maandag 30 april 2018

God geeft meer dan je vraagt

-En, ga je meedoen zaterdag met volleybal?
Teleurgesteld schud ik mijn hoofd.
-Kan niet. Manlief doet al mee en dus moet ik bij Rob zijn. En, erger nog, ik weet niet eens of ik kan komen kijken, want meneer zegt niet mee te willen. En ja, dan ben ik ook thuis.
-Dusss, vraag ik hem opeens wat enthousiaster,  Als je niets te bidden hebt deze week, heb je hier een puntje. En dat gaat-ie doen, deze broeder in geloof.

-Kom ma, het is echt tijd!
Vol ongeduld staat Rob te wachten op me. In zijn hand een spandoek (lees: A4-papiertje) als aanmoediging voor het team van zijn broertje. Per slot van rekening redt papa zich heus wel.
We komen net op tijd binnen. De teams staan al startklaar. Broertje tegen papa, daar moeten we bij zijn. Vooral omdat papa zich wel redt.
Rob kiest positie aan de kant van broertje. Neemt zijn A4-tje in handen en begint aan te moedigen. Het is genieten zoals hij daar staat. Hij staat daar zoals iedereen zou willen, maar niemand durft. Hij staat daar 100% voor het jongste team wat faliekant gaat verliezen. maar Rob houdt vol. Wedstrijd na wedstrijd moedigt hij aan, en ook als ze het potje lijken te verliezen gaat hij door. Broertje verliest alles, maar het team waardeert Robs aanmoedigingen erg en blijven zich daardoor volledig geven.

En dan is daar opeens de broeder in geloof. Hij knikt van mij naar Rob en zijn ogen spreken duidelijke taal. Hij is er hè! Een big smile.
Ik denk even na. Dan opeens weet ik het weer. O ja!
-Heb je gebeden?
Zeker!
Beschaamd moet ik zeggen dat ik het ben vergeten. Er was zoveel meer deze week.
-Mooi is dat, zeg ik dus, als je het zelf vergeet gaan anderen ermee door! En je ziet het hè. We krijgen niet alleen maar dat Rob mee gaat. We krijgen zoveel meer! Rob is dolenthousiast en is de grootste aanmoediger van de hele zaal. Inclusief spandoek staat hij te juichen en te schreeuwen en te springen voor zijn broertje. God geeft meer dan we ooit hadden verwacht. Hij verhoort gebeden en vervult wensen. Zelfs, of juist ook zoiets simpels als een volleybalwedstrijd.

-En, houd je het nog een beetje vol? vraagt dominee aan Rob.
--Nou, zegt Rob, ik kak helemaal in!

Broertje 's laatste wedstrijd laat hem opeens koud.
-Ik wil naar huis, moedertje. En hij gaapt eens flink. Ik kak helemaal in.

De finale die manlief spelen moet, zien we dus niet. Maar het maakt niet uit. Het was een topavond. Echt gebedsverhoring. Mede dank zij aan een broertje in geloof hoefde ik alleen maar ontvangen.






dinsdag 10 april 2018

Op de vissteiger

Daar komen ze, twee fietsers. Vanuit het stadspark gaan ze het bruggetje over richting de weg waarop ik loop. Vader en zoon. Zo te zien net klaar met vissen. Hun koffertjes op de fiets en hengels in de hand bewijzen genoeg. Ik loop rustig door, wetend dat ik hen niet in de weg loop. Als ze bovenop het bruggetje zijn loop ik het kruisinkje net voorbij. En dan, omdat ze sneller gaan, fietsen ze mij voorbij.
Vader, kalend, groot en dik. Zoon net zo groot, en (gelukkig) minder dik. En nog niet kalend :) Gewoon een jongere uitvoering van de vader. Sprekend. Hij een jaar of vijftig, zoon een jaar of 16. Net als onze Rob.
En dan, opeens ontroerd het me enorm, dan legt vader al fietsend zijn hand op de rug van zoon en duwt hem vooruit. Het doet me denken aan onze Rob. Zou het zo'n type jongen zijn? En heeft vader dan met hem uren lang gezeten op het visplekje in het park? Als gezamenlijke hobby of misschien alleen maar omdat zoon dat erg leuk vindt? Ik weet het niet.

Maar wat ik wel weet is dat ik ook zo'n Vader heb. En in gedachten zie ik ons zitten op de houten vissteiger, daar in het stadspark. Nee, we vissen niet. Vader weet wel dat ik dat niet zo interessant vind. We zitten stil bij elkaar, laten onze voeten bungelen in het water. We genieten van elkaars aanwezigheid. Praten? Niet teveel. We houden van rust. Als we praten is het zacht en leert Hij me Zijn plan. Vertel ik Hem hoe bijzonder ik het vind dat Hij naast mij wil zitten. Naast mij! Notabene! En ik weet het wel: dat is niet van mij. Dat kan alleen door Jezus, mijn Redder en Broer. Af en toe kijken we elkaar aan en zien we de liefde in elkaars ogen. Ik in die van Hem vooral. En als het tijd is om te gaan (wat is tijd!) dan helpt Hij me omhoog en legt Zijn hand op mijn rug. Kom, zegt Hij zacht. We gaan verder. Ik ben bij je. Ik help je. Ik zal met je mee gaan. En juist bij sterke tegenwind geef ik je een extra duwtje in de rug. Want ik ben je Vader. Ik ben HEERE. Ik ben JHWH. Ik Ben.

Al lopend kijk ik omhoog. De zon schittert fel en heel de omgeving ademt lente uit. Wat is dat heerlijk! En dan weten dat je daar niet alleen loopt. Weten dat Vader naast je is. Stap voor stap. Omdat ik geen enkele stap zonder Hem kan zetten. Hij is Degene die ik altijd nodig heb. Ook als ik struikel, is Hij er bij. Hij is mijn Bewaarder. Altijd bij mij. Nooit ben ik alleen.
En vol verwondering loop ik verder in de richting van de Zon.

woensdag 4 april 2018

Dikke duim

Afbeeldingsresultaat voor duim in verbandAu! Auauauauw. Verbeten kijk ik naar mijn duim. Hoe kan dat nou toch?
Ik sta in het spinning lokaal van de sportschool. Om in te komen, zo dacht ik, even 10 minuten spinning. Soms doe ik de volle drie kwartier, maar het is zwaar. Vooral als je, zoals ik nu, alleen ben.
Het is rond het middaguur. Normaal ben ik dan allang klaar met sporten, maar een vergadering op het werk ging voor.
Terwijl ik op de sportfiets stap om te beginnen, bekijk ik mijn duim eens nauwkeurig. Zo zeg... die wordt rood. En dik! Ai... Hoe dat nou ging?
Ik wilde het stuur wat lager hebben, draaide aan de hendel, maar toen was het stuur opeens helemaal beneden, bovenop mijn duim. Kennelijk was hij niet al te stevig aangedraaid.
Na een minuut of twee besluit ik toch maar te stoppen en even te gaan koelen. Het weekend van Pasen staat voor de deur: vrijdag en zaterdag de hele dag werken dus. En veel cadeautjes inpakken. Daar kan een dikke duim natuurlijk niets mee.
Het koelen helpt en wat geruster ga ik serieus aan de slag. Ik laat spinning voor wat het is en begin aan de fitnessapparatuur.

Terwijl ik het huis binnenloop, een uurtje later, gaat de telefoon. Het is de huisarts die het één en ander wil weten over zoon. Ik grijp mijn kans en vraag de arts direct maar even hoe ik kan zien of mijn duim gebroken is. Hij geeft wat tips en omdat die voldoende pijn doen, verwacht hij me over drie kwartier in de praktijk.
Het is flink aanpoten. Douchen, aankleden, haar föhnen en o ja, ik heb nog niet gegeten. Pff... Precies op tijd stap ik de praktijk binnen. Om tien minuten te kunnen uitrusten :)
De huisarts concludeert gelukkig alleen maar een kneuzing.
-Even een weekje rust houden, zo adviseert ze. Met de tip: doe er een pleister om, dan zien je huisgenoten en collega's dat je een zere duim hebt.
Ik moet lachen. Een beetje schamper: Jaja...

Die middag wikkel ik een verband om mijn duim. Veel, wit en jawel: het valt op! Toch wel lekker, meer steun. Maar als ik de aardappels schil (au!), de tafel dek, de vaat afdroog en eindelijk op de bank zit weet ik: zelfs dat verbandje hielp niet voor mijn huisgenoten. Volgende keer toch maar gewoon hulp vragen... Gelukkig was dat beetje steun voldoende en kon ik zonder pleister of verband, heerlijk werken het afgelopen weekend. Sterker nog, het werd echt een dikke duimen verkoop!
Afbeeldingsresultaat voor dikke duim

donderdag 22 maart 2018

Martha, Maria en Jezus

Dat moment dat hij de laatste adem uitblies
Ze de begrafenis voorbereiden
Hun broer naar het graf brachten
En alleen thuis kwamen
Dat moment...

Dat moment dat ze hun Vriend er bij riepen
Hun hoop op Hem stelden
Ze teleurgesteld raakten
Hij te laat kwam
Dat moment...

Het heeft Martha en Maria altijd veel gedaan om bij Jezus in de buurt te zijn. De één uitte haar liefde door stil naar Hem te luisteren, de ander vond haar liefdestaal in het zorgen voor Hem.
Soms zelfs tot over haar eigen grens heen ging ze door in het zorgen voor.
Er wordt altijd wat negatief gedaan over Martha die Jezus aanspreekt op het gedrag van haar zusje Maria. 'Zij zit stil aan Zijn voeten, terwijl ik me de benen uit het lijf loop'. En ik zie haar staan. Boos, gestrest en misschien wel heel jaloers. Zij mag toch ook wel luisteren naar Hem? Maar zo lukt dat nooit! 'Laat alstublieft Maria even helpen!' (Lucas 10:38-42) Mijn beeld van deze zussen was: Maria de goeie, Martha de zondige. Even heel zwart wit.

Tot ik deze week Johannes 11 las. Het stuk waarin broer Lazarus overleed. Ze hebben Jezus erbij geroepen, maar Hij komt te laat en Lazarus is al vier dagen geleden begraven voor Jezus er eindelijk is. Mijn oog valt op vers 27, waar Martha zegt: 'Ja Heere, ik geloof dat U de Christus bent, de Zoon van God, Die in de wereld komen zou.' (HSV)

Wat een geweldige belijdenis uit het hart van deze diepbedroefde vrouw. Ze zegt dit niet in een vrolijke bui, terwijl alles nog beter gaat dan ze had gehoopt. Ze zegt dit in haar intense verdriet en weet: wat er ook gebeurt en waarom het zo ook heeft moeten gaan, toch geloof ik dat U de Christus bent! De Gezalfde!

Vlak bij hen in de buurt ligt haar broer in het graf. Waarschijnlijk gezalfd en in doeken gewikkeld. Maar Martha weet dat vóór haar Gods Gezalfde staat. Eén Die zoveel machtiger is dan wie ook. Haar hoop op genezing is voorbij. Haar teleurstelling zal er op zekere momenten echt nog wel zijn, maar ze klemt zich vast aan God Zelf die beloofd heeft dat de Christus komen zou!
Heel anders dan Maria, die niet verder komt dan het verwijt: 'Heere, als U hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn.'

In mijn leven loopt het door elkaar heen. Nee, ik kan niet zeggen dat ik een Martha ben, sterker nog, ik heb weinig met zorgen in praktische zin. Maar ik zit ook niet altijd aan Jezus voeten, helaas. Was het maar zo'n feest ☺ Het leven is een mix van Martha en Maria. Luisteren en doen, geloven, belijden en vragen: 'O Heere waar was U?' En mopperen: En zij dan??
Maar de zekerheid blijft dat Jezus Christus is, mijn Verlosser en Zaligmaker, de Redder van de wereld, gezonden door God. Ik sluit me aan bij Martha. En bij Maria. Luisterend aan Zijn voeten Hem belijden en doen wat Hij me vraagt. Dat is Leven. Dwars door zonde, teleurstelling, verdriet en dood heen.

Dat moment dat Hij naar het graf wil
De steen weg gerold wordt op Zijn verzoek
'Vader, Ik dank U dat U Mij verhoort hebt!'
En dat Hij riep: 'Lazarus, kom naar buiten!'
Dat moment...
was Zijn tijd

Prijs Hem!


dinsdag 13 maart 2018

Van kinderarts naar fysio

- Wat gaan we daar eigenlijk doen? zo vraagt Geert zich af.
- Eigenlijk weet ik het niet zo goed. Maar ik denk dat de kinderfysio gaat kijken of je goed adem haalt. Misschien doe je dat te hoog, waardoor je minder zuurstof krijgt. 

Vanmorgen was het zover. Na bezoek aan de huisarts omdat Geert steeds flauwvalt zijn we doorgestuurd naar de kinderarts. Zij heeft kunnen aantonen dat er lichamelijk niets mis is met Gerco. Ook zijn hart is oké. Al liet de uitslag van het hartfilmpje wel wat lang op zich wachten... 
De kinderarts adviseert kinderfysio en eventueel  psycholoog, als de fysio niets kan doen.
Dus nu op naar de fysio. Helaas moet dat in het ziekenhuis in Ede. Al is het dichtbij, het scheelt Geert toch weer wat lesuren. 
De fysio oogt vrolijk en jong. Ze legt alles goed uit en stelt slimme vragen.
Ze prijst school omdat Geert, als hij duizelig wordt, in een stilteruimte mag gaan bijkomen, waarna hij weer terug de klas in mag. Dat scheelt hem heel wat uurtjes verzuim! Maar lastig is dat het wel elke dag eens of meerdere keren nodig is!

Het kan komen door overprikkeling. Dat denken we zelf ook. Omdat je in de stresshouding schiet: schouders omhoog en naar voren en hoofd omlaag, gaat er veel minder zuurstof naar de hersenen toe waardoor je duizelig wordt of zelfs flauwvalt. 
Geert krijgt direct wat handzame oefeningen mee. Hij kan ze overal toepassen, maar voor nu is het vooral belangrijk dat hij ze elke dag een paar keer doet. Zodat hij zich bewust wordt van de ademhaling en het te zijner tijd, wanneer nodig, kan toepassen. 

Lekker liggend op een grote fitnessbal in een totaal ontspanning houding vraagt Geert me of we zo'n bal thuis nog hebben. Maar nee, die heeft Jorike meegenomen. Of ik hem dan kopen wil... Tuurlijk! Als dat nodig is! 
Afbeeldingsresultaat voor ontspannen liggen op fitnessbalOp de opmerking van de fysio dat hij ook op die bal kan zitten, bijvoorbeeld achter zijn bureau, vraagt hij ondeugend: kunt u ook een bureau voor me kopen? Maar nee, de keuze voor geen bureau is ooit al eens door deze jongeman gemaakt. En daar blijft het bij. Ach, je kunt niet alles hè! 
Adem in. Adem uit. 


dinsdag 6 maart 2018

Lekker uit eten



Het was vakantie en dan wil je toch even met elkaar wat leuks doen. Voor mijn mannen is dat meestal gelijk aan: eten. Herkenbaar?
Dus al ruim van te voren hadden we besloten naar de pizzeria te gaan. Die nieuwe die bij Reyna Be in zit. Voor restaubeten onder ons: dat is het beste restaurant van Veenendaal, Reyna Be.

Afbeeldingsresultaat voor pizzaDie dag reserveer ik vier plekken bij de Pizzeria. En als ik de jongens dat nog eens goed vertel: 'denk er  aan, om 18:00 uur worden we daar en daar verwacht', komt er toch tegengeluid. Geert heeft vandaag geen zin in een pizza. Rob vindt het maar zo zo. Manlief, moe en net thuis van zijn werk, weet ook nog niet wat hij neemt. Oei... want er is al gereserveerd.

Vanwege de kou stappen we in de auto. Eenmaal binnen ploffen we daar op de stoelen en bestellen ons drinken. De kaart wordt gebracht en die wordt aandachtig bestudeerd.
En dan komt het protest... Van één - van twee - van drie mannen.

Daar zit ik dan!

Op het moment dat de één de ander naar huis begint te sturen, dat moment dat ze beginnen te bekvechten en steeds minder vriendelijk gaan kijken, net op dat moment zwaait de eigenaar van de zaak ons enthousiast toe. En ik bedenk me niet langer. Ik zwaai terug en zeg: 'Zullen we dan maar vragen of we naar de andere kant mogen?' Ik wacht niet op antwoord. Zie triomfantelijke blikken. Dus ik schuif de stoel achteruit en loop op de man af, Alfred heet-ie. Hé, moet je horen. Wij euh... Tuurlijk moet hij lachen, maar hij doet het niet. Ook mijn grijns probeert zich in te houden. Wat een bizarre situatie weer. Echt wat voor ons, grinnik ik inwendig.
Binnendoor lopen we naar Reyna Be. Alfred neemt ons drinken mee. Zo is het net of we rechtstreeks naar de goede plaats lopen :)

En ondanks de prijs, Reina Be is een stuk duurder als je van plan was pizza te eten, loop ik een paar uur later met een stel tevreden mannen de tent uit. En dat is heel wat waard, toch? Trouwens, zelf ben ik ook dik tevreden. Beter dan die salade op de Pizzeriakaart. Want tja, ik mag eigenlijk geen pizza.


Gerelateerde afbeelding



vrijdag 16 februari 2018

Aripiprazol en autisme

Wel eens uitgesproken, de naam in deze titel? Hardop, snel en zonder stotteren? Wij hebben geoefend. Rob was de eerste die het kon. Dat was niet helemaal eerlijk: hij kreeg het dagelijks toegediend van de mensen waar hij toen woonde, bij Karakter. Dus hoorde hij die naam elke dag, terwijl wij alleen in het weekend konden oefenen... Maar haha, inmiddels verslaan we deskundigen!

Met Rob naar de huisarts. Het gaat zo goed met hem. Wij willen de medicatie af gaan bouwen. Al na het opbouwen hiervan slikt Rob 2,5 mg per dag.  Zo'n drie jaar is dat nu. En het is een prima middel voor hem, maar ik hoop dat hij uiteindelijk zonder kan. Of in ieder geval met minder.

De huisarts vindt het prima. Ook gezien Robs gewicht, zou het mooi zijn als alles wat minder kon. Succes en tot over een maand.

Dus waren we afgelopen woensdag weer bij de huisarts. Hoe het gaat? Nou...Ik doe een boekje open.
- Rob is druk, heel erg in de ups en downs en heeft het veel meer over zijn gevoel. Net of hij daar nu veel dichter bij kan komen. En nee, ik wil zeker niet terug naar de 2,5. We houden vol, want het is goed dat gevoelens boven komen en worden verwerkt. Beter nu dan over tig jaar, terwijl hij er dan misschien in zijn uppie mee gaat zitten. In elk geval op grotere afstand van ons dan nu. Dus we gaan door zo. Als het zo blijft houden we het wel vol, maar we moeten zijn lichaam ook de tijd geven te wennen aan minder en daar een balans in op te bouwen. Zodat het over een poos misschien nog minder kan.

Rob wil hier zelf ook nog wat over kwijt.
-Ik heb een trauma opgelopen, dokter. Vroeger, toen ik in groep 8 zat hebben ze me gepest. En ik ben ook erg bang voor honden. Rob praat nog even door en kan bijzonder goed benoemen wat hij ervaart, weer opnieuw meemaakt ook, 's avonds in bed of als hij niets te doen heeft.
Bij mij komen ook beelden boven: de tandpasta in zijn haar, de oranje verf een poosje later, die ongevraagd op z'n koppie was gespoten door een klasgenoot, zittend in het busje wat hem thuis zou brengen. Hoe boos ik was en hoe ik per direct een mail stuurde naar de ouders van dat irritante kind. Hoe school reageerde omdat ik dát via school had moeten regelen. Maar ja... een moederhart denkt ook wel eens niet na. Soms net onbesuisde kinderhartjes.

Dokter luistert aandachtig. Neemt onze vraag heel serieus en bespreekt dan de mogelijkheid tot EMDR. Dat is een goede therapie om trauma's te verwerken en daar gaan geen urenlange gesprekken aan vooraf of voor in de plaats.

Gaan we nu van het één naar het ander? Is een pilletje niet veel makkelijker voor beide partijen? Voor ouder en kind? Ik denk het niet. Ik denk dat onze Rob, net als wij allemaal, soms handvatten en middelen nodig heeft om te verwerken. Dat is wat anders dan wegstoppen en onderdrukken. Dus we zijn alweer een stapje op weg naar de goede richting.
En het mooiste is dat hij gewoon weer bij Karakter terecht kan voor deze therapie. daar is hij bekend. En geliefd :)

- Als ik daar maar niet weer hoef te wonen!
- Nee schat, ik breng je, wacht op je en neem je snel weer mee naar huis. De plek waar je hoort. Waar je heel erg geliefd bent!

En o ja... deze maand een kilo eraf bij Rob. Dankzij meer bewegen én minder Aripiprazol!






donderdag 25 januari 2018

Uitslag onderzoek

Het is tijdens de grote Westerstorm die over ons landje waait, dat ik zit te wachten op het telefoontje van de huisarts. Ook in mijn lijf en hart stormt het, al is het geen windkracht 11. Ik ben zenuwachtig. Of het door de storm is en vanwege allen die onderweg zijn of voor het te verwachten telefoontje?

Het is in ieder geval allang weer rustig buiten als de telefoon gaat.
Met de positieve uitslag dat Geert's bloed helemaal goed is. Geen gekke dingen, allemaal mooie getallen. En hoe het met Geert gaat? Nou, dat houdt nog niet over, vertel ik de huisarts. We besluiten het nog even aan te kijken en anders toch verderop te gaan.

Geert is teleurgesteld. Tuurlijk had hij niet gehoopt op een ernstige uitslag, maar gewoon een laag HB of zo? Wat ijzer er bij en klaar is Geert.
Wat is het nu?, zo vraagt hij zich af. En wij met hem.
Ik geef hem een tip om eens te kijken op het wereld wijde web.

Nog geen tien minuten later is Geert er van overtuigd dat hij weet wat het is. Hij noteert het als volgt:

Autisme → Moeilijke prikkelverwerking → medicatie (Geert slikt 2 mg Aripripazol) → slechte bloedsomloop → flauw vallen → meer prikkels ⟳

Het klinkt heel aannemelijk.En sluit aan bij wat de dokter opperde: overprikkeld. Maar dan moeten we er wel wat aan doen, anders zou Geert door te veel prikkels te veel thuis zitten. Meer medicatie lijkt geen optie, gezien het bovenstaande. Eerder afbouwen! Maar is het momenteel natuurlijk ook niet.

Tijd voor oordopjes dus tegen kabaal. Die liggen nu vooral boven bij zijn bed. Rustmomenten op school. Veel eten, veel drinken en veel slapen. Aan die laatste drie mankeert het nogal, dus ik zou daarmee beginnen, adviseer ik zoonlief.

We zijn nu haast een werkweek verder. Geert ging vanaf dinsdag weer zelf naar school. Maandag tot en met woensdag ging het goed, al ging hij wel regelmatig naar het stiltelokaal. Vandaag, donderdag,  ging het weer helemaal mis, waardoor zelfs een stilteruimte niet hielp en ik hem toch weer op heb gehaald. Maar het gaat in ieder geval beter dan het was. Hopelijk zet dat door. Stapje voor stapje, dan komt-ie er wel!


woensdag 17 januari 2018

Op het nippertje, over bloedprikken op de poli

Het is nauwelijks kwart over acht deze maandagochtend als school belt.
Of ik Geert wil komen halen, hij is gevallen met de fiets, na duizelig te zijn geworden.

Best bezorgd kleed ik me aan, loop naar de auto en race naar school. Geert ziet wit en heeft veel last van arm en hand, na een val over de fiets heen.
- Ik stapte af, zette de fiets neer, werd duizelig en viel.

In de loop van de dag knapt Geert weer op en wil zelfs zijn fiets van school gaan halen.
's Avonds fiets hij vol energie naar muziekles en catechisatie, maar kiest er daarna wel voor op tijd naar bed te gaan.

Dinsdag gaat het weer mis. Tijdens muziekles, als ze een poosje staan te zingen wordt Gert helemaal duizelig, het wordt zwart voor zijn ogen en nu valt hij echt flauw.
De leerkracht verzoekt hem te gaan staan en mee naar de gang te lopen. Daar mag hij met een andere leerling naar de conciërge, die gehaast een map pakt om te kijken wat te doen. Gelukkig komt er juist een medeconciërge aanlopen en weet hij wat eventueel kan helpen...

Weer haal ik Geert op en bel direct voor een afspraak bij de huisarts. Gelukkig zijn de basis dingen als hartslag en temperatuur goed en moeten we door naar het lab voor bloedonderzoek.

Ondanks alles is Geert goed bij de pinken als hij vraagt of we dan zijn IDkaart en zo nodig hebben. Jazeker. En, zie ik, het is 16:43 uur. We hebben nog een kwartier! Zo snel als het gaat tijdens de spits, rijden we naar huis, pakken wat we nodig hebben en springen weer in de auto. Vijf voor vijf komen we aan bij de poli. De 'ponskaart' maken duurt langer dan we dachten, waardoor we precies één voor vijf bij het lab binnen rennen.

De laborante kijkt me verbaasd en vragend aan.
-Kunnen we nog bloed prikken? vraag ik beleefd.
Ze mompelt wat over 'op de valreep' en 'niet handig', maar concludeert dan:
-Eén voor vijf, tja... u bent op tijd.
Gelukkig doet ze tegen Geert allerliefst, maar ze kijkt mij nog eens aan en zegt:
-Dit is niet charmant, mevrouw.
Ik hou me wat van de domme en vraag:
-Wat niet? Bloedprikken of heel laat binnen komen?
-Laat binnen komen, antwoord ze.
En ik weet het. Ik zou het anders nooit doen, maar ter versnelling van de uitslag en ter voorkoming van nog meer spanning bij Geert sta ik in mijn recht. Ik doe dit niet voor mezelf, want ik heb een enorme hekel aan haasten en opschieten. Ik doe dit voor mijn zoon.
En zij... Zij prikt. Voor het zelfde doel.
Dank u wel, mevrouw de Laborante!!

De uitslag volgt...



dinsdag 9 januari 2018

De zon. Mijn warmtebron


Stadspark Veenendaal
Dik ingepakt loop ik naar buiten. Tijd voor mijn zondagmiddag wandeling. Brr, wat is het koud. Maar gelukkig is dat geen probleem. En de zon vergoed enorm veel.

Hè, ik had mijn zonnebril op moeten zetten. De zon is erg scherp en het reflecteert een prachtige schittering in het water. Waardoor ik helemaal niet meer zie waar ik loop. Hopelijk zien de vele fietsers die me tegemoet komen me wel.

Ik loop mijn vaste rondje. Dan hoef ik niet na te denken over de weg die ik ga. Al denk ik voortdurend wel na over de Weg die ik ga, als je begrijpt wat ik bedoel. Even een tijd van zelfreflectie.
Waar was ik, waar ben ik en waar ga ik naar toe?

En het kán niet anders of de zon brengt me op subtiele gedachtes daarover.

De Zon.

De Zon van gerechtigheid. Die al mijn vuilheid laat zien, die me mezelf laat kennen zoals ik echt ben. Diep van binnen waar al die stofjes van tekortkomingen, zonden en anders, zichtbaar worden.

Maar ook de Zon, die Licht geeft, wiens Licht weerkaats en wat door mij heen naar anderen mag reflecteren. Dat hoop ik tenminste. Omdat ik weet dat De Zon der gerechtigheid ook Degene is die al mijn zonden heeft weggehaald door Zelf de straf daarvoor te dragen. Die ervoor zorgde dat mijn duisternis opging in Zijn Licht.

De Zon die Warmte geeft. Veiligheid, geborgenheid. Bij Hem kan ik de enige Warmte vinden, als ik koud ben van binnen of verdriet heb. En ook die Warmte mag ik uitdelen aan de mensen om me heen. Gewoon en onbewust er zijn voor anderen. Zoals Hij er altijd is voor mij.

Tegelijk ook de Zon waar ik me behoorlijk aan kan branden. Als er geen recht wordt gedaan, als ik niet luister. Als ik de mist in ga en niet om vergeving vraag. Als ik de Weg kwijt raak en Hem even niet meer zie. Doelloos dwalend op mijn zelf gekozen pad.

De Zon. Wat ben ik blij dat hij schijnt. Al lopend dank ik God, de Schepper voor deze fantastische warmtebron. Dank ik God de Vader voor zo'n grote liefde dat Hij het niet hield bij alleen deze zon, maar ook de Zon der gerechtigheid gaf. Dat is Jezus, Zijn Zoon, mijn Redder en Verlosser!
Ik dank Hem voor de Geest, die mij wil laten zien wie ik ben, klein, zondig en vatbaar voor allerlei kwaad. Maar die tegelijk laat zien wie ik mag zijn door Hem: rein, heilig, volmaakt en rechtvaardig. Niets van mij. Alles door Jezus. Omdat Hij me vasthoudt in Zijn grote genade kan ik nu danken voor dit geweldige Licht en deze heerlijke Warmte. Zomaar lopend door de straten van Veenendaal realiseer ik me hoe bijzonder het is dat Hij me ziet, hoort, kent en weet wat ik denk. Dat Zijn Licht schijnt in mijn leventje. Dat Hij zo dichtbij is, dat ik Zijn Warmte kan voelen. O God! Hoe groot bent U!




Pagina's