Posts tonen met het label Dit ben ik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dit ben ik. Alle posts tonen

zondag 18 april 2021

U leert me lopen op het water? Nou, liever niet...

Soms kun je het idee hebben dat alles je bij de handen afbreekt. Ken je dat gevoel? Dat je allerlei mensen om je heen ziet omvallen, dat je dingen waarvan je houdt kapot ziet gaan, mensen ziet worstelen met van alles en nog wat, collectief of persoonlijk en dat je dan naar jezelf kijkt en denkt: is dit het nou? 

Is dít het nou? Leven, vreugde, overvloed? Is dit het nou zoals ik zou willen? Is dit het nou zoals God bedoeld heeft? Ken je die vragen ook? Ik wel. En ik heb er al eens eerder over geblogd. Hoe het verleden vat op me krijgt. Wat is er allemaal niet gebeurd in mijn leven wat me heeft veranderd! Wat me heeft gebracht op de plek waar ik nu ben maar ook wat me heeft bezorgd aan gevoel van verdriet, gemis, pijn en verlies? 

Het is op een avond na zo'n dag vol vragen dat er een lied in me op komt. Ik zing het zacht in gedachten en ik voel me enorm getriggerd. Dit is zo'n irritant lied! Waarom komt dat nu op? Waarom lig ik dat nu te zingen terwijl ik wil slapen. 

U leert me lopen op het water  Nee! dat wil ik niet, ik ben echt heel bang voor water!
De oceaan is weids en diep  - Daarom ja, wegzinken en nooit meer terugkomen, dat is wat er dan gebeurd

En als de golven overslaan  Ik voel het en ik huiver, de golven over me heen, dat betekent mijn dood
Dan blijf ik hopen op uw Naam  Nou ja, dat hoop ik dan maar hè
Mijn ziel vindt rust  - Rust? Op het water??
Want in de storm bent U dichtbij   Rust hè, geen storm dan toch, dat gaat toch niet samen op?
Ik ben van U en U van mij Gelukkig maar, dat dan weer wel

Zo beleef ik dat lied. En ik kan er niets aan doen, maar ik kan me zo ergeren aan mensen die dit meezingen en vol overgave hun handen opheffen en zich aan God overgeven. Ik weet, ik ben veilig bij Hem, maar ik ga niet verlangen naar leren lopen op het water. Petrus vroeg erom en Jezus gaf toe, maar het was niet Jezus' eigen keuze om Petrus uit de boot te laten stappen. De rest van de discipelen mocht gewoon blijven zitten. Dan was al heftig genoeg, terwijl de storm en wind hen heen en weer joeg en ze in de pikdonkere nacht alleen maar een zwart diep gat onder zich zagen.  En terwijl ik zeker weet dat God voor me zorgt, dank ik Hem dat ik in mijn bootje mag blijven zitten en Hij naar mij toe komt, me in dat bootje omhelst en vast houdt. Voor mij is dat genoeg. Voor Hem ook.

De zinnen die hierboven ontbreken (voor wie het lied kent) blijven als een enorm refrein in mijn hoofd naschallen, daar, liggend in mijn bed. En uiteindelijk resoneren ze in mijn hart. En ga ik het een beetje begrijpen:

U vraagt me alles los te laten
Daar vind ik U en ik twijfel niet

U leert me alles los te laten... Alles. Loslaten. U leert me dat. En opeens weet ik het. De pijn van het verleden, de angst voor de toekomst. Alles mag ik loslaten. De mensen om me heen waar ik me zorgen over maak. De dingen die gebeuren in mijn kleine en in de grote wereld en de onrust die dat alles teweeg brengt. U leert me alles los te laten. Zo los te laten dat ik weet en niet twijfel dat Hij me vast zal houden. En dan dat zeker weten vasthouden, me vastklampen aan Zijn Woord en aan Mijn Redder. Dan twijfel ik niet. Misschien wel aan deze wereld en mezelf, maar niet aan Hem die deze wereld vasthoudt. 

De diepste zee is vol genade
Uw sterke hand, die houdt mij vast
En als mijn voeten zouden falen
Dan faalt U niet, want Uw trouw houdt stand

Zingend word ik, na een goede nacht, wakker. De zinnen resoneren opnieuw in mijn hart. En ik zing door:

Geest van God, leer mij te gaan over de golven
In vertrouwen U te volgen
Te gaan waar U mij heen leidt
Leid me verder dan mijn voeten kunnen dragen
Ik vertrouw op Uw genade
Want ik ben in Uw nabijheid

Eng? Zeker wel als je kijkt naar de zwarte nacht en het donkere water. Maar ik ben in Zijn nabijheid en vooral andersom: Hij is in mijn nabijheid. Hij zoekt me altijd weer op. En houdt me vast. Dus toch maar zingen, dit lied. Zing je mee? 




dinsdag 30 maart 2021

Schending van de AVGwetgeving

Je kunt zeggen wat je wilt, maar ík vind het gewoon verschrikkelijk. Het is echt nooit mijn bedoeling geweest dat al deze namen nu zomaar op straat liggen. Of in de vijver ernaast. Hoe kan ik nu zo stom zijn! En, erger, het is me al eens eerder overkomen. Maar toen kon ik alles nog rechtzetten. Nu is dat volkomen mislukt. De hele middag lopen zoeken, maar helaas. En dan maar dat deuntje in mijn hoofd hè, van 'Een ezel stoot zich in het gemeen... ja je kent het wel. Blijkt dus maar weer dat ik nog minder nadenk als dat een ezel doen kan. En dat terwijl ik de hersenen er wel voor heb, maar gewoon wat makkelijker ben uitgevallen dan de zojuist genoemde ezel 😉

De dominee heeft nog geluk. Die heeft het gehaald. Ligt niet met naam en al in de vijver. Ik heb net nog even met hem staan praten op de markt, bij onze favoriete kaasboer. Niet gezegd natuurlijk dat ik onderweg ben met een stel Paaskaarten, waar er ook één voor hem en zijn gezin bij zit. Net daarvoor bij al mijn geliefde adresjes langs geweest. -Heb je niets ontvangen, dan ben je evengoed geliefd, maar sta je niet in het geliefde Paaskaartenbestand dit jaar. Vat het vooral niet persoonlijk op!-  Na de markt nog één adresje in de wijk en toen weer wat meer richting huis. Bij de dominee voor stap ik van mijn fiets en kijk verbaasd achterom. M'n hele achterrekje leeg! Sta ik dan met m'n goeie gedrag, voor de deur zonder kaart. Maar hè, wacht. Daar hangt nog iets. En ja hoor, het is de kaart voor ons domineesgezin. Opgelucht gooi ik de kaart in de brievenbus om dan peinzend en zoekend mijn weg in omgekeerde volgorde terug te rijden. Maar wat ik ook vind - wat een hoop zooi ligt er langs de weg hè- ik vind niet de kaarten die ik zoek. Zes zouden er ergens moeten zijn. Ik hoop maar dat iemand ze heeft opgeraapt en bewaard. Ergens een link vindt met de namen er op. Namen ja. Alleen namen. Wat ben ik daar blij om. Niets geen overtreder van de privacywetgeving, niets geen schending van persoonlijke gegevens. Nee, als er adressen op hadden gestaan was ik met de auto gegaan natuurlijk. Dat is veiliger. Voor de kaarten dan, niet voor de auto nu al onze gegevens ergens open  en bloot liggen. 😕

Rest mij nu nieuwe kaarten te gaan kopen en die op een ander moment te gaan bezorgen. Tja, zegt mijn moeder altijd, wie zijn hoofd niet gebruikt moet zijn benen gebruiken... Altijd hebben moeders gelijk! 

Hoewel, de combi moeder en leeg achterrekje is een wat minder leuke herinnering.

Ooit fietste mijn moeder vrolijk, ik hoor haar nog zingen, met mij achterop, dat dacht ze, door de straat, vanuit school naar huis. Ik heb heel hard geroepen, maar ze hoorde het niet. Het achterrekje was volkomen leeg, het zitje waar ik in zat schuurde over het asfalt 😂

Misschien is er toen al een steekje bij me los gegaan. Waardoor ik keer op keer doe waarvan ik best wel weet dat het niet werkt. Een paar losse Paaskaarten onder de snelbinders bijvoorbeeld.

Stel je leest dit, maar je vindt geen mooie kaart van ons door de bus -afzender bekend-  dan hoop ik dat deze blog wat goed maakt. Of, heb jij de kaarten gevonden? Dan weet je me nu te vinden 🙊

Ik wens je fijne en mooie Paasdagen. Niet vergeten: de dood is verslagen, Jezus leeft. 😇




donderdag 18 maart 2021

Over afleiding en focus, een keuze

 Het zijn de laatste pagina's van mijn boekje. Best jammer en ik kijk uit naar het derde deeltje. Ook goed om even alles te laten bezinken en hierin wat rust te nemen.

Zoals vaak zo pakt een bepaalde zin me ook nu weer:

Zeg je JA tegen jezelf, dan zeg je NEE tegen de ander. 

Zeg je JA tegen de ander, dan zeg je NEE tegen jezelf. 

Klinkt logisch denk je misschien. Inderdaad. Maar hoe lastig is het ook. Hoe vaak kiezen we voor onszelf zonder door te hebben dat we dan de ander laten? Hoe vaak andersom? Hoe vaak ga je door en door voor Jan en alleman zonder te luisteren naar wat je zelf nodig hebt? Hoe vaak lig je lui achter je mobieltje terwijl iemand je hulp of aandacht goed kan gebruiken? 

Bovenstaande zin is geschreven in het hoofdstuk 'Omgaan met afleidingen'. Dingen die je afleiden van waar je eigenlijk mee bezig was of waar je mee bezig wilde gaan. O! Ik herken dat zo! Jij dan? 

Dan wil ik even een appje sturen, ja een heel belangrijke hoor en dan zie ik al die andere appjes die binnen zijn gekomen. Leg ik mijn mobiel weer neer, na een kwartier of zo en bedenk me dan opeens pas dat ik een appje zou sturen die best wel heel belangrijk is. Herkenbaar?

Of, erger, ik app gewoon door terwijl mijn zoon tegen me praat en dan doe ik ook nog of ik luister. Terwijl ik niet de volle aandacht en focus op hem gericht heb, maar misschien maar zo'n 25% 😵 Waarmee ik hem heel duidelijk laat merken dat niet hij maar mijn mobiel, of, zo je wilt, mijn contacten op de mobiel belangrijker zijn. Een schokkende constatering, zowel voor hem als nu ook voor mezelf.

De auteur van dit boekje heeft het over volle focus, volledig geconcentreerd, absolute aandacht en één ding tegelijk. Dat is beter voor je geest, beter voor je relaties en beter voor je prestaties.

Ik merk dat ik er echt weer even op moet oefenen. Zowel op dat leven zonder me af te laten leiden als om elke keer de keuze te maken: Wat wil ik? Kies ik voor verleiding, dan heb ik geen tijd om naar mijn zoon te luisteren. Kies ik voor een poosje swipen op mijn mobiel, dan heb ik minder tijd voor Bijbelstudie. Dus leer ik, wat ik niet met volle aandacht doet gaat ten koste aan mijn werk en relaties, zowel de relatie met mijzelf, als die met de mensen om me heen en als die met God. 

Alles in het leven is een keuze. Kies je voor JA tegen jezelf (en dat mag echt!) dan kun je op dat moment niet voor de ander gaan. En andersom. Het maakt niet uit wat je kiest. Als je het maar kiest met je hart, zó dat je er zelf achter staat en je je voor 100% kunt geven aan de door jouw gekozen focus op dat moment. 

In de Bijbel in Gewone Taal staat, 2 Korinthe 8:13  'Het is niet de bedoeling dat jullie zelf in moeilijkheden komen, door anderen te helpen.' En, in hoofdstuk 9: 'Je moet van harte geven, niet omdat het verplicht is. Want God houdt van mensen die met vreugde geven.' (vers 7) Nuchtere waarheid. Geef je meer dan jezelf aan kunt, dan geef je evengoed niet met de juiste focus en de juiste houding. 

Wat een wijsheid hè. Nu de uitdaging aangaan. Dat is nog ff een ... 

TING... Oeps een appje, wacht even hoor, ik ben zo terug! 😏  


Inspiratie uit het boekje van Tineke Wuister, getiteld Zicht 

donderdag 11 februari 2021

Mijn opa, dank je wel voor wie je was

 Mijn opa. Hij was van 1906 en 68 toen ik werd geboren. In zijn werkzame leven busschauffeur, maar daar ben ik me nooit echt bewust van geweest. Hij was stapel op me, al vanaf het allereerste begin. Misschien omdat ik vernoemd was naar zijn vrouw, mijn oma? Of omdat ik leek op z’n enige dochter, mijn  moeder? Opa was dol op de tuin, hield kippen, echt een megaschuur vol! En later, toen het teveel werd, fazanten. Hij at graag vis en elke dag een bordje rijstemeel, net als ik nu doe! Hij zat altijd stil te luisteren naar de dominee vanuit het kastje, maar ging, in mijn beleving, nooit mee naar de kerk, waarom weet ik eigenlijk niet, maar oma zat altijd alleen. Ik mocht vaak bij haar zitten, bank 20, daar zat ze op het hoekje. En daar bleef ze zitten, ook na opa’s dood. 

Opa zat graag op zijn eigen stoel, okergeel wastie en het had grote armleuningen. Hij zat dan voor het raam en naast de radiator, dat was toen een hele brede hoge kachel, waar je heerlijke warmte van kreeg en met je hele rug tegenaan kon zitten. Maar ’t liefst zat ik bij opa op schoot. Opa was een erg stille man, maar kon me soms opeens een aai over m’n hoofd geven en zei dan liefdevol: "Mien deerntie". 

Hij was een man van weinig woorden, ging stil zijn weg, deed wat gedaan moest worden en was veilig. Heel erg veilig. Ik wist precies wat ik aan hem had. En wist: bij opa is het goed te zijn. Bijna elke woensdagmiddag en zaterdag was ik bij opa en oma. Ik zong, speelde blokfluit of speelde met mijn nichtjes. Maar nooit ging ik weg zonder even bij opa te hebben gezeten. Hij keek naar buiten en stak zijn hand op naar iedereen die naar binnenkeek. Dat was mijn opa, stil, teruggetrokken maar veilig en vriendelijk. En terwijl de beperkingen hem zwaar vielen, slecht kunnen lopen, weinig meer horen, vergeetachtig worden met de daarbij behorende dingen als afscheid nemen van zijn kippen, zijn auto en van een gezond lijf bleef opa voor mij opa. En ik? Ik bleef zijn deerntie. En voor mij was dat genoeg.

Zijn overlijden overrompelde me enorm. We waren op vakantie en juist die dag zou hij met oma bij ons komen. Wát keek ik daar naar uit. Maar opa kwam niet. Hoe heftig was dat voor me! Maar wat een troost, waarmee ik nu leven kan is dit: mijn opa hield van mij. Hij heeft me geleerd wat het is om je veilig te kunnen voelen bij de ander. Om te kunnen vertrouwen, lief te hebben en te genieten van iemands aanwezigheid. Want hij was mijn opa. En ik zijn deerntie.

Dank je wel opa, voor de mooie jaren die je me gaf. Dank je wel voor wat je me leerde, wat je me in de stille, kostbare momenten liet zien en vertelde. Dank je wel voor de intense verbondenheid die we met elkaar voelden. Dank je wel dat je mijn opa was. En ik jouw deerntie.


Geschreven nav de opdracht van mijn cursus Rouwconsulent. 

donderdag 4 februari 2021

Stop het gevecht, omhels je situatie

Terwijl mijn oren licht suizen en het kussen één oor helemaal doof maakt, open ik voorzichtig mijn ogen. Gelukkig, het lampje doet het nog. Ik sluit mijn ogen weer en haal eens diep adem. Mijn hand onder mijn buik gedraaid, stevig tegen mijn lijf aangedrukt en ik draai maar gewoon even helemaal op mijn buik. De hand ondersteunt mijn rug, maar niet heel lang kan ik zo liggen. Het is mijn lighouding als ik onrustig ben. Alsof ik dan met heel mijn gewicht mijn matras in zak. Alsof dat helpt. Maar eigenlijk helpt niets. Al sinds ik corona had, is dit mijn manier van in slaap vallen. De onrust neemt toe naarmate ik slechter slaap. Want stel dat ik wakker word en niet meer kan slapen? Ik heb al verschillende keren op een uiterst vroeg tijdstip beneden gezeten. Want eenmaal wakker, dan wil mijn lijf actie. Om zo de onrust weg te werken. Maar ondertussen word ik steeds meer moe 😓

Stil wacht ik tot het kloppen van mijn hart, wat zich uit in gebons in mijn oren, wat minder wordt. Ik tel mijn hartslag, probeer hem zo zachtjes aan wat te laten zakken. Ik zing in stilte een psalm, psalm 84 deze keer, alle verzen. Dat helpt me te richten op mijn Koning in plaats van op mijn onrust. Want die relatie wil ik voeden en niet mijn angst. 

Dan is daar opeens die gedachte. Of is het een stem in mijn hart? Ja, ik geloof het echt. God komt heel persoonlijk tot mij en spreekt mij aan. Een liefdevolle vermaning klinkt in mijn hart en resoneert in mijn hele lijf. Woorden die ik niet mag vergeten! 

'Mijn lieve dochter. Stop nu toch eens met dat vechten. Je bent alleen maar aan het vechten tegen alles wat er gebeurt en gebeurd is. Stop er maar mee, je wint het toch niet. Omhels deze wereld, met alle lellende die er in is. Omhels deze wereld, want Ik heb hem gemaakt en Ik houd hem vast. Omhels de situatie waar je in zit en geef Mijn liefde en genade door aan anderen. Door een glimlach, een positief woord, door liefde te geven die je van Mij hebt ontvangen. En ja, terwijl jij Mijn wereld omhelst, houd Ik je vast. Ik draag je door deze moeilijke tijden en Ik houd alles in mijn hand.' 

En met dat deze woorden zich één maken met mijn lijf en geest komt er een rust over me die ik in tijden niet gehad hebt. En met de zekerheid dat God me vasthoudt, voel ik dat het me lukt om deze wereld te omhelzen, corona te omhelzen, onze situatie te omhelzen en de beperkingen te omhelzen. En ik ervaar  dat ik kracht krijg om dwars door die situatie's heen het verschil te maken. Ik voel mijn vechtlust tegen alle maatregelen verdwijnen. Ik hoef helemaal niet te vechten. Het is Gods strijd. Ik hoef eigenlijk helemaal niets. Hij houdt me vast en door Hem kan ik worden wie Hij wilt dat ik ben. 

Die nacht slaap ik weer niet in één keer door. Maar de momenten dat ik wakker lig, ervaar ik zo Zijn aanwezigheid dat ik rustig kan blijven liggen en mag genieten van het feit gedragen te worden. En denk ik na. Is omhelzen hetzelfde als accepteren? In zekere zin wel, maar voor mij voelt het nu niet alsof ik alles klakkeloos aan ga nemen van wat moet. Ik blijf kritisch kijken naar alles wat er gebeurt, maar boven alles staat Mijn Heere, die vasthoudt en draagt. Dat wist ik al, maar weet dat nu uit eerste Hand. Hij, de God van vrede en rust geeft dan ook rust. 

Als ik van de wekker wakker wordt (!) en peins over deze bijzondere nacht, komt als bevestiging het lied van Matthijn Buwalda in mij op. Klik hier maar even, de tekst lees je hieronder. 

Sterke held
Ik kijk naar jouw gevecht
Je sterke rug lijkt elke dag
Een beetje minder recht
Geef je hand
En geen gebalde vuist
Ik kan niets geven
Zo lang jij voor Mij je handen sluit

Je kunt de strijd tegen jezelf niet winnen
Al vecht je door tot aan de dood
Je kunt er niets tegen beginnen
Dus waarom houd jij je groot?

Staak de strijd
Dit is niet langer jouw gevecht
Verlies jezelf
Dan win je echt
Geef het aan Mij
Stop je verzet

Staak de strijd
Die Ik gewonnen heb voor jou
omdat je die nooit winnen zou
Geef het aan Mij
En word gered

Sterke held
Geef mij je woede maar
Als jij je over geeft
Ligt hier de overwinning klaar
Laar het los
En geef je last aan Mij
Ik heb gevochten aan een kruis
zodat je vrij kunt zijn

Als je uitgeput bent
Kom tot Mij
Als je moe gestreden bent
Ik sta aan jouw kant
Als je stil kunt zijn
En je Mij als God erkent

vrijdag 29 januari 2021

Over mantelzorgen gesproken

Het wordt tijd dat ik de agenda er maar eens bij ga pakken. Na maandenlang haast geen afspraken, is het deze week een volle week. En met dubbele gevoelens bekijk ik de twee pagina's. Eigenlijk is dit niet zoals ik zou willen. Leuk, erg leuk, lunchen bij een vriendin. Daar kijk ik echt naar uit en die afspraak staat al heel lang. Net als de meeting met mensen die zorg dragen voor iemand, waarin het vooral zal gaan over mantelzorg. Handvatten daarover zijn altijd welkom. Dus ook dat is een goed idee.

Maar na die twee afspraken is er ongemerkt nog wat bijgekomen. Want, je raad het nooit, we hebben onze PGB voor Rob weer terug! Ergens tijdens onze quarantaine belde het CIZ en bood gewoon PGB aan. Omdat Rob per 1 januari naar de WLZ zou gaan. Hoort standaard PGB bij. Tjonge, ik was er compleet van van de kaart. Ook omdat de WMO geen geld voor hem beschikbaar wilde stellen... 

Maar wat een geregel! Er werd zelfs een afspraak gepland voor een meeting met de zorgconsuelente van het zorgkantoor. Maandagmorgen zat ik twee uren achter het scherm informatie op te slaan en op te schrijven over wat er allemaal van me werd verwacht. Waardoor ik de rest van de week druk was met de zorgverleners, die we grotendeels wel hadden aangehouden maar zelf betaalden vorig jaar. Zorgovereenkomsten, handtekeningen verzamelen, doelen beschrijven en hoe ga je dan begeleiden zodat je die doelen haalt? De rest van de week was ik daar veel mee bezig. Allemaal dingen die ik zondag niet in mijn agenda zag staan en eigenlijk ook niet had bedacht. 

Als ik donderdag ook nog een gesprek heb met en over mensen die me erg na staan, ben ik voorlopig wel weer even klaar met praten over mantelzorgen. Dus dan de praktijk maar eens testen. Rob is diezelfde donderdag ziek. Met enorme hoofdpijn ligt hij beroerd te zijn. En als hij zich zo voelt is hij direct weer klein, dan zakt zijn sociale leeftijd naar het peuter zijn. Heel intensief is dat. Jammer, mijn dag voor mezelf was al onderbroken door dat gesprek, maar nu zou het helemaal niets meer worden. Daarnaast zorgde het besluit van het maatje van Rob ervoor dat ik de hele donderdagavond weer in alle staten van paraatheid was. Ze zou niet meer komen, vertelde ze hem op de app (!) en Rob is zo vreselijk teleurgesteld en boos dat het mij enorm pijn doet. Zijn conclusie na drie maanden een maatje te hebben gehad? -Nu ik weet hoe het is om een vriend te hebben, voel ik me nog meer alleen. 

En zo aan het einde van deze intensieve week zucht ik eens diep en vraag me af hoe dit toch zo kon gebeuren. Gewoon ook haast de hele week over één en hetzelfde thema. Vóór corona was dit overigens vrij normaal. Ik ben het gewoon niet meer gewend! 

Dus toen ik vanochtend, helaas, om half zes wakker werd, een paar uur later alweer klaar was met de dag en tegen mijn man zei dat ik zin had om wat geks te doen, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en hem mijn grootste verlangen verteld: 

-Laten we weggaan. Ik ben deze puinhoop van een wereld zo zat. 😥 Dus gingen we, gewapend met goede schoenen. Het bos in. Omdat hij niet naar zee wilde. De regen leek me extra leuk hierin. Soms is lopen in de regen alsof alles van je af spoelt. Maar tot grote opluchting van mijn man stopte de regen nog voor we weggingen. Ik heb gestampt in de plassen, gegleden door de modder, mijn schoenen laten zinken in de zachte, kleiachtige grond. Boomschors bevoeld, modder fijngeknepen. En eindelijk voelde ik me weer eens gewoon zoals ik ben: lekker gek. Ofwel Gods eigen kind. Eén met de Schepper dankzij Zijn onmisbare schepping. 

donderdag 21 januari 2021

Dubbele focus

Vandaag ben ik te gast bij Willeke in huis. Sterker nog, naast gast ben ik tegelijk ook gastvrouw. Gelukkig belde ze gisteren nog even ter herinnering.

-Als je er morgen tussen half negen en half tien bent is dat goed. En terwijl ze doorratelde over wat er ging gebeuren en wat ik moest weten, kraakten mijn hersenen aan alle kanten. Wát vergeet ik hier? Dus vraag ik of ze me helpen kan. En ja hoor, ik had beloofd de hele dag in haar appartement te zijn om de mannen op te vangen die een nieuwe ketel zouden plaatsen. Oh ja! Het begint me te dagen. De agenda is zó leeg, dat ik gewoon vergeet te kijken of er wat in staat. Maar dit staat er inderdaad: 'de hele dag bij Willeke'. 

Gisterenavond alvast mijn tas gepakt. De donderdag is mijn dag, dus wat mee moest was niet moeilijk. Mijn laptop, mijn ik-werk-aan-mezelf-boekje, de Schrijfbijbel, stilletijd boekje, wat eten. Eten? Oh help, geen eten in huis. Geen groente voor een salade of zo. En brood eet ik niet echt, dus daar moet ik nog even wat op verzinnen. 

Met een veel te zware fietstas verplaatste ik me vanmorgen in alle vroegte een aantal kilometers verder. Ik hijs mijn grote, zware tas uit de rechterkant en haal uit de andere kant mijn laptop. Ik klauter de trappen op en nog voor ik goed en wel voor de voordeur sta, word ik al aangesproken. Of ik de bewoner ben. Vandaag wel, grijns ik en doe de deur open. Ze hoeven niet alles te weten hè, die werklui. Ze stomen achter me aan de gang in en gaan direct keihard in overleg. Ik sluit de deur van de woonkamer en laat mijn tassen zachtjes op de bank vallen. Mijn taak zit er feitelijk al op, ik heb de deur voor ze open gedaan. Maar het wachten tot ze klaar zijn, is minder snel geregeld. Ik kom er achter dat ze eerst alle appartementen langs gaan, overleggen, dan overal de nieuwe ketel plaatsen en dan nog een nieuwe afzuiger. Regelmatig, als alles heel stil is in de gang, sluip ik de kamer uit, spiek om het hoekje en ren naar het toilet. Geen haar op mijn hoofd, of, geen man in de gang die mij zal horen plassen! 😆 Ik werk in stilte heerlijk aan mezelf, doe Bijbelstudie en maak deze blog. Wat een rust, wat een weldaad. Niemand heeft me hier nodig, niemand is er die me stoort. 

Mijn Ik-werk-aan-mezelf-boekje getiteld Zicht gaat vandaag over focus. Activiteiten plannen, doelen uitschrijven en je focus houden bij dat wat belangrijk is. Dat vind ik zó lastig! Ik ben zo gewend overal op in te springen bij wat er gebeurt, wie me nodig heeft en daarmee alles wat voor mezelf belangrijk is aan de kant te zetten. En toch, al lezend merk ik dat het misschien wel goed is, dat plannen en doelen stellen. Maar jaar- en kwartaaldoelen, nee hoor, dat kan ik niet. Stel je voor, ik leef al jaren met de dag en zou deze dag een jaardoel moeten omschrijven? Maar dan opeens is het er toch. En opeens is er nog een. Twee doelen binnen een halve minuut. Ik  verras mezelf. Wat rust niet al met je creatieve brein doet hè 🙊

Dit jaar wil ik dolgraag een PostHBO opleiding gaan doen, schriftelijk, in eigen tijd en ruimte, maar ook dit jaar graag afronden. Ik verdiep me er nog eens goed in en weet dan, ja dit wil ik! En ja, dit ga ik ook doen! Vanavond nog even goed thuis doorspreken en dan inschrijven maar. Doel twee is een mooie woning vinden voor onze Rob. Beschermd wonen, maar met zijn grenzen van privacy en zelfstandigheid. Wordt nog een hele klus, maar de indicatie voor 24/7 is binnen en vanuit het niets krijgen we een clientondersteuner en een consulente zodat ik niet veel zelf hoef te doen en al helemaal niet het wiel hoef uit te vinden. Hoop ik... 

Tevreden zit ik een uurtje later aan de koffie, bezorgt door LEF smoothie en lunch in Veenendaal. Ook de salade hebben ze bezorgd en een stevige proteinesmoothie. Wat een verwennerij! Wat een heerlijke dag. Hier krijg ik echt weer wat energie van. 

De Bijbelstudie is van Focus en gaat vandaag over Jezus aan de oever van de zee. Hij spreekt de discipelen aan, geeft ze een tip en belooft dat het goed komt. Hij nodigt ze uit om samen te eten, zowel van dat eten dat al op het vuurtje ligt, als van de vissen die de discipelen dankzij Hem hadden gevangen. Jezus als liefdevolle, zorgzame Vriend, die alles voor me heeft maar toch ook dat wat ik meeneem gebruiken wil. 

Het komt mooi samen vandaag. De Focus is wel duidelijk: 'Wees gehoorzaam aan de opdracht van Jezus en doe in het dagelijks leven ook wat bij je hoort en bij je past.' Grote kans dat het op elkaar aansluit. En zo kom ik vandaag, in alle rust, tot mijn doel. De focus is Jezus, ook in de alledaagse dingen, maar ook in jaardoelen. Wat Hij allang overziet trouwens. Gelukkig maar, want ik leef met de dag. Ook een advies van Jezus 😇



donderdag 14 januari 2021

Jezus regeert

'Nog een dag, dan is het huis weer voor onszelf, heb ik af en toe het huis weer alleen en kunnen we weer wonen op de plek die daarvoor is bedoeld.'

Hiermee eindigde ik mijn vorige blog van o zo 2020. Want dat is wat ik dacht dat er ging gebeuren. Maar niets is wat het lijkt. Diezelfde dag kwam manlief thuis met wat klachten als hoesten en moe. Logisch, na zo'n verbouwing klap je toch een beetje in, niet waar? Maar de klachten bleven en verergerden en vanaf toen zaten we zomaar opeens in quarantaine. Dolblij waren we dat het niet wat eerder gebeurde! Dan had zoveel niet door kunnen gaan! Nu konden we volop genieten van onze nieuwe keuken, de houtkachel en ons oude maar o zo vertrouwde bankstel. Maar het voelde wat vreemd. Niet thuis. En het was natuurlijk een verplicht nummertje, dat thuisblijven. Niets aan dus. Al het werk wat ons wachtte probeerde ik nog netjes te doen, maar vermoeidheid nam de overhand en de spierpijn die bij mij kwam opzetten was verre van normaal. Met totaal andere klachten, was de diagnose hetzelfde. Corona. Ook de jongens deden goed mee. En zo duurde het twee weken voor we weer naar buiten zijn gegaan. We brachten, net als vele anderen Kerst in afzondering door. Reikhalzend keek ik uit naar de dag dat ik weer klachtenvrij zou zijn en naar buiten mocht. Maar o help, zo simpel ging dat niet. Ergens was een blokkade ontstaan die me toefluisterde dat het buiten eng was. Er kwam een enorme onrust in mijn lijf die zich uitte in paniekaanvallen 's nachts. Als het donker dreigde, de straat in dikke duisternis was gehuld, mijn slaapkamer aanvoelde als een gevangenis en heel mijn lijf en geest protesteerden bij elk rustmoment die ik nam. Rust? Niets ervan. Actie! Bewegen! De manier om de onrust uit mijn lijf te krijgen. Maar ondertussen zag ik er enorm tegenop naar de super te gaan, te moeten gaan werken, helemaal in m'n uppie, zelfs zonder klanten! en weer bij al die andere mensen te zijn. Dit was echt heel raar. Ik herkende mezelf niet meer. Alles was anders geworden na twee weken binnen zitten. Mijn huis was anders, mooi maar best wennen en dat gaf een soort van vakantiegevoel. Mijn lijf deed gek, na de rust en het ziek zijn van twee weken, alsof ik op vakantie was in eigen huis. Dus dan zal buiten in deze grote donkere wereld ook wel alles anders zijn.

Ik ben als eerste naar de Ekoplaza gegaan. Gewoon omdat ik het daar niet druk verwachtte. Dat zou ik toch wel aan kunnen? En ja hoor, dat ging prima. Die ene klant achter me, dat was vooral gezellig. En langzaam maar zeker kwam ik tot de ontdekking dat de wereld niet zo heel gek anders was geworden in de afgelopen weken. Niet anders. Wel wat gekker. De mensen zijn niet meer zo vriendelijk, de meesten kijken me angstvallig aan, houden fikse afstand, of, onherkenbaar als ze zijn met zo'n mondkapje, ze komen te dichtbij zonder vriendelijk te doen. Het sfeertje van ik-voor-mezelf-en-jij-zoekt-het-maar-uit heeft absoluut de overhand gekregen. Angst lijkt te regeren en de onrust in mijn lijf doet daar lekker aan mee. 

Maar ho, wacht even, spreek ik mezelf toe. Wat nou angst regeert! Daar is toch zeker helemaal niets van waar? God regeert. Ik hoef niet bang te zijn, want Hij staat voor mij, achter mij, boven mij en onder mij. Hij is om mij heen en vooral ook in mij. Zijn Vrede en Licht regeren in mij en door mij heen. Ervaar ik dat steeds, leef ik steeds zo? Nee, de onrust neemt nog regelmatig de overhand. Want wat kan ik anders zeggen dan dat deze, door Zijn hand geschapen, wereld knettergek lijkt te zijn geworden? Maar toch weet ik: ik -en jij-, wij hoeven niet bang te zijn. Bij Hem zijn we veilig, wat er ook gebeurt. En ik moedig mezelf aan dát te blijven geloven, Hem te blijven zoeken en vinden, de relatie open te houden, het lijntje kort te houden en in Zijn aanwezigheid te schuilen. Hij is mijn enige houvast. Hij is  mijn Koning. Niet corona regeert, niet de angst regeert maar Jezus regeert. Zelfs dwars door onrust en duisternis heen regeert Hij met Zijn vrede en Licht in mij. Duizendmaal Dank o Heer!

donderdag 3 december 2020

Over sociale eenzaamheid, mondkapjes en verbouwen. Week 4

En weer zijn we een week verder. Nog acht dagen te gaan! Het einde komt in zicht, maar ik zie het nog niet zo. Het lukt me niet om te denken aan het feit dat de keuken er straks staat, wij weer in de woonkamer en keuken kunnen zijn en ons warmen aan de vloerverwarming en, eerst vooral, onze houtkachel.

Dat lukt me nu nog niet, nu ik boven zit op de oude kamer van Jorike, naast de kachel, met ijskoude handen en de tocht langs mijn tenen en benen omhoog voel kruipen. Het lukt me nog niet als ik de schuur bekijk, vol met boodschappen en keukengerei, borden, pannen en wat al niet nodig is voor vijf weken kamperen in eigen schuur.  

Meest van tijd lukt het me wel. Kan ik positief denken en weten dat het goed komt. Maar dat is momenteel een beetje weg. Weggewaaid in een zucht van de wind, zo opeens, foetsie. En ik vraag me verbaasd af, is dat nu alleen om die verbouwing? Ik bedoel, we zijn toch aan het opbouwen? De muren zijn klaar, de vloerverwarming ligt en de plavuizen zijn al een heel eind betegeld. De aannemer doet super zijn best, mijn mannen ook. En toch voelt alles zo mat, zo koud, zo niet thuis. Je zou zeggen: het zien van zo'n prachtige vloer moet voldoende boost geven om energie van te krijgen. Maar helaas, zo werkt het momenteel niet. Zelfs de opbeurende woorden van mensen om me heen die me beloven dat alles goed komt, helpen niet. 

Nee, het is niet alleen de verbouwing. Het is ook het donkere van het jaar, de korte dagen, de corona en al die regels die ons opgelegd worden. Ik ervaar een enorm stuk sociale eenzaamheid, terwijl ik me er ook niet toe kan zetten met iemand contact te zoeken. Heel raar. En het is de mondkapjesplicht, waardoor ik haast nergens meer heen kan zonder beslagen bril. Ik voel me dan enorm onnozel en gehandicapt, want zonder bril zie ik ook niets met een sterkte van bijna -10. Dat moment dat je probeert een muntje in het karretje te doen waarop iemand dan roept dat de karretjes los staan... Of wanneer ik mijn stronken broccoli (hopelijk zijn ze inderdaad zo groen als lijkt) tegen het spatscherm aanduw, in plaats van erdoor heen. Het meest onlogische en maffe gebod ooit, een mondkapje op waardoor je klachten als hoofdpijn krijgt en zuurstof tekort, je eigen troep inademt en frisse lucht te kort komt. En dus met bril niets meer ziet. Zo is ook boodschappen doen een heel erg energie rovend gedoe.

Om bij thuiskomst ook weer stevig te moeten nadenken over wat wel en niet kan. Zo kunnen we momenteel niet door de achterkant, terwijl dat eerst moest. Zo mochten we gisterenavond de net gelegde plavuizen niet belasten en sprongen we weer via het toilet de trap op. Net als vorige week. En maar nadenken, nadenken, nadenken... Oplossingen bedenken. Dingen voorzijn. Denk aan Rob, die echt geen mondkapje op kan doen en behoorlijk agressieve taal naar me uitslaat, dreigend dat ook te doen tegen zijn meerderen buitenshuis. Gelukkig dacht de huisarts goed mee en heeft hij nu een brief op zak met toestemming voor een faceshield. Wat was hij, wat waren wij blij en dankbaar! 

Gisterenavond besloten we boven te eten. Het was te koud in de schuur omdat we niet bij de thermostaat konden, we mochten niet op de plavuizen lopen hè... Gewapend met tas met eetgereedschap neem ik de grote stap het toilet in. Dan vanuit dat kamertje de trap op. Met dat ik de leuning vastgrijp om mezelf omhoog te helpen, glijdt mijn voet van de trap, schiet mijn hand van de leuning en knal ik neer op, jawel, de net gelegde plavuizen. Ik weet me geen raad! Alle pijn negerend, raap ik alles bij elkaar, gooi het terug in mijn tas en stap zo snel mogelijk van die tegels af! Hoe het kon gebeuren? Ik weet het nog steeds niet. Wat ik wel weet is, dat ik geen mondkapje op had en mijn bril volslagen helder was. Dát was toen even niet het probleem... 


donderdag 19 november 2020

Aftellen, nog 22 dagen verbouwen. Week 2

- En zie, het was morgen geweest en het was avond geweest, de veertiende dag. Met een zucht schuif ik in mijn bed en kijk mijn man aan. - Nog 22 dagen te gaan. Maar hij schudt zijn hoofd. Tien dagen geweest, nog 15 te gaan. Telt hij de weekenden niet mee! Maar, juist die dagen zitten we toch veel in de schuur en boven? Dus ik blijf er maar bij: nog 22 dagen te gaan. 

We tellen af ja. Nu al. Steeds al. Het klinkt fijn dat we al bijna de tientallen in gaan in plaats van de twintigtallen. Het klinkt goed dat de dagen die geweest zijn steeds hoger worden. Zijn we ongeduldig? Nee hoor, we weten de planning. Maar het helpt om te zien dat er een einde aan komt.

Inmiddels is de aannemer de plafond en muren aan het stucken of stuken of zelfs stucen. Ziet er lekker strak uit, ook al is het nog lang niet klaar. Wat is dat veel werk zeg. Ondertussen zijn wij druk in overleg met de mensen van de vloerverwarming (VTE, Verwarmingstechniek Ede). Want de vloer is niet zo heel geschikt voor verwarming. Dun laagje egaline, verder beton, ook een dun laagje en daaronder vooral gruis. Dus aansmeren die boel. Wisten we al maar dat minsten 18 mm daarvoor nodig is, is een heel ander verhaal. Qua kostenplaatje en tijd. En praktisch! Hoe komen we volgende week ooit op onze slaapkamers? De aannemer oppert een ladder. Direct zie ik groen en paars. Ik ben namelijk nogal gevoelig op grote hoogtes. (Dat klinkt beter dan dat ik zeg dat ik hoogtevrees heb. Het is vergelijkbaar 😒) Boven de tien centimeter begin ik al aardig  te wieberen... Nou ja, nog een week om een oplossing te bedenken. 

Wat nu belangrijk is, is de rust bewaren. Voor onszelf, voor Geert, maar vooral voor Rob. Gisteren kwam hij naar me toe en mopperde over de bende daar. Toen ik doorvroeg bleek hij de woonkamer te bedoelen. Hij wist het al zolang maar opeens kwam de troep van de kapotte vloer enorm op hem af. 
Weet je, zei ik, probeer het dan in elk geval daar netjes te houden waar we leven. In de schuur en op je slaapkamer. Samen zijn we de administratie van hem gaan doen, zodat alle losse papieren in een map verdwenen. Zijn schoenen, normaal staan die beneden, hebben we wat uit het zicht gezet. Dat is handiger dan voor de kleerkast. Samen doen we in de schuur een vijftal potjes Yathzee, gewijzigd naar Rob's wijze inzichten. En langzaam zie ik weer ruimte ontstaan in zijn hoofd. - Nog even rugje aaien mama, vraagt hij lief. Een wondermiddel: de rust keert terug. 

We moeten nog even volhouden. Ik merk dat ik vooral Rob's gedrag begrijp maar ook erg vermoeiend vind. Nog 22 dagen, nog 22 avonden. Rugje aaien, spelletjes doen, zorgen voor. Gemoederen gezellig houden en rust brengen. Mijn taak in dit alles, naast dit alles. Best pittig. Daarom, ja eigenlijk alleen daarom, tel ik af. Inclusief de weekenden. Zaterdags werk ik, maar de zondag kan ik wel driedubbel tellen. Maar dat klinkt zo enorm... Dus én realistisch én mezelf helpend, tel ik. Dag na dag. Nacht na nacht. Eén voor één. Op naar 10 december. Als de planning klopt. En ik goed tel. 

woensdag 2 september 2020

Een koude douche

Klaar? Snel draai ik de kraan open en houd mijn voeten onder het griezelig koude water. Dan mijn benen. Mijn handen brengen het natte water naar mijn gezicht en met een klap ben ik wakker. Ik draai mijn rug onder de douche, die met veel kracht het koude water op mijn blote huid stort. Happend naar adem laat ik het gebeuren. Ik draai om en nog eens, tot ik er van kan genieten: mijn dagelijkse koude douche. 

Het schijnt gezond te zijn. En anders is het in elk geval zo dat ik me er erg goed bij voel. Elke morgen is dat, na het eten van mijn warme babypapje, het eerste wat ik doe. En sinds ik dat doe begin ik de dag veel lekkerder. 

Douchen is nooit mijn hobby geweest. In bad gaan al helemaal niet. Ik hield er niet van. Zwemmen staat dus ook niet heel vaak op mijn to do lijstje, al kan ik daar wel echt van genieten. Maar douchen, nee dank je. Een must. Want ik doe het wel netjes, vooral voor de mensen om me heen en tegen jeuk op mijn hoofd en tussen mijn tenen, maar ik doe het niet van harte. En ik douchte dan altijd erg warm, dan is het nog een beetje lekker hè. 
Echt altijd was ik zo moe na het douchen. Echt geradbraakt. En ik dacht dat het kwam omdat ik er geen energie uithaalde, omdat ik er gewoon niet van hield. Niets voor mij. En als kind was ik echt heel bang voor water, dus het laatste wat ik deed was ontspannen in water. Even lekker een bad? Nee dank je, geef mij maar een boek. 

De challenge begon ergens in juni. Ik las een boekje van Tineke Wuister met de titel Lucht. Er staan mooie tips in waar iedereen wat mee kan, om meer lucht te krijgen in het leven van alledag. Rust nemen, elke ochtend een uur eerder dan je gezinsleden opstaan bijvoorbeeld. Dan heb je dat uurtje alleen al gehad en kun je even doen wat je wilt zonder gestoord te worden in die fijne bezigheden. Geloof me, dát is ook al niets voor mij. Al was dat uurtje alleen wel echt genieten. Na twee weken was ik zo intens vermoeid dat ik wist: einde challenge. En dat kan, want daarvoor is het nu precies bedoelt, een challenge. 

De andere uitdaging ging ik ook aan: begin je dag met een koude douche. Doordat je lijf schrikt van het koude water hap je naar adem en start je de dag dus met een flinke gezonde ademteug. Tegelijk is het goed voor je bloedsomloop en weerstand. En wat bevalt me dat goed. Dit wordt de start van mijn dag! Nu het wat kouder is, wordt de uitdaging groter, maar dan nog! Weet je, ik ben na het douche gewoon niet meer moe. Fris en wakker stap ik de badkamer uit. En dat na ruim 40 jaar, haha. 

Zin in een uitdaging? Hier istie dan! Ik hoor graag hoe jouw ervaring is! 


vrijdag 31 juli 2020

Ik ben mantelzorger van mijn kinderen, met liefde

Het is nu alweer haast 25 jaar geleden. Onze dochter Willeke werd geboren en maakte me mama.
Wat een heerlijkheid! En wat een verantwoordelijkheid. En wat een zorg.

Vanaf dag één weigerde deze jonge dame te drinken. Niets werd door haar geaccepteerd. Ze groeide van de slaap, zeg maar. En ik? Ik deed alles voor haar. Al mijn zorg ging naar haar. En, misschien iets minder, zelfs toen bleef ik ook zorgen voor man, huis en wat nodig was. Voor mezelf werd de zorg gewoon wat minder. Geeft niets, moet kunnen.

Onze Jorike werd geboren, haast twee jaar later. Jorike at voor twee, maar haar bedje vond ze niet zo fijn. Dus zorgde ik, met m'n tong op de grond, zo goed als mogelijk voor haar. En voor Willeke. Voor mijn man. Mezelf maakte ik een paar centimeter kleiner. Hoe minder je bent, hoe minder te zorgen, toch? Maar o wat was ik moe van jarenlang slaaptekort.

Vier jaar later kwam onze Rob. Een alleraardigst schattig groot kereltje van haast tien pond, die at en sliep voor twee. Maar zijn ontwikkeling was niet normaal! Toen hij met zes jaar eindelijk ging praten, waren we al enorm veel zorguren verder. En ik zorgde maar. Voor Rob, je wilt voor elk kind het beste toch? Voor Jorike. Voor Willeke. Voor manlief deed ik ook enorm mijn best. Het huis kwam wel, als het maar schoon was, was het goed. En o ja en ik dan? Ach... wat doet dat er toe?

Geert is onze hekkensluiter. Hij deed gewoon alles! Hij sliep, hij at en dronk, hij praatte. Een heerlijk kind. Net als de andere drie. Maar ook met hem zat ik op een gegeven moment rond de tafel van de jeugdzorg. Want ik gaf alles voor Geert. En voor Rob. En voor Jorike. En voor Willeke. Voor mijn man. Nog minder voor mijn huis. Het allerminst voor mezelf.

En wat is het gaaf dat ik kan zeggen na haast 25 jaar moederen dat het echt heel goed gaat met alle vier onze kinderen. En met mijn man. Ons huis staat ook nog en het is niet eens een bende.

Maar mezelf ben ik een behoorlijk kwijt geraakt. Ondergedompeld in de zorg, ben ik nog maar net in staat adem te halen. Al jaren lang, -en het went!- wat zich regelmatig liet aantonen door flink onderuit te gaan. Maar ik moest door. Ik had geen keus! Vijfentwintig jaar zorgen, waarvan haast alle jaren intensief, maar vooral de laatste achttien jaren, gaan me niet in de koude kleren zitten. Inmiddels krijg ik het zelfs enorm warm op het moment dat ik terug ga in de tijd. Dan komen er enorme flashbacks van wat allemaal mis ging en waarin ik me tekort voelde schieten, me bang voelde voor mijn eigen kind en met man en macht probeerde de boel overeind te houden. Het voelt alsof het trauma's waren die nu pas in alle heftigheid boven komen, gewoonweg omdat ik er eerder geen tijd voor had.

-Maar nu nog steeds niet, snauw ik mezelf af. Hoor eens, het gaat hier nu best lekker, ik heb helemaal geen zin om dan nu daar naar terug te gaan. Ik wil nu gewoon genieten van wat wel goed gaat, en ging. Maar voor dat laatste moet ik echt heel diep graven en dan komt er nog niet veel.

Het is best lastig voor ze, maar mijn huisgenoten moeten een beetje wennen aan de nieuwe mama. Die haar grenzen leert aan te geven, die niet meer 24/7 bereikbaar en alert wil zijn. Die niet vooruit wil denken om scenario's voor te zijn. Een mama die er alleen op uit gaat. Een eind gaat lopen, helemaal alleen een eind fietsen, alleen ergens neerploft om wat te eten of te drinken. (Dus als je me ziet, laat me dan, die momenten heb ik nodig! 😉) En hoe erg ik een socialiser was, hoe meer ik me een einzelganger ga voelen. Ik geniet enorm van mijn momenten alleen. Het is nodig om energie op te bouwen, om tot rust te komen en te kunnen genieten zonder allerhande scenario's te hoeven bedenken en vóór hoeven te zijn. Om dan thuis weer mama en vrouw te zijn, al blijf ik me wat terug trekken, voel ik. Dat zal er wel bij horen. Bij dit proces. Verwerken, overgang, corona, geef het maar een naam. Ik weet in elk geval dat het nu tijd is voor mezelf. Al zo lang mantelzorger zijn en dat ook willen kunnen blijven, vraagt de nodige maatregelen. En daar hoort bij dat ik dat soms gewoon even niet meer wil zijn en daar, zo mogelijk, aan toegeef ook.

En straks, als Geert weer naar school is, beloof ik mezelf dat ik ga werken aan traumaverwerking. Daar de tijd voor nemen. Anders lost dat alleen weg zijn toch ook niets op.

Ja, ik heb wel wát geleerd de afgelopen 25 jaar 😕

dinsdag 12 mei 2020

Verborgen verstilling

Het is stil. Stil in mij. Alsof alles stil zou moeten zijn. Alsof alles stil zou moeten staan. Alsof de waas in mijn hoofd me belet verder te denken dan vandaag. De waas van witte wolle watten, fladders mist, vlokken, ijskoude dikke wintervlokken in mijn hoofd die me beletten me te bekommeren over het één en het ander. De ander ook.

Nee, ik ben niet als een gek boodschappen gaan doen voor de oude buurvrouw, liedjes gaan zingen, teksten gaan schrijven, mensen gaan opzoeken via de babbelbox, honderden kaarten gaan schrijven en noem nog maar wat van die honderd-en-een goede dingen die de wereld doet om elkaar door deze crisis heen te helpen op. Waar bij menigeen de adrenaline toesloeg en er enorm veel activiteiten kwamen keek ik toe. En ik dacht: mooi. Mooi dat anderen dit doen, want ik doe het niet. Ik kan het nu gewoon even niet. In mijn hoofd is dichte mist en dat is even heel erg jammer voor jullie.
Ik voel me er niet schuldig over. Eerder wat onverschillig. Boeiend wat de ander hiervan vindt, als ze al wat vinden, maar ik doe het nu even zo. Ik heb genoeg aan mezelf. Egoïstisch? Zelfzorg, zo zou ik het eerder willen noemen. Want als iets niet gaat maar je het per sé toch doet, krijgen anderen en jezelf dat razendsnel terug. Geloof me maar of geloof me niet, het is zoals ik het heb ervaren.

Dus trek ik me wat terug. Zorg voor mezelf. Vergeet anderen. Neem de tijd om te verwerken en te overdenken. Wát gebeurt er nu eigenlijk allemaal in deze wereld? Als iemand me dat nu eens gewoon kon uitleggen.... Het rondsluipende virus, de politieke onrust die dat wereldwijd teweeg brengt of gaat brengen, het Samen-Sterk, wat we niet zo heel lang meer gaan volhouden. Extra psychische problematiek, opstand tegen overheid, kwetsbaren die worden uitgebuit, de discussie van een zoveelste G in het netwerk, de vele doden, de niet te verwerken rouwprocessen. En alle verbanden die je hiertussen kunt leggen... Is er überhaupt iemand die dit nog kan -of wil- begrijpen?? Ik niet.

Lig ik dan nu urenlang ellendig te zijn in mijn kamertje, stil in de foetushouding op mijn bed te huilen en te peinzen? Nee hoor, daar hoef je niet bang voor te zijn. Gelukkig past dat totaal niet bij mij, al zou het me zomaar kunnen overkomen. Ik doe gewoon mijn ding hier in huis, ik doe mijn werk en geniet van de mooie dingen die ik zie gebeuren. Ik geniet van Gods schepping, van het contact met klanten, van mijn gezinsleden en vriendinnen. Maar toch... Het lijkt alsof dat genieten onder een laag stof ligt. In een mist of wattendeken. En soms komt het even voluit naar buiten, maar het zakt enorm snel weer terug naar waar het vandaan kwam. Dus ligt het meestal wat verborgen in de stilte van mijn ziel. Verborgen, omdat zoveel niet kan zoals ik gewend was en graag zou willen. Dat ik mijn vriendin niet begroeten kan zoals we gewend waren. Dat ik vandaag niet naar mijn jarige moeder ga, hoe graag ik ook zou willen. Wij gaan morgen en omdat we als kinderen om de beurt gaan, zie ik mijn broers en zussen en hun kinderen deze keer niet. En als ik ze spreek, op gepaste afstand, is er daarna altijd het knagende gevoel van missen. Omdat het niet zo spontaan is, omdat het niet zo dichtbij is, omdat het, nou ja, niet zo is als ik zou willen. Klink ik nu als een zeurend klein kind? Ik voel me eerder een gevoelig sociaal persoontje die er voluit voor de ander wil zijn. En dat niet kan.

En echt ik snap dat iedereen daar mee te kampen heeft. En iedereen gaat er anders mee om, het is allemaal oké. Maar mag ik het dan alsjeblieft lastig vinden? Mag ik gewoon niet willen wennen aan het nieuwe normaal? Oei wat een irritatie roepen die twee woorden bij mij op. Het nieuwe normaal, het zou wat zeg. Echt ik wil daar gewoon niet aan wennen, ik wil dat nooit normaal gaan vinden. Alles in mij spreekt dat enorm tegen!

Inmiddels wordt de waas elke dag wat minder zwaar. Alsof ik langzaam maar zeker door een soort van rouwproces heen kom om wat was en niet of voorlopig niet meer terug komt. Schrijf ik af en toe een kaartje of ik bel iemand omdat ik wil weten hoe het met hem of haar gaat. Kom ik langzaam weer terug bij mezelf en maak ik wat richtlijnen met mijn hart die ik wel kan doen, die nergens tegenin gaan maar toch fijn zijn om mee te maken. En zo ga ik mijn weg. Waar anderen inmiddels de adrenaline voelen verdwijnen en ze zich langzaam maar zeker af gaan vragen: Hoe lang nog?, ben ik op het punt van: hallo daar, ik ben er weer. Ik ben weer terug bij mezelf. Ik ben weer terug bij jullie. Maar let op hè, ik zeg: op het punt van. Dus geef me gewoon af en toe ook nog een beetje tijd voor de watjes, de vlokjes en de flarden mist. Het is goed zoals het gaat. Want zo gaat het.

donderdag 13 februari 2020

Over grenzen gaan

Al ruim een uur zitten we in de auto. Op weg naar het land over de grens. We wijzen elkaar enthousiast op die ene vreemde stad op het blauwe bord:
- Kijk, we gaan de goede kant op! Vol verwachting kijken we vooruit, op weg naar de grens. En dan opeens is het zover. Het wegdek verandert wat, maar verder lijkt alles nog hetzelfde. En toch, we zijn de grens over gegaan. We hebben er niet zo heel veel van gemerkt, maar het is zo want opeens staat alles in een andere taal. Wilkommen in diesem Land.

Hoe makkelijk lukt dat, de grens over. Ik heb het zelf ook gemerkt. Al rijdend in de truck van mijn leven trok ik van plek naar plaats. Ik hield de voorraad benzine goed op peil, ik  hield de ruiten glanzend schoon en zorgde voor voldoende lucht in de banden. Genoeg. Niet te veel, niet te weinig. En ik deed wat ik kon, zwaaide naar de fietser die ik inhaalde, belde met mijn werkgever, bracht bestellingen bij mensen die dat nodig hadden en hielp die verdrietige jongen die zijn hond kwijt was. Vrolijk ging ik door, anderen helpen maakt me blij. Net als werken en bezig zijn. Bij iemand een lach op het gezicht toveren, dat vind ik één van de mooiste dingen. Tot ik bij de grens aankwam en lekker doorreed. Over de grens. Ik was opeens in een ander land, sprak de taal niet, kon niemand helpen en langzaam zakte het lucht uit mijn banden, besloegen de ruiten en liep de benzinemeter razendsnel terug naar rood. Gevaar! Stop! Ga niet verder! Maar helaas, ik was al over de grens. En zie nu maar weer eens terug te komen. Dat gaat veel langzamer en minder soepel dan gedacht en gehoopt. 

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik kan dat. Heel makkelijk mijn grens over gaan zonder dat echt te merken. Zonder de signalen op te pikken en daar wat mee te doen. Zonder naar mezelf te luisteren en te voelen waar ik stoppen moet. Heel fijn op het moment dat er veel moet gebeuren. Heel lastig als het zover is en je op je blote knieën op zoek moet naar de grens. 

Wie ben ik, waar ben ik en hoe vind ik mezelf weer terug in deze chaos van leven? En trouwens, wat doe ik hier eigenlijk, in dit vreemde land waar geen mens me verstaat en ik met een lege tank m'n truck niet meer voor- of achteruit krijg? Hoezo ben ik hier verzeild geraakt, hoezo ben ik mijn grens overgegaan? Ik dacht dat het een vrije grens was, maar ik moet er nu behoorlijk voor betalen.

Heb ik het fout gedaan? Teveel voor anderen gezorgd? Ik denk van niet. Ik heb de afgelopen maanden echt erg op mezelf gelet, maar wilde er ook zijn voor de mensen die het nodig hadden. Wetend dat dát nog maar even zou kunnen (schoonmoeder) of dat er een eind zou komen aan het intensieve helpen bij de verhuizing (ouders). Maar toch, al het andere, wat zomaar opeens ook even op mijn pad kwam, als daar zijn de WMO, het gezinsleven op zich, het werken aan mijn huwelijk, het er zijn voor de kinderen, de tijd nemen voor mezelf en mijn werk (spannend, blijft dat of houdt ook dat op?), het zijn van die zaken waar geen eind aan lijkt te komen en voor veel van deze zaken is dat fijn. Maar dat neemt niet weg dat het soms te veel is en ik beter moet zoeken naar mijn grens. 
Dan maar iedereen afwijzen? Nee, zeker niet. Maar wel luisteren naar mezelf. Wat kan ik, wat moet ik, wat is nodig?  En vooral: God, mijn Schepper die exact weet hoe ik ben en wat ik aankan geeft niet meer dan lukken gaat. Dus, als Hij dat precies weet, als Hij mijn grens precies weet, waarom zou ik dan niet alles in zijn handen leggen en Hem zeggen dat ik het momenteel even niet zelf kan, maar dat ik weet dat al die personen bij Hem in goede Handen zijn? En dan daar laten? Zien dat het zonder mij ook doorgaat? En voor mezelf de kachel aansteken, koffie zetten en met een goed boek op de bank ploffen omdat dát even is wat ik nu nodig heb? Of een blogje schrijven, wandelen, sporten, wat ik maar wil. Niet vanuit egoïsme, maar om op te laden voor wie weer een beroep op me doet. En dan weer kiezen: wat kan ik, wat wil ik, wat is nodig en -niet in de laatste plaats- Vader, wat wilt U dat ik doe? 

Langzaam stuur ik mijn truck terug. Ik rijd de parkeerplaats af en haal dankbaar adem als ik weer bekende taal zie, een mooi wegdek en Hollands groen. Ik ben geholpen door een lieve vrouw. Ze leidde me door een aantal lessen heen waardoor mijn banden weer lucht kregen, mijn benzinepeil weer in groen stond en de ramen niet meer beslagen waren. Dankbaar dat ik weer aan de goede kant van mijn grens ben, zing ik mee met de radio. En kijk, daar loopt het jochie die ik geholpen heb zijn hond te vinden. Hij zwaait, de hond blaft, ik toeter. 
Wat een dag, wat een dag zal dat zijn. Alle grenzen voorbij, want Hij maakt vrij. 


donderdag 30 januari 2020

De Hersenstichting



En dan is het weer eind januari. Dat betekent: lopen voor de Hersenstichting. Het is de enige stichting voor wie ik loop, maar dan uiteraard wel voor de volle 100% . Overigens doe ik weinig voor minder ;) 

En geloof me, ik maak leuke dingen mee. Het is altijd mooi om te zien hoe mensen reageren als ik mijn vraag heb gesteld: 
-Goedendag, heeft u wat over voor de Hersenstichting? 
De één kijkt zuinig, de ander zegt direct nee. Maar de meesten beginnen zich hardop af te vragen of ze wel los geld in huis hebben. En dat ze, omdat ze dat niet weten, graag even gaan zoeken. Met veel plezier zoek ik mee, maar dat is over het algemeen niet wat ik zeg. Vaak vinden mensen het zelf wel, terwijl ik wacht. En zo niet, dan is er nog geen man overboord. Op mijn collectebus zit een QRcode! Even scannen en door. Terwijl de vriendelijke man of vrouw zijn geld overmaakt, bel ik alweer aan bij het volgende adres. Gaat echt sneller dan geld zoeken, maar ik heb geen haast. Dus lekker doen wat je zelf wilt. Veel mensen vinden die QRcode maar niets, durven dat niet zo goed. Ook even goede vrienden. Geen QRcode, geen los geld, dan is daar altijd nog de bank, het rekeningnummer. Willen de mensen dat ook niet dan bedank ik vriendelijk voor het opendoen en ga een deurtje verder. 

Meestal gaat het goed, lopen met een bus langs de huizen. Maar deze keer was er één man, zo gefrustreerd bij het zien van mijn bus (daar houd ik het tenminste maar op), hij duwde mijn bus zo aan de kant. En dan wel zo dat ik automatisch met de bus meeliep. Hohoho, dacht ik, zo doen we dat niet. Hoezo doet iemand zo, hoezo zo veroordelend en gefrustreerd? Ik bood nog aan, wilt u erover praten? (niet dus). Hij mopperde luidkeels dat het geld nooit bij de mensen terecht kwam voor wie het is bedoeld. Nou, ik begrijp er iets van, maar ik verwacht toch niet dat dat met deze zo bekende stichting het geval is. En anders is dat nog altijd niet mijn verantwoordelijkheid maar die van het bestuur. Ik doe alleen maar mijn werk. Dus heb ik ook deze man hartelijk bedankt voor het open doen en voor deze keer dacht ik: bij jou bel ik niet meer aan. Ook niet als je iets met je hersenen te maken krijgt en je gaat inzien dat we toch wat goeds doen voor de mensen voor het bedoeld is.

Ik heb vaak ook echt plezier in dit stukje vrijwilligerswerk. En soms moet ik gewoon enorm lachen, uiteraard pas als de deur weer dicht zit. Zoals om die ene man, bij mij uit de straat. 
Ik stel de gebruikelijk vraag en hij reageert met:-
- O ja, daar ben ik geweest. Ze bewaren ze hè, wel meer dan 130 jaar. 
Euh... Ik weet niet zo goed wat deze man bedoelt, maar hij is gelukkig enthousiast. Voorzichtig vraag ik waar hij geweest is dan.
-Nou, bij de Hersenstichting. Daar loop je toch voor?
Hm, dat laatste wel ja.
Ik zeg voorzichtig dat hij dan verder is dan ik. Dat ik er nog nooit geweest ben, ondanks de haast twintig jaar dat ik voor ze loop. En wat bewaren ze dan? Ik stel mijn vraag hardop.
-Hersenen! Wel meer dan 130 jaar! Gekoeld!
Ik moet lachen.
-O, maar daar loop ik niet voor hoor. Ik loop voor de levende, maar zieke hersenen. Alzheimer, Autisme, Hersentumor en zo.
Opeens kijkt de man me wat verlegen aan.
-O sorry, ik bekijk het graag een beetje technisch. Maar wacht, ik ga even geld zoeken hoor. Momentje. 
Gelukkig maar. Om nou hier voor gekoelde hersenen te lopen terwijl de wind om mijn oren giert. Je moet er toch niet aan denken zeg. Honderddertig jaar deze kou en erger. In je hersenen. 

Terwijl ik wegloop spettert er een koude harde regendruppel op mijn door haren bedekte hersenen. Mmm, je weet nooit. Toch maar even mijn muts opgezet.

Heb jij de collectant gemist? Ga naar onderstaande link en doneer in mijn digitale collectebus. Alvast dank je wel!
https://hersenstichting.digicollect.nl/aline-van-den-brink-bos?utm_campaign=hersenstichting&utm_content=new_action&utm_medium=email&utm_source=digicollect&utm_source=sendgrid&utm_medium=email&utm_campaign=website



donderdag 19 december 2019

Afscheid van 2019

Liggend op de bank bedenk ik hoe moe ik ben. Ik heb er de hele ochtend over gedaan om de badkamer schoon te krijgen en tussendoor flink gerust. En toch weer zo moe.
Niet uitzonderlijk, zeggen ze dan, je hebt veel meegemaakt. En dat klopt.
Maar ik zou zo graag nog even door willen gaan: op mijn werk, in ons gezin en bij mijn ouders. Kerst vieren bomvol energie en ik had gehoopt het tot 11 januari vol te houden. Daarna was er tijd om wat in te kakken, maar helaas...
Met dat mijn ouders over zijn gehuisd, is het gebeurd met deze dame. En daar baal ik goed van.

Liggend op de bank bedenk ik wat er allemaal gebeurd is het afgelopen jaar. En misschien is dat niet slim, ik word er over het algemeen in elk geval niet blij van, maar het moet ook verwerkt worden. En al liggend en malend word ik een beetje gek van mezelf en besluit toch maar even een blogje te gaan schrijven.

We begonnen dit jaar redelijk goed, tot op 9 januari de Nashvilleverklaring tot ons kwam. Hoe pijnlijk voor onze dochter en dus ook voor ons! Alle goede bedoelingen ten spijt, het heeft ons enorm geraakt. Blij waren we dat geen van onze predikanten hadden getekend, maar toch... De pijn bleef, vooral omdat het voelde als een aanval vanuit je eigen broers en zussen. Nogmaals, het was vast goed bedoeld, maar dat is wat ons betreft grandioos mislukt. Daar begonnen we het jaar mee en het gafons een heleboel onrust en eiste heel veel denkwerk.

Vrij snel daarna kwam onze dochter weer thuis wonen. Wat had dat een impact. Afscheid nemen van onze schoonzoon, dochter opvangen, zoeken naar een plek voor haar, huisje leeg halen, verhuizen naar elders. En ach dat laatste is niet zo schokkend, maar nu ging ze alleen verder. Dat deed enorm veel pijn. We zijn dankbaar dat ze goed is terecht gekomen, dat wel. Maar het was én blijft best wel een heel groot ding, als je kind gaat scheiden.

Op 1 juli werd Rob geopereerd aan drie tenen van twee voeten. Dat was erg behelpen de week erna. Gelukkig had het wel zin, al komt de ontsteking af en toe terug, hij is ook snel weer weg.
Twee weekjes later nem Rob afscheid van school. Klaar om te gaan werken. Dus namen we weer afscheid, nu van een stel fantastisch goede mensen met hart voor kinderen als onze Rob. Best wel raar eigenlijk.

Ook in juli kreeg onze oudste de sleutel van een  nieuw apartement. Een intensieve verhuizing volgde, waar ik echt doodmoe van was. Maar Willeke geniet enorm van haar mooie plekje. Dus doel bereikt!
Gelukkig startte toen ook onze vakantie, uitrusten kon dus direct beginnen. En drie weken thuis was ook echt wel genoeg.

In mijn vakantie begon ik een andere leefstyle, anders eten vooral Dat bracht me enorm veel energie, waardoor ik de laatste maanden heb kunnen doen wat ik wilde doen voor onze moeders en mijn man en kinderen. Daar ben ik erg dankbaar voor. Nu een beetje aan het worstelen met een balans hierin, maar er staan gelukkig lieve en deskundige mensen om me heen.

In augustus ging Rob aan het werk. Helaas was de door ons zo goed voorbereide busroute even stil gelegd ivm de vakantie en wegwerkzaamheden. We reden Rob dagelijks heen en weer, drie weken lang. Gek dat zoiets als zo intensief kan worden ervaren. Zo op de tijd letten, op tijd opstaan, en 's middags weer. Gelukkig reden daarna de bussen weer gewoon, hèhè...

Ergens toen kochten mijn ouders een kleiner huis. Dus een proces van afscheid nemen van mijn geboortehuis, inpakken, uitzoeken, weggooien en bwaren zou gaan aanbreken. Als ze tenminste hun eigen huis verkochten. En dat deden ze. Dus al vrij snel werd alles definitief.

Ook in augustus, de 20ste, werd bij mijn schoonmoeder kanker geconstateerd. Galwegkanker en uitzaaiingen in de lever. Behandeling werd afgeraden. Na een aantal weken werd ze al opgenomen in de hospice, waar ze na weer een aantal weken is overleden op 31 oktober 2019. Wat was het intensief, maar wat was het ook goed. Om haar heen staan, er voor haar zijn, met haar bijbellezen en bidden, allemaal dingen die goed waren om te doen en mee te maken. De begrafenis volgde en de tijd van huis te koop gaan zetten en leeg halen is aangebroken. Intensieve dingen, alweer afscheid nemen.

Negen dagen nadat mijn schoonmoeder hoorde dat ze kanker had, hoorde mijn moeder hetzelfde. Zo kwam het dat ik regelmatig in het ziekenhuis was, twee gesprekken in twee weken met twee oncologen, het was te gek voor woorden. Een operatie volgde, met aansluitend bestralingen. Samen met verhuizen was dit echt wel wat teveel van het goede. Dus ook dat was een intensief traject. Afgelopen maandag zijn ze overgegaan. En wat genieten ze daarvan. Dat is zo mooi om te zien!

En dan zijn we in het hier en nu. Ik denk nog even aan de intensieve gesprekken met de WMO, het feit dat onze Rob 18 werd waardoor er zoveel wettelijk verandert, juist ook qua zorg. Waar je zijn hele leven voor gevochten heb, is plotseling weg.
Daarnaast is Geert zijn examenjaar begonnen, willen we een school voor hem zoeken en moet hij zelf uiteraard een vervolgstudie bedenken. Dus scholen bezocht, gesprekken gehad. Begeleid waar nodig. En daarnaast willen we de verbinding houden met elkaar als man en vrouw en ouders van onze kids. Ook dat lukt, maar geloof me, er zijn tijden dat je er echt weer even helemaal voor moet gaan. Gewoon omdat je, samen, zo druk  bent met anderen en met het verwerken van wat er gebeurt, ben je zelfs druk met jezelf.

En daarnaast, wat me bezig houdt is: dat ik haast het nieuwe jaar niet indurf. Wat moet dat worden? Zal er nu eindelijk rust komen of blijft het zo gaan? Ik weet wel dat elke dag genoeg heeft aan zichzelf, aan 'zijn eigen kwaad' inderdaad. Maar het kan me zo overvallen: en nieuw jaar, terwijl het jaar van nu  genoeg was voor tien. Dan durf ik bijna niet die grens over. Dan wil ik stoppen bij 31 december en dan die datum aanhouden de rest van mijn leven. Niet dat dat uit gaat maken, dat kon nog wel eens een beroerde datum worden dan. Maar het leven is echt zo spannend en zo ongelooflijk onleefbaar soms.

Maar nu, ik probeer me te focussen op de kleine dingen van geluk en dankbaarheid. De kleine dingen die het leven, die God ons ook biedt. Ik vind dat momenteel erg lastig. Bij deze dagen hoort dat terugkijken toch een beetje, tenminste het past bij mij. Maar dit jaar valt me dat enorm zwaar.

Dus dat. Kijk, nu staat het even op een rijtje, zwart op wit. Kan ik nu misschien wel even op de bank zonder te malen. Dat ga ik dan maar weer even proberen. Wie weet. Welterusten!

vrijdag 15 november 2019

Midlife

Het is in het midden van mijn leven, zoals ze dat noemen, vrij vertaald, omdat ik niet van Engels hou en ik verlang vurig terug naar de tijd van toen. Dus stap ik op de fiets, elektrisch, dat wel, en koop een fluitketel. Zeer tot ongenoegen van mijn mannen. En terwijl ik ze oproep tot luisteren zodra die schitterende nieuwe aanwinst begint te zingen, kijken zij mij aan alsof ik gestoord ben. En roepen iets met oud, midlife en crisis...

Inmiddels is de zanglijster vervangen door een beeldschone maar o zo stille waterdispencer. Dan hoeven we niet zo lang te wachten tot het water eindelijk kookt, zo was het mannenargument. En ach, modern als ik ben geniet ik daar ook wel weer van.

En zo ook deze morgen. Vrijdag 15 november. Ik zet de waterdispencer aan en binnen de korste keren hoor ik het hete water het denkbeeldige theeglas indruppelen. Lief en zacht en zonder gezang. Niet helder, niet vals, gewoon niet. Op  deze stille ochtend geen gefluit...
En toch... iets klopt er niet. Voor ik het weet en doorheb, staat het opvangbakje vol met water en als ik niet snel handel zal binnen de kortste keren de twee liter  gekookt en wel over het aanrecht druppelen. Genoeg om te dweilen, waar ik nu nog even niet aan moet denken. Snel trek ik een theeglas uit de kast en zet hem er onder. Boel weer gered... Maar o, wat een goed begin van de dag. Hoe dom kun je zijn!

En zo gaat er wel meer mis momenteel.
Het overlijden van mijn schoonmoeder, alle dingen doorspreken, het condoleren en de begrafenis hakte er behoorlijk in. Ondertussen meedenken met Geert die juist toen toetsweek had. En hoe bleef het allemaal te doen voor hem, voor Rob, voor ons? Redden de meisjes zich en laat ik ook mezelf niet vergeten. Een week vol denken, doen, verdriet en herinneringen, organiseren en reageren, iedereen een stapje voor zijn en zo alles houdbaar houden voor allen, ligt achter me.

En dan deze week. Een week vol voorbereidingen in verband met het feest van mijn ouders. Gisteren waren ze vijfitg jaar getrouwd en ik was vooral bezig met een leuke powerpoint van foto's uit deze vijftig jaar. Ja leuk, dat istie wel geworden. Maar het was ook vreemd om er aan te werken, terwijl we ook spullen opruimden uit het huis van mijn schoonouders, dingen regelden voor de verhuizing van mijn ouders, vierden dat ma woensdag de laatste bestraling had. Het voelde wat dubbel. Na de begrafenis gewoon door. Op naar het volgende. En vanmorgen zuchte ik: nu alleen nog maar verhuizen (mijn ouders dan hè). En o ja, een schoolkeuze maken met Geert. En voorbereidingen treffen voor ons 25 jarig huwelijksfeest in januari, bij leven en welzijn. Zucht.

Wat allemaal zo leuk, gezellig en mooi had kunnen zijn heeft nu toch een zwart randje.
En wat verdrietig staar ik naar mijn waterdispencer. Het theekopje is al vol. En ik heb hem gewoon op tijd uit gezet. Op de automatische piloot. Dat dan weer wel. En ik denk opeens aan dat woord wat ik gisteren las in een gebedsboekje: blijmoedig volharden. Dankbaar voor wat wel is.

Het feest, een waterdispencer en drie mannen in huis. Genoeg reden om dankbaar te zijn. Genoeg om van blijdschap te overstromen! Dus zelf maar fluiten dan.

dinsdag 27 augustus 2019

Afscheid nemen

- Kom, je moet even kijken hoe netjes het op zolder is. Stralend kijkt mijn moeder me aan.
Zondagochtend. Ik wordt vanuit de heerlijk warme zon meegenomen naar de koele woonkamer en weer wat later naar de hete zolder. Wat een orde.
-Best slim zo af en toe hè, verhuizen. Ik knipoog. Mijn ma heeft er echt zin in. Liever gisteren dan vandaag zeg maar. En in de afgelopen week kregen we een enthousiast appje. ´Wil je wat, dan kom je uitzoeken.´ Ik bleef weg. Dat was geen desinteresse. Maar appje gelezen en geparkeerd, ergens ver in mijn achterhoofd. Pas zondagochtend, toen ze me vroeg mee te lopen, dacht ik: o ja!
Er was niets meer uit te zoeken. Ik ben ook niet van al die spullen die ik hebben moet of wil. Ik heb genoeg aan mijn eigen zooi. Maar soms, je weet nooit hè. Dingen en spulletjes waarbij direct prachtherinneringen naar boven komen laat ik niet staan. Sterker nog: die heb ik allang meegenomen.  Dat ene snoeptrommeltje bijvoorbeeld. Felgeel Tupperware, niet eens mooi. Maar elke dag na schooltijd mochten we er twee dropjes uit. Om te smullen. Want dat was het dan hè. Twee dropjes en wat drinken. Punt. De rest kwam bij het avondeten. Aardappelen, groenten en een klein stukje vlees.

Deze zondag zie ik een schilderijtje in het trapgat hangen. Hiervan moet ik het weten:
-Verhuizen jullie die mee? En de foto van uw grootouders?
De foto van mijn overgrootouders gaat mee, maar mijn naam komt achterop. De andere doe ik voorzichtig in mijn fietstas. Een ingelijst kaartje met de trouwtekst van mijn opa en oma daar op. Hangt al vanaf 1939 in de bloedlijn van de familie.

 "Verblijdt u in de hoop, zijt geduldig in de verdrukking, volhardt in het gebed."

Paste exact bij mijn oma. En wil ik nu graag in ons huis.
Samen met nog wat heel oude Jaap en Gerdientjes geef ik het een mooi plaatsje in onze woning.

Maandagavond. Met elkaar zitten we rond de tafel. Mijn schoonfamilie. Samen luisteren we naar mijn schoonmoeder. Vorige week is bij haar galwegkanker geconstateerd met veel uitzaaiingen in de lever. Conclusie: uitbehandeld. Nog voor behandeling plaatsvond. 
Mijn schoonmoeder is dapper en moedig en denkt erg ver vooruit. Ze wil nu graag alles verdelen en al heel veel opruimen, zodat wij dat niet hoeven te doen. Best een beetje lastig. Soms denk ik, er zijn belangrijkere dingen. Maar dit is voor haar belangrijk en daarom gaan we er in mee. Ik zie het als uiting van liefde voor ons. Wat gedaan is hoeven jullie niet meer te doen. 
In een totaal andere sfeer als zondag zitten we rond ma. We overleggen, verdelen wat belangrijkere dingen en taken en luisteren vooral. Er is geen enthousiasme over wat we meekrijgen, geen blijdschap omdat er opgeruimd wordt, er is pijn, verdriet en onzekerheid over wat komen gaat.

Zo is het leven hè. Onzeker, vaak vol pijn. Omgaan met gemis en afscheid nemen is volgens mij niemands sterke kant, tenzij er iets heel fijns voor in de plaats komt. Zoals bij mijn ouders. Kleiner wonen, minder tuin, minder zooi, ze kijken er naar uit. En het is ze gegund. Maar ook bij hen merk ik dat afscheid nemen van bepaalde dingetjes pijn doet. Je laat ten diepste de herinnering aan een herinnering los. Iets wat was en nooit meer terugkomt. Maar afscheid nemen van iemand die een levenlang met je is meegegaan is zwaar. Sterven hoort bij het leven, zeggen ze, maar zo was het niet bedoelt. Afscheid nemen is een beetje sterven. Zeggen ze ook en daar voel ik in mee. 

Wat ons het komende half jaar te wachten staat? Feit is dat afscheid nemen centraal staat. Van mijn ouderlijk geboortehuis, van iemand die me dicht bij staat. Zwaar genoeg lijkt me. Daarom neem ik vrijwillig afscheid van dingen die me nu even te veel zijn. Sport, vrijwilligerswerk enzo. Nu alleen even wat er toe doet. De rest komt wel weer. Of niet. De tijd gaat het leren.
Eén ding staat boven alles. Eén Iemand bedoel ik. Verandert niet, blijft altijd en heeft alles in Zijn hand. Mijn schoonmoeder, mijn ouders en mij. 

Ik kijk nog eens naar de trouwtekst van mijn opa en oma. En ik weet: Focus je op Hem die hoop, geduld en volharding geeft. En doe wat je hart vindt om te doen. In Zijn Geest leef ik voor Hem en voor de ander. Dat geeft houvast. Nu en bij het naderende afscheid. 

Pagina's