woensdag 27 mei 2020

Autisme en het virus

-En, heb je Geert nog gezien?
Rob kijkt me even kort aan, alsof hij zeggen wil, waar bemoei jij je nou weer mee.
-Ja, zegtie uiteindelijk traag, maar ik heb niets gezegd.

Geert vindt dat een beetje lastig. Hij is aan het werk bij z'n vakantiebaantje. Komt zijn big brother daar wat boodschappen halen, zegtie niets.

Op mijn vragende blik verduidelijkt Rob enigszins wat onzeker.
-Dat kan toch niet, hij is toch aan het werk, dan mag ik hem niet storen.

Klopt. Helemaal mee eens en ik glimlach om het autistische denken dat mijn oudste zoon me weer laat zien. Het is ook ingewikkeld. En erg druk in je hoofd. Je ziet je broer, tenminste, thuis is hij je broer. In die winkel is hij medewerker. Je ziet pijlen in het gangpad, bordjes dat je verplicht afstand moet houden, je moet je spullen zoeken terwijl je je verplichte karretje netjes moet besturen, je moet goed op de anderhalve meter letten als je een medemens tegenkomt en dan zie je opeens je broertje. Tussen al die prikkels door ook nog even filteren hoe dat ook alweer kan. Puzzelen, puzzelen, puzzelen. En stel dat je dan in gesprek raakt en broertje krijgt van zijn werkgever te horen dat ie z'n klep moet houden en door moet werken, nou-ou, dan zwaait er thuis wat. Dus zoals heel vaak kiest mijn Rob voor het zekere, het duidelijke, het veilige: niets zeggen, afstand houden en door!

-Hoe zit dat nu met die mondkapjes ma? Rob switcht altijd vrij makkelijk van het één naar het ander. Want in de bus kan ik geen afstand houden van mijn medemens. En dat is echt heel vreemd.

Waar het een week of 12 geleden nog gewoon was, is hij momentele nogal gewend aan een bus van het openbaar vervoer met twee personen: de buschauffeur en Rob zelf. Een privéritje. Hij geniet er van. Geen drukte, geen gedoe. Rust en doorrijden maar.
Gelukkig kan ik Rob geruststellen. De mondkapjes zijn klaar. Gemaakt door onze hele grote vriendin van Sfeercadeau. (klik) Top! Heel fijn!
Ik merk met de dag dat de spanning toeneemt bij Rob. Hij is al zeker een week bezig met kijken hoe laat de bussen vanaf 2 juni weer rijden. En wat alstie vol is, wat alstie daarom doorrijdt? Wat als er iemand zonder mondkapje binnen komt? Wat als....

Autisme is een leven lang puzzelen, nog meer dan in een leven zonder autisme. Een virus maakt het er niet beter op, al zijn de regels duidelijk. En die houden gaat hem erg goed af. Hoewel...

Laatst gaf hij opa automatisch een hand. Hij schrok ervan, trok niet terug maar keek naar buiten en zei:
-Even kijken hoor, of niemand het ziet."
Opgelucht haalde hij adem. Niets te zien.
-Ha opa!

dinsdag 12 mei 2020

Verborgen verstilling

Het is stil. Stil in mij. Alsof alles stil zou moeten zijn. Alsof alles stil zou moeten staan. Alsof de waas in mijn hoofd me belet verder te denken dan vandaag. De waas van witte wolle watten, fladders mist, vlokken, ijskoude dikke wintervlokken in mijn hoofd die me beletten me te bekommeren over het één en het ander. De ander ook.

Nee, ik ben niet als een gek boodschappen gaan doen voor de oude buurvrouw, liedjes gaan zingen, teksten gaan schrijven, mensen gaan opzoeken via de babbelbox, honderden kaarten gaan schrijven en noem nog maar wat van die honderd-en-een goede dingen die de wereld doet om elkaar door deze crisis heen te helpen op. Waar bij menigeen de adrenaline toesloeg en er enorm veel activiteiten kwamen keek ik toe. En ik dacht: mooi. Mooi dat anderen dit doen, want ik doe het niet. Ik kan het nu gewoon even niet. In mijn hoofd is dichte mist en dat is even heel erg jammer voor jullie.
Ik voel me er niet schuldig over. Eerder wat onverschillig. Boeiend wat de ander hiervan vindt, als ze al wat vinden, maar ik doe het nu even zo. Ik heb genoeg aan mezelf. Egoïstisch? Zelfzorg, zo zou ik het eerder willen noemen. Want als iets niet gaat maar je het per sé toch doet, krijgen anderen en jezelf dat razendsnel terug. Geloof me maar of geloof me niet, het is zoals ik het heb ervaren.

Dus trek ik me wat terug. Zorg voor mezelf. Vergeet anderen. Neem de tijd om te verwerken en te overdenken. Wát gebeurt er nu eigenlijk allemaal in deze wereld? Als iemand me dat nu eens gewoon kon uitleggen.... Het rondsluipende virus, de politieke onrust die dat wereldwijd teweeg brengt of gaat brengen, het Samen-Sterk, wat we niet zo heel lang meer gaan volhouden. Extra psychische problematiek, opstand tegen overheid, kwetsbaren die worden uitgebuit, de discussie van een zoveelste G in het netwerk, de vele doden, de niet te verwerken rouwprocessen. En alle verbanden die je hiertussen kunt leggen... Is er überhaupt iemand die dit nog kan -of wil- begrijpen?? Ik niet.

Lig ik dan nu urenlang ellendig te zijn in mijn kamertje, stil in de foetushouding op mijn bed te huilen en te peinzen? Nee hoor, daar hoef je niet bang voor te zijn. Gelukkig past dat totaal niet bij mij, al zou het me zomaar kunnen overkomen. Ik doe gewoon mijn ding hier in huis, ik doe mijn werk en geniet van de mooie dingen die ik zie gebeuren. Ik geniet van Gods schepping, van het contact met klanten, van mijn gezinsleden en vriendinnen. Maar toch... Het lijkt alsof dat genieten onder een laag stof ligt. In een mist of wattendeken. En soms komt het even voluit naar buiten, maar het zakt enorm snel weer terug naar waar het vandaan kwam. Dus ligt het meestal wat verborgen in de stilte van mijn ziel. Verborgen, omdat zoveel niet kan zoals ik gewend was en graag zou willen. Dat ik mijn vriendin niet begroeten kan zoals we gewend waren. Dat ik vandaag niet naar mijn jarige moeder ga, hoe graag ik ook zou willen. Wij gaan morgen en omdat we als kinderen om de beurt gaan, zie ik mijn broers en zussen en hun kinderen deze keer niet. En als ik ze spreek, op gepaste afstand, is er daarna altijd het knagende gevoel van missen. Omdat het niet zo spontaan is, omdat het niet zo dichtbij is, omdat het, nou ja, niet zo is als ik zou willen. Klink ik nu als een zeurend klein kind? Ik voel me eerder een gevoelig sociaal persoontje die er voluit voor de ander wil zijn. En dat niet kan.

En echt ik snap dat iedereen daar mee te kampen heeft. En iedereen gaat er anders mee om, het is allemaal oké. Maar mag ik het dan alsjeblieft lastig vinden? Mag ik gewoon niet willen wennen aan het nieuwe normaal? Oei wat een irritatie roepen die twee woorden bij mij op. Het nieuwe normaal, het zou wat zeg. Echt ik wil daar gewoon niet aan wennen, ik wil dat nooit normaal gaan vinden. Alles in mij spreekt dat enorm tegen!

Inmiddels wordt de waas elke dag wat minder zwaar. Alsof ik langzaam maar zeker door een soort van rouwproces heen kom om wat was en niet of voorlopig niet meer terug komt. Schrijf ik af en toe een kaartje of ik bel iemand omdat ik wil weten hoe het met hem of haar gaat. Kom ik langzaam weer terug bij mezelf en maak ik wat richtlijnen met mijn hart die ik wel kan doen, die nergens tegenin gaan maar toch fijn zijn om mee te maken. En zo ga ik mijn weg. Waar anderen inmiddels de adrenaline voelen verdwijnen en ze zich langzaam maar zeker af gaan vragen: Hoe lang nog?, ben ik op het punt van: hallo daar, ik ben er weer. Ik ben weer terug bij mezelf. Ik ben weer terug bij jullie. Maar let op hè, ik zeg: op het punt van. Dus geef me gewoon af en toe ook nog een beetje tijd voor de watjes, de vlokjes en de flarden mist. Het is goed zoals het gaat. Want zo gaat het.

maandag 13 april 2020

Jezus en de Anderhalve meter samenleving

- Lieverdjes, kunnen we het alsjeblieft ergens anders over hebben?
Hoe vaak ik die vraag niet gesteld heb gisteren tijdens onze gezinsbbq terwijl we genoten van de zon, het eten en elkaar. En gek, ik deed er zelf aan mee, elke keer kwamen we er toch weer op terug. En dan vroeg ik weer:
- Lieverdjes, kunnen we het alsjeblieft ergens anders over hebben?
En ja hoor, dan deden we weer ons best. Begonnen we over Pasen, of over lekker eten. Kwamen we daarvandaan op kerkdiensten en restaurants en ja hoor! Zucht...

Onze Rob wordt er erg onrustig van. En de rest ook. Ik ook. Het is niet niets wat er gebeurd en de onzekerheid van hoe lang nog is een grote vraag waarop geen antwoord te krijgen is. Dus zo af en toe erover praten is prima te doen, maar soms wordt het ons allemaal te veel. Desondanks gaan we er gewoon over door.

Corona. Een allesplatleggend virus. Een compleet ontregelde samenleving. Een anderhalve meter samenleving. En de klant die zaterdag beweerde dat dát laatste altijd zo zou gaan blijven, kreeg behoorlijk ongezouten mij mening terug, want het steigert met alles wat in me is. Ik ben een mensenmens en houd van leuke gesprekken en mooie contacten, van dichtbij en openheid. Van knuffels, een hand op de schouder, een arm om iemand heen. En dus kost het me enorm veel moeite die anderhalve meter te handhaven, maar ik doe, al zeg ik het zelf, het keurig. En gelukkig went het ook een beetje. Gelukkig in die zin dat als ik anderhalve meter afstand neem als ik een wandelaar tegenkom, dat die persoon me niet meer argwanend aankijk en afstand meet, maar tegenwoordig weer gewoon groet. Iets menselijks is weer terug, zij het op gepaste afstand.

Bij mij komt de vraag weer boven: wat zou Jezus doen in de situatie als de onze? En ik heb daar wat over na zitten denken. Ik weet dat Hij boven ziekte stond en juist een besmet iemand rein maakte, terwijl Hijzelf rein bleef. Hij genas melaatsten en hield zich daarbij niet aan de anderhalve meter. Terwijl die mensen apart moesten wonen, een lock down in eigen park zeg maar, en áls ze ook maar het lef hadden in de bewoonde wereld te komen, moesten ze mensen waarschuwen door heel hard "Melaats" te roepen. Met andere woorden: aan de kant, ik ben besmettelijk en als je in de buurt komt, brengt jouw dat misschien in levensgevaar. Komt je bekend voor? Niets nieuws onder de zon, toch? (Behalve dan misschien een komende app in plaats van je eigen zwakke stemgeluid...)

Jezus komt dichtbij. Hij stond met meeleven en veel liefde naast de zieke en genas. Zonder zich te bekommeren om zijn eigen gezondheid raakte Hij de melaatse aan en nam Zijn ziekten op zich. Wetend dat Hij daarin deed waarvoor Hij kwam en tegelijk genezing bood aan lichaam en geest. Hoe vaak was het niet dat niet alleen de ziekte weg was maar Jezus ook zei dat de zonden vergeven waren?

Pasen 2020 is weer voorbij. Jezus leeft! Ondanks alle ziekten en zonden die Hij op zich nam aan het kruis. Ondanks dat Hij de volledige straf heeft gedragen voor iedereen die gelooft. Ondanks alle geselslagen en spot die Hij meemaakte. Ondanks het verlaten zijn door Zijn Vader tijdens de drie uur durende duisternis. Ondanks dat leeft Hij. Stond Hij op uit de dood en zei Hij tegen de mensen om Hem heen en nu ook tegen ons: Ik ben het. Wees niet bang.

Wat Jezus zou doen in de tijd van Corona? Hij zou meeleven waar Hij kon, Hij zou helpen en er zijn. Hij zou genezen en herstellen, kracht geven, liefde en moed. Troosten waar nodig. Hij zou zijn verantwoordelijkheid dragen en zich niet laten leiden of lijden door angst.
Laten we net als Jezus doen, zoveel als we kunnen. Er zijn voor de ander, bid om genezing, herstel, kracht en troost en zorg ervoor dat je er bent. Zodat de ander in jou iets van Jezus ziet. Zijn liefde, Zijn kracht en troost geeft hoop in deze tijd van afstand en ellende. En wat kunnen we anders dan staan in Zijn kracht en uitdelen zoals Hij deed? Houd moed, Hij is er bij! En Hij is Liefde!

Luister en kijk voor hoopvolle woorden deze Paasdienst, klik hier.


maandag 23 maart 2020

Liefde doet

Zo, m'n mooiste kleren aan, mijn geld in mijn buidel, huissleutel op zak. Alles klaar, checkcheck dubbel check. Yeh, ik kan gaan.
Terwijl ik de voordeur zorgvuldig op slot draai word ik overvallen door een intens gevoel van teleurstelling. Moet je zien hoe druk het al is. Ik heb echt mijn tijd weer verspild door urenlang na te denken over wat ik vandaag aan zou doen. Elke dag nieuwe kleren aan is best leuk, maar soms zou ik gewoon even rond willen lopen in spijkerbroek en shirt. Maar dat is not done. Per slot van rekening moet ik laten zien wie ik ben. En mijn identiteit zit in mijn rijkdom. Verder valt er niet veel eer meer aan me te behalen. Dus ja..

Al stoeptegels tellend ga ik mijn weg. Ik weet toch wel hoe mensen kijken. De blikken, spottend en minderwaardig, ik droom er wel eens over. Hier en daar wordt er op mijn sandalen gespuugd. Bah! Ik hoor gelach en rare taal. En dan weet ik, dit gaat over mij. Iedereen kijkt op mij neer. Echt iedereen. Treft ook al niet dat ik maar klein ben. Zo irritant. De spot drijven ze met me, maar ach, wacht maar, ik krijg ze wel. De laatste die lacht ben ik! Want ik laat me niet kisten, zeker niet door dat stelletje slampampers hier. Ben je mal. Ik ben hier, ik adem dus ik leef en heb helemaal niemand van dit volkje nodig. Ik red mezelf wel. Met geld kun je echt alles bereiken. En geld? Dat heb ik. Ruim voldoende zelfs.

Opeens dringt het tot me door dat ik wel een probleem heb. Want wat ik al zei, ik ben klein. En het is druk. Wat nu te doen? Opeens weet ik het. En zonder ook verder maar na te denken over mijn status en respect zet ik het op een lopen. Wat maakt het ook uit. Mijn status is 'Overloper en 'Verdorven', het respect is al jaren geleden in een diepe ravijn van modder en troep gezonken. Dus zet ik het op een rennen, hier en daar botsend tegen lange, grote mensen aan en die me naschreeuwen voor alles wat vooral niet mooi maar lelijk is. Maar ik hoor het niet eens. Ik ben zo gericht op mijn eigen plan! Ik weet precies wat mij staat te doen. Zoals altijd.

De boom in! Daar, die, dat moet lukken. Zo snel als ik kan klauter ik de boom in. Gelukkig heb ik gekozen voor wat minder opvallende kleren en ik verstop me achter wat grote bladeren. Deze boom is mijn vriend. Vanuit deze boom kan ik alles zien. Ik zie zelfs dat mijn buurman van een paar huizen verderop al wat kaal begint te worden. Haha, wat een voordeel als je zo op iedereen neer kan kijken. Nu is het mijn beurt om te lachen!

Maar wacht, daar komt-ie. Rabbi Jezus. Daarom zit ik hier verstopt. Ik zie Hem, Hij mij niet. Beter. Iedereen praat zo goed over Hem, ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen de straat op te gaan. Dat is geen pretje, maar sommige dingen moeten nu eenmaal gebeuren. Zo voelde dat ja. Dus ik ging en nu ik hier hoog en droog zit, voel ik me veiliger dan ooit. Niemand die me ziet.

Ik heb wel geluk. Die Jezus blijft gewoon recht onder me stil staan. Ik kan Hem heel goed zien. En als ik mijn oren spits, kan ik ook horen wat Hij zegt. Maar o help, opeens kijkt Hij naar boven. Hij legt zijn hoofd in zijn nek en ziet mij! Slikk, Hij kijkt mij aan. Hoe kan dat! Terwijl ik zo goed verstopt ben! Ik krijg het er warm van. Maar het wordt nog gekker. Hij roept mij. Huh? Kent Hij mij? Weet je wat Hij zegt?
-Zacheus, kom naar beneden want ik moet in jouw huis zijn.
En dan, nog voor ik het goed en wel doorheb, dan sta ik zomaar opeens beneden. En ik ga voor Jezus uit naar mijn huis. Draai de deur van het slot en ontvang Hem. Ik hè, de overloper en leugenaar. Ik, de meest slechte van alle mensen hier. Waarom kiest Hij mij uit? Waarom zag Hij mij? Met ogen vol liefde keek Hij me aan. Dat kon ik niet weigeren. Zo liefdevol had nog nooit iemand naar mij gekeken.

Mijn leven is veranderd. Mijn mooie kleren heb ik weggegeven, mijn geld ook. Ik heb alles wat ik had gejat terugbetaald aan al die mensen. Gelukkig had ik het keurig bijgehouden op een briefje. Maar dat briefje heb ik weggedaan toen iedereen had wat hij hebben moest. Per slot van rekening is dat mijn status niet meer, is geld mijn identiteit niet meer. Mijn identiteit is nu bij Hem, in Hem. Jezus. Hij is alles wat ik nodig heb.

Weet je wat me het meest heeft geraakt? Waar ik altijd tegen mensen op moest kijken, kon ik in die boom eindelijk eens op mensen neer kijken. En toen keek Jezus op naar mij. Hij was niet de Meerdere, Hij was de Mindere. De Dienende. En zo wil ik ook zijn. Niet zo moeilijk, want ik ben klein. En dat hou ik graag zo. Zodat ik niet vergeet dat Hij kwam om te dienen en ik Hem na wil volgen. Ga je mee?

Je vindt het verhaal over Zacheus in Lukas 19:1-8



dinsdag 10 maart 2020

Met de Leeuw het hol van de leeuw in, gesprek met de WMO

Voordat we samen op de fiets stappen, nemen we een kort moment de tijd om ons samen in handen van onze machtige God te leggen. Per slot van rekening voelt het weer alsof we naar het hol van de leeuw gaan. Maar de sterkste der Leeuwen is voor ons, waarom zouden we bang zijn?

Eenmaal in de wachtkamer van het gemeentehuis voldoen we aan het verzoek even plaats te nemen. Ik trek de zware stoel aan de kant, en voel mijn eigen zware ik. De stoel is lomp, groot en staat dominant op zijn plek en als een klein smal meisje zak ik in de stoel. Het is een stoel die me zegt: hier zit je nog wel even, je bent hier niet zomaar weg. Welkom in het hol van de leeuw.

Dan zie ik hem, de man die ons verwacht. Lopend op de grote brede trappen die de status van ons gemeentehuis verraden, lijkt de man maar klein en nietig. En opeens is het gedaan met mijn zware stoel. Ik schuif de stoel vastberaden en met kracht naar achteren. Daar is hij en wij gaan er voor!  En in niets, maar dan ook helemaal niets zie ik deze man als mijn vijand of tegenstander. En dat voelt best gek.

Eenmaal in de spreekkamer schuif ik de door hem toegewezen stoel lichtjes aan de kant. Een stoel die me vertelt: 'opstaan en weggaan is hier heel makkelijk, zo licht en luchtig als ik ben, zo kan ook dit gesprek zijn. Het is maar hoe je er in zit.'

We doen dit gesprek met z'n vieren. De WMOman, laat ik hem Thijs noemen, zijn jurist (!) en wij als ouders van onze Rob. Maar ik voel de Vijfde, of moet ik zeggen de Eerste?, haast lijfelijk aanwezig.

Na een mooi gesprek van zeker veertig minuten over waarom wonen bij WMO gaat zoals het gaat en waarom begeleidende zorg op deze voor ons zo foute manier wordt geregeld, rondt Thijs het gesprek al weer af.
Maar wacht even hoor, de leeuw in mij komt naar boven. Hadden wij niet een brief geschreven naar aanleiding van hun besluit? Hadden we niet om motivatie gevraagd waarom onze zoon nu hij 18 is geen begeleiding meer krijgt en wij als ouders ook niet meer worden ondersteund? Daarom zitten we hier, toch? De beste man verschiet wat van kleur, de jurist helpt hem een handje en eindelijk krijgen wij antwoord op onze vragen. Kort gezegd: de WMO is er om aan zelfstandigheid te werken voor mensen met beperking met als doel uiteindelijk zelfredzaam en vrij van begeleiding door het leven te gaan.
Juist ja. En wat is dan de overbrugging voor de ouders ter ondersteuning zolang zoonlief nog niet op zichzelf woont? Euhh... daar is de WMO niet voor.

Met klem hebben we Thijs verzocht hierover betere afspraken met het CJG te maken. Op vijf september horen dat per vijftien september alles stopt is natuurlijk schokkend en behoorlijk onhandig. Thijs zucht opgelucht en belooft daar wat mee te doen. Daarnaast vraag ik me af: wat nu? We krijgen de tip toch bij het CIZ langs te gaan, zowel voor wonen als voor begeleiding.
- Misschien is de WMO toch te hoog gegrepen voor uw zoon.
Hèhè... het antwoord op al onze vragen. Wij wisten dat al, Thijs bevestigt het nu.

Lichtjes schuif ik mijn stoel naar achteren. Ik bedank de mannen voor het gesprek en de jurist bedankt ons specifiek voor onze fijne manier van benadering:
- Dank jullie wel, dat we hier niet als tegenstanders tegenover elkaar zaten maar met elkaar na konden denken over wat het beste is voor uw zoon.

We lopen samen weg. Het voelt als lopen als een leeuw, de statige trap af, alsof wij daar horen en passen. Niets bereikt nee, dat niet. Maar dat we zo het gesprek in konden gaan, vriendelijk maar mondig genoeg om duidelijk te zijn, dat is kracht van de grootste Leeuw. Niets bereikt, hoewel, wij denken dat onze Rob met het CIZ een veel betere kans heeft op begeleiding en wonen zoals hij nodig heeft. Dus, exact bereikt wat goed voor hem is. Met dank aan de Leeuw!






donderdag 5 maart 2020

Terrible world, in wat voor een wereld leven we toch?

-En weet je, verdrietig kijkt ze me aan. Ik kan dit niet langer aanzien, ik word hier zo moe van. Al die ellende. Alsof de hele wereld aan mijn nek hangt en ik iedereen helpen moet maar ik weet niet hoe!
Ergens herken ik dat wel, die machteloosheid en bemoedigend knik ik haar toe. De stilte die valt is niet vervelend, allebei dwalen we terug in onze gedachten. Behoedzaam pakt ze haar theeglas op, neemt er een nipje van om het direct weer terug te zetten. En de optelsom van ellende te beginnen:

- Die jongen van 15, die verongelukt, dat kleine babytje op de IC, aan slangetjes en monitor. En dan die vader van dat jonge gezin, geen levenshoop, geen kans op genezing. Terwijl hij in de kracht van het leven staat, verteert de ziekte hem vanbinnen uit. O ja, en laatst las ik nog van iemand die zelfmoord pleegde. Hij was eenzaam en had niemand meer om voor te leven. Negentien jaar.
Wat ís dit voor wereld waarin we leven? Het gaat steeds meer mis, er is steeds meer ellende en ik, ik kan er niets aan doen! Droogte, overstromingen, aardbevingen, terrorisme, oorlogen, virussen en vluchtelingen. Geen ruimte meer in ons land, terwijl in andere landen ook niet te leven valt. Zeg nu zelf, waar haal jij nog je hoop vandaan?
De wanhoop in haar ogen raken me en wat moet ik zeggen? Heeft deze vrouw naast mij, zittend aan de bar van een cafeetje niet ontzettend gelijk? Het wordt toch alleen maar slechter? Kijk maar naar het journaal, in je krant, je straat, je gezin... Gaat er überhaupt nog iets vanzelf? Gaat het met iemand nog gewoon goed?

- Weet je waar ik zo van baal?
De oude man tegenover me kijkt me vragend aan. Af en toe bezoek ik hem en dan sparren we over van alles en nog wat.
- Nou? vraag ik nieuwsgierig.
- Ik baal van de voorbedes die ze in de kerk doen.
Verrast ga ik iets meer rechtop zitten. Soms blijf ik me verbazen over de alerte manier van leven van deze tachtigplusser.
-Dan bidden ze voor Israël. "O God wees met Israël." Een domineesstemmetje klinkt door de kamer. Stil glimlach ik.
- Zo ook weer gehad, volgende punt. Maar hoezo danken we niet voor wat er goed gaat in Israël? Als je de juiste bronnen leest, gebeuren daar zoveel mooie dingen, gaat het eigenlijk zó goed! En dan bidden ze voor de christenen die vervolgd worden. In plaats van dat ze bidden dat de haat zal breken in Jezus' naam! We raffelen een rijtje af omdat we pijn en ziekte en moeite ervaren, maar zodra het goed gaat is alles weer vergeten, God nog het meest.

Daar heeftie een punt. Het klinkt me als muziek in de oren, het klinkt als een echo van een eerder gesprek deze week met mijn zusje.

- Het gaat eigenlijk helemaal niet zo slecht met deze wereld. Kijk maar naar honderd jaar geleden. Toen was de kloof tussen rijk en arm veel groter, was er veel meer kindersterfte, moesten we veel harder werken, werden we minder oud, hadden we niet zoveel te kiezen en veel minder vrije tijd. Was de gezondheidszorg niet zoals nu en, nou ja, zo kan ik nog wel even doorgaan.

Mijn zusje las een boek en is daar helemaal enthousiast over.
Feitenkennis heet het, van Hans Rosling. Klik op de link en lees vast een stukje van het inkijkexemplaar. Erg de moeite waard! De feiten op een rij, tegenover wat wij binnen krijgen aan fout nieuws, want, zo zeggen ze, 'goed nieuws is geen nieuws'. En kijk dan direct even het filmpje hier onder al deze tekst! 

Zomaar wat gesprekken deze week. En opeens komen ze allemaal bij elkaar. Van 'wat een bagger, deze wereld' naar: 'wat is dat toch, dat we alleen maar het negatieve zien?'

Ik denk dat we mogen kijken naar het mooie wat ook gebeurt. Hoewel we het verdrietige en moeilijke niet uit het oog verliezen moeten, mogen we dankbaar zijn met wat er ook is. Soms zelfs door tijden van verdriet en pijn heen. Zoals mijn zwager zegt als ik vraag hoe het met hem gaat:
-Veel gaat goed, wat niet goed gaat, daar werk ik aan.
Als we dat nou met elkaar eens gaan doen? En onthouden dat hoe dan ook, God alles in handen houdt? Het is een geloof soms dwars tegen je gevoel in. Maar daarom heet het ook geloof.


donderdag 13 februari 2020

Over grenzen gaan

Al ruim een uur zitten we in de auto. Op weg naar het land over de grens. We wijzen elkaar enthousiast op die ene vreemde stad op het blauwe bord:
- Kijk, we gaan de goede kant op! Vol verwachting kijken we vooruit, op weg naar de grens. En dan opeens is het zover. Het wegdek verandert wat, maar verder lijkt alles nog hetzelfde. En toch, we zijn de grens over gegaan. We hebben er niet zo heel veel van gemerkt, maar het is zo want opeens staat alles in een andere taal. Wilkommen in diesem Land.

Hoe makkelijk lukt dat, de grens over. Ik heb het zelf ook gemerkt. Al rijdend in de truck van mijn leven trok ik van plek naar plaats. Ik hield de voorraad benzine goed op peil, ik  hield de ruiten glanzend schoon en zorgde voor voldoende lucht in de banden. Genoeg. Niet te veel, niet te weinig. En ik deed wat ik kon, zwaaide naar de fietser die ik inhaalde, belde met mijn werkgever, bracht bestellingen bij mensen die dat nodig hadden en hielp die verdrietige jongen die zijn hond kwijt was. Vrolijk ging ik door, anderen helpen maakt me blij. Net als werken en bezig zijn. Bij iemand een lach op het gezicht toveren, dat vind ik één van de mooiste dingen. Tot ik bij de grens aankwam en lekker doorreed. Over de grens. Ik was opeens in een ander land, sprak de taal niet, kon niemand helpen en langzaam zakte het lucht uit mijn banden, besloegen de ruiten en liep de benzinemeter razendsnel terug naar rood. Gevaar! Stop! Ga niet verder! Maar helaas, ik was al over de grens. En zie nu maar weer eens terug te komen. Dat gaat veel langzamer en minder soepel dan gedacht en gehoopt. 

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik kan dat. Heel makkelijk mijn grens over gaan zonder dat echt te merken. Zonder de signalen op te pikken en daar wat mee te doen. Zonder naar mezelf te luisteren en te voelen waar ik stoppen moet. Heel fijn op het moment dat er veel moet gebeuren. Heel lastig als het zover is en je op je blote knieën op zoek moet naar de grens. 

Wie ben ik, waar ben ik en hoe vind ik mezelf weer terug in deze chaos van leven? En trouwens, wat doe ik hier eigenlijk, in dit vreemde land waar geen mens me verstaat en ik met een lege tank m'n truck niet meer voor- of achteruit krijg? Hoezo ben ik hier verzeild geraakt, hoezo ben ik mijn grens overgegaan? Ik dacht dat het een vrije grens was, maar ik moet er nu behoorlijk voor betalen.

Heb ik het fout gedaan? Teveel voor anderen gezorgd? Ik denk van niet. Ik heb de afgelopen maanden echt erg op mezelf gelet, maar wilde er ook zijn voor de mensen die het nodig hadden. Wetend dat dát nog maar even zou kunnen (schoonmoeder) of dat er een eind zou komen aan het intensieve helpen bij de verhuizing (ouders). Maar toch, al het andere, wat zomaar opeens ook even op mijn pad kwam, als daar zijn de WMO, het gezinsleven op zich, het werken aan mijn huwelijk, het er zijn voor de kinderen, de tijd nemen voor mezelf en mijn werk (spannend, blijft dat of houdt ook dat op?), het zijn van die zaken waar geen eind aan lijkt te komen en voor veel van deze zaken is dat fijn. Maar dat neemt niet weg dat het soms te veel is en ik beter moet zoeken naar mijn grens. 
Dan maar iedereen afwijzen? Nee, zeker niet. Maar wel luisteren naar mezelf. Wat kan ik, wat moet ik, wat is nodig?  En vooral: God, mijn Schepper die exact weet hoe ik ben en wat ik aankan geeft niet meer dan lukken gaat. Dus, als Hij dat precies weet, als Hij mijn grens precies weet, waarom zou ik dan niet alles in zijn handen leggen en Hem zeggen dat ik het momenteel even niet zelf kan, maar dat ik weet dat al die personen bij Hem in goede Handen zijn? En dan daar laten? Zien dat het zonder mij ook doorgaat? En voor mezelf de kachel aansteken, koffie zetten en met een goed boek op de bank ploffen omdat dát even is wat ik nu nodig heb? Of een blogje schrijven, wandelen, sporten, wat ik maar wil. Niet vanuit egoïsme, maar om op te laden voor wie weer een beroep op me doet. En dan weer kiezen: wat kan ik, wat wil ik, wat is nodig en -niet in de laatste plaats- Vader, wat wilt U dat ik doe? 

Langzaam stuur ik mijn truck terug. Ik rijd de parkeerplaats af en haal dankbaar adem als ik weer bekende taal zie, een mooi wegdek en Hollands groen. Ik ben geholpen door een lieve vrouw. Ze leidde me door een aantal lessen heen waardoor mijn banden weer lucht kregen, mijn benzinepeil weer in groen stond en de ramen niet meer beslagen waren. Dankbaar dat ik weer aan de goede kant van mijn grens ben, zing ik mee met de radio. En kijk, daar loopt het jochie die ik geholpen heb zijn hond te vinden. Hij zwaait, de hond blaft, ik toeter. 
Wat een dag, wat een dag zal dat zijn. Alle grenzen voorbij, want Hij maakt vrij. 


donderdag 30 januari 2020

De Hersenstichting



En dan is het weer eind januari. Dat betekent: lopen voor de Hersenstichting. Het is de enige stichting voor wie ik loop, maar dan uiteraard wel voor de volle 100% . Overigens doe ik weinig voor minder ;) 

En geloof me, ik maak leuke dingen mee. Het is altijd mooi om te zien hoe mensen reageren als ik mijn vraag heb gesteld: 
-Goedendag, heeft u wat over voor de Hersenstichting? 
De één kijkt zuinig, de ander zegt direct nee. Maar de meesten beginnen zich hardop af te vragen of ze wel los geld in huis hebben. En dat ze, omdat ze dat niet weten, graag even gaan zoeken. Met veel plezier zoek ik mee, maar dat is over het algemeen niet wat ik zeg. Vaak vinden mensen het zelf wel, terwijl ik wacht. En zo niet, dan is er nog geen man overboord. Op mijn collectebus zit een QRcode! Even scannen en door. Terwijl de vriendelijke man of vrouw zijn geld overmaakt, bel ik alweer aan bij het volgende adres. Gaat echt sneller dan geld zoeken, maar ik heb geen haast. Dus lekker doen wat je zelf wilt. Veel mensen vinden die QRcode maar niets, durven dat niet zo goed. Ook even goede vrienden. Geen QRcode, geen los geld, dan is daar altijd nog de bank, het rekeningnummer. Willen de mensen dat ook niet dan bedank ik vriendelijk voor het opendoen en ga een deurtje verder. 

Meestal gaat het goed, lopen met een bus langs de huizen. Maar deze keer was er één man, zo gefrustreerd bij het zien van mijn bus (daar houd ik het tenminste maar op), hij duwde mijn bus zo aan de kant. En dan wel zo dat ik automatisch met de bus meeliep. Hohoho, dacht ik, zo doen we dat niet. Hoezo doet iemand zo, hoezo zo veroordelend en gefrustreerd? Ik bood nog aan, wilt u erover praten? (niet dus). Hij mopperde luidkeels dat het geld nooit bij de mensen terecht kwam voor wie het is bedoeld. Nou, ik begrijp er iets van, maar ik verwacht toch niet dat dat met deze zo bekende stichting het geval is. En anders is dat nog altijd niet mijn verantwoordelijkheid maar die van het bestuur. Ik doe alleen maar mijn werk. Dus heb ik ook deze man hartelijk bedankt voor het open doen en voor deze keer dacht ik: bij jou bel ik niet meer aan. Ook niet als je iets met je hersenen te maken krijgt en je gaat inzien dat we toch wat goeds doen voor de mensen voor het bedoeld is.

Ik heb vaak ook echt plezier in dit stukje vrijwilligerswerk. En soms moet ik gewoon enorm lachen, uiteraard pas als de deur weer dicht zit. Zoals om die ene man, bij mij uit de straat. 
Ik stel de gebruikelijk vraag en hij reageert met:-
- O ja, daar ben ik geweest. Ze bewaren ze hè, wel meer dan 130 jaar. 
Euh... Ik weet niet zo goed wat deze man bedoelt, maar hij is gelukkig enthousiast. Voorzichtig vraag ik waar hij geweest is dan.
-Nou, bij de Hersenstichting. Daar loop je toch voor?
Hm, dat laatste wel ja.
Ik zeg voorzichtig dat hij dan verder is dan ik. Dat ik er nog nooit geweest ben, ondanks de haast twintig jaar dat ik voor ze loop. En wat bewaren ze dan? Ik stel mijn vraag hardop.
-Hersenen! Wel meer dan 130 jaar! Gekoeld!
Ik moet lachen.
-O, maar daar loop ik niet voor hoor. Ik loop voor de levende, maar zieke hersenen. Alzheimer, Autisme, Hersentumor en zo.
Opeens kijkt de man me wat verlegen aan.
-O sorry, ik bekijk het graag een beetje technisch. Maar wacht, ik ga even geld zoeken hoor. Momentje. 
Gelukkig maar. Om nou hier voor gekoelde hersenen te lopen terwijl de wind om mijn oren giert. Je moet er toch niet aan denken zeg. Honderddertig jaar deze kou en erger. In je hersenen. 

Terwijl ik wegloop spettert er een koude harde regendruppel op mijn door haren bedekte hersenen. Mmm, je weet nooit. Toch maar even mijn muts opgezet.

Heb jij de collectant gemist? Ga naar onderstaande link en doneer in mijn digitale collectebus. Alvast dank je wel!
https://hersenstichting.digicollect.nl/aline-van-den-brink-bos?utm_campaign=hersenstichting&utm_content=new_action&utm_medium=email&utm_source=digicollect&utm_source=sendgrid&utm_medium=email&utm_campaign=website



zaterdag 25 januari 2020

Een andere naam. Over identiteit en pakketjes.

Een beetje met een zucht horen we weer de klopper aan de voordeur gaan. Alweer een pakketje? Iemand hier in huis heeft het onzinnige idee van internetaankopen ontdekt. Zucht.

Ik hoor mijn man praten met de allerleukste postbode van heel het land. Met zijn altijd aangetrokken korte broek maakt hij behoorlijk wat tongen los. Onze overbuurman. Hij heeft een brievenbuspakketje wat niet door de brievenbus past. Oké, dat is dus van die Ali uit China. Rob is echt lekker bezig...

- Of NG hier woont, vroeg de postbode. Met gefronsde wenkbrauwen stapt mijn man de kamer in.
- O, dat is voor Rob, hij werkt met een schuilnaam.
En tegelijk bedenk ik me: daar moeten we toch wat mee.

Rob heeft autisme. En voor hem hoort daarbij het wantrouwen tegenover anderen. In het kader van de AVG wetgeving, die hij heel hoog heeft staan, zo erg dat hij absoluut niet meer op de foto wil en ja, dat noemen ze ook autisme, alles een beetje letterlijk nemen en daarin doorslaan, in dat kader heeft Rob bedacht dat het veel veiliger is om onder schuilnamen dingen uit Verweggistan te bestellen. Dan kunnen ze je nooit vinden! Geen juiste naam, maar het komt wel aan op het juiste adres. Over niet kunnen vinden gesproken, haha.

-Rob, weet je dat je daar een boete voor kunt krijgen?
Rob kijkt stomverbaasd. Een boete?
-Ja, leg ik uit, wat jij doet, een andere naam, hoort bij identiteitsfraude. Fraude betekent dat je bedriegt, oplicht. Zichtbaar geschrokken belooft Rob dit nooit meer te zullen doen.
-Maar ma, er komen nog twee pakketjes.
Op mijn vraag wat hij toch allemaal besteld zegt hij en zijn ogen glimmen van trots:
-IJsblokjesmakers, voor als ik op mezelf woon. Dat moeten wel heel bijzondere zijn. Hoe zeggen ze dat ook alweer? Wat van ver komt is lekker! Juist ja....

De volgende dag is er een brief van de post. Er is een pakketje afgeleverd voor NG bij een winkel in het centrum. Of we dat even willen komen halen.
Rob ziet niet direct het probleem. Maar als ik hem iets uitleg over handtekening, identiteitspas enzo raakt hij toch een beetje in paniek. Wat nu?
- Weet je, het komt wel goed (hoop ik). Ik ken die mensen daar en leg het wel uit als ze hun vragen stellen. Ik haal het wel op.

En zo loop ik de volgende dag de hete kastanjes uit het vuur te halen voor zoonlief. Voor één keer dan hè. Moeiteloos zet ik mijn krabbel, laat m'n ID zien en neem het pakketje aan.
- Alles goed met je? vraagt de medewerker nog. Haar enige vraag.
- Jazeker, alles goed. En dag hoor, tot de volgende keer. Weg ren ik.

Opgelucht haal ik adem. Het voelde toch best wel fout. Al haalde ik alleen maar een pakketje op voor mijn zoon. Met schuilnaam.
Ik beloof je Rob: dit doe ik niet weer. Jij ook niet hè?

dinsdag 7 januari 2020

Eerste prijs!

En dan is de eerste week van 2020 alweer haast voorbij.
Mocht ik je nog niet live gesproken hebben, vanaf deze plaats wens ik je een goed, gezegend en heerlijk volgeschreven jaar.
Zoals je misschien wel weet kijk ik een beetje sceptisch naar komend jaar. En wat angstig. Want een jaar als vorig jaar -wat heerlijk dat ik dat nu zeggen kan, het is geschiedenis- kan ik niet nog eens aan, als ik kijk naar mezelf. Gelukkig weet ik dat ik een Vader in de hemel heb die meeloopt en zelfs draagt, in moeilijke momenten en in momenten van rust ben ik bij Hem aan het goede adres.

Maar het jaar begon goed! Ik won de oliebollenwedstrijd van familie Bos! Hoera! Uiteraard kwam dat omdat mijn moeder niet mee deed. De jury -zus, neef en twee nichtjes-  had het dan ook behoorlijk zwaar, die 31ste december van vorig jaar. De smaken en andere kwaliteiten waar oliebollen volgens hen aan moeten voldoen lagen errug dicht bij elkaar. Gelukkig hadden wij een bijzonder creatieve manier van serveren -schoteltje, oliebol erop, poedersuiker en een mooi feestelijk parapluutje- terwijl de rest van de familie de juryleden gewoon uitnodigde om een oliebol te pakken. Hoe ongastvrij en conservatief!
Het leverde ons die laatste dag van 2019 een bonuspunt op en dus kregen we de eerste dag van 2020 de oliebollentroffee! En omdat Rob de manier van serveren voor zijn rekening nam, gaf ik de troffee aan hem. Resultaat: een stralende Rob die de oliebol de hele avond niet meer los liet.
Voorzichtig stond ik op van mijn stoel tegenover hem en fluister zacht:
-Het is een troffee die volgend jaar weer naar de andere winnaar gaat. Pas als je drie keer wint mag je hem houden.
Waarop Rob antwoord:
-Oké, nog twee keer winnen dus!

Dat wordt nog wat, die oliebollenwedstrijd. Mijn schoonzus had het over een sisser op de oliebol, mijn zus ging ook snel in de creatieve aanslag en inmiddels denk ik ook na over een nog gezelliger beslag. Om zo met elkaar te komen tot de omslag van een heerlijke, creatieve en verrassende oliebol. Bedenk ik nu opeens dat manlief ooit eens zei tegen iemand die vroeg of hij nog een oliebol mee wilde voor onderweg:
- Nee hoor, er zit er één bij me achterop de fiets.
Ja, die goede oude tijd, toen ik nog achterop zat. En hij geen oliebollen lustte...

Pagina's