een beetje maar als ik terug kom en ik zie hem daar zo zitten, moe maar tevreden, dan weet ik dat ik daar tegenwoordig niet meer bang voor hoef te zijn. Hoewel dit een kind is in een mannenlijf is hij toch ook wel zo gegroeid datie al dat soort rare fratsen die ik bedacht vanuit mijn ervaring met hem, niet meer doet Hoe heerlijk is dat! 







donderdag 10 september 2020

Opgesloten

Voorzichtig zet ik de laptop van Geert op het schilderstafeltje van Rob. Dan loop ik naar de schuurdeur. Doe hem heel bewust dicht en draai langzaam en met aandacht de sleutel om. Ik haal de sleutel uit de deur en leg hem naast de laptop op het tafeltje. Zodat ik tijdens dit moment van herbeleven blijf zien wie de regie over de sleutel heeft. Dan leg ik mijn vingers op het toetsenbord en begin: 

"6 augustus 2020

Ik weet niet eens meer waarom het zo kwam, ik geloof dat Rob niet naar school wilde of zo. In elk geval, Geert was naar school, de meiden ook en manlief was aan het werk. Rob wilde niet naar school en was erg boos. Maar we moesten echt gaan. Ik moest nog even wat pakken uit de schuur en terwijl ik daar was draaide Rob heel bewust de schuursleutel om en sloot mij op in de schuur. Ik kon hem zien, ik zag zijn grijns, ik wist: te laat. Opgesloten. Hier kom ik nooit meer uit. Ik raakte volledig in paniek want ik heb geen idee wat Rob nu gaat doen. Hij heeft nu de regie, ik ben hem kwijt. Hij is nu de baas en ik kan niets. Ik heb geen telefoon, ik heb geen sleutel en ik heb geen mens die me helpen kan.

Ik sta daar in de schuur en roep en schreeuw naar mijn zoon die buiten staat. Heel erg boos, heel erg verdrietig en heel erg triomfantelijk omdat hij mij heeft opgesloten. Draai die sleutel om, doe de deur open, schreeuw ik het uit. Ik moet zo huilen, ik ben zo bang. Wát kan ik doen? Ik bid en smeek of God me helpt maar in tegenstelling dat ik daarvan iets merk, roept Rob: ik gooi NU de sleutel weg, dan kom je er nooit meer uit. NEEEEEEEEE schreeuw ik, maar het helpt me niets. Rob gooit de sleutel weg, de tuin in. Haha, lacht hij, nu kun je er nooit meer uit.

Hoe ik me voel? Lamgeslagen, in paniek, alleen en heel eenzaam. Op mezelf aangewezen en in handen van mijn zoon. Geboeid, gevangen, gekooid en voor altijd helemaal verlaten. Zo voel ik me. Machteloos, in de war, wat gebeurt er nu allemaal. Hoezo doetie zo, ik snap helemaal niets van mijn kind en van zijn gedrag. Waardoor ik ook niet weet hoe hij denkt. Dat is heel erg eng. Waarom dit? Honderdduizend dingen schieten door me heen en ondertussen schreeuw ik, blijf ik schreeuwen datie open moet doen. Ik hoop dat de buurvrouw thuis is, ik hoop dat iemand me komt redden maar er is helemaal niemand die me hoort. Helemaal niemand. Moederziel alleen sta ik daar en huil om mijn machteloosheid en de macht van mijn kind. Het is zo enorm pijnlijk dit. Ik voel me zo in paniek, ik weet niet meer wat ik doen moet. Nu, zo’n tien jaar later raak ik haast nog steeds in paniek. In elk geval helemaal overstuur.  En al een paar dagen kan ik niet rustig liggen zonder dit gevoel van machteloosheid en verlatenheid, in de steek gelaten door mijn zoon voor wie ik er altijd ben, kwijt te raken.

Ik weet niet hoelang ik daar heb gestaan. Schreeuwend, huilend, maar opeens opent Rob zijn hand en zegt me met niet te verstane bewoordingen dat ik eruit mag als ik doe wat hij zegt. Op dat moment beloof ik alles. Gods hand heeft me gered. Rob had de sleutel niet weggegooid. Hij had hem in zijn hand. Dat is bijzonder, want een autist van zo’n zware klasse als Rob kan normaal gesproken niet zo denken. Niet doen alsof. Ik twijfelde er daarom ook niet aan, of hij had hem echt weggegooid. Een zegen van God. Daarnaast was Rob in staat om te zien dat hij moest stoppen. Ook een zegen van God. En  daarnaast stond God al die tijd zowel naast mij in de schuur als naast hem buiten de schuur. Al voelde ik daar niets van, ik was niet alleen. Voor nu is dat een troost.

Wat ik had gedaan als het niet zo ver was gekomen, zoals in mijn dromen? Ik bedenk me steeds dat ik dan een voorwerp had moeten zoeken, dat voorwerp door de deur moeten gooien maar dan wel zo dat ik me niet bezeerde en dat Rob niet in paniek raakte of zich bezeerde. Ik bedenk dat ik het beste gereedschap uit de kast kon pakken. Ik weet niet zeker of die sleutels van de kasten binnen handbereik waren, we hadden toen al veel op slot. In elk geval had ik iets scherps gezocht, het raam open gesneden of open gegooid en dan daardoorheen naar buiten. Gelukkig is dat niet nodig geweest, maar ik blijf geneigd te bedenken: wat als hij de sleutel echt had weggegooid? Om daar dan weer extra van in paniek te raken, nu nog.  Dus dit is wel een stuk wat bij het verhaal hoort, al was het gelukkig niet nodig en is het niet gebeurd.

Ik weet nog dat ik honderd schietbedankjes naar boven heb gedaan. Op de fiets ben gegaan en Rob naar school heb gebracht. Het voorval diep weggestopt in mijn hart in de hoop er nooit meer aan te denken en het nooit meer mee te maken. Maar zo werkt het dus niet. Ook had ik een oplossing voor nog eens: vanaf dat moment liep ik met alle sleutels in mijn zak of om m’n nek zodat dit niet meer zou gebeuren. Het is niet meer gebeurd, in het echt, dankzij mijn alertheid maar voor mij is dit het ergste wat me overkomen is met Rob, het geeft de meeste paniek en de meeste onrust terug als ik er weer aan denk. Het was afschuwelijke ervaring, want ik hield al nooit van kleine ruimtes of een opgesloten gevoel. Dit heeft het wel verergerd. Omdat ik er ook nooit met iemand over praatte, loste het niet op maar bleef het sudderen. Ik hoop dat door dit te schrijven, te lezen en te herbeleven, dat het verwerkt wordt en een plekje kan krijgen. Zodat ik er aan terug kan denken zonder de angst en paniek. Maar vooral in dankbaarheid dat het niet nog erger was. Maar zover ben ik nu nog niet."

Nu, enkele weken later en na minstens tien keer alles hardop te hebben voorgelezen aan mezelf, herleefd en meegemaakt op de plek waar het gebeurde, nu ben ik er haast wel zo aan toe dat ik het kan lezen zonder te huilen. In elk geval raak ik niet meer in paniek. En al sinds de dag dat ik dit op papier zette, kan ik weer genieten van mijn dagelijkse momentjes op de bank, met mijn ogen dicht. 

Met dank aan het moment wat ik kreeg, het lenen van de laptop en van het schrijftafeltje, zomaar op een zondagmiddag. En niemand kwam me storen. Want de deur zat op slot 😉

woensdag 2 september 2020

Een koude douche

Klaar? Snel draai ik de kraan open en houd mijn voeten onder het griezelig koude water. Dan mijn benen. Mijn handen brengen het natte water naar mijn gezicht en met een klap ben ik wakker. Ik draai mijn rug onder de douche, die met veel kracht het koude water op mijn blote huid stort. Happend naar adem laat ik het gebeuren. Ik draai om en nog eens, tot ik er van kan genieten: mijn dagelijkse koude douche. 

Het schijnt gezond te zijn. En anders is het in elk geval zo dat ik me er erg goed bij voel. Elke morgen is dat, na het eten van mijn warme babypapje, het eerste wat ik doe. En sinds ik dat doe begin ik de dag veel lekkerder. 

Douchen is nooit mijn hobby geweest. In bad gaan al helemaal niet. Ik hield er niet van. Zwemmen staat dus ook niet heel vaak op mijn to do lijstje, al kan ik daar wel echt van genieten. Maar douchen, nee dank je. Een must. Want ik doe het wel netjes, vooral voor de mensen om me heen en tegen jeuk op mijn hoofd en tussen mijn tenen, maar ik doe het niet van harte. En ik douchte dan altijd erg warm, dan is het nog een beetje lekker hè. 
Echt altijd was ik zo moe na het douchen. Echt geradbraakt. En ik dacht dat het kwam omdat ik er geen energie uithaalde, omdat ik er gewoon niet van hield. Niets voor mij. En als kind was ik echt heel bang voor water, dus het laatste wat ik deed was ontspannen in water. Even lekker een bad? Nee dank je, geef mij maar een boek. 

De challenge begon ergens in juni. Ik las een boekje van Tineke Wuister met de titel Lucht. Er staan mooie tips in waar iedereen wat mee kan, om meer lucht te krijgen in het leven van alledag. Rust nemen, elke ochtend een uur eerder dan je gezinsleden opstaan bijvoorbeeld. Dan heb je dat uurtje alleen al gehad en kun je even doen wat je wilt zonder gestoord te worden in die fijne bezigheden. Geloof me, dát is ook al niets voor mij. Al was dat uurtje alleen wel echt genieten. Na twee weken was ik zo intens vermoeid dat ik wist: einde challenge. En dat kan, want daarvoor is het nu precies bedoelt, een challenge. 

De andere uitdaging ging ik ook aan: begin je dag met een koude douche. Doordat je lijf schrikt van het koude water hap je naar adem en start je de dag dus met een flinke gezonde ademteug. Tegelijk is het goed voor je bloedsomloop en weerstand. En wat bevalt me dat goed. Dit wordt de start van mijn dag! Nu het wat kouder is, wordt de uitdaging groter, maar dan nog! Weet je, ik ben na het douche gewoon niet meer moe. Fris en wakker stap ik de badkamer uit. En dat na ruim 40 jaar, haha. 

Zin in een uitdaging? Hier istie dan! Ik hoor graag hoe jouw ervaring is! 


vrijdag 31 juli 2020

Ik ben mantelzorger van mijn kinderen, met liefde

Het is nu alweer haast 25 jaar geleden. Onze dochter Willeke werd geboren en maakte me mama.
Wat een heerlijkheid! En wat een verantwoordelijkheid. En wat een zorg.

Vanaf dag één weigerde deze jonge dame te drinken. Niets werd door haar geaccepteerd. Ze groeide van de slaap, zeg maar. En ik? Ik deed alles voor haar. Al mijn zorg ging naar haar. En, misschien iets minder, zelfs toen bleef ik ook zorgen voor man, huis en wat nodig was. Voor mezelf werd de zorg gewoon wat minder. Geeft niets, moet kunnen.

Onze Jorike werd geboren, haast twee jaar later. Jorike at voor twee, maar haar bedje vond ze niet zo fijn. Dus zorgde ik, met m'n tong op de grond, zo goed als mogelijk voor haar. En voor Willeke. Voor mijn man. Mezelf maakte ik een paar centimeter kleiner. Hoe minder je bent, hoe minder te zorgen, toch? Maar o wat was ik moe van jarenlang slaaptekort.

Vier jaar later kwam onze Rob. Een alleraardigst schattig groot kereltje van haast tien pond, die at en sliep voor twee. Maar zijn ontwikkeling was niet normaal! Toen hij met zes jaar eindelijk ging praten, waren we al enorm veel zorguren verder. En ik zorgde maar. Voor Rob, je wilt voor elk kind het beste toch? Voor Jorike. Voor Willeke. Voor manlief deed ik ook enorm mijn best. Het huis kwam wel, als het maar schoon was, was het goed. En o ja en ik dan? Ach... wat doet dat er toe?

Geert is onze hekkensluiter. Hij deed gewoon alles! Hij sliep, hij at en dronk, hij praatte. Een heerlijk kind. Net als de andere drie. Maar ook met hem zat ik op een gegeven moment rond de tafel van de jeugdzorg. Want ik gaf alles voor Geert. En voor Rob. En voor Jorike. En voor Willeke. Voor mijn man. Nog minder voor mijn huis. Het allerminst voor mezelf.

En wat is het gaaf dat ik kan zeggen na haast 25 jaar moederen dat het echt heel goed gaat met alle vier onze kinderen. En met mijn man. Ons huis staat ook nog en het is niet eens een bende.

Maar mezelf ben ik een behoorlijk kwijt geraakt. Ondergedompeld in de zorg, ben ik nog maar net in staat adem te halen. Al jaren lang, -en het went!- wat zich regelmatig liet aantonen door flink onderuit te gaan. Maar ik moest door. Ik had geen keus! Vijfentwintig jaar zorgen, waarvan haast alle jaren intensief, maar vooral de laatste achttien jaren, gaan me niet in de koude kleren zitten. Inmiddels krijg ik het zelfs enorm warm op het moment dat ik terug ga in de tijd. Dan komen er enorme flashbacks van wat allemaal mis ging en waarin ik me tekort voelde schieten, me bang voelde voor mijn eigen kind en met man en macht probeerde de boel overeind te houden. Het voelt alsof het trauma's waren die nu pas in alle heftigheid boven komen, gewoonweg omdat ik er eerder geen tijd voor had.

-Maar nu nog steeds niet, snauw ik mezelf af. Hoor eens, het gaat hier nu best lekker, ik heb helemaal geen zin om dan nu daar naar terug te gaan. Ik wil nu gewoon genieten van wat wel goed gaat, en ging. Maar voor dat laatste moet ik echt heel diep graven en dan komt er nog niet veel.

Het is best lastig voor ze, maar mijn huisgenoten moeten een beetje wennen aan de nieuwe mama. Die haar grenzen leert aan te geven, die niet meer 24/7 bereikbaar en alert wil zijn. Die niet vooruit wil denken om scenario's voor te zijn. Een mama die er alleen op uit gaat. Een eind gaat lopen, helemaal alleen een eind fietsen, alleen ergens neerploft om wat te eten of te drinken. (Dus als je me ziet, laat me dan, die momenten heb ik nodig! 😉) En hoe erg ik een socialiser was, hoe meer ik me een einzelganger ga voelen. Ik geniet enorm van mijn momenten alleen. Het is nodig om energie op te bouwen, om tot rust te komen en te kunnen genieten zonder allerhande scenario's te hoeven bedenken en vóór hoeven te zijn. Om dan thuis weer mama en vrouw te zijn, al blijf ik me wat terug trekken, voel ik. Dat zal er wel bij horen. Bij dit proces. Verwerken, overgang, corona, geef het maar een naam. Ik weet in elk geval dat het nu tijd is voor mezelf. Al zo lang mantelzorger zijn en dat ook willen kunnen blijven, vraagt de nodige maatregelen. En daar hoort bij dat ik dat soms gewoon even niet meer wil zijn en daar, zo mogelijk, aan toegeef ook.

En straks, als Geert weer naar school is, beloof ik mezelf dat ik ga werken aan traumaverwerking. Daar de tijd voor nemen. Anders lost dat alleen weg zijn toch ook niets op.

Ja, ik heb wel wát geleerd de afgelopen 25 jaar 😕

dinsdag 16 juni 2020

Oefenen voor Vaderdag

Je hebt van die dagen, dan gaat het gewoon een beetje anders dan anders.
Zo ook gisteren, maandag. Al schrijvend bedenk ik me nu: de maandag voor Vaderdag. Misschien was dat het.

In elk geval, mijn man moest deze maandag extra werken en zou pas om een uur of drie thuis zijn. Normaal is hij er kwart over twaalf, terwijl ik dan om kwart voor één naar mijn werk vertrek. En omdat ik pas weer na zessen thuis ben, is hij vandaag de kok. Maar ja, na het werken douchen, rusten, boodschappen doen en eten koken, dat is een beetje veel. Dus ik besluit hem een handje te helpen. Ik haal de boodschappen en zorg dat de was opgevouwen is en in de kast ligt voor ik ga. Mooi toch?

De boodschappen halen lukt. En daar, bij de supermarkt bedenk ik opeens dat er brood voor ons apart ligt bij de bakker. Gelijk maar even halen. Eenmaal thuis ruim ik alles netjes op, vouw de was en leg ook die weer lekker schoon in de kasten. Ik stel de wasmachine vast zo in dat de volgende was klaar is als ik thuis kom uit het werk. Dat is over zo'n vier uur. Mijn man heeft er geen omkijken naar en ik hoef het dan alleen nog maar in de droger te gooien. Klaar terwijl ik eet, zeg maar.

En daar gaat het mis. Ik doe dat allemaal, maar communiceer dat niet. Niet beseffend dat mijn man ook na een vermoeide rit richting Amsterdam en Alkmaar nog gewoon na kan denken.
Ook hij denkt aan het brood, stapt op zijn fiets maar wordt linea recta teruggestuurd door de bakkersvrouw met het advies eens te leren praten 😜

Iets minder enthousiast als anders komt hij thuis. De droger draait gelukkig al en als dat ding begint te piepen vouwt hij netjes alles op en legt het in de kasten. Waar vind je nog zo'n huisman???

Je ziet mijn verbaasde gezicht misschien wel voor je als je weet hoe ik, toen ik thuis kwam, de wasmachine en de droger leeg vond. Omdat ze bij ons in de schuur staan en ik direct mijn fiets in diezelfde schuur neerzette, kon ik mijn verbazing niet direct uiten, maar eenmaal binnen vraag ik mijn man:
-Waar is de wa-as?
Nu is het zijn beurt verbaasd te kijken.
- Gewoon, de wasmachine was klaar toen ik thuis kwam, ik heb het allang in de kasten.
En hij kijkt zowaar een beetje trots.

Ik graaf in mijn geheugen. Heb ik dan toch de machine aangezet? Ik voel aan een vest wat over de stoel hangt. Droog. Ik ruik. Dát had ik beter niet kunnen doen. Mijn conclusie is snel getrokken.
Samen halen we de kasten weer leeg, de handdoeken, de washandjes, de onderbroeken en het vest.

Op naar een lekkere geur en een schone was. Want om me nu nog een keer te wassen met dat ene washandje. 😷😤 Maar o wat is het heerlijk te weten dat mijn man zo enthousiast zijn taken doet. Stiekem denk ik dat hij alvast oefent voor Vaderdag. 😊


Pagina's