Posts tonen met het label christen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label christen. Alle posts tonen

woensdag 19 mei 2021

Groot genoeg




Elke keer raakt het me weer. Bovenstaande afbeelding, die ik gisteren weer zag in de Gebedstuin bij de Zusters. (Elim in Amerongen) Ik was er voor de vijfde keer, voor de tweede keer alleen. De vorige keer regende het dat het goot, maar een echte Hollandse meid als ik ben geeft daar natuurlijk niet om. Toch was ik dankbaar voor het prachtige weer van deze dinsdagmiddag. 

Ik loop de tuin in op de volgorde zoals aangegeven, het boekje in mijn hand. Ik lees de bordjes, maar ook de tekst uit het boekje, terwijl ik voorzichtig neerzak op het boomkrukje. Op het natte boomkrukje. Maar de zon schijnt op mijn gezicht en hoewel ik voor me uitgebeeld zie de breuk tussen God en mensen, ervaar ik Gods genade bovenmate door de warmte van Zijn liefde. 

De zon verdwijnt stilletjes achter een wolk, teken voor mij om verder te gaan, het pad verder te lopen naar nummer twee. Het kruis, de verbindingsschakel tussen God en mensen, waarvan Jezus het middelpunt is. Hij verbindt, herstelt, geneest en bevrijdt. En weer komt de zon. En  weer zak ik op het natte bankje voor de uitbeelding. En weer word ik ontroerd door Gods liefde zo heel dicht bij. 

En elke keer 

als de zon verdwijnt 

en ik verder loop, 

is de zon daar weer, 

nog voor ik bij het volgende punt ben!

Nummer drie, een open graf, Jezus leeft! Nummer vier, de Heilige Geest leidt. Een beeld van Jannie Slingerland staat hier afgebeeld. Ik wil dit graag met jullie delen, daarom heb ik hem er even bij gezocht. Zo mooi is dit. De Heilige Geest is gekomen (Pinksteren) en dat mogen we vieren. Waarom? Omdat we er niet alleen voor staan. Hij leidt. Kijk maar hoe de beeldhouwer dit heeft ontworpen, zo treffend. De Geest leidt niet door dwingend de weg te gaan, dan had hij me wel bij m'n heupen gepakt, zodat ik alleen maar lopen kon waar Hij zou willen. Nee, de Geest staat achter me, staat boven me en leidt. Losjes liggen mijn handen in de Zijne. Zijn handen om de mijne heen. Vlakbij loopt Hij, net achter me, maar Hij is groot genoeg om het overzicht te zien. En als het moet is Hij bij machte me van voren en van achteren te beschermen met Zijn aanwezigheid. En nou ja, ik zeg het maar eerlijk, dat is wel erg fijn ja. Vanuit mezelf gebeurt er niet veel goeds, Zijn leiding en aanwezigheid heb ik zo hard nodig, elk moment van de dag weer!

Dit beeld troost mij enorm. En  het deed me diep van binnen neerknielen bij het beeld van nummer vijf, waar gezegd wordt dat alleen aanbidding overblijft als je op je in laat werken Wie onze God wil zijn. 

En terwijl ik verder ga, afwisselend zittend en lopend, biddend en kijkend, luisterend en lezend kom ik in deze met zonnestralen overgoten gebedstuin bij de Jordaan. In het boekje staat bij deze uitleg het lied van Hans Maat, Sela, Ik zal er zijn. En ik zing het zachtjes voor me uit:

 Ik ben die Ik ben is Uw eeuwige Naam, 

onnoembaar aanwezig kent U mijn bestaan. 

Hoe adembenemend ontroerend dichtbij. 

Uw Naam is Ik ben en Ik zal er zijn. 

En terwijl ik dit vasthoud, loop ik van 10 naar 1, pak mijn fiets en dank God voor Zijn grote genade en liefde. Zichtbaar voel ik het op mijn gezicht, Zijn Zon, Zijn warmte. En terwijl ik alleen maar gebeden had of het droog mocht blijven denk ik er nu over na of ik niet mijn jas uit moet doen, de zon is zo warm. 

God geeft altijd meer dan je vraagt. 

Zo is Hij.

Groot genoeg.



zondag 18 april 2021

U leert me lopen op het water? Nou, liever niet...

Soms kun je het idee hebben dat alles je bij de handen afbreekt. Ken je dat gevoel? Dat je allerlei mensen om je heen ziet omvallen, dat je dingen waarvan je houdt kapot ziet gaan, mensen ziet worstelen met van alles en nog wat, collectief of persoonlijk en dat je dan naar jezelf kijkt en denkt: is dit het nou? 

Is dít het nou? Leven, vreugde, overvloed? Is dit het nou zoals ik zou willen? Is dit het nou zoals God bedoeld heeft? Ken je die vragen ook? Ik wel. En ik heb er al eens eerder over geblogd. Hoe het verleden vat op me krijgt. Wat is er allemaal niet gebeurd in mijn leven wat me heeft veranderd! Wat me heeft gebracht op de plek waar ik nu ben maar ook wat me heeft bezorgd aan gevoel van verdriet, gemis, pijn en verlies? 

Het is op een avond na zo'n dag vol vragen dat er een lied in me op komt. Ik zing het zacht in gedachten en ik voel me enorm getriggerd. Dit is zo'n irritant lied! Waarom komt dat nu op? Waarom lig ik dat nu te zingen terwijl ik wil slapen. 

U leert me lopen op het water  Nee! dat wil ik niet, ik ben echt heel bang voor water!
De oceaan is weids en diep  - Daarom ja, wegzinken en nooit meer terugkomen, dat is wat er dan gebeurd

En als de golven overslaan  Ik voel het en ik huiver, de golven over me heen, dat betekent mijn dood
Dan blijf ik hopen op uw Naam  Nou ja, dat hoop ik dan maar hè
Mijn ziel vindt rust  - Rust? Op het water??
Want in de storm bent U dichtbij   Rust hè, geen storm dan toch, dat gaat toch niet samen op?
Ik ben van U en U van mij Gelukkig maar, dat dan weer wel

Zo beleef ik dat lied. En ik kan er niets aan doen, maar ik kan me zo ergeren aan mensen die dit meezingen en vol overgave hun handen opheffen en zich aan God overgeven. Ik weet, ik ben veilig bij Hem, maar ik ga niet verlangen naar leren lopen op het water. Petrus vroeg erom en Jezus gaf toe, maar het was niet Jezus' eigen keuze om Petrus uit de boot te laten stappen. De rest van de discipelen mocht gewoon blijven zitten. Dan was al heftig genoeg, terwijl de storm en wind hen heen en weer joeg en ze in de pikdonkere nacht alleen maar een zwart diep gat onder zich zagen.  En terwijl ik zeker weet dat God voor me zorgt, dank ik Hem dat ik in mijn bootje mag blijven zitten en Hij naar mij toe komt, me in dat bootje omhelst en vast houdt. Voor mij is dat genoeg. Voor Hem ook.

De zinnen die hierboven ontbreken (voor wie het lied kent) blijven als een enorm refrein in mijn hoofd naschallen, daar, liggend in mijn bed. En uiteindelijk resoneren ze in mijn hart. En ga ik het een beetje begrijpen:

U vraagt me alles los te laten
Daar vind ik U en ik twijfel niet

U leert me alles los te laten... Alles. Loslaten. U leert me dat. En opeens weet ik het. De pijn van het verleden, de angst voor de toekomst. Alles mag ik loslaten. De mensen om me heen waar ik me zorgen over maak. De dingen die gebeuren in mijn kleine en in de grote wereld en de onrust die dat alles teweeg brengt. U leert me alles los te laten. Zo los te laten dat ik weet en niet twijfel dat Hij me vast zal houden. En dan dat zeker weten vasthouden, me vastklampen aan Zijn Woord en aan Mijn Redder. Dan twijfel ik niet. Misschien wel aan deze wereld en mezelf, maar niet aan Hem die deze wereld vasthoudt. 

De diepste zee is vol genade
Uw sterke hand, die houdt mij vast
En als mijn voeten zouden falen
Dan faalt U niet, want Uw trouw houdt stand

Zingend word ik, na een goede nacht, wakker. De zinnen resoneren opnieuw in mijn hart. En ik zing door:

Geest van God, leer mij te gaan over de golven
In vertrouwen U te volgen
Te gaan waar U mij heen leidt
Leid me verder dan mijn voeten kunnen dragen
Ik vertrouw op Uw genade
Want ik ben in Uw nabijheid

Eng? Zeker wel als je kijkt naar de zwarte nacht en het donkere water. Maar ik ben in Zijn nabijheid en vooral andersom: Hij is in mijn nabijheid. Hij zoekt me altijd weer op. En houdt me vast. Dus toch maar zingen, dit lied. Zing je mee? 




woensdag 24 februari 2021

Het is nooit to much

 'Al was het maar één kruimel.'

De titel van het dagboekstukje staart me vrolijk aan, de donkeroranje letters doen vóórkomen alsof dit de mooiste woorden uit de Bijbel zijn. En nog voor ik begin te lezen voel ik de ergernis. Zoals altijd als ik dit lees. 

'Al was het maar één kruimel.'

De zin uit de Bijbel is uitgesproken door een vrouw die niet bij het volk van Israël hoorde, maar wel aan Jezus vroeg om genezing. Het gesprek gaat over in een voorbeeld waarin de vrouw uiteindelijk zegt dat de honden die rond de eettafel lopen de kruimeltjes die de kinderen laten vallen, onder die tafel oplikken. 

'Al was het maar één kruimel.'

Heeft de vrouw het hier over zichzelf, dat ze als een hondje de kruimels likt? Zo wordt het wel vaak gebracht. Maar mijns inziens gaat ze gewoon mee in het voorbeeld wat Jezus haar geeft. Hij zegt eerder in het gesprek dat het niet goed is eerst de hondjes iets te geven nog voor de kinderen het brood hebben gehad. En ja, daar kan ik het wel mee eens zijn. En deze vrouw beaamt dat. Ja zegt ze, maar diezelfde hondjes likken wel de kruimels onder tafel op.

'Al was het maar één kruimel.'

Heeft de vrouw genoeg aan een kruimel? Of: Moeten wij God bidden om een kruimel genade, een beetje genezing? Terwijl Zijn enorme liefde voor ons, ons alles wil geven wat we nodig hebben? Mogen we genoegen nemen met alleen maar een kruimel van Zijn heerlijkheid? Lees maar eens goed. De vrouw komt naar Jezus toe om te vragen of Hij de demon uit haar dochter wilt uitwerpen. Niet een beetje demon, niet een kruimeltje demon maar gewoon helemaal. Voor altijd over en uit dat meiske, volledig genezen. Dus als we het voorbeeld van deze niet Joodse vrouw mogen volgen, mogen we bidden om alles, compleet en volledig. Eenvoudig weg omdat Jezus geen half werk doet.

'Al was het maar één kruimel.'

De laatste tijd hoor ik enorm veel bidden in allerlei kerken. Wat bidden we? Of de maatregelen weer minder mogen worden, of corona minder mag worden, of het vaccin wel helpt, en o ja, dank U Heere, voor het vaccin 😳 Laatst hoorde ik een dominee die wel dankte voor het vaccin maar niet bad of God de corona compleet wilde verwijderen, verwoesten, uitwerpen. Als die vrouw die dat bidt voor haar dochtertje. Werp hem uit Heere, die demon en maak alstublieft mijn dochtertje gezond! 

'Al was het maar één kruimel.'

Misschien is het goed. Nee, fout. Het is goed om samen op de knieën te gaan, onze plaats te weten, klein voor onze God te worden, onze schuld te belijden, ook de collectieve schuld van ons land en in Zijn Naam te bidden dat corona compleet verdwijnt. En niet alleen dat virus, maar ook al het lijden wat het met zich mee brengt. Psychisch, sociaal, financieel en maatschappelijk. Niet zodat we door kunnen in deze wereld zoals we gewend zijn of waren, maar tot eer van onze God en Heere, die alle ziekten, alle zonden op zich genomen heeft zodat Hij ons Zijn liefde kon geven.

'Al was het maar één kruimel.'

Nee, Hij gaf zichzelf. Hij gaf alles. En dat wil Hij nog doen. Bid daarom om herstel, vernieuwing,  bekering en gezondheid in Zijn Naam. Hij geeft graag en in overvloed. Vaak is dat meer dan we durven vragen. Dus waarom niet gewoon doen? 

donderdag 4 februari 2021

Stop het gevecht, omhels je situatie

Terwijl mijn oren licht suizen en het kussen één oor helemaal doof maakt, open ik voorzichtig mijn ogen. Gelukkig, het lampje doet het nog. Ik sluit mijn ogen weer en haal eens diep adem. Mijn hand onder mijn buik gedraaid, stevig tegen mijn lijf aangedrukt en ik draai maar gewoon even helemaal op mijn buik. De hand ondersteunt mijn rug, maar niet heel lang kan ik zo liggen. Het is mijn lighouding als ik onrustig ben. Alsof ik dan met heel mijn gewicht mijn matras in zak. Alsof dat helpt. Maar eigenlijk helpt niets. Al sinds ik corona had, is dit mijn manier van in slaap vallen. De onrust neemt toe naarmate ik slechter slaap. Want stel dat ik wakker word en niet meer kan slapen? Ik heb al verschillende keren op een uiterst vroeg tijdstip beneden gezeten. Want eenmaal wakker, dan wil mijn lijf actie. Om zo de onrust weg te werken. Maar ondertussen word ik steeds meer moe 😓

Stil wacht ik tot het kloppen van mijn hart, wat zich uit in gebons in mijn oren, wat minder wordt. Ik tel mijn hartslag, probeer hem zo zachtjes aan wat te laten zakken. Ik zing in stilte een psalm, psalm 84 deze keer, alle verzen. Dat helpt me te richten op mijn Koning in plaats van op mijn onrust. Want die relatie wil ik voeden en niet mijn angst. 

Dan is daar opeens die gedachte. Of is het een stem in mijn hart? Ja, ik geloof het echt. God komt heel persoonlijk tot mij en spreekt mij aan. Een liefdevolle vermaning klinkt in mijn hart en resoneert in mijn hele lijf. Woorden die ik niet mag vergeten! 

'Mijn lieve dochter. Stop nu toch eens met dat vechten. Je bent alleen maar aan het vechten tegen alles wat er gebeurt en gebeurd is. Stop er maar mee, je wint het toch niet. Omhels deze wereld, met alle lellende die er in is. Omhels deze wereld, want Ik heb hem gemaakt en Ik houd hem vast. Omhels de situatie waar je in zit en geef Mijn liefde en genade door aan anderen. Door een glimlach, een positief woord, door liefde te geven die je van Mij hebt ontvangen. En ja, terwijl jij Mijn wereld omhelst, houd Ik je vast. Ik draag je door deze moeilijke tijden en Ik houd alles in mijn hand.' 

En met dat deze woorden zich één maken met mijn lijf en geest komt er een rust over me die ik in tijden niet gehad hebt. En met de zekerheid dat God me vasthoudt, voel ik dat het me lukt om deze wereld te omhelzen, corona te omhelzen, onze situatie te omhelzen en de beperkingen te omhelzen. En ik ervaar  dat ik kracht krijg om dwars door die situatie's heen het verschil te maken. Ik voel mijn vechtlust tegen alle maatregelen verdwijnen. Ik hoef helemaal niet te vechten. Het is Gods strijd. Ik hoef eigenlijk helemaal niets. Hij houdt me vast en door Hem kan ik worden wie Hij wilt dat ik ben. 

Die nacht slaap ik weer niet in één keer door. Maar de momenten dat ik wakker lig, ervaar ik zo Zijn aanwezigheid dat ik rustig kan blijven liggen en mag genieten van het feit gedragen te worden. En denk ik na. Is omhelzen hetzelfde als accepteren? In zekere zin wel, maar voor mij voelt het nu niet alsof ik alles klakkeloos aan ga nemen van wat moet. Ik blijf kritisch kijken naar alles wat er gebeurt, maar boven alles staat Mijn Heere, die vasthoudt en draagt. Dat wist ik al, maar weet dat nu uit eerste Hand. Hij, de God van vrede en rust geeft dan ook rust. 

Als ik van de wekker wakker wordt (!) en peins over deze bijzondere nacht, komt als bevestiging het lied van Matthijn Buwalda in mij op. Klik hier maar even, de tekst lees je hieronder. 

Sterke held
Ik kijk naar jouw gevecht
Je sterke rug lijkt elke dag
Een beetje minder recht
Geef je hand
En geen gebalde vuist
Ik kan niets geven
Zo lang jij voor Mij je handen sluit

Je kunt de strijd tegen jezelf niet winnen
Al vecht je door tot aan de dood
Je kunt er niets tegen beginnen
Dus waarom houd jij je groot?

Staak de strijd
Dit is niet langer jouw gevecht
Verlies jezelf
Dan win je echt
Geef het aan Mij
Stop je verzet

Staak de strijd
Die Ik gewonnen heb voor jou
omdat je die nooit winnen zou
Geef het aan Mij
En word gered

Sterke held
Geef mij je woede maar
Als jij je over geeft
Ligt hier de overwinning klaar
Laar het los
En geef je last aan Mij
Ik heb gevochten aan een kruis
zodat je vrij kunt zijn

Als je uitgeput bent
Kom tot Mij
Als je moe gestreden bent
Ik sta aan jouw kant
Als je stil kunt zijn
En je Mij als God erkent

donderdag 14 januari 2021

Jezus regeert

'Nog een dag, dan is het huis weer voor onszelf, heb ik af en toe het huis weer alleen en kunnen we weer wonen op de plek die daarvoor is bedoeld.'

Hiermee eindigde ik mijn vorige blog van o zo 2020. Want dat is wat ik dacht dat er ging gebeuren. Maar niets is wat het lijkt. Diezelfde dag kwam manlief thuis met wat klachten als hoesten en moe. Logisch, na zo'n verbouwing klap je toch een beetje in, niet waar? Maar de klachten bleven en verergerden en vanaf toen zaten we zomaar opeens in quarantaine. Dolblij waren we dat het niet wat eerder gebeurde! Dan had zoveel niet door kunnen gaan! Nu konden we volop genieten van onze nieuwe keuken, de houtkachel en ons oude maar o zo vertrouwde bankstel. Maar het voelde wat vreemd. Niet thuis. En het was natuurlijk een verplicht nummertje, dat thuisblijven. Niets aan dus. Al het werk wat ons wachtte probeerde ik nog netjes te doen, maar vermoeidheid nam de overhand en de spierpijn die bij mij kwam opzetten was verre van normaal. Met totaal andere klachten, was de diagnose hetzelfde. Corona. Ook de jongens deden goed mee. En zo duurde het twee weken voor we weer naar buiten zijn gegaan. We brachten, net als vele anderen Kerst in afzondering door. Reikhalzend keek ik uit naar de dag dat ik weer klachtenvrij zou zijn en naar buiten mocht. Maar o help, zo simpel ging dat niet. Ergens was een blokkade ontstaan die me toefluisterde dat het buiten eng was. Er kwam een enorme onrust in mijn lijf die zich uitte in paniekaanvallen 's nachts. Als het donker dreigde, de straat in dikke duisternis was gehuld, mijn slaapkamer aanvoelde als een gevangenis en heel mijn lijf en geest protesteerden bij elk rustmoment die ik nam. Rust? Niets ervan. Actie! Bewegen! De manier om de onrust uit mijn lijf te krijgen. Maar ondertussen zag ik er enorm tegenop naar de super te gaan, te moeten gaan werken, helemaal in m'n uppie, zelfs zonder klanten! en weer bij al die andere mensen te zijn. Dit was echt heel raar. Ik herkende mezelf niet meer. Alles was anders geworden na twee weken binnen zitten. Mijn huis was anders, mooi maar best wennen en dat gaf een soort van vakantiegevoel. Mijn lijf deed gek, na de rust en het ziek zijn van twee weken, alsof ik op vakantie was in eigen huis. Dus dan zal buiten in deze grote donkere wereld ook wel alles anders zijn.

Ik ben als eerste naar de Ekoplaza gegaan. Gewoon omdat ik het daar niet druk verwachtte. Dat zou ik toch wel aan kunnen? En ja hoor, dat ging prima. Die ene klant achter me, dat was vooral gezellig. En langzaam maar zeker kwam ik tot de ontdekking dat de wereld niet zo heel gek anders was geworden in de afgelopen weken. Niet anders. Wel wat gekker. De mensen zijn niet meer zo vriendelijk, de meesten kijken me angstvallig aan, houden fikse afstand, of, onherkenbaar als ze zijn met zo'n mondkapje, ze komen te dichtbij zonder vriendelijk te doen. Het sfeertje van ik-voor-mezelf-en-jij-zoekt-het-maar-uit heeft absoluut de overhand gekregen. Angst lijkt te regeren en de onrust in mijn lijf doet daar lekker aan mee. 

Maar ho, wacht even, spreek ik mezelf toe. Wat nou angst regeert! Daar is toch zeker helemaal niets van waar? God regeert. Ik hoef niet bang te zijn, want Hij staat voor mij, achter mij, boven mij en onder mij. Hij is om mij heen en vooral ook in mij. Zijn Vrede en Licht regeren in mij en door mij heen. Ervaar ik dat steeds, leef ik steeds zo? Nee, de onrust neemt nog regelmatig de overhand. Want wat kan ik anders zeggen dan dat deze, door Zijn hand geschapen, wereld knettergek lijkt te zijn geworden? Maar toch weet ik: ik -en jij-, wij hoeven niet bang te zijn. Bij Hem zijn we veilig, wat er ook gebeurt. En ik moedig mezelf aan dát te blijven geloven, Hem te blijven zoeken en vinden, de relatie open te houden, het lijntje kort te houden en in Zijn aanwezigheid te schuilen. Hij is mijn enige houvast. Hij is  mijn Koning. Niet corona regeert, niet de angst regeert maar Jezus regeert. Zelfs dwars door onrust en duisternis heen regeert Hij met Zijn vrede en Licht in mij. Duizendmaal Dank o Heer!

woensdag 21 oktober 2020

Leven op afstand

 "Ze schudt nooit iemand de hand. Ze geeft niemand ooit een zoen. Omhelst nooit iemand. Wordt door iedereen op afstand gehouden. Hoe vaak zal ze zich al hebben afgevraagd of ze niet beter dood kan zijn?"

Wat verbaasd kijk ik op uit mijn boek. Dit komt, gelukkig deels, wel heel erg bekend voor. Wat staat daar nou! Ik lees het nog eens. "Ze schudt nooit iemand de hand. Ze geeft nooit iemand een zoen. Omhelst nooit iemand. Wordt door iedereen op afstand gehouden." Tjonge, denk ik, ze draagt nog net geen mondkapje. Hoewel, je weet natuurlijk nooit hoe het toen was. Misschien was er wel een complete hoofdkap, waar alleen nog ogen zichtbaar door waren. Dát is pas erg. Ik hap naar lucht, poeh, ik krijg het er gewoon nu al benauwd van. Wat hebben wij het goed hier dan, met alleen een mondkapje, geen zoen, geen hand, geen omhelzing, wel afstand.  

Ik lees verder. Twaalf jaar. Wát! Twaalf jaar al zo leven? Zonder zoen, zonder hand, zonder een fikse knuffel. Met fors mondkapje en op afstand. Twaalf jaar lang. Je man zien maar hem niet aan mogen raken. Je kinderen op zien groeien tot mooie volwassen individuen, maar door hen niet aangekeken worden. Je buren horen fluisteren, jezelf buitengesloten voelen en altijd, ja echt altijd eenzaam en alleen. 

Vorig jaar dacht ik nog, ja zo ging dat vroeger. Dan werd je ziek en of je daar nu wat aan kon doen of niet, je werd buitengesloten, want je was onrein. En al gaf je al je geld, al deed je je uiterste best, als je niet te helpen was en je niet beter werd, had je vast iets heel ergs fout gedaan.

Gelukkig is het nu anders, al had ik nooit verwacht dat ik me toch zou kunnen gaan herkennen in deze vrouw, zij het maar een klein beetje. We weten hier nu ook wat het is: geen handschudden, geen geknuffel, geen zoen. Afstand houden en mondkapje voor. Niet dat dat verplicht is, maar wel zeer aanbevolen. Een vergeten? (Ja, dat overkomt mij soms zomaar...) O help, dan word je aangestaard als een gevaarlijk persoon. Iemand die heel misschien, nee, haast wel zeker, de boel komt aansteken, dus nu graag iets meer dan de anderhalve meter. Ik had nooit verwacht dat wij beschaafde mensen ooit zó bang zouden worden voor een virus die niet zichtbaar, maar o zo voelbaar aanwezig kan zijn. Soms, heel soms zelfs draag je hem ongemerkt met je mee. Dus uitkijken allemaal, en vergeet je mondkapje niet! 

Zelf sta ik hier meestal wat nuchter in. Ik eet gezond, zorg voor voldoende rust, neem wat extra groentes of vitamientjes en houd me aan de regels. Kortom, ik neem mijn verantwoordelijkheid. En gelukkig kan ik thuis behoorlijk wat knuffelen, zoenen, handenschudden en dichtbij komen. Veel zwaarder is dit alles voor zieken of alleengaanden, die niet bij een huishouden horen en dus echt alleen, op afstand van iedereen door het leven gaan. 

Zo ook deze vrouw. Twaalf lange jaren ploetert ze in haar uppie. Maar o wonder, ze heeft nu een medicijn. Een redmiddel. Eindelijk zal het goed met haar gaan. Verlangend kijkt ze uit naar de aanraking met Jezus. Euh, wacht even, aanraking? Met Jezus? Terwijl ze onrein is en afstand moet houden? Is dat niet een beetje onzinnig en levensgevaarlijk?! Moet ze niet haar verantwoordelijkheid nemen voor zichtzelf én al die mensen om Jezus heen? En wat te denken van Jezus zelf? Maar ze gaat. Is het hoop of wanhoop? Ze raakt zijn kleren aan, zoekt bescherming bij Hem en voelt dat ze geneest. Snel wegglippen is er niet bij. Bedekt in haar kapjes wordt ze toch herkent. Dochter noemt Jezus haar. Hij adopteert haar direct als kind van Zijn Vader, heet haar welkom in de familie en geneest, herstelt wat gebroken is. Hij werd van deze onreine niet onrein, maar maakte met Zijn reinheid deze vrouw rein. 

Zo'n gebeurtenis maakt me ten opzichte van de tijd van nu nuchter. Ik weet me een kind van mijn Vader. Ik weet me veilig bij Hem. Hij beschermt, misschien inderdaad wel dwars door de dood heen. Maar dan nog. Ik zoek het gevaar niet op, maar ik ga ook niet als een angsthaasje de supermarkt in, ontlopend wie geen kapje heeft. Ik zie vooral achter zo'n mondkapje een angstige maatschappij die niet weet waar ze haar houvast en bescherming moet zoeken. Tegen jou wil ik zeggen: Laat de angst voor ziekte en dood niet overheersen terwijl je leeft! Er is Eén iemand die de kroon (corona) van eeuwigheid draagt. Ook voor jou. Hij is Mijn Koning en Hij regeert over leven en dood. Waakt over mij en jou. Of je nu met of zonder mondkapje loopt, Hij ziet je hart. Dus neem ik mijn verantwoordelijkheid en schuil bij Hem. Hij omhelst, Hij geeft liefde, Hij komt heel dichtbij. Hij is er. En zal zijn. Nu en altijd.


Geïnspireerd door: Laat je bevrijden, Charles Martin


maandag 13 april 2020

Jezus en de Anderhalve meter samenleving

- Lieverdjes, kunnen we het alsjeblieft ergens anders over hebben?
Hoe vaak ik die vraag niet gesteld heb gisteren tijdens onze gezinsbbq terwijl we genoten van de zon, het eten en elkaar. En gek, ik deed er zelf aan mee, elke keer kwamen we er toch weer op terug. En dan vroeg ik weer:
- Lieverdjes, kunnen we het alsjeblieft ergens anders over hebben?
En ja hoor, dan deden we weer ons best. Begonnen we over Pasen, of over lekker eten. Kwamen we daarvandaan op kerkdiensten en restaurants en ja hoor! Zucht...

Onze Rob wordt er erg onrustig van. En de rest ook. Ik ook. Het is niet niets wat er gebeurd en de onzekerheid van hoe lang nog is een grote vraag waarop geen antwoord te krijgen is. Dus zo af en toe erover praten is prima te doen, maar soms wordt het ons allemaal te veel. Desondanks gaan we er gewoon over door.

Corona. Een allesplatleggend virus. Een compleet ontregelde samenleving. Een anderhalve meter samenleving. En de klant die zaterdag beweerde dat dát laatste altijd zo zou gaan blijven, kreeg behoorlijk ongezouten mij mening terug, want het steigert met alles wat in me is. Ik ben een mensenmens en houd van leuke gesprekken en mooie contacten, van dichtbij en openheid. Van knuffels, een hand op de schouder, een arm om iemand heen. En dus kost het me enorm veel moeite die anderhalve meter te handhaven, maar ik doe, al zeg ik het zelf, het keurig. En gelukkig went het ook een beetje. Gelukkig in die zin dat als ik anderhalve meter afstand neem als ik een wandelaar tegenkom, dat die persoon me niet meer argwanend aankijk en afstand meet, maar tegenwoordig weer gewoon groet. Iets menselijks is weer terug, zij het op gepaste afstand.

Bij mij komt de vraag weer boven: wat zou Jezus doen in de situatie als de onze? En ik heb daar wat over na zitten denken. Ik weet dat Hij boven ziekte stond en juist een besmet iemand rein maakte, terwijl Hijzelf rein bleef. Hij genas melaatsten en hield zich daarbij niet aan de anderhalve meter. Terwijl die mensen apart moesten wonen, een lock down in eigen park zeg maar, en áls ze ook maar het lef hadden in de bewoonde wereld te komen, moesten ze mensen waarschuwen door heel hard "Melaats" te roepen. Met andere woorden: aan de kant, ik ben besmettelijk en als je in de buurt komt, brengt jouw dat misschien in levensgevaar. Komt je bekend voor? Niets nieuws onder de zon, toch? (Behalve dan misschien een komende app in plaats van je eigen zwakke stemgeluid...)

Jezus komt dichtbij. Hij stond met meeleven en veel liefde naast de zieke en genas. Zonder zich te bekommeren om zijn eigen gezondheid raakte Hij de melaatse aan en nam Zijn ziekten op zich. Wetend dat Hij daarin deed waarvoor Hij kwam en tegelijk genezing bood aan lichaam en geest. Hoe vaak was het niet dat niet alleen de ziekte weg was maar Jezus ook zei dat de zonden vergeven waren?

Pasen 2020 is weer voorbij. Jezus leeft! Ondanks alle ziekten en zonden die Hij op zich nam aan het kruis. Ondanks dat Hij de volledige straf heeft gedragen voor iedereen die gelooft. Ondanks alle geselslagen en spot die Hij meemaakte. Ondanks het verlaten zijn door Zijn Vader tijdens de drie uur durende duisternis. Ondanks dat leeft Hij. Stond Hij op uit de dood en zei Hij tegen de mensen om Hem heen en nu ook tegen ons: Ik ben het. Wees niet bang.

Wat Jezus zou doen in de tijd van Corona? Hij zou meeleven waar Hij kon, Hij zou helpen en er zijn. Hij zou genezen en herstellen, kracht geven, liefde en moed. Troosten waar nodig. Hij zou zijn verantwoordelijkheid dragen en zich niet laten leiden of lijden door angst.
Laten we net als Jezus doen, zoveel als we kunnen. Er zijn voor de ander, bid om genezing, herstel, kracht en troost en zorg ervoor dat je er bent. Zodat de ander in jou iets van Jezus ziet. Zijn liefde, Zijn kracht en troost geeft hoop in deze tijd van afstand en ellende. En wat kunnen we anders dan staan in Zijn kracht en uitdelen zoals Hij deed? Houd moed, Hij is er bij! En Hij is Liefde!

Luister en kijk voor hoopvolle woorden deze Paasdienst, klik hier.


maandag 23 maart 2020

Liefde doet

Zo, m'n mooiste kleren aan, mijn geld in mijn buidel, huissleutel op zak. Alles klaar, checkcheck dubbel check. Yeh, ik kan gaan.
Terwijl ik de voordeur zorgvuldig op slot draai word ik overvallen door een intens gevoel van teleurstelling. Moet je zien hoe druk het al is. Ik heb echt mijn tijd weer verspild door urenlang na te denken over wat ik vandaag aan zou doen. Elke dag nieuwe kleren aan is best leuk, maar soms zou ik gewoon even rond willen lopen in spijkerbroek en shirt. Maar dat is not done. Per slot van rekening moet ik laten zien wie ik ben. En mijn identiteit zit in mijn rijkdom. Verder valt er niet veel eer meer aan me te behalen. Dus ja..

Al stoeptegels tellend ga ik mijn weg. Ik weet toch wel hoe mensen kijken. De blikken, spottend en minderwaardig, ik droom er wel eens over. Hier en daar wordt er op mijn sandalen gespuugd. Bah! Ik hoor gelach en rare taal. En dan weet ik, dit gaat over mij. Iedereen kijkt op mij neer. Echt iedereen. Treft ook al niet dat ik maar klein ben. Zo irritant. De spot drijven ze met me, maar ach, wacht maar, ik krijg ze wel. De laatste die lacht ben ik! Want ik laat me niet kisten, zeker niet door dat stelletje slampampers hier. Ben je mal. Ik ben hier, ik adem dus ik leef en heb helemaal niemand van dit volkje nodig. Ik red mezelf wel. Met geld kun je echt alles bereiken. En geld? Dat heb ik. Ruim voldoende zelfs.

Opeens dringt het tot me door dat ik wel een probleem heb. Want wat ik al zei, ik ben klein. En het is druk. Wat nu te doen? Opeens weet ik het. En zonder ook verder maar na te denken over mijn status en respect zet ik het op een lopen. Wat maakt het ook uit. Mijn status is 'Overloper en 'Verdorven', het respect is al jaren geleden in een diepe ravijn van modder en troep gezonken. Dus zet ik het op een rennen, hier en daar botsend tegen lange, grote mensen aan en die me naschreeuwen voor alles wat vooral niet mooi maar lelijk is. Maar ik hoor het niet eens. Ik ben zo gericht op mijn eigen plan! Ik weet precies wat mij staat te doen. Zoals altijd.

De boom in! Daar, die, dat moet lukken. Zo snel als ik kan klauter ik de boom in. Gelukkig heb ik gekozen voor wat minder opvallende kleren en ik verstop me achter wat grote bladeren. Deze boom is mijn vriend. Vanuit deze boom kan ik alles zien. Ik zie zelfs dat mijn buurman van een paar huizen verderop al wat kaal begint te worden. Haha, wat een voordeel als je zo op iedereen neer kan kijken. Nu is het mijn beurt om te lachen!

Maar wacht, daar komt-ie. Rabbi Jezus. Daarom zit ik hier verstopt. Ik zie Hem, Hij mij niet. Beter. Iedereen praat zo goed over Hem, ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen de straat op te gaan. Dat is geen pretje, maar sommige dingen moeten nu eenmaal gebeuren. Zo voelde dat ja. Dus ik ging en nu ik hier hoog en droog zit, voel ik me veiliger dan ooit. Niemand die me ziet.

Ik heb wel geluk. Die Jezus blijft gewoon recht onder me stil staan. Ik kan Hem heel goed zien. En als ik mijn oren spits, kan ik ook horen wat Hij zegt. Maar o help, opeens kijkt Hij naar boven. Hij legt zijn hoofd in zijn nek en ziet mij! Slikk, Hij kijkt mij aan. Hoe kan dat! Terwijl ik zo goed verstopt ben! Ik krijg het er warm van. Maar het wordt nog gekker. Hij roept mij. Huh? Kent Hij mij? Weet je wat Hij zegt?
-Zacheus, kom naar beneden want ik moet in jouw huis zijn.
En dan, nog voor ik het goed en wel doorheb, dan sta ik zomaar opeens beneden. En ik ga voor Jezus uit naar mijn huis. Draai de deur van het slot en ontvang Hem. Ik hè, de overloper en leugenaar. Ik, de meest slechte van alle mensen hier. Waarom kiest Hij mij uit? Waarom zag Hij mij? Met ogen vol liefde keek Hij me aan. Dat kon ik niet weigeren. Zo liefdevol had nog nooit iemand naar mij gekeken.

Mijn leven is veranderd. Mijn mooie kleren heb ik weggegeven, mijn geld ook. Ik heb alles wat ik had gejat terugbetaald aan al die mensen. Gelukkig had ik het keurig bijgehouden op een briefje. Maar dat briefje heb ik weggedaan toen iedereen had wat hij hebben moest. Per slot van rekening is dat mijn status niet meer, is geld mijn identiteit niet meer. Mijn identiteit is nu bij Hem, in Hem. Jezus. Hij is alles wat ik nodig heb.

Weet je wat me het meest heeft geraakt? Waar ik altijd tegen mensen op moest kijken, kon ik in die boom eindelijk eens op mensen neer kijken. En toen keek Jezus op naar mij. Hij was niet de Meerdere, Hij was de Mindere. De Dienende. En zo wil ik ook zijn. Niet zo moeilijk, want ik ben klein. En dat hou ik graag zo. Zodat ik niet vergeet dat Hij kwam om te dienen en ik Hem na wil volgen. Ga je mee?

Je vindt het verhaal over Zacheus in Lukas 19:1-8



donderdag 13 februari 2020

Over grenzen gaan

Al ruim een uur zitten we in de auto. Op weg naar het land over de grens. We wijzen elkaar enthousiast op die ene vreemde stad op het blauwe bord:
- Kijk, we gaan de goede kant op! Vol verwachting kijken we vooruit, op weg naar de grens. En dan opeens is het zover. Het wegdek verandert wat, maar verder lijkt alles nog hetzelfde. En toch, we zijn de grens over gegaan. We hebben er niet zo heel veel van gemerkt, maar het is zo want opeens staat alles in een andere taal. Wilkommen in diesem Land.

Hoe makkelijk lukt dat, de grens over. Ik heb het zelf ook gemerkt. Al rijdend in de truck van mijn leven trok ik van plek naar plaats. Ik hield de voorraad benzine goed op peil, ik  hield de ruiten glanzend schoon en zorgde voor voldoende lucht in de banden. Genoeg. Niet te veel, niet te weinig. En ik deed wat ik kon, zwaaide naar de fietser die ik inhaalde, belde met mijn werkgever, bracht bestellingen bij mensen die dat nodig hadden en hielp die verdrietige jongen die zijn hond kwijt was. Vrolijk ging ik door, anderen helpen maakt me blij. Net als werken en bezig zijn. Bij iemand een lach op het gezicht toveren, dat vind ik één van de mooiste dingen. Tot ik bij de grens aankwam en lekker doorreed. Over de grens. Ik was opeens in een ander land, sprak de taal niet, kon niemand helpen en langzaam zakte het lucht uit mijn banden, besloegen de ruiten en liep de benzinemeter razendsnel terug naar rood. Gevaar! Stop! Ga niet verder! Maar helaas, ik was al over de grens. En zie nu maar weer eens terug te komen. Dat gaat veel langzamer en minder soepel dan gedacht en gehoopt. 

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik kan dat. Heel makkelijk mijn grens over gaan zonder dat echt te merken. Zonder de signalen op te pikken en daar wat mee te doen. Zonder naar mezelf te luisteren en te voelen waar ik stoppen moet. Heel fijn op het moment dat er veel moet gebeuren. Heel lastig als het zover is en je op je blote knieën op zoek moet naar de grens. 

Wie ben ik, waar ben ik en hoe vind ik mezelf weer terug in deze chaos van leven? En trouwens, wat doe ik hier eigenlijk, in dit vreemde land waar geen mens me verstaat en ik met een lege tank m'n truck niet meer voor- of achteruit krijg? Hoezo ben ik hier verzeild geraakt, hoezo ben ik mijn grens overgegaan? Ik dacht dat het een vrije grens was, maar ik moet er nu behoorlijk voor betalen.

Heb ik het fout gedaan? Teveel voor anderen gezorgd? Ik denk van niet. Ik heb de afgelopen maanden echt erg op mezelf gelet, maar wilde er ook zijn voor de mensen die het nodig hadden. Wetend dat dát nog maar even zou kunnen (schoonmoeder) of dat er een eind zou komen aan het intensieve helpen bij de verhuizing (ouders). Maar toch, al het andere, wat zomaar opeens ook even op mijn pad kwam, als daar zijn de WMO, het gezinsleven op zich, het werken aan mijn huwelijk, het er zijn voor de kinderen, de tijd nemen voor mezelf en mijn werk (spannend, blijft dat of houdt ook dat op?), het zijn van die zaken waar geen eind aan lijkt te komen en voor veel van deze zaken is dat fijn. Maar dat neemt niet weg dat het soms te veel is en ik beter moet zoeken naar mijn grens. 
Dan maar iedereen afwijzen? Nee, zeker niet. Maar wel luisteren naar mezelf. Wat kan ik, wat moet ik, wat is nodig?  En vooral: God, mijn Schepper die exact weet hoe ik ben en wat ik aankan geeft niet meer dan lukken gaat. Dus, als Hij dat precies weet, als Hij mijn grens precies weet, waarom zou ik dan niet alles in zijn handen leggen en Hem zeggen dat ik het momenteel even niet zelf kan, maar dat ik weet dat al die personen bij Hem in goede Handen zijn? En dan daar laten? Zien dat het zonder mij ook doorgaat? En voor mezelf de kachel aansteken, koffie zetten en met een goed boek op de bank ploffen omdat dát even is wat ik nu nodig heb? Of een blogje schrijven, wandelen, sporten, wat ik maar wil. Niet vanuit egoïsme, maar om op te laden voor wie weer een beroep op me doet. En dan weer kiezen: wat kan ik, wat wil ik, wat is nodig en -niet in de laatste plaats- Vader, wat wilt U dat ik doe? 

Langzaam stuur ik mijn truck terug. Ik rijd de parkeerplaats af en haal dankbaar adem als ik weer bekende taal zie, een mooi wegdek en Hollands groen. Ik ben geholpen door een lieve vrouw. Ze leidde me door een aantal lessen heen waardoor mijn banden weer lucht kregen, mijn benzinepeil weer in groen stond en de ramen niet meer beslagen waren. Dankbaar dat ik weer aan de goede kant van mijn grens ben, zing ik mee met de radio. En kijk, daar loopt het jochie die ik geholpen heb zijn hond te vinden. Hij zwaait, de hond blaft, ik toeter. 
Wat een dag, wat een dag zal dat zijn. Alle grenzen voorbij, want Hij maakt vrij. 


maandag 2 december 2019

Advent, Licht en Leven

Het is één van de geweldigste herinneringen aan mijn kinderjaren. Samen het bos in. Als gezin, met elkaar. In weer en on-weer, regen en zonneschijn. We sjouwden van alles mee en waren nooit bang, want papa wist de weg. Het was toch zijn werkterrein, elke dag weer. En waar pa ons de namen van de bomen leerde en ons de schitterende dingen van de schepping liet zien, verwonderde ik me altijd weer over de veelzijdigheid en veelkleurigheid van het bos.
Nu, jaren later verwonder ik me nog steeds. Maar dan vooral over de veelzijdigheid en veelkleurigheid van de Schepper van het bos.

Pa liet ons regelmatig zien welke bomen hij had omgezaagd. Vaak lag de boom nog naast de stronk. Het is altijd passen en meten, oppassen en een precies werkje: de boom moet daar vallen waar pa wilt dat hij valt. Een vak apart. De stronk nodigde uit tot zitten, of tot er samen om heen staan en ringen tellen. Hoe oud was de boom? En dan nu dood.

Het is als de wereld. Mooi gemaakt, bijzonder goed. En in Zijn goedheid en liefde liet God ons mensen de keus. Kies voor Mij, gehoorzaam Mij en Leef! Maar Adam en Eva kozen anders. En de wereld werd van God afgesneden, zoals een boom wordt geveld. Nu alleen nog die stronk. Een wereld die denkt te leven maar enorm dood is. Afgekapt. Einde verhaal. Alleen nog nuttig om verloren te gaan.

Als we weken later weer in het bos zijn en bij die ene stronk komen zien we een klein takje. Felgroene blaadjes worstelen zich naar boven en reiken uit naar het licht. Wat bijzonder! Leven vanuit een dode stronk zoekt zich een weg naar een meer en beter leven.

Zo geeft God uitzicht en redding. Dat ene Takje, dat kun je vergelijken met Jezus. God stuurde Hem naar de aarde, Hij kwam op als een takje uit een dode stronk. Hij, het Leven, kwam redding brengen in een wereld vol dood en verderf. Hij groeit en bloeit, maar het roept geloof en irritatie op, liefde en haat. Het is maar net hoe je er mee omgaat. Zo'n klein takje aan een dode stronk, laag bij de grond, makkelijk kapot te trappen, om te worden als de stronk: dood. En dat deden we dan ook.
Jezus kwam vanuit de hemel laag bij de grond, werd getrapt, geslagen, mishandeld en verbrijzeld. Dood. Verloren. Het enige Leven wat er was, was voorbij.

Maar wat een liefde, wat een kracht! Onze God, de Almachtige, riep Jezus terug uit de dood. Dat kan omdat Hij alles kan. Dat kan omdat Jezus de Zoon van God Zelf is. En Jezus leeft! Voor eeuwig. Opgestaan! En daardoor mogen wij met Hem Leven. Kunnen wij opstaan in Zijn Naam en de goede boodschap in deze donkere wereld brengen. De boodschap van Liefde, Licht en Leven.
Deze wereld is als een stronk, maar in de stronk zit Leven. Leven vanuit God, onze Schepper. Leven vanuit Zijn overwinning op de dood. Leven, hier en nu en voor altijd.

Misschien ben je sceptisch en wil je er niet aan. Geloof je me niet en haak je al haast af. Wat een onzin! Toch zou ik je willen vragen: probeer het eens met deze Jezus. Er is niets te verliezen en je zult zien, leven met Hem is zoveel rijker en zoveel waardevoller dan het leven zonder Hem. Ik zeg niet dat het makkelijker wordt. Het lijkt wat op dat kleine takje, wat vertrapt kan worden en soms niet de kracht heeft blaadjes te laten groeien. Maar op het moment dat je dat beseft, is daar Gods Geest, die water en groei geeft en je helpt je blik te richten op Het Licht. Juist als het donker is, is Jezus daar. Het Licht voor jou en in jou, zodat je Lichtdrager mag zijn voor de mensen om je heen. Hij zegt je: Sta op en Schitter in Mijn Naam. Deel uit van Mijn Liefde en Licht. Dan wordt het een advent van Licht en Leven. Voor jou en de mensen om je heen.



donderdag 3 oktober 2019

Altijd beschikbaar

Het is net na half één als ik het hospice binnen loop. De vrijwilligers, -fantastische mensen!- schenken me een glas water en dan loop ik door naar mijn schoonmoeder. Doel: het gesprek met de huisarts bijwonen. Zij komt tussen nu en 14 uur, dus wie weet zit ik nog wel even. Kan ik eventueel één en ander aan praktische zaken doorspreken met ma.

Ma ligt met haar ogen dicht. Even opent ze ze, glimlacht naar me en dat was het dan. Moe? Ja, net gegeten (ja, ze eet weer!) en Buurtzorg was geweest. Uitputtingsslag nummer 1.
-Gaat u maar lekker slapen dan, zeg ik. Zometeen komt de huisarts ook nog. Ik hou wel even mijn mond.
En dan is het stil.

Ik zit. Ik wacht. Ik ben beschikbaar. Als ze vraagt om drinken, spring ik op -zachtjes- en geef haar dat. Maar vooralsnog blijft ze stil.
Ik geniet er eigenlijk wel van. Zo beschikbaar zijn, in alle rust. Luisterend naar de stilte, terwijl auto's hun weg vervolgen, regen op het dakraam tikt en vogels fluiten zodra de zon weer schijnt. Ik luister graag naar mensen, maar dit is ook zeker niet verkeerd. Luisteren naar de stilte. Dat geeft rust.

En opeens schiet het door me heen. De drukte, rond en soms ook in dit huis, de stilte van de patient. En het beschikbaar zijn.

Zo wacht Mijn Vader ook op mij. Altijd maar beschikbaar. Altijd bereidt tot leiding geven, helpen en luisteren. Altijd bereid te vergeven, mij te voeden, mij te omhelzen, mij lief te hebben. Altijd beschikbaar. Ook als ik daar niet om vraag, is Hij daar. Is Hij naast me, in me en heeft Hij voor mij alle tijd.

Maar ik ben geen patient. Die wacht. Die leeft in de stilte van de gebrokenheid van het leven. Die alle tijd van de wereld heeft, maar enkel nog liggen kan. En wacht. Nee, ik ben vaak druk. Bezig met van alles en nog wat voor wat mijn aandacht nodig heeft. Waardoor ik soms vaak vergeet dat er een God is die beschikbaar is. En Hem voorbij dender, vanuit de aardse tijd en drukte. Zo ben ik. Een mens.

Nu ik hier zo zit, herinner ik me het briefje op de tafel thuis: ik ben even naar oma. Stel dat er iemand thuis komt en me nodig heeft. Dan ben ik dus even niet beschikbaar. Ik kan er maar zijn voor één persoon, in dit geval voor onze moeder. En soms ben ik er alleen voor mezelf. Kan er niemand meer bij. Ja, ben ik. Een mens. Maar zo is God niet. Hij is er altijd. Beschikbaar voor iedereen. Vierentwintigzeven. Dag in dag uit, uur na uur. Altijd.

Het gedicht wat ik een uurtje later voorlees, sluit daar mooi bij aan. Het ligt in het hospice, maar ik houd het jullie te goed. Over pijn, verlies, eenzaamheid. Maar dat Hij er altijd is. Meedraagt of zelfs alles draagt. Jou en mij en mijn moeders, Hij draagt iedereen, Hij leidt en Hij lijdt mee. Hij troost en vergeeft. Niet voor één keer, niet voor zeven keer zeven keer, maar voor altijd. Hij is er. Vierentwintigzeven beschikbaar. Onvoorstelbaar hoe dat troost. Dus als je denkt dat je alleen bent, als je je eenzaam voelt? Ga maar naar Hem. Hij is er. En zal zijn. Nu en later, voor altijd.

maandag 9 september 2019

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

Zo, alles geregeld. Tevreden sluit ik de computer af. Even een mail gestuurd naar Jeugdzorg, ter controle. Alles in orde, alles verlengd, alles overgezet naar de WMO? Nog tien dagen, dan is Rob jarig. Achttien. En jawel, we zijn er klaar voor, alles is geregeld.
Dacht ik...

Het is een dag later, donderdag 5 september. Telefoon. Jeugdzorg. Direct rijzen me mijn (inmiddels korte) haren ten berge. Als alles oké is, kan dat via de mail toch? Waarom bellen?
Er schijnt een wet veranderd te zijn. Hoorde ze ook net, toen ze WMO checkte of alles voor Rob in orde was. En nu wordt alle hulp stopgezet, zodra iemand achttien wordt.

Uiteraard. Achttien. Volwassen. Niemand meer nodig. Alles oké. Klaar!
Was het maar zo'n feest....

Ik schiet behoorlijk in de stress. Dit, dít is te veel. Naast al het andere. Zijn we niet al zeker 13 jaren lang elke jaar weer bezig geweest alles opnieuw aan te vragen? Met elk jaar de nodige stress, met regelmatig afwijzingen en zelfs een keer een hoorzitting. Bewijst u maar mevrouw, wat gaat er dan allemaal niet goed? Zó leuk, elk jaar weer dat trouwe meleven van eerst Bureau Jeugdzorg en later de gemeente. Enorm genieten. Met fikse hoofdpijn daarna en zo'n total-loss-gevoel. En dan hebben we meestal nog wel een klik met de jeugdzorgmensen. Die na twee jaar weer veranderen van taak, waardoor je elkaar nooit echt leert kennen. Zij Rob in elk geval niet.

We maken een afspraak. Twaalf september komt heel misschien de WMO, daar gaat Jeugdzorg op aandringen. Maar zeker komt Jeugdzorg zelf en Centraal Toegang Amersfoort, van WMO. Zo logisch is dat ook hè. Iemand vanuit Amersfoort gaat voor ons bedenken wat onze zoon nodig heeft en geeft dat door aan de gemeente, die daar naar alle waarschijnlijkheid naar gaat luisteren, terwijl Jeugdzorg advies kan geven, maar ja, meneertje is haast achttien, dus hebben ze samen met ons geen poot meer om op te staan.

Met een beetje hoop in haar stem geeft Jeugdzorg aan dat er misschien gebruik kan worden gemaakt van verlengde jeugdzorg. Ik geef per direct toestemming, maar nee, dat moet de WMO goedkeuren. O ja... want hij is straks achttien.

Na ons gesprek komende donderdag hebben ze dan precies één werkdag om alles voor elkaar te krijgen. Zondag is onze zoon jarig en hij (en wij) gaan het niet trekken zonder begeleiding. Nu niet maar ook en zeker niet als hij ergens anders woont.

Ik wil iedereen vragen voor ons en het gesprek te bidden, want dit is wel weer heel erg spannend. Heel, heel erg spannend. Vooral omdat het in orde was en nu gewoon weggezet is als niet meer geldig, maakt het ook erg frustrerend. En dat wij en ook Jeugdzorg hierover niet even op de hoogte zijn gebracht, enkele maanden terug of zo is ronduit fout.

Tegelijk gaat het gesprek ook over begeleid wonen. En ook dat is spannend. Wie ervaring heeft met de WMO, weet er alles van. Het draait allemaal om geld. Dus bidt alsjeblieft voor meelevende, sociale mensen die de aanvrager zien in plaats van lege zakken waar geld in zat. Zowel voor een voorspoedige doorloop van de begeleiding nu, als voor een mooi plekje voor Rob in de toekomst.

Verder spreek ik mezelf moed in: er zijn zoveel moeilijke momenten op dit gebied geweest en elke keer, echt elke keer, gaf God uitkomst en verhoorde onze gebeden. Want wat WMO niet weet is dat God wel weet wat wij en onze Rob nodig hebben. Nu, als hij achttien is en in de wat verder gelegen toekomst. Hij weet het perfect. Daar vertrouw ik op. Op Zijn aanwezigheid bij het gesprek en in ons leven, bouwend op eerdere ervaringen van van Zijn nabijheid toen.
Hij zegt: "Ik ben en zal zijn". Zeker weten.


donderdag 25 juli 2019

Hittebestendig

Je zult er maar staan. Te midden van heel het volk, op uitnodiging van de koning. Samen met je vrienden ben je. Niet omdat het je leuk lijkt, maar omdat het een verplicht nummertje is. Ben je er niet, dan zwaait er wat. Je koning heeft het namelijk nogal hoog in zijn bol. Denkt dat hij god zelf is, dat hij alle macht heeft en dat iedereen, maar dan ook iedereen naar hem zal luisteren. Daarin slaat hij een beetje door. Heeft van te voren al maatregelen genomen. De brandende oven vooraan het toneel is daarvan het bewijs. Dat grote afgodsbeeld ook.
Je zult er maar staan, als verplicht nummertje, omdat de koning het zegt. Terwijl je zelf gelooft dat er Iemand anders is die alles te zeggen heeft. Een God boven alle goden. Jouw God boven alle koningen en machten en mensen.
Je zult er maar staan, als iedereen neerknielt voor het beeld, op last van de koning. Maar jij blijft staan. Met je vrienden. Dat wel. Maar al gauw word je gezien. Want daar sta je, in het open vizier. Op het grote plein. Terwijl iedereen knielt sta je en wordt gezien.

Misschien ken je het verhaal wel, van Sadrach, Mesach en Abed-Nego. Ze stonden en bleven staan. Ook toen ze bij de koning moesten komen om uit te leggen waarom ze nog stonden. Zelfs toen ze in de oven werden gegooid. Waar de dienaars van de koning door de hitte dood neervielen bleven zij staan. God was bij hen. Niet dat ze van te voren wisten dat het zo zou lopen. Niet dat ze ervoor gingen om te blijven leven. Nee, dat ze bleven staan betekende dat ze zouden sterven. Zoals veel christenen nu, die blijven staan met de belijdenis van onze God op hun lippen, wetend dat ze de dood in de ogen zien en daadwerkelijk gedood worden. Deze drie mannen worden op wonderlijke wijze van het vuur gered. Zonder dat ze dat van te voren wisten.

Ik weet niet hoor, wat ik had gedaan. Met de dreiging van zo'n hete brandende oven. Was knielen niet veel makkelijker geweest? Neerzitten en mijn God in stilte aanbidden in plaats van de koning, dat had toch niemand gemerkt? Maar dan zou ik wel ontkomen aan de brandende pijlen van de koning.
En ga ik mee in de afgod van de massa. Buig ik voor egoïsme en ontneem ik me mijn door Jezus vrijgekochte vrijheid.

Wil je staan waar je voor staat, wil je leven in het volle vertrouwen op de God in wie je gelooft, laat dan los. Laat alles los waar je aan vast zit en let alleen nog maar op Hem. We zijn nu eenmaal in deze wereld en dat lijkt soms een vuuroven. Het is soms benauwend en verstikkend als God je dan vraagt voor Hem te blijven staan. Daarom ging Jezus zelf eerst. Hij heeft de vuurproef doorstaan door te doen wat Vader Hem vroeg en redde ons daarmee van de ellendige, oneindige vuuroven. Zette ons in de vrijheid van liefde, blijdschap en vrede. En door Zijn Geest vormde Hij de gemeente. Werkend met Zijn Geest maakt Hij de gemeente vuurvast. En geeft Hij wat gereedschap. Pak je schild van geloof maar op zodat je de vurige pijlen uit kunt blussen, zorg dat je voeten geschoeid zijn met het Evangelie van vrede, zodat je stand kunt houden. Leef vanuit je verlossing, -doe je helm op-  hier en nu. Het borstharnas, het zwaard van de Geest, de gordel van de waarheid, doe het aan, neem het op en ga voor recht. Recht aan jezelf, aan je naaste en aan God. Dan ben je vuurvast, hittebestendig.

En nee, dan ga je niet zogenaamd knielen, dan blijf je staan. Houd je stand in Zijn Naam en Hij zal redden. Is het niet nu, dan wel in een heerlijke eeuwigheid. Misschien moet je dan hier pijn lijden en veel verdragen. Jezus weet er alles van. Hij zegt: IK ben met je alle dagen tot aan de voleinding der wereld. Zie je, er komt een eind aan deze vuuroven. De Zon der gerechtigheid zal je verwarmen. Tot in eeuwigheid.

Inspiratie na het lezen van hoofdstuk 5 uit Provocatie, over de zin van God en geloof,  Willem Maarten Dekker, 2012
Het verhaal over Sadrach, Mesach en Abed-Nego lees je in de Bijbel, het boek Daniël.

vrijdag 5 juli 2019

Too much

-Dat is één! Wie volgt?
De standaardzin van mijn moeder. Elke avond weer. Zeven uur nummer 1 (lees 5), kwart over zeven nummer twee (4). Ma was dan net klaar met voorlezen en al het andere wat er komt kijken bij een kind naar bed brengen. Kwam beneden en zei: Dat is twee, wie volgt?

Ik denk dat tegenwoordig ook nogal eens. Niet dat ik mijn kinderen nog naar bed breng met het complete avondritueel, -zouden ze wel willen hoor, maar ze zijn toch echt te groot- maar in het leven zelf.

Vanochtend schoot dat zo door me heen. Ik lag wakker te worden -geloof me, dat is een dingetje- en dacht na over alles wat er is gebeurd in het leven, vooral dat van mijn kinderen. Ik had ze zó graag een wat ontspannen leven gegund. Ik had zó graag gewild dat ze niet mee hoefden te maken wat ze wel mee maken en mee maakten! Herkenbaar? Als ik daar over na denk? Het is te veel voor een kind. Natuurlijk kan het nog zat gekker maar toch... We zitten zo in de 'Wie volgt'-fase. Of meer: wat volgt? Iemand zei me laatst: je bent sceptisch geworden over het leven. Ja, dat is wel waar denk ik. Het is allemaal zó veel en soms zó pittig! En echt, er was een tijd dat ik meende dat alles weer over zou gaan, maar tegenwoordig denk ik vooral: wat volgt? Waarom zou ik dromen dromen, verwachtingen hebben als het leven zo spannend is en het elk moment weer anders kan zijn? Waarom zou ik hoop hebben op rust, als dat al zo vaak door een situatie afgebroken is?

Als ik nadenk over wat we allemaal mee hebben gemaakt, de kinderen incluis, dan kan ik alleen maar denken aan vandaag.En dan is dat genoeg. Morgen zien we wel weer. Misschien komt er dan wel weer wat anders. Kan maar zo, we weten er alles van. Hartinfarct -daar blijf ik toch echt best bang voor-, gezondheid, instorten, ziekenhuis, verhuizen, diagnose dit of dat, geaardheid, keuzes die we maken en die er in hakken alsof de bijl de boom laat vallen, gedoe met allerlei regelwetgevingen over onze kinderen, zonder dat we daar zelf wat mee kunnen, dealen met van alles en nog wat, enzovoort, enzovoort, enzovoort...

Twee dingen weet ik: in de vroege morgen moet je hier niet over na gaan denken :(
En: God droeg ons. Dag na dag, seconde na seconde. Steeds weer, elke keer en overal. En omdat ik dat vooral heb ervaren in ons leven, mag ik zeker weten dat de toekomst veilig is in Zijn Hand. Ben ik soms best eens bang voor de toekomst, ik kijk reikhalzend uit naar De Toekomst. Want dit staat vast: Hij is Koning, Hij is Overwinnaar, Hij komt terug. In Hem ben ik meer dan overwinnaar. Hoef ik niet vast te lopen in wat er gebeurd is, gebeurt of gaat gebeuren, kan ik maar beter mijn en ons leven in Zijn hand leggen. Het leven leven met Hem, vanuit Zijn rust, veilig bij Hem. En af en toe in Zijn kracht een steentje weg slingeren om zo mijn reuzen te verslaan, vooral als ze brutaal en lastig worden. Neerslaan, kop eraf en verder gaan. Niet dat ik dat red, maar omdat Híj het redt kan ik verder. Met de dag, dat wel, maar toch. Met het oog op de grote Toekomst. En ik bid dat ik daarvan iets door mag geven aan de kinderen. En zij, door de Geest, ook zo in het leven mogen staan.


dinsdag 14 mei 2019

Over houthakkers en watersjouwers

Heb jij dat ook wel eens? Dat als je kijkt naar jezelf, dat je dan echt niet snapt waarom God nog zoveel geduld met je heeft? En genade. En liefde. Liefde! Hij houdt van me, ondanks alles waarin ik te kort schiet, wat ik laat gaan en wat ik niet doe houdt Hij van me. Onvoorstelbaar toch!

Vanmorgen las ik Jozua 9. Gewoon omdat het aan de beurt was.
Het ging over het volk van Gibeon, die erg bang waren voor het volk Israël. Zij kwamen vanuit Egypte gereisd en zouden het hele gebied in beslag gaan nemen. Niet gek dat de Gibeonieten bang waren en vanuit hun angst een slimme list bedachten. Ze gingen als reizigers onderweg naar Jozua, de leider van Israël en deden vóórkomen dat ze van heel ver kwamen! Ze vroegen om genade en na een poosje praten sloten ze een verbond. Jozua namens het hele volk Israël en de Gibeonieten. Samen zouden ze gaan voor vrede.

De Israëlieten zijn er in geluisd! De Gibeonieten kwamen niet van ver, ze waren één van de volken die uitgeroeid moesten worden. Maar dankzij dat verbond van vrede bleven ze bestaan.

Uiteraard was Jozua boos. Waarschijnlijk ook op zichzelf. Per slot van rekening had hij de beslissing genomen en was hij totaal vergeten te vragen wat God hiervan vond. Maar Jozua is ook een man van zijn woord. Hij kon het verbond met deze 'vijanden' niet verbreken en liet hen in leven. Wel moesten ze werken voor hun vrijheid. Houthakkers en watersjouwers konden ze zijn, meer rechten hadden ze niet.

Het verhaal gaat steeds door mijn hoofd. Het lijntje doortrekken naar nu is snel gedaan. Hoe bijzonder dat het voor ons anders is. Hoe vaak doe ik me niet anders voor dan ik ben? Hoe vaak sluit ik geen verbondjes met iets wat niet kan? Wat Gods goedkeuring niet heeft? Hoe vaak kies ik niet mijn eigen weg, mijn eigen zin? En lijkt het me nog wel een goede keuze ook?
God heeft een verbond met me gesloten, met alle mensen wil Hij dat doen, terwijl Hij weet dat ik me daar niet aan ga houden. Niet aan kán houden zelfs. En toch blijft Hij bij me, houdt Hij me vast en mag ik steeds weer terug komen.

Word ik dan als houthakkertje door Hem aan het werk gezet? Zo van: daar heb je haar weer, wat kunnen we haar laten doen zodat ze haar plaats weet? Nee, Hij gaf Zijn Zoon, die mijn straf betaalde. En door Jezus bood Hij mij vergeving van mijn misstappen en tekortkomingen aan. Door Jezus biedt Hij mij Zijn Vriendschap aan. Door Hem geeft Hij mij het kindschap. In Hem ben ik veilig, vrij en rijk, een Koningskind. Want Hij is mijn Koning en Vader.

Word ik dan als watersjouwer gebruikt om zo mijn vrijheid te verdienen? Nee, want Zijn Zoon Jezus, die mij vrijheid gaf, zegt: Ik ben het Levende Water. Kom maar naar Mij, dan zul je nooit geen dorst meer hebben. Aan Hem heb je genoeg, dat is wat Hij zeggen wil.

In tegenstelling tot die Gibeonieten hoef ik niets, maar dan ook helemaal niets toe te voegen aan mijn vrijheid. Ik hoef er niet voor te werken, ik mag er uit leven. Dat is een blijde boodschap! Vanuit Zijn vrede en vrijheid leven tot eer van Hem. Voor iedereen beschikbaar. Waarom zou je dat niet eens proberen? Hij wacht op je. Vol liefde. Want Hij ís liefde. Kom!


dinsdag 19 maart 2019

In handen van God

Het idee dat je er niets meer bij kunt hebben
Vol zit met van alles en nog meer
Wetend dat wat je ook bedenkt, het niet zal helpen
Wetend dat je er alles aan doet, keer op keer

Maar ten diepste kan ik niets
En los ik niets op
Ten diepste ligt het leven van mijn medemens
in de handen van God

Het idee dat er geen schot in zit
Dat helemaal niets lijkt te werken
Wetend dat als ik me er teveel mee bemoei
Het alleen maar tegen gaat werken

Dus ten diepste kan ik niets
En los ik niets op
Ten diepste ligt het leven van mijn medemens
in de handen van God.

Maar o die onmacht, 
dat willen oplossen (had ik daar niet pas wat over geblogd?)
Dat zoeken naar mogelijkheden
Dat praten met woorden vol kracht
En... ik wacht

Want ten diepste kan ik niets
En los ik niets op
Ten diepste ligt het leven van mijn medemens
in de handen van God.

Schuil bij de Allerhoogste
Luister naar Zijn stem.
Hij wil je het goede graag geven
houdt van je, gaf zelfs Zijn  leven
Schuil bij de Allerhoogste
Luister naar Hem

Want ten diepste kun je niets
En los je niets op
Ten diepste ligt jouw leven
in de handen van God.

En ik? Ik wacht. 
Leg in vertrouwen in Zijn hand
Alles en iedereen
Ik schuil bij mijn Allerhoogste God
En wacht... op Zijn zegen alleen




maandag 4 februari 2019

De Parelduiker

Een sprong. Een plons. Wat belletjes. En dan istie weg. Op naar de diepte, het donkere, warme oceaanwater in, op zoek naar parels. De parelduiker zelf is zich niet bewust van zijn verdwijning in de diepte. Hij gaat als een speer, recht op zijn doel af, op zoek naar oesters. Zoekend denkt hij aan wat hij vinden zal, hopend op de allermooiste parel. Hij gaat voor de hoogste opbrengst. En dus gaat hij door! Er is niet veel tijd. Voor je het weet is het tijd om terug te gaan. Frisse lucht, zuurstof en een open blauwe hemel, lang kan hij niet zonder...
Kijk daar! Een oester. En daar nog één. De man raapt bij elkaar wat hij vindt, doet het in zijn net en gaat terug naar boven. Vol verwachting kijkt hij uit naar wát hij vinden zal in zijn vangst.

Eenmaal terug op het strand, maakt hij de oesters open. Te midden van hun 'drab' vindt hij de parels. Fantastisch, wat zijn ze mooi. Blij en verwonderd over wat hij vindt neemt hij de parels in zijn hand, koestert ze een moment en bewondert ze. Deze zijn voor hem, zelf gezocht, zelf gevonden. Zoveel moeite gedaan, voor een handvol parels. Alles gegeven, risico's genomen en met gevaar voor eigen leven ging hij. En nu? De beloning in zijn hand doet hem alles vergeten!

Bijzonder, zo'n parel. Begonnen als een vuiltje in de oester, wat hem irritant irriteert, maakt hij zelf de parelmoer er om heen. En maakt zo een vies klein vuiligheidje tot iets prachtig moois, met grote waarde!

In de Bijbel staat hierover een gelijkenis. Het koninkrijk van God is als een koopman, op zoek naar parels. Jezus is de Koopman. Jezus is de Parelduiker. Vanuit de hoge hemel dook Hij de diepte in, tot in het alleruiterste en meest slechte van ons bestaan hier op aarde. Hij ging op zoek naar parels. En vond... Hij vond vooral vuil. Mensen vol zonden en slechte eigenschappen. Mensen die vanuit zichzelf niets goeds meer konden. En Hij nam ze in Zijn hand, gaf Zijn leven voor hen en maakte hen van binnen en van buiten mooi, als een parel. Kostbaar, Schitterend en Bijzonder. Hij gaf alles, want Hij wilde het allerbeste!

Weet je dat geen enkele parel hetzelfde is? Weet je dat ook jij uniek en speciaal bent? De Heere Jezus gaf Zijn leven voor jou, om van jou een parel te maken. Niet zomaar één, maar van heel grote waarde. Genoeg om Zijn leven te geven en jou voor altijd bij zich te nemen in de eeuwige heerlijkheid van Zijn aanwezigheid. Door Zijn bloed ziet Hij jou niet meer als vuil, maar als kostbaar en waardevol. Zeker weten, je bent Zijn parel in Gods hand! Het allerbeste wat Hij vinden kon!
Ben jij al een gevonden parel? Hij gaf alles. Weet dat je alleen veel geeft voor iets of iemand, als je daar de waarde van in ziet. En dat ziet Hij. In jou!






donderdag 24 januari 2019

Recht voor ogen - Week van gebed 2019




https://www.missienederland.nl/weekvangebed2019
-Wanneer ga jij naar Week van gebed? vraagt mijn zus via de app.
Alleen vrijdag niet, antwoord ik terug. Komt mooi uit. Zij alleen donderdag niet. Kunnen we lekker vaak samen gaan. Dat zorgt ervoor dat ik niet afhaak, snap je.

We gaan van kerk naar kerk. Door wind en sneeuw, op de fiets of lopend, warm ingepakt met sjaal, muts, handschoenen en snowboots. Naast het genieten van de www, zoals mijn zus dat noemt: wondermooie witte wereld, is het samen bidden het hoogtepunt van de week. Hoe vaker we gaan, hoe meer ik er naar uit kijk. Zoiets als: Yes, vanavond mag ik weer.

Ik vind het zó gaaf om samen te bidden. Dit jaar heel speciaal voor Indonesië. We bidden voor recht, tegen onrecht, voor vrede en veiligheid. We bidden voor onze broers en zussen in het geloof die vervolgd worden, waar dan ook. Voor mensen die lijden onder verdrukking, misbruik of corruptie. We bidden voor wereldleiders en kleinere leiders. We bidden voor de Kerk en de gemeenten wereldwijd, in Nederland, in Veenendaal. We bidden voor de wereld om ons heen. En weer: wereldwijd, in Nederland, in Veenendaal en voor onszelf.  De kring wordt van groot naar klein en andersom. We leggen alles in Gods hand en danken Hem voor wat Hij doet. Zo kunnen we het nieuwe jaar blijmoedig in, wetend dat Hij alles in Zijn hand houdt. Niets, maar dan ook helemaal niets zal Hem uit de hand lopen!

Ben je deze week nog niet geweest? Ik raad je aan te gaan. Het is zo fijn en zo goed. Durf je niet hardop te bidden? Geen nood, dat hoeft helemaal niet. Veel bijeenkomsten zijn daar zelfs niet op ingericht en dan bid je gewoon met de voorganger mee, zachtjes, in je hart en geest. Ik roep je op te gaan! Want waar veel christenen zijn, daar is veel van Gods Geest. En ik weet niet hoe jij denkt? In aantallen? Blijf dan maar weg. Het groepje is zo klein! Ik denk dat er bij ons in de stad maximaal 50 zijn. En veel dezelfde mensen. Voor Veenendaal met z'n megakerken best verdrietig. Ook hier geldt: wie het kleine niet eert...

Toch vind ik het heel jammer. Waarom niet een uurtje vrijmaken om te gaan? Al weet ik natuurlijk niet hoe jouw gebedsleven eruit ziet. Misschien bid je wel meer dan ik doe, misschien vind je het fijner om dit alleen te doen. Misschien is je agenda bomvol. Dat weet ik niet. Ik heb daar geen oordeel over. Maar na zo'n moment doe je overdag meer dan je ooit deed, geloof mij! Weet dat als je er over nadenkt , misschien pas door het lezen van dit stukje, weet dan dat je van harte welkom bent. Zowel bij God als in Zijn gemeente. Vanavond in de Petrakerk, morgen in de Sionskerk, zaterdag in de Bethelkerk. En dan is het alweer klaar. 't Is maar één week in het jaar. Genoeg momenten dus om daarna en daarnaast weer 'alleen' te bidden. Hoewel? De Geest van God bidt met ons mee. Of je nu samen bent of alleen, Hij is bij je! Maar samen schept verbondenheid binnen het gezin van Christus. Dwars door kerkmuren heen. Dat is precies wat God wil, denk ik. Dus daarom: van harte welkom!


donderdag 10 januari 2019

Zou Jezus de Nashvilleverklaring ondertekend hebben?

Wij Nederlanders slaan zó door hè. Vrijheid van meningsuiting, dus mag je alles zegen. En het liefst alles breeduit bekend maken via elke social media die je tegenkomt. Reageren, meningen doordrukken en knallen maar!
Ik ben er zo trots op dat ik Nederlander ben. En dan nog wel een kerkelijke. Wow, dat is fantastisch! Beter kan niet, toch. Ik heb de waarheid in pacht, het blauwe bloed stroomt door mijn aderen en elke dag dank ik God dat ik ben zoals ik ben. Hetero, vrouw en rasechte Nederlandse.

Niet dus....

Door alle perikelen en heftige discussies rond de Nashvilleverklaring voel ik zoveel pijn. Pijn voor alle mensen die pijn wordt gedaan. Pijn om alle reacties die, of je het nu wilt of niet, de revue passeren. Pijn over de tweespalt die het brengt in kerken en daarbuiten. Pijn omdat het ons gezin raakt. Pijn omdat het mijn meisje raakt.

En ik vraag me vertwijfelt af: Waar zijn we mee bezig?? Waar is de liefde die Jezus ons leert? Ik mis dat zo in de vele felle discussie's. Ik vroeg het thuis: Zou Jezus de Nashvilleverklaring ondertekend hebben? Daar moesten we even goed over nadenken. Het irritante van deze tijd is de snelheid waarmee alles de wereld in wordt gebracht. Het is makkelijk maar ook hoogst onpersoonlijk. Bij Jezus was er niemand die zoiets schreef en dat in den lande smeet alsof het een statement is waar iedereen voor moet knielen. Geen social media, geen kranten, geen ikgerichte, eigengereide Nederlanders die hun mening weten en dat ook doorgeven. Desnoods over lijken...

Zou Jezus de Nashvilleverklaring ondertekend hebben? Wij denken van niet. Hij zou mensen zeggen dat Hij hoe dan ook van ze houdt, dat Hij zonden vergeeft en vrij wil maken. Of je nu Hetero bent, LHBT-er of wat dan ook. (Ik heb ook behoorlijk wat zonden en strijd waardoor ik Hem nodig hebt en jij ook denk ik zomaar) Hij zou wijzen op de liefde van God die iedereen in vrijheid zet en vooral, Hij zou er voor je zijn!

Mijn mening over dit alles? Vind je het erg als ik dat niet weet? Jaren geleden al losgelaten. Wij zijn tot de slotsom gekomen dat we onze dochter met liefde omringen. In haar strijd, in haar eenzaamheid. Omdat alleen de Heilige Geest overtuigt, God oordeelt en Jezus liefheeft. We hoeven niet als God te zijn, het is WWJD: Wat zou Jezus doen. We mogen Jezus' Liefde uitstralen. Alleen dat is onze opdracht. En daarin wil ik er zijn voor mensen die strijd hebben, in welk opzicht dan ook. Tegen onze dochter ook gezegd: jouw identiteit is niet je geaardheid, jouw identiteit is in Christus. Richt je op God en laat de rest maar kletsen. Hij zal je geven wat je nodig hebt.

Kom maar mijn dochter, ik sta naast je. Ik omhels je, ik heb je lief en weet je, God ook!

dinsdag 1 januari 2019

2018-2019



- Goedemorgen schat, hoe voel je je vandaag?
Ik hang wat op de bank, met mijn ontbijtbordje in mijn hand en zoek naar woorden.
Hoe voel ik me vandaag?
- Lastig te benoemen, beetje melancholisch denk ik. Beetje last van alles. Gewoon wat was en niet meer terug komt. Wat gaat er komen er hoe gaan we daarmee om? Dát, weet je? Vertwijfeld kijk ik mijn man aan. Er is in 2018 weer zoveel gebeurd. Wat brengt 2019? Onzekerheid steekt de kop op. Hoe kan ik dit jaar in gaan, verder gaan? Terwijl alles hetzelfde blijft? Gewoon weer in het ritme van alle dag: opstaan, eten en drinken, werken, naar bed, repeat. Ik ben het doel een beetje kwijt geloof ik. En voel me leeg en moe. Tweeduizendnegentien. Het klinkt zó vreselijk ver weg van... ja van wat? Van Kerst? Van het jaar nul? Van mijn geboortejaar? Zo ver weg de geschiedenis in. Het voelt een beetje als of ik ronddool in een geschiedenis van zesduizend jaar en nog is het einde niet. Nog komt Jezus niet. En ook dat voelt weer dubbel, want er zijn nog zoveel mensen die Jezus nog niet kennen. Die Hem niet zien als hun Verlosser en Zaligmaker? Dus, gelukkig, nog is het einde niet. Maar Hij komt! 

Gisterenavond zongen we in de kerk: 'De toekomst is zeker, ja eindeloos goed. Als ik U mag kennen, als ik U ontmoet.' Vanmorgen klonk het: 'Onze hulp is in de Naam van de Heere, Die hemel en aarde gemaakt heeft, Die trouw houdt en eeuwig leeft en niet laat varen wat Zijn hand begon'. 
Dat geeft me moed om door te gaan. Met Gods liefde, Zijn trouw en hulp gaan we het nieuwe jaar in. Nog steeds kans om te getuigen van Hem! Nog steeds tijd om liefde uit te delen aan mijn man, gezin en alle anderen. Nog steeds gelegenheid om tijd met elkaar door te brengen en een licht te zijn in deze donkere wereld. Niet in eigen kracht. Vanuit mijzelf is er niets goeds. Maar omdat onze hulp is in de Naam van de Heere, die Hemel en aarde gemaakt heeft. Zo'n machtig God, Hij gaat door. Ook met mij. Met ons. Ook in 2019, al is dat heel ver weg van de kribbe en het kruis. Het is toch heel dicht bij. Hij is in mij. Immanuel, God met ons.


Pagina's